Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

De bewijsregeling in het concept-Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden bewijs, bewijsstelsel, onmiddellijkheidsbeginsel, bewijsmiddelen, ondervragingsrecht
Auteurs Mr. dr. B. de Wilde
SamenvattingAuteursinformatie

    In concept-Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een aangepaste bewijsregeling voorgesteld. Een aantal aspecten daarvan wordt in deze bijdrage besproken. Er wordt aandacht besteed aan de gebondenheid aan wettige bewijsmiddelen, het bewijscriterium, formele onmiddellijkheid, enkele specifieke bewijsmiddelen, bewijsminima, het recht getuigen te ondervragen, bewijsmotivering en het bewijs bij de schuldvaststelling in het kader van een strafbeschikking.


Mr. dr. B. de Wilde
Mr. dr. B. (Bas) de Wilde is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Artikel

Het effect van de slachtofferverklaring op straftoemeting: een experimenteel onderzoek onder rechtenstudenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2013
Trefwoorden victim impact statement, sentence, written, videotape, injuries
Auteurs Mr. Maaike Kampen, Dr. Jan de Keijser en Mr. dr. Ard Schoep
SamenvattingAuteursinformatie

    Annually hundreds of victims make use of their right to speak in court. Victims often expect this will result in more punitive sentences. According to judges this is unlikely. This experiment among law students examines the influence of victim impact statements (VIS) on the sentencing outcome. Furthermore the effect of how the statement is delivered is examined. Is there a difference between the VIS as document in the case file and one delivered by the victim in court? Does it matter if the victim still has visible injuries? Study findings indicate that neither the presence of a VIS, nor the mode of delivery and visible injuries affect sentence length.


Mr. Maaike Kampen
Mr. P.M. Kampen is parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie in Den Haag.

Dr. Jan de Keijser
Dr. J.W. de Keijser is universitair hoofddocent criminologie aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.

Mr. dr. Ard Schoep
Mr. dr. G.K. Schoep is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.
Artikel

Surveilleren en opsporen in een internetomgeving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Policing, Internet, open-source intelligence, iColumbo, police power
Auteurs J.J. Oerlemans en B.J. Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Publicly available information on the Internet about people or criminal acts can be relevant to criminal investigations. This article analyses to what extent Dutch criminal procedure law allows open source intelligence for law-enforcement purposes. When more than ‘minor’ privacy interferences arise, an explicit investigatory power in the criminal procedure code is required. Minor infringements are allowed under the general task description in the Police Act 1993. It is unclear however when ‘substantial’ privacy infringements arise. On the basis of ECHR jurisprudence on foreseeability and the Dutch criteria for ‘systematic observation’, the authors conclude that Internet data-gathering will often require an explicit investigatory power and can only be used for criminal investigation with an order from the public prosecutor, but not, except for small-scale and ad hoc searches, for general police practice purposes. Because the Internet is much different in its nature from a decade ago and the investigatory powers are not in all respects easily applicable to Internet surveillance, the authors argue that the Dutch legislator must take action and make clear under which conditions information on the Internet can be gathered by law enforcement.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.

B.J. Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology and Society van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

Opsporingsbevoegdheden en privacy

Een internationale vergelijking

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs J.B.J. van der Leij
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch regulation of phone tapping has a great deal of safeguards built in to ensure that this investigation method isn't used flippantly. Despite this, it appears that phone tapping is far more commonly used in The Netherlands than in any other western nation, including England, Sweden and Germany. This study shows that, due to differences in registration of phone tapping statistics, it is difficult to compare various countries' practices. However, it does appear that the Dutch authorities don't perceive to have viable alternatives to phone tapping. The limited alternatives that they do (perceive themselves to) have, such as infiltration, pose even greater ethical considerations, making them less attractive. Authorities in England, Sweden and Germany appear to use alternative investigation methods much more frequently than those in The Netherlands. Some examples of the types of alternatives more often resorted to in other countries are the use of traffic data, (intrusive) surveillance and various forms of infiltration. A comparison of the regulations in all four countries showed differences in the degree to which phone tapping is perceived to pose ethical considerations (posing a threat to the privacy of citizens) as an investigatory method.


J.B.J. van der Leij
Mr. dr. Bas van der Leij is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

Cybercrime en politie

Een schets van de Nederlandse situatie anno 2012

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs W.Ph. Stol, E.R. Leukfeldt en H. Klap
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2004 the main problem of the Dutch police concerning cybercrime was a lack of knowledge, for example about how to act in a digital world, about the character of cybercrime and about the effectiveness of measures. The main question in this article is if this situation has changed, and if so, how. Although the legislator has given the police special powers to fight crime in a digital world, the police still struggle with questions about what exactly are the powers they have. Although the police have invested in pilot projects and in the recruitment of digital experts, knowledge about ‘policing a digital society’ is not yet common in the police organisation - which is a shortcoming since ‘digital is normal’ in the lives of the common people. Although the police established digital aspects in police training, digital is not yet a common feature in police education. In sum, although the police in various ways pay attention to digital aspects of policing, digital is not yet a regular part of the police organisation, police training and/or everyday police practice.


W.Ph. Stol
Prof. dr. Wouter Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

E.R. Leukfeldt
E.R. Leukfeldt Msc is onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en Politieacademie.

H. Klap
Drs. Henk Klap MPM is programmamanager van het landelijke politiële Programma Aanpak Cybercrime (PAC).
Artikel

Cyberwar? What war?

Meer in het bijzonder: welk recht?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs A.R. Lodder en L.J.M. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an overview of cyberwar from an international law perspective, in particular from the framework of the laws of war. It discusses some of the difficulties in applying these laws to cyberattacks, further complicated by the characteristics of the Internet. A distinction is made between cyberwar, -crime, -espionage and -terrorism, and the different fields of law that apply to these distinct ‘cyberevents’. Next to discussing several historic cyberattacks, the question is raised whether cyberwar is merely a hype or whether we should be taking this threat seriously. Rather than answering this question, the authors feel that the actual threat posed by ‘cyber’ is less important than the political and military prominence gained by this phenomenon in these past few years. The authors conclude by stating that a lot of work has yet to be done to address the issues raised by the occurrence of cyberwar.


A.R. Lodder
Prof. Arno Lodder is als hoogleraar verbonden aan de afdeling Transnational Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

L.J.M. Boer
Lianne Boer is als promovendus verbonden aan de afdeling Transnational Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Zijn Nederlandse burgers écht enthousiast over de nieuwe antiterrorismemaatregelen?

Een vergelijking van attitudes en willingness to pay

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden counterterrorism policy, public opinion, willingness to pay, legitimacy
Auteurs Johan van Wilsem en Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2001, the Netherlands have broadened their array of antiterrorism legislation and policies. However, there is hardly any insight into the level of public support for them. This article assesses the Dutch public opinion on four measures that were recently made effective: enhanced possibilities for stop-and-search, broadening of possibilities for special investigative resources, increased obligations for identification, and body scans in airports. Two randomly selected, comparable groups were asked different questions about these issues: attitudes or willingness to pay. The results show that respondents have positive attitudes towards newly introduced antiterrorism measures, yet simultaneously, they have low willingness to pay. Both groups were also asked how they would allocate an imaginary fixed budget to various criminal justice policies and tax rebate. These results show similar relations for both attitudes and willingness to pay, suggesting they both measure the relative importance assigned to antiterrorism policies. A right political orientation predicts both positive attitudes and high willingness to pay. Furthermore, people with high income have higher willingness to pay. The results underline the necessity to pay attention to the subtleties underlying public opinion on crime control.


Johan van Wilsem
Dr. J.A. (Johan) van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.

Maartje van der Woude
Mr. dr. M.A.H. (Maartje) van der Woude is universitair docent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl.
Artikel

De strafrechtelijke aanpak van eergerelateerd geweld nader beschouwd

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2011
Trefwoorden eergerelateerd geweld, aanwijzing, politie
Auteurs Dr. Janine Janssen en Mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Combatting honour related violence forms an important topic of criminal justice policy in the Netherlands. This article analyzes this policy, in particular the prosecution guideline on honour related violence, thereby focusing on victims and perpetrators, and the difficulties of dealing with the cultural background of honour related violence in criminal justice policy.


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd wetenschappelijk onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG), dat is ondergebracht bij de politie Haaglanden. Daarnaast is zij redactielid van PROCES.

Mr. Jeroen ten Voorde
Mr. Jeroen ten Voorde is universitair docent straf- en strafprocesrecht bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Strafrecht voor civilisten: de verbetering van de mogelijkheid om schade via het strafrecht te verhalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, schadevergoedingsmaatregel, BOS-Schade, belang voegingsprocedure
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene die schade heeft geleden door een strafbaar feit kan zich met zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. De strafrechter doet dan, gelijk met de strafzaak, uitspraak over de schadevergoeding. Dit voegen als benadeelde partij zal vanaf 1 januari 2011 een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan. Op deze datum zal de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking treden.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

Stuiting van de verjaring in en buiten rechte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden verjaring, stuiting, voorlopige bewijslevering, voorlopig getuigenverhoor
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de eisen die de Hoge Raad stelt aan de stuiting van de verjaring in en buiten rechte centraal. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de stuitingsproblematiek in het kader van onderhandelingen en stuiting van de verjaring door handelingen zoals het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is postdoc bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

D. Joeloemsingh
Artikel

DNA en HIV in het strafrecht: van identificatie naar kwalificatie

Deel 2: De HIV-test als dwangmiddel

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2001
Auteurs Mr. E.J.C. de Jong

Mr. E.J.C. de Jong
Artikel

De strafrechtelijke maatregel van terbeschikkingstelling

‘Schon der blosse Wille erhebt den Menschen ober die Tierheit; der moralische erhebt ihn zur Gottheit’ Friedrich Schiller (aus: Uber Armut und Wurde)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 1995
Auteurs Prof. mr C. Kelk

Prof. mr C. Kelk

Mr C.C.M. Nadorp-van der Borg
Artikel

DNA-afname bij jeugdigen: noodzakelijk in een democratische samenleving?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2010
Trefwoorden DNA-onderzoek, jeugdigen, belangenafweging, proportionaliteit
Auteurs Davina Moerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 mei 2010 treedt de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden volledig in werking. De wet is ook van toepassing op jeugdigen. In dit artikel wordt onderzocht hoe het DNA-onderzoek bij jeugdigen in het strafproces is geregeld. De wetgever heeft weinig aandacht besteed aan de bijzondere positie van de jeugdige. De Hoge Raad heeft bepaald dat voor jeugdigen geen generieke uitzondering bestaat. De rechtbanken zijn geneigd de jeugdige anders te behandelen dan dat de wetgever voorstaat. Het DNA-onderzoek bij jeugdigen is in het licht van de mensenrechtenverdragen disproportioneel: de wetgeving dient te worden aangepast.


Davina Moerman
Davina Moerman studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en schreef een afstudeerscriptie over DNA-onderzoek bij jeugdigen in het strafproces.

    This article focuses on the current measure for persistent offenders (ISD-measure), by taking into account three equivalent penal sanctions that have been developed in the Netherlands from 1886 onwards. First, the penalty of a labour colony for vagrants and the like for three years at most. Second, the measure to keep the habitual offenders in additional, preventive custody for five to ten years. Finally, the measure of two-year detention for drug addicted offenders. In the article it is argued that in spite of the differences in (judicial) elaboration, all three former existing sanctions have the same legitimating fundamental principle as the ISD-measure. That is, the notion that certain offenders are a danger to society, due to their persistent criminality and nuisance causing lifestyle. The primary objective of all these penal sanctions is therefore a long term protection of society from this danger. In this sense, the ISD-measure makes clear that present state-policy is above all one of sheer deprivation of freedom.


S. Struijk
Mr. Sanne Struijk is wetenschappelijk docent strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij schrijft een proefschrift over de strafrechtelijke aanpak van veelplegers, bezien vanuit de (historische) mogelijkheden van het Nederlands wettelijk sanctiestelsel tot recidive- en overlastbestrijding.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.