Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Artikel x
Artikel

EU-burgerschap en toegang tot sociale voordelen over de grens

Is er verschil tussen marktburgers en sociale burgers?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Europees burgerschap, non-discriminatie, sociale voordelen, economisch niet-actieven, objectieve rechtvaardigingsgrond
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente arresten heeft het Hof van Justitie uitgemaakt dat als een land door middel van een nationaliteits- of woonplaatseis de toegang tot zijn stelsel beperkt, ook niet-economisch actieven deze eisen kunnen aanvechten op grond van de bepaling van het Europees burgerschap. Wel mogen lidstaten bepaalde goed beargumenteerde beperkingen stellen voor personen met een vreemde nationaliteit, zoals dat men vijf jaar in Nederland heeft gewoond voordat men recht heeft op studiefinanciering. Nu rijst een aantal vragen. Hoe kan het dat de bepaling van het Europees burgerschap een dergelijk effect heeft? Zijn er nog verschillen tussen economisch actieve en niet-actieve burgers? Is de jurisprudentie over het burgerschap geen bedreiging voor nationale welvaartsstaten? Deze vragen worden in deze bijdrage behandeld. Daarbij komt ook het recente arrest Europese Commissie tegen Nederland (C-542/09) aan de orde.


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht, en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en de Universiteit van Gotenburg, Zweden <www.franspennings.org>.
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

Noten

  • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Prof. mr. C.J. Loonstra
Artikel

Toezichthouders op de tram

Een studie naar de handhaving van het ov-verbod in Amsterdam en Rotterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden beveiligers, handhavers, boa’s, openbaar vervoer, ov-verbod
Auteurs Dr. R. van Steden, Mr. drs. M.B. Schuilenburg, L. Leemeijer MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Zogeheten ‘nieuwe toezichthouders’ in de vorm van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en particuliere beveiligers moeten in Amsterdamse en Rotterdamse trams service verlenen en huisregels handhaven. Bij overtreding van deze huisregels kunnen zij in het uiterste geval een openbaarvervoerverbod (ov-verbod) aan reizigers opleggen. Onderhavige studie laat zien welke haken en ogen daar in de praktijk aan zitten.


Dr. R. van Steden
Dr. R. van Steden is universitair docent aan de afdeling Bestuurswetenschappen (Faculteit der Sociale Wetenschappen) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. M.B. Schuilenburg
Mr. drs. M.B. Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie (Faculteit Rechten) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Leemeijer MSc
L. Leemeijer MSc heeft Criminologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Loots MSc
L. Loots MSc heeft Bestuurswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Privacywetgeving en het kopietje paspoort

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden privacy, paspoort, BSN
Auteurs Mr. P.E. Lucassen en Mr. drs. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage zullen wij toelichten waarom bij het maken en opslaan van een kopietje paspoort een paar alarmbellen moeten gaan rinkelen. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan de pasfoto en het BSN.


Mr. P.E. Lucassen
Mr. P.E. Lucassen is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. drs. J.W.A. Dousi
Mr. drs. J.W.A. Dousi is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

De toekomst van nadeelcompensatie in het omgevingsrecht

Ruime reikwijdte van de regeling – beperkte toekenning van schadevergoeding!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden nadeelcompensatie, Awb, normaal maatschappelijk risico, bijzondere last
Auteurs Mr. G.M. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur blikt vooruit op de gevolgen van de algemene grondslag voor het bieden van nadeelcompensatie in de Awb voor het omgevingsrecht. Daarbij wordt aandacht besteed aan de reikwijdte, de competentieverdeling van de rechter en de verwachte toepassing van de nadeelcompensatieregeling uit het wetsvoorstel. Aan de hand van het wetsvoorstel en de jurisprudentie van de Afdeling over de begrippen die daarin terug gaan komen, wordt duidelijk dat het wetsvoorstel grote gevolgen heeft voor het omgevingsrecht. De verplichting om nadeelcompensatie te verstrekken zal op meer handelingen van toepassing zijn, maar door een strikte interpretatie van de begrippen ‘normaal maatschappelijk risico’ en ‘bijzondere last’ hoeft dit niet te leiden tot een verhoging van de schadevergoedingsverplichting van de overheid.


Mr. G.M. van den Broek
Mevr. mr. G.M. (Berthy) van den Broek is universitair docent bij het Centrum voor Omgevingsrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Integraal en flexibel omgevingsrecht – droom of drogbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden positieve evenredigheid, integraal vergunningenstelsel, flexibiliteit, trias politica
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke drijfveer tot ontwikkeling van een Omgevingswet was het scheppen van een integraal en flexibel toetsingskader voor toestemmingsplichtige activiteiten. Het werken met één integraal criterium, bijvoorbeeld ‘een duurzame leefomgeving’, heeft inderdaad enige toegevoegde waarde, maar dit criterium moet dan wel door specifiekere normen geconcretiseerd worden. De regering wil daarentegen vooralsnog afzien van een dergelijk integraal criterium. Integraliteit en flexibiliteit moeten worden bereikt door de introductie van een niet-generieke afwijkingsmogelijkheid van in beginsel alle normen (‘positieve evenredigheid’). Een dergelijke afwijkingsmogelijkheid is echter in strijd is met de trias politica, de rechtszekerheid en het beginsel van materiële legaliteit. De regering zit dus op de verkeerde weg.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Is het een overheid? Is het een onderneming? Nee, het is een particuliere marktinvesteerder!

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden steunmaatregel, belastingvrijstelling, particuliere marktinvesteerder, overheidsprerogatieven, voordeel, staatsmiddelen
Auteurs Mr. drs. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een overheid als particuliere marktinvesteerder handelen indien het steunbedrag voortkomt uit het gebruik van overheidsprerogatieven, zoals het afzien van een belastingvordering? In de arresten EDF wordt een scherpere scheiding aangebracht tussen de beoordeling van het element ‘staatsmiddelen’ en de beoordeling van het element ‘voordeel’ in de omschrijving van steunmaatregel in artikel 107 lid 1 VWEU. Het criterium van de particuliere marktinvesteerder speelt slechts een rol bij de beoordeling of er sprake is van een voordeel en niet bij de vraag of sprake is van een bekostiging met staatsmiddelen.


Mr. drs. N. Saanen
Mw. mr. drs. N. Saanen is als universitair docent verbonden aan de TU Delft, faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).
Artikel

ACM: evolutie uit zuinigheid?

Enige beschouwingen bij de totstandkoming van de Autoriteit Consument en Markt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden ACM, Materiële wet, Instellingswet, Bevoegdheden, Informatie-uitwisseling, Rechtsbescherming
Auteurs Mr. R. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2013 verdwijnt de NMa en komt de ACM. Een nieuwe autoriteit waarin ook de OPTA en Consumentenautoriteit opgaan. Het gaat om een bezuinigingsoperatie, maar de ACM brengt meer dan dat. Er komen nieuwe bevoegdheden, er wordt gesleuteld aan zaken als de rechtsbescherming, rechtsmiddelen, de visie op handhaving. Hoe dat kan worden gewaardeerd wordt in dit artikel kritisch en met de blik vanuit het mededingingsrecht beschouwd. Daaraan voorafgaand wordt beschreven waar de wijzigingen in grote lijnen op neerkomen.


Mr. R. de Bree
Mr. R. de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten in Den Haag.
Artikel

Van placebo naar nieuwe wonderpil? Toetsing van vergunningaanvragen aan het zonebeheerplan

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden zonebeheerplannen, Wet geluidhinder, industrielawaai, geluidverkavelingsplan, geluidreductieplan
Auteurs Mr. C.A.H. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds enkele jaren wordt door gemeenten in het kader van de regulering van industrielawaai het zonebeheerplan krachtens artikel 164 WGH gebruikt bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo (voorheen betrof dit vergunningen als bedoeld in art. 8.1 Wm). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze toetsing enige tijd geleden onrechtmatig geoordeeld. Het zonebeheerplan mag niet als toetsingskader worden gebruikt bij de beoordeling van vergunningaanvragen. Daarmee is een aanzienlijke streep gezet door het lokale beleid met betrekking tot industrielawaai, voor zover dat was verankerd in een zonebeheerplan. Anders dan het geluidverkavelingsplan, kan het geluidreductieplan in enkele gevallen als alternatief gaan dienen.


Mr. C.A.H. van de Sanden
Mr. C.A.H. (Cees) van de Sanden is bestuursrechtadvocaat bij AKD te Rotterdam. Hij is gespecialiseerd in handhavings- en omgevingsrecht, in het bijzonder in het akoestische omgevingsrecht.
Artikel

Omgevingswet: gemiste of benutte kansen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Omgevingswet, integraal toetsingskader, omgevingsverordening, gefaseerde invoering, rechtsbescherming
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Omgevingswet beoogt de veelheid aan wetten in het omgevingsrecht te integreren. In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele dilemma’s in het wetgevingsproces. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan: de voorlopige keuze van de minister om de gemeentelijke structuurvisie niet te verplichten, een herhaald pleidooi voor het streven naar een integraal toetsingskader voor omgevingsvergunningen, de problematiek die samenhangt met het hanteren van twee procedures voor onderdelen van de gemeentelijke omgevingsverordening en de (te) rooskleurige manier waarop de minister aankijkt tegen de invoering van de Omgevingswet.


Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer is deeltijdhoogleraar omgevingsrecht bij de Open Universiteit en algemeen directeur van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht.


Tonny Nijmeijer
Artikel

Verbod op winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg op gespannen voet met Europees recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden winstoogmerk, winstuitkering, ziekenhuizen, gezondheidszorg, vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 februari 2012 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend, waarmee beoogd wordt winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg (i.e., ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (ZBC’s)) mogelijk te maken.1x Voorstel tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) en enkele andere wetten om het mogelijk te maken dat aanbieders van medisch-specialistische zorg, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen, winst uitkeren, Kamerstukken II 2011/12, 33 168, nr. 2. Hoewel het wetsvoorstel door de val van het kabinet-Rutte inmiddels controversieel is verklaard,2x Zie Kamerstukken II 2011/12, 33 285, nr. 5, p. 8. verdient het nadere aandacht. In dit artikel zal worden betoogd dat een van de argumenten waarom winstuitkering door ziekenhuizen en ZBC’s zou moeten worden toegestaan is, dat het winstverbod voor deze instellingen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en het voorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) op gespannen voet staat met het Europees recht.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. dr. W. Sauter voor zijn waardevolle commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
  • 1 Voorstel tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz) en enkele andere wetten om het mogelijk te maken dat aanbieders van medisch-specialistische zorg, mits zij aan een aantal voorwaarden voldoen, winst uitkeren, Kamerstukken II 2011/12, 33 168, nr. 2.

  • 2 Zie Kamerstukken II 2011/12, 33 285, nr. 5, p. 8.


Mr. dr. E. Plomp
Mr. dr. E. Plomp is arts, farmaceut en jurist en in december 2011 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Jongvolwassen delinquenten en justitiële reacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden crime, criminal law, adolescents, young adults
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan, Dr. André van der Laan, Dr. Machteld Hoeve e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last 60 years, attention has been drawn periodically to offenders in different age categories, such as young children, adolescents and young adults, and tor services and programmes that should be available for these groups. In 2011, the State Secretary of Security and Justice proposed a penal law for adolescents and young adults aged 15 to 23. Such a proposal requires a (empirical) view of young adult offenders (aged 18 to 24) and the penal sanctions they receive in comparison with adolescent (aged 12 to 17) offenders and adults (aged 25 to 30). Crime statistics show that prevalence, type and seriousness of crime committed by young adults are different from that of adolescents and adults. Self-report studies show fewer and smaller differences, but this may be explained in part by the more serious nature of offences committed by young adults, which are usually not addressed in self-reports. Outcomes support the idea that a separate approach and specific interventions for young adults are needed. Similarities with adolescents with regard to neurobiological development justify a focus on a more pedagogical and behavioral approach, which is also a key feature of penal justice for juveniles.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der laan is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Machteld Hoeve
Dr. M. Hoeve is universitair docent bij de afdeling Forensische Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Martine Blom
Drs. M. Blom is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

MSc Willemijn Lamet
W. Lamet, MSc, is promovenda bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Recht en burgerschap: een verkenning van modaliteiten

Inleiding bij een symposiumnummer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden citizenship, sociology of law, juridification, policy
Auteurs Olaf Tans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the relation between law and citizenship on the basis of five modalities. This analysis is premised on the observation that citizenship plays a central role in the contemporary debate about the development of political communities. Furthermore it is obvious that citizenship is inextricably linked to law, but it is not easy to get a clear and complete picture of this link. This is due to, on the one hand, the versatility of the concept of citizenship, and the versatility of the phenomenon law on the other. In short, the relation between law and citizenship is multifaceted, which the typology of modalities is meant to reveal.


Olaf Tans
Olaf Tans is als rechtstheoreticus en politiek wetenschapper verbonden aan het Amsterdam University College. In het algemeen houdt hij zich bezig met de relatie tussen recht, ethiek en samenleving. De laatste tijd is hij gericht op onderwerpen als burgerschap, deliberatie en de narratieve benadering van rechtsvinding.
Artikel

Gunstbetoon en medische hulpmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Gedragscode Medische Hulpmiddelen, gunstbetoon, medische hulpmiddelen, zelfregulering, reclame
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving voor medische hulpmiddelen bevat – in tegenstelling tot de wetgeving voor geneesmiddelen – nauwelijks bepalingen over reclame en in het geheel geen bepalingen over financiële relaties (gunstbetoon) tussen leveranciers van hulpmiddelen en zorgprofessionals, waaronder artsen. Met ingang van 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen in werking getreden. Deze gedragscode bindt de leden van zes koepelorganisaties van fabrikanten/leveranciers van medische hulpmiddelen en stelt onder meer voorwaarden aan het geven van geschenken, financiële ondersteuning bij (deelname aan) bijeenkomsten, betaling voor dienstverlening en sponsoring. De Gedragscode gaat uit van wederkerigheid (wat leveranciers niet mogen aanbieden, mogen zorgprofessionals ook niet aannemen). Zorgprofessionals zullen formeel echter pas aan de Gedragscode gebonden zijn indien zij deze ook als zodanig hebben onderschreven.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin. Marie-Hélène Schutjens is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

De exfiltratie van verdachte en veroordeelde criminelen

Over de onmisbaarheid van een effectieve regeling voor coöperatieve criminele getuigen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs C. Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Code of Criminal Procedure and the related guidelines of the College of Procurators-General are for all sorts of historical and ideological reasons heavily restrictive when it comes to the use of cooperative witnesses in criminal proceedings. What strikes most is that even in very serious cases it is not possible to grant a witness complete or partial immunity in exchange for his important cooperation. This contribution describes the problems arising sometimes in criminal cases wherein prosecutors, despite the existing narrow framework, make a deal with such a witness. The article outlines not only the historical and international background of the use of cooperative witnesses, but also its contemporary legal framework in the United States, Italy, the United Kingdom and Germany. The outcome of this comparative exercise is that at least the current legal provisions should be evaluated and that this evaluation should take into account the system and experiences in other countries as well as the problems of serious crime in the Netherlands and the leniency policies that govern the efforts to contain serious white collar crime like e.g. cartels.


C. Fijnaut
Prof. dr. em. Cyrille Fijnaut was tot voor kort als hoogleraar internationaal en vergelijkend strafrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans voorzitter van de Toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS).

    The Netherlands public-service broadcasting system is confronted with an austerity policy of the present liberal-christian democrat minority cabinet, supported by the populist Party for Freedom. The Rutte cabinet also aims at scaling back the amount of large member-based broadcasting associations. Merger talks are now high on the agenda in Hilversum. Apart from the large member-based broadcasters a small amount of airtime is given to several broadcast organizations that represent the main religious or spiritual communities (catholic, protestant, jewish, buddhist, humanist, hindu, islamic). They are also involved in the merger talks. This article clarifies their present position in the Dutch broadcasting system under the Media Act. It is argued that they should integrate to form one, internally pluralist, task-based broadcaster for ‘higher things’, especially in order to stimulate religious encounters and dialogue.


Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. goede@wrr.nl.
Artikel

Jeugdzonde, eeuwig zonde?

Een onderzoek naar de beoordelingswijze van Verklaring Omtrent het Gedrag-aanvragen van jongeren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile ex-offenders, collateral sentencing, conduct certificate, legitimacy
Auteurs Elina Kurtovic
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to examine the practice of the decision making on conduct certificate requests of juvenile ex-offenders, as there has not been done any empirical research on this topic so far. 57 cases are studied in order to answer the question whether the decision making meets the legal and penological justifications for collateral sentencing. Conclusion is the decisions are not proportional as to the seriousness of the risks which are aimed to be prevented and the relation between the past convictions and the desired job. Moreover, the requests are being individually assessed, yet more weight should be attached to the age, interests and positive developments of juvenile ex-offenders. Only then, the decisions can be regarded legitimate and proportional and do hinder juvenile ex-offenders’ successful reintegration into society.


Elina Kurtovic
Elina Kurtovic is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De beoordeling van een VOG-aanvraag

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden declaration of good conduct, integrity, screening, moral policy
Auteurs Mr. drs. Roy Wildemors
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, Roy Wildemors explains how the Central Organisation for Certificates of Good Conduct decides on an application for a certificate of good conduct (CGC). First, it is determined whether the applicant has a criminal record that is relevant to the purpose for which the CGC has been applied for. If he does not have one, the CGC will be granted. If he has, specific personal circumstances will be taken into account, e.g. the number of antecedents, his age and the time that has passed since his last antecedent. Finally, his interests will be balanced against those of society.


Mr. drs. Roy Wildemors
Mr. drs. Roy Wildemors is medewerker Juridische Zaken en Uitvoeringsbeleid bij de Dienst Justis.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.