Zoekresultaat: 49 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Vrouwen en witteboordencriminaliteit

Theorieën en hypothesen over sekseverschil

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Witteboordencriminaliteit, Vrouwelijke delinquenten, Feminisme
Auteurs Wim Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    White-collar crime is mostly committed by men. It remains to be seen if this will stay this way. Increasing numbers of women succeed in attaining management positions in organizations. Could we therefore expect an increase in female white-collar crime?Criminological theories on female crime and on white-collar crime lead to contradicting hypotheses.Research on white-collar and organizational crime predominantly produces a situational hypothesis explanation according to which we could expect that the rise of women in organizational hierarchies will also bring more female white-collar crime.Research on female delinquency might lead to an opposite gender-difference hypothesis that would predict less white-collar crime, because they have a lesser tendency to show risky behavior.In this article, both assumptions will be elaborated for further research, against the background of possible gender bias in the relation between women and white-collar crime.


Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.
Artikel

Mannelijkheid en detentie

De waarde van mannelijkheidsstudies voor gevangenissociologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Detentie, Hegemoniale mannelijkheid, Gevangenis
Auteurs Valesca Lippens
SamenvattingAuteursinformatie

    Gender, in criminological research, often refers to women. Although ‘masculinities’ and crime have been intertwined internationally for more than two decades, this isn’t so for Dutch research. Based on this international critique, this article introduces the masculinities approach in Dutch penology. Prisons are generally considered as hypermasculine settings (Toch, 1998), but this hypothesis is seldom explored within a gender framework. Nevertheless, ‘doing masculinity’ is an important coping strategy for male prisoners (Jewkes, 2005). This gap is tackled on two levels: (1) the conceptualization of ‘hegemonic masculinity’ and (2) a critical, masculinity-oriented analysis of the existing knowledge on prison life, prison culture and prison hierarchy. It aims to tackle prison masculinity stereotypes, since traditional penal insights aren’t necessarily valid from a gender point of view (Evans & Wallace, 2008). Therefore, we conclude by analyzing the value of masculinity studies for penology.


Valesca Lippens
V. Lippens is onderzoekster bij de vakgroep Criminologie, Vrije Universiteit Brussel (Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek), valesca.lippens@vub.ac.be.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Downloaders van kinderporno

Een overzicht van de literatuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Kinderporno, Downloaden, Zedencriminaliteit, Literatuurstudie
Auteurs Anton van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the physical abusers of children, little is known about downloaders of child pornography. The key questions in this article are: who are the downloaders, what are their backgrounds, why and how they download child pornography, how they behave offline and online and what types of downloaders can be distinguished? A simple answer to these questions is currently impossible to give. There is more, preferably longitudinal, research needed on risk factors for downloading child pornography and the various types of downloaders. Combating the downloaders requires a lot of the police in terms of international cooperation and up to date knowledge and expertise. This also served the treatment practices, which is partly dependent on a properly conducted police investigation.


Anton van Wijk
Dr. mr. A.Ph. van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke. E-mail: a.vanwijk@beke.nl.
Artikel

Gekocht, maar niet gekregen

Slachtofferschap van online oplichting nader onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Online oplichting, Slachtofferschap, Slachtofferenquête, Lage zelfcontrole
Auteurs Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    Consumer fraud seems to be widespread, yet little research is devoted to understanding why certain social groups are more vulnerable to this type of victimization than others. The present paper deals with internet consumer fraud victimization, and uses an explanatory model that combines insights from self control theory and routine activity theory. The results from large-scale victimization survey data among the Dutch general population (N=6,201) reveal that people with low self-control run substantially higher victimization risk, as well as people performing ‘risky’ routine activities, such as online shopping and participation in online forums. Though a minority share of the self-control-victimization link is indirect – because people with low self-control are more involved in risk-enhancing routine activities – a large direct effect on internet fraud victimization remains. This suggests that, within similar situations, people with poor impulse control respond differently to deceptive online commercial offers.


Johan van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is werkzaam als universitair docent Criminologie aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Contactadres: postbus 9520, 2300 RA Leiden. Tel. 071-5277418. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Verzorging van een functionerende lokale zorgmarkt: mogelijk tekortkomingen beleid NMa en NZa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorggroepen, ketenzorg, zorgmarkt, zorgaanbieders
Auteurs Mr. P.D. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Richtsnoeren Zorggroepen zetten de NMa en de NZa het beleid inzake (multidisciplinaire) samenwerking door zorgaanbieders op lokale zorgmarkten uiteen. Het mededingingsrecht wordt op te formele wijze toegepast. Enerzijds wordt de samenwerking tussen onafhankelijke zorgaanbieders te veel beperkt, terwijl anderzijds het ontstaan van marktmacht op lokale markten niet wordt voorkomen. De lokale aard van de markt en de aard van de zorgsector brengen enkele specifieke problemen met zich die onvoldoende lijken te zijn meegewogen. Een mogelijke oplossing is het creëren van een groepsvrijstelling voor ketenzorg onder het kartelverbod.


Mr. P.D. van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP in Amsterdam.
Artikel

Vertrouwen in toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, vertrouwen, controle
Auteurs Dr. ir. F.E. Six
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Nederlandse debat over de rol van vertrouwen in toezicht en handhaving heerst verwarring over het begrip vertrouwen. Dit artikel kijkt kritisch naar de argumenten en schept meer duidelijkheid over het begrip en de voor toezicht belangrijke relatie tussen vertrouwen en controle. Vertrouwen is onvermijdelijk aan de orde in toezichtrelaties en kan dus het beste expliciet in toezichttheorie geconceptualiseerd worden. De conceptualisatie van vertrouwen in de responsieve toezichttheorie van Braithwaite e.a. is echter aan herziening toe. Aan de hand van recente inzichten uit de vertrouwensliteratuur worden uitgangspunten en contouren van een mogelijke vertrouwensbenadering in toezicht geschetst.


Dr. ir. F.E. Six
Dr. ir. F.E. Six MBA is werkzaam aan de Vrije Universiteit, Afdeling Bestuurswetenschappen.
Artikel

Zorgplichten in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Concern, zorgplichten, moedermaatschappij, concernholding, maatschappelijk verantwoord ondernemen, MVO
Auteurs Prof. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het begrip zorgplicht een rol speelt of zou kunnen spelen in concernverhoudingen, binnen groepen van vennootschappen. Daarbij wordt er in het bijzonder ingegaan op de moedermaatschappij of concernholding. In dit kader komen onder meer de volgende vragen aan bod: welk belang wordt er met zorgplicht gediend? Op welke wijze dient de moedermaatschappij de zorgplichten te vervullen? Wat zijn de gevolgen van schending van de zorgplicht? En hoe dient het fenomeen zorgplicht tegen de achtergrond van de daarmee beoogde doelen, als deze al expliciet gemaakt kunnen worden, te worden beoordeeld?


Prof. J.B. Huizink
Prof. J.B. Huizink is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Herwaardering van certificering als beschermingsconstructie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Administratiekantoor, beschermingsconstructies, certificering, certificering van aandelen, Dutch discount, market for corporate control
Auteurs Mr. J. de Koning Gans en Prof. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wijst uit dat aandeelhoudersactivisme het vennootschappelijk belang kan bedreigen. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de meest adequate vorm van bescherming van een beursvennootschap tegen een vijandige overname is. Allereerst worden de in Nederland meest voorkomende beschermingsconstructies besproken en geëvalueerd. De auteurs constateren vervolgens dat aan elke beschermingsmaatregel voor- en nadelen kleven. Deze voor- en nadelen hebben betrekking op de toereikendheid van de bescherming of de aanvaardbaarheid van de inperking van de zeggenschap van kapitaalverschaffers. Vergeleken met de andere behandelde beschermingsconstructies lijkt certificering echter volgens de auteurs het best aan beide criteria te voldoen. De auteurs sluiten deze bijdrage af met enkele aanbevelingen ten aanzien van het bestuur van het Administratiekantoor (AK) die de certificaten uitgeeft teneinde de onafhankelijkheid van het AK te kunnen waarborgen en certificering in het algemeen als meest aanvaardbare beschermingsconstructie te kunnen aanmerken.


Mr. J. de Koning Gans
Mr. J. De Koning Gans is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in de master Recht en Onderneming.

Prof. W.J. Oostwouder
Prof. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Earn-outs: smeerolie voor overname deals?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden earn-out, bedrijfsovername, koper, verkoper
Auteurs Mr. A.M. van Hekesen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het juridische instrument van de earn-out centraal. Allereerst wordt ingegaan op de redenen voor partijen om een earn-out overeen te komen, vervolgens worden verschillende aspecten van de vorm en inhoud van earn-outs besproken. En ten slotte wordt een aantal juridische aandachtspunten van earn-outs behandeld, waaronder de vraag of op de koper een bepaalde inspanningsverplichting kan rusten om te zorgen dat de earn-out targets worden behaald.


Mr. A.M. van Hekesen
Mr. A.M. van Hekesen is bedrijfsjurist bij Philips.
Artikel

Het beëindigen van overnamecontracten door de koper in crisistijd

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden overnamecontracten, economische crisis, onvoorziene omstandigheden, MAC-clausule
Auteurs Mr. S.S.D. Nizamoeddin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op een tweetal mogelijke escapes voor de koper uit een door de economische crisis onaantrekkelijk geworden overnametransactie. De revue zullen passeren het leerstuk van onvoorziene omstandigheden en de zogenoemde material adverse change-clausule.


Mr. S.S.D. Nizamoeddin
Mr. S.S.D. Nizamoeddin is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

    How can the social environment of a prison be accurately assessed? Why is it important to measure? How should the prison experience be represented in empirical research? How do we capture distinctions between prisons, which can be good or bad in so many different ways? There is considerable consensus about the inadequacy of narrow and selective performance measures, such as hours spent in purposeful activity or serious assaults, in representing prison quality. The difficulties are both methodological and conceptual. This paper will outline one attempt to address these questions in England and Wales. Based on a series of studies aimed at identifying and measuring aspects of prison life that ‘matter most’, prisoners describe stark differences in the moral and emotional climates of prisons serving apparently similar functions. The ‘differences that matter’ are in the domain of interpersonal relationships and treatment. A developmental programme of empirical research on the quality of life in prison suggests that (a) some prisons are more survivable than others and (b) important differences in identifiable aspects of prison quality exist and may be related to outcomes. These findings have implications for our understanding of the meaning of terms like ‘inhuman and degrading’ treatment as well as for our uses and expectations of the prison.


Alison Liebling
Alison Liebling is hoogleraar Criminology & Criminal Justice aan de Universiteit van Cambridge en is directeur van het Prison Research Centre.

    In recent years there is an increasing trend towards semi-public space. This article seeks to explain this trend. As the heterogeneity of society grows, it becomes more difficult to deal with different groups within one's living environment. Residents prefer a sheltering living environment that attracts similar groups and excludes those they would rather avoid. Social engineering through architecture has a long history: municipalities used to combine the design of neighbourhoods and public spaces with a social agenda of community building. Later, as society evolved, the prevention of friction between people and the creation of public meeting places became leading principles, but never exclusion. However, public housing associations and developers are increasingly accommodating preferences for sheltered living environments by the creation of collective space, appropriating public space and the temporary use of undeveloped space. Three cases illustrate this.


L. Bijlsma
Drs. Like Bijlsma is verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag.

M. Galle
Drs. Maaike Galle is verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag.

J. Tennekes
Drs. Joost Tennekes is verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag.
Artikel

Gemeentelijke regie in de veiligheidszorg

Schets van relevante factoren en een wetsvoorstel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden gemeente, regie, wetsvoorstel, lokaal veiligheidsbeleid
Auteurs Jan Terpstra en Mirjam Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In the local governance of public safety many different organizations are involved. These organizations cooperate in local networks or partnerships to manage problems related to crime and disorder. In the Netherlands the local government should coordinate the cooperation between these organizations and their activities. Research shows that in practice this coordination has many serious shortcomings.
    Therefore the Dutch government proposed a new Act to promote the local government’s capacities to coordinate these networks and local policies of public safety (Wet op de gemeentelijke regierol lokale integrale veiligheid). At this moment this proposal has not yet been submitted to the Dutch Parliament.
    This Act will create new obligations and powers for the local government. According to this Act every four years local councils will have to establish a public safety policy plan based on an analysis of local problems of crime and disorder. Local governments should make formal agreements with the local partner agencies about their activities. Additionally the Act will provide local governments with the power to enforce these cooperation and contributions and to sanction it.
    Research shows that many of the problems that arise in the coordination of these networks and partnerships result from the local governments themselves. Often the governmental support and commitment to local safety issues are insufficient, the local administration is highly fragmented, the coordination is often poorly implemented and local administration often have a bureaucratic culture that is hard to reconcile with the need to react quickly to urgent local problems.
    Considering these problems the authors argue that this proposed Act is not an adequate solution for the problems that arise in the coordination of local safety policies and partnerships.


Jan Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is hoogleraar Criminologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Criminologisch Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. E-mail: j.terpstra@jur.ru.nl.

Mirjam Krommendijk
Drs. Mirjam Krommendijk is werkzaam als onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Criminologisch Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. E-mail: m.krommendijk@jur.ru.nl.
Artikel

Lokaal veiligheidsbeleid in Nederland en België: op zoek naar verschil

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden lokaal veiligheidsbeleid, politie, gemeente, Nederland en België
Auteurs Lex Cachet en Ruth Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Public safety has always been a core task for local, municipal authorities. However, until rather recently only the police has been actively involved in addressing local problems of public safety and maintaining order instead. Local public safety policy – as a responsibility for local authorities together with many other partners – is a relatively new phenomenon.This article compares the main developments and trends in local public safety policy in the Netherlands and Belgium. Special attention is paid to the role and position of the local, municipal authorities. What strikes most, are the strong similarities between the two countries. National governments played an important and catalyzing role in the development of public safety policy in the Netherlands as well as in Belgium. After many years and not without a lot of trouble, the monopoly of the police on designing and implementing policy for addressing public safety and order came to an end in both countries. Which, amongst other effects, presented the local authorities with new challenges.


Lex Cachet
Dr. Lex Cachet is universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Opleiding Bestuurskunde. E-mail: cachet@fsw.eur.nl.

Ruth Prins
Ruth Prins MSc is promovendus Burgemeester en Veiligheid, Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Opleiding Bestuurskunde. E-mail: prins@fsw.eur.nl.
Artikel

Een beloningscode voor de financiële sector

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beloningsbeleid financiële sector, corporate governance,, Code Banken, financiële onderneming
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft betrekking op het beloningsbeleid in de financiële sector. Allereerst wordt ingegaan op toegenomen aandacht voor de beloningen in de financiële sector en op de opbouw en reikwijdte van de verschillende initiatieven. Vervolgens worden de verschillende initiatieven op het gebied van het beloningsbeleid in de financiële sector met elkaar vergeleken. Die vergelijking mondt uit in een (model) beloningscode die weergeeft wat goede corporate governance op het gebied van het beloningsbeleid zou kunnen zijn. Deze (model) beloningscode zouden financiële instellingen of financiële ondernemingen kunnen gebruiken als leidraad bij het vaststellen en uitvoeren van hun beloningsbeleid. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele afsluitende opmerkingen.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Naar de beurs anno 2010

Een overzicht van een beursgang en recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beursgang, rulebooks Euronext, Initial Public Offering (IPO), prospectus
Auteurs Mw. Mr. S.N. Demper en Mr. M.T.G. Schoonewille
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het proces van een beursgang geschetst met daarbij aandacht voor de noteringsaanvraag bij Euronext Amsterdam. In dit kader wordt ingegaan op diverse onderwerpen die betrekking hebben op de beursgang, waaronder de emissiestructuur, de underwriting agreement, prijsbepaling en de post-IPO fase. Hiernaast wordt stilgestaan bij twee gesignaleerde actualiteiten op het gebied van kapitaalmarkten en de beursgang, te weten (1) het fenomeen dual listing via de fast path-procedure en (2) het nieuwe project ‘Fast Track to Liquidity: IPO Roadmap to the Netherlands’ van het Holland Financial Centre.


Mw. Mr. S.N. Demper
Mw. mr. S.N. Demper is als junior docent/onderzoeker verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.T.G. Schoonewille
Mr. M.T.G. Schoonewille is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Londen.
Artikel

Verscherping van het toezicht op trustkantoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden trustkantoren, verscherping, toezicht, belastingontwijking, witwassen
Auteurs Mr. M.T. van der Wulp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2010 wordt de ‘verscherping’ van het toezicht op trustkantoren ingeluid. Verkopers van rechtspersonen worden duidelijker onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gebracht, terwijl kantoorverhuurbedrijven die uitsluitend domicilie verlenen (eventueel met ‘receptiewerkzaamheden’) worden uitgezonderd. Op beide punten constateerde DNB een handhavingslacune, die met deze reparatiewet wordt weggenomen. In het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2012, wordt voorts uitvoering gegeven aan de toezeggingen, gedaan in het Evaluatierapport Wtt (ministerie van Financiën, 2010), om door verscherping van het toezicht ook ‘virtuele trustkantoren’ onder het bereik van de Wtt te brengen.


Mr. M.T. van der Wulp
Mr. M.T. van der Wulp is promovendus aan de Sectie Strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Hoe landelijke inspectiediensten omgaan met systeemtoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, compliance management, metaregulation, zelfregulering, systeemgericht toezicht, toezicht
Auteurs Dr. ing. M.A. de Bree MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat inspectiediensten verstaan onder systeemtoezicht en hoe zij dit toepassen. Er blijken grote verschillen te zijn in zowel de gebruikte definities als in de praktische toepassing. De toezichthouder kan met behulp van systeemtoezicht, mits juist toegepast, ervoor zorgen dat grote bedrijven maatschappelijke belangen borgen in hun organisatie. De toezichthouder moet hierbij enerzijds niet te goedgelovig zijn en altijd fysieke controles blijven doen. Anderzijds moet hij ervoor waken niet overmatig te controleren waardoor de voordelen van systeemtoezicht weer teniet zouden worden gedaan. Systeemtoezicht en bestraffing verdragen elkaar slecht doordat bestraffing het leereffect negatief kan beïnvloeden.


Dr. ing. M.A. de Bree MBA
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is directeur van Next Step Management B.V. en verbonden aan het Erasmus Instituut Toezicht & Compliance.
Artikel

The DIS Mediation Rules

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2010
Trefwoorden mediation, alternative dispute resolution, consensual
Auteurs Prof. dr. Stephan Breidenbach en Dr. Holger Peres
SamenvattingAuteursinformatie

    As a consensual dispute resolution method, mediation is gaining ever more practical significance. Above all, businesses are beginning to understand that mediation poses little risk of failure, while offering a realistic chance of continuing, and in some cases even developing, business relationships. To meet real-life demands, the German Institution of Arbitration (DIS) now provides new mediation rules as part of a whole set of new dispute resolution rules.


Prof. dr. Stephan Breidenbach
Stephan Breidenbach is a tenured professor of civil law, law of civil procedure, and international business law at Europe University Viadrina in Frankfurt (Oder), Germany. He contributed to the design of the DIS dispute resolution system.

Dr. Holger Peres
Holger Peres is an attorney and partner at BEITEN BURKHARDT Rechtsanwaltsgesellschaft mbH in Munich, Germany. He contributed to the design of the DIS dispute resolution system.
Toont 1 - 20 van 49 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.