Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 103 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Artikel x
Artikel

Apple’s APPA

Nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken? Een economisch commentaar

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden online verticale restricties, netwerkeffecten, most favoured nation clauses, across-platforms parities agreement, transactiekosten
Auteurs Drs. Matthijs Visser en Dr. Jan Kees Winters
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij online transacties is vaak sprake van platforms die transactiekosten tussen aanbieders en vragers van producten verlagen. Om investeringen in platforms tegen free riding te beschermen, kunnen platforms met de aanbieders die actief zijn op het platform een across-platforms parities agreement (APPA) afspreken: aanbieders beloven hun producten of diensten niet voor een lagere prijs aan te bieden via een ander platform/distributiekanaal. Mededingingsautoriteiten zien APPAs’ nogal eens als mededingingsbelemmerend. De Apple-casus illustreert juist hoe toetreding mogelijk kan worden door middel van een APPA. Onze conclusie is dat (verticale) afspraken een beoordeling van een concrete casusspecifieke theory of harm vereisen.


Drs. Matthijs Visser
Drs. M. Visser is partner bij RBB Economics.

Dr. Jan Kees Winters
Dr. J.K. Winters is principal bij RBB Economics.
Artikel

Risicoverevening en staatssteun in het Nederlandse zorgstelsel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden staatssteun, risicoverevening, zorgstelstel, zorgverzekeraar, verzekeringssysteem
Auteurs Prof. dr. Jan Boone, Dr. Rein Halbersma en Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Risicoverevening is een belangrijk thema in de regulering van zorgmarkten waar sprake is van particuliere zorgverzekeraars. Het kan zelfs als noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van een dergelijk verzekeringssysteem worden gezien. Dat geldt zeker voor het Nederlandse zorgstelsel dat in 2006 werd ingevoerd. Tegelijk is risicoverevening mogelijk problematisch in de Europeesrechtelijke context, in het bijzonder met betrekking tot de regels over staatssteun. Deze bijdrage wil economische argumenten en het Europese juridische kader ten aanzien van risicoverevening combineren.


Prof. dr. Jan Boone
Prof. dr. J. Boone is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de economische faculteit van Tilburg University.

Dr. Rein Halbersma
Dr. R. Halbersma is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

Horizontale werking van het EU-Grondrechtenhandvest: de kogel lijkt door de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Richtlijn 2002/14/EG, Recht op informatie en raadpleging van werknemers binnen een onderneming, EU-Handvest van de Grondrechten, Algemene beginselen van EU-recht, Horizontale werking
Auteurs Prof. mr. H.C.F.J.A. de Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen bepalingen uit het EU-Handvest van de Grondrechten worden ingeroepen in horizontale verhoudingen, dat wil zeggen in gedingen waarin twee private partijen tegenover elkaar staan? In het arrest Association de médiation sociale lijkt het Hof van Justitie deze principevraag bevestigend te beantwoorden. Daarbij onderstreept het bovendien de vitaliteit van de Mangold/Kücükdeveci-rechtspraak, waarin al eerder werd uitgemaakt dat richtlijnbepalingen die een uitwerking vormen van een algemeen beginsel van EU-recht, onder omstandigheden eveneens als zodanig in gedingen tussen particulieren kunnen worden toegepast. Tegelijkertijd houdt het Hof van Justitie zich echter op de vlakte en krijgen de theoretische mogelijkheden geen praktisch vervolg, omdat er in casu een beroep werd gedaan op een onvoldoende concrete Handvestbepaling. Ogenschijnlijk heeft het hiermee niettemin een beslissende stap gezet, en is voor toekomstige gevallen de kogel door de kerk.HvJ EU 15 januari 2014, zaak C-176/12, Association de médiation sociale/Union locale des syndicats CGT, Hichem Laboubi, Union départementale CGT des Bouches-du-Rhône, Confédération générale du travail, n.n.g.


Prof. mr. H.C.F.J.A. de Waele
Prof. mr. H.C.F.J.A. (Henri) de Waele is hoogleraar internationaal en Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gastprofessor Europees institutioneel recht aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De EU-bevoegdheid betreffende de externe coördinatie van sociale zekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, externe betrekkingen, associatieovereenkomsten, rechtsbasis, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 48 VWEU kent aan de EU-wetgever de bevoegdheid toe de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten te coördineren teneinde het vrij verkeer van werknemers binnen de EU te faciliteren. In twee door het Verenigd Koninkrijk tegen de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 263 VWEU ingestelde beroepen, diende het Hof van Justitie zich te buigen over de vraag of de EU-wetgever deze bevoegdheid voor ‘interne’ coördinatie ook kan aanwenden voor een besluit gericht op de uitbreiding van de Socialezekerheidsverordening 883/2004 tot het grondgebied en de onderdanen van derde landen. Het Hof van Justitie oordeelt dat de EU-wetgever dat kan: artikel 48 VWEU kan de rechtsbasis vormen voor een besluit gericht op een dergelijke ‘externe’ coördinatie van sociale zekerheid indien derde staten op basis van associatieakkoorden voor doeleinden van socialezekerheidscoördinatie reeds zijn gelijkgesteld aan EU-lidstaten. Deze bijdrage analyseert de twee arresten en beziet de mogelijke implicaties.HvJ EU 26 september 2013, zaak C-431/11, Verenigd Koninkrijk/Raad van de Europese Unie, n.n.g. en HvJ EU 27 februari 2014, zaak C-656/11, Verenigd Koninkrijk/Raad van de Europese Unie, n.n.g.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan Maastricht Center for European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

Kaveh Puid, Abdullahi en de Dublin-Verordening: uitleg bij een haperend asielsysteem, gemiste kans wat betreft de rechtsbescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Dublin-Verordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, rechtsbescherming, EU-Grondrechtenhandvest, asielzoeker
Auteurs Mr. dr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de uitspraken Kaveh Puid en Abdullahi geeft het Hof van Justitie nadere uitleg over de toepassing van de zogenoemde Dublin-Verordening inzake de vaststelling van een voor de behandeling van een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat. Hoewel het Hof van Justitie in het Puid-arrest nog eens de verantwoordelijkheid van de overdragende lidstaat onderstreept om de Dublin-criteria zodanig toe te passen dat de asielzoeker niet de dupe wordt van eindeloze procedures, zijn beide uitspraken teleurstellend voor wat betreft de uitleg inzake de rechtsbescherming van asielzoekers tegen overdrachtsbesluiten.HvJ EU 14 november 2013, zaak C-4/11, Bundesrepublik Deutschland/Kaveh Puid, n.n.g., HvJ EU 10 december 2013, zaak C-394/12, Abdullahi/Bundesasylamt, n.n.g.


Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr.dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair hoofddocent bij de sectie migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Zwarte kaviaar

Over criminele netwerken, illegale handel en de bedreiging van de steur

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2014
Trefwoorden black caviar, Caspian Sea, sturgeon population, illegal fishing, illegal trading
Auteurs D. Siegel en D. van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The trade in caviar has a rich and colorful history, influenced over thousands of years by many cultures, societies and in the last decades by regulation. Based on qualitative research, including literature, media analysis and interviews, this article presents the first preliminary results of the authors’ ongoing research. The value of caviar is historically discovered in the context of social change, political relationships and environmental change and the role of organized crime is described, as the scarcity of caviar has offered the unique opportunity to fish illegally, smuggle and trade contraband to mainly European countries with millions in profits. Although due to overexploitation ‘wild caviar’ is increasingly difficult to obtain, the demand in the context of exclusivity and scarcity remains intact by the upper class society desire for edible gold.


D. Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.

D. van Uhm
Drs. Daan van Uhm is als promovendus en junior universitair docent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

De provinciale Verordening ruimte als instrument voor verduurzaming van de veehouderij

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden provinciale Verordening ruimte, veehouderij, milieunormen, duurzaamheid
Auteurs Mr. P.B. Bokelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De schaalvergroting en intensivering in de veehouderij hebben met name in de concentratiegebieden geleid tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie bezien op welke wijze deze verslechtering door middel van de Verordening ruimte kan worden tegengegaan. Vervolgens wordt aan de hand van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant kritisch bezien of het mogelijk is dit verslechterde woon- en leefklimaat te verbeteren en tegelijkertijd de verduurzaming van de veehouderij te bevorderen. Geconcludeerd wordt dat door middel van de algemene regels van de provinciale Verordening ruimte de vestiging en uitbreiding van veehouderijen in aangewezen gebieden kunnen worden beperkt of verboden, zelfs als daarmee wordt afgeweken van een reconstructieplan of wanneer reeds maatregelen zijn getroffen op grond van de regelgeving ter bestrijding van dierziekten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat in de Verordening ruimte ook milieunormen kunnen worden opgenomen, tenzij daardoor strijd ontstaat met andere wetgeving. Daarmee zou de Verordening ruimte in beginsel de mogelijkheid bieden om het woon- en leefklimaat te verbeteren en tevens de duurzaamheid van de veehouderij te bevorderen. Echter, de wijze waarop de milieunormen in de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant zijn vormgegeven, lijkt – vooral met betrekking tot de normen voor geur en fijn stof – juridisch kwetsbaar. De toekomst zal daarom moeten uitwijzen of de provinciale Verordening ruimte ook een bruikbaar instrument is voor de verduurzaming van de veehouderij.


Mr. P.B. Bokelaar
Mr. P.B. (Peter) Bokelaar is senior (juridisch) beleidsmedewerker bij de directie Duurzaamheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Gezondheidsrisico’s van veehouderijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden veehouderijen, gezondheid, milieunormen, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. P.P.A. Bodden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag hoe de gezondheidsrisico’s (zoönosen en endotoxinen) van veehouderijen via het omgevingsrecht worden gereguleerd. Daarbij worden achtereenvolgens de jurisprudentie over ruimtelijke besluiten, de jurisprudentie inzake milieubesluiten en te verwachten beleid aan de orde gesteld. Tot slot zal aan de hand van de Q-koortsepidemie worden geïllustreerd hoe het systeem thans werkt.


Mr. P.P.A. Bodden
Mr. P.P.A. (Paul) Bodden is advocaat bij Hekkelman Advocaten & Notarissen te Nijmegen.
Artikel

Ambtshalve toetsing in hoger beroep

Over de omvang van het hoger beroep en het door de grieven ontsloten gebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden hoger beroep, grievenstelsel, openbare orde, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het arrest Heesakkers/Voets (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691) is weer eens de vraag onder de aandacht gebracht welke plaats ambtshalve toetsing inneemt in het Nederlandse appelprocesrecht en meer in het bijzonder hoe die toetsing zich verhoudt tot het grievenstelsel. In hoeverre is de rechter in hoger beroep buiten de grieven om tot ambtshalve toetsing gehouden? De auteur geeft uitleg over de begrippen ‘omvang van het hoger beroep’ en ‘het door de grieven ontsloten gebied’ en bespreekt welke ruimte het Nederlandse appelprocesrecht biedt om ambtshalve te toetsen aan bepalingen van openbare orde. De in dit verband relevante procesrechtelijke begrippen blijken in literatuur en jurisprudentie niet altijd eenduidig te worden gebruikt, waardoor verwarring op de loer ligt. De auteur concludeert dat het oordeel van de Hoge Raad in Heesakkers/Voets past binnen het bestaande kader van de ambtshalve toetsing in hoger beroep aan de regels van openbare orde.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock is raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en medewerker van TCR.
Artikel

Toegetreden vennoot van een VOF niet aansprakelijk voor reeds bestaande schulden?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2014
Trefwoorden vennootschap onder firma, VOF, aansprakelijkheid, artikel 19 WvK
Auteurs Mr. L.A. Cammelbeeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een recente uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 19 februari 2014 besproken, waarin is beslist dat een toetredende vennoot voor reeds bestaande schulden van de VOF niet aansprakelijk is.


Mr. L.A. Cammelbeeck
Mr. L.A. Cammelbeeck is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de reikwijdte, toepassing en procedure van het voorontwerp grensoverschrijdende omzetting kapitaalvennootschappen.


Mr. M.P. van Agt
Mr. M.P. van Agt is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Art. 2:207c BW is vervallen – leve de steunverlening?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden steunverlening, aansprakelijkheid, tegenstrijdig belang, doeloverschrijding, pauliana
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het schrappen van artikel 2:207c BW is het leerstuk van de (financiële) steunverlening verleden tijd. Naar huidig recht moet steunverlening worden getoetst aan de algemene regels voor bestuurshandelen. In deze bijdrage wordt ingegaan op het aansprakelijkheidskader en de betekenis van de regels inzake doeloverschrijding, tegenstrijdig belang en de pauliana.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is wetenschappelijk medewerker bij NautaDutilh te Amsterdam en verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Bitcoin-verzekering. Een kans voor de financiële sector om klantbelang centraal te stellen in innovatieve productontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Bitcoin, virtueel geld, vermogensrecht naar buitenlands recht, verzekering, consumentenbescherming
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg, Mr. J.W.P.M. van der Velden en Mr. C.W.M. Vergouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De juridische kwalificatie van het virtuele geld ‘Bitcoin’ zorgt wereldwijd voor hoofdbrekens. Auteurs concluderen dat de Bitcoin zich als vermogensrecht naar buitenlands recht kwalificeert. Om de ontwikkeling van virtueel geld positief te beïnvloeden en meer consumentenbescherming te kunnen bieden, wordt een aanzet gegeven tot ontwikkeling van een Bitcoin-verzekering.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en research fellow van Tilburg University.

Mr. J.W.P.M. van der Velden
Mr. J.W.P.M. van der Velden is advocaat bij Keijser Van der Velden N.V. te Nijmegen en fellow bij het Instituut voor Financieel Recht, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. C.W.M. Vergouwen
Mr. C.W.M. Vergouwen is Compliance Consultant bij Achmea.
Artikel

Ben ik mijn broeders hoeder? De bijzondere zorgplicht van banken bij beleggingsfraude nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden beleggingsfraude, piramidespel, zorgplicht, derden, bank
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een relevant recent door het Gerechtshof Den Haag gewezen arrest bespreekt de auteur een aantal aspecten van de bijzondere zorgplicht die een bank jegens (potentiële) slachtoffers van beleggingsfraude heeft.


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is in april 2014 aan de Universiteit van Amsterdam op de bijzondere zorgplicht van banken in gevallen van beleggingsfraude afgestudeerd. Hij begint in september als advocaat-stagiair.
Artikel

Overschrijding van de redelijke termijn door rechterlijke instanties. (Nieuwe) wegen naar aansprakelijkheid en schadevergoeding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden overheidsaansprakelijkheid, redelijke termijn, immateriële schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs deed zich in een onteigeningsprocedure voor de Hoge Raad de kans voor om algemene opmerkingen te maken over aansprakelijkheid van de overheid voor overschrijding van de redelijke termijn in civiele procedures. Anders dan in het bestuursprocesrecht is hiervoor een afzonderlijke gang naar de (kanton)rechter nodig. Materieel zoekt de Hoge Raad echter aansluiting bij de vaste bedragen en de factoren inzake termijnoverschrijding, zoals die kenbaar zijn uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechters en het EHRM.


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Toont 1 - 20 van 103 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.