Zoekresultaat: 39 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

The Balance between Data Protection and Investigative Powers of Governments

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2014
Trefwoorden data protection, privacy, personal data, Patriot Act
Auteurs A. Lombard en E.W. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    An overview of the restrictions of the Dutch Data Protection Act concerning the transfer of processing of personal data outside of the EEA, the powers conferred by U.S. Federal Laws with respect to access by intelligence and law enforcement authorities to personal data, and the associated risks faced by businesses.


A. Lombard
A. Lombard is a lawyer at Allen & Overy Amsterdam.

E.W. Stein
E.W. Stein is a lawyer at Allen & Overy Amsterdam.
Artikel

Access_open Alternative Methodologies: Learning Critique as a Skill

Tijdschrift Law and Method, 2013
Trefwoorden governmentality, methodology, method, skill
Auteurs Bal Sokhi-Bulley
SamenvattingAuteursinformatie

    How can we teach critical legal education? The article tackles this key question by focusing on the role of methodology in legal education and research. I argue that critical legal education requires marketing methodology as a ‘skill’, thereby freeing it from what students and researchers in Law often view as the negative connotations of ‘theory’. This skill requires exploring ‘alternative methodologies’ – those critical perspectives that depart from legal positivism and which Law traditionally regards as ‘peripheral’. As an example, the article explores the Foucauldian concept of governmentality as a useful methodological tool. The article also discusses the difference between theory, methodology and method, and reviews current academic contributions on law and method(ology). Ultimately, it suggests a need for a ‘revolt of conduct’ in legal education. Perhaps then we might hope for students that are not docile and disengaged (despite being successful lawyers) but, rather, able to nurture an attitude that allows for ‘thinking’ (law) critically.


Bal Sokhi-Bulley
Bal Sokhi-Bulley is Lecturer in Law atQueen’s University in Belfast.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

De nieuwe Europese privacywetgeving: stand van zaken bijna twee jaar na Commissievoorstel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden gewone wetgevingsprocedure, artikel 7 en 8 Handvest, gegevensbescherming, verhouding EU-VS, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar van 2012 heb ik in NTEReen bijdrage geschreven over de Commissievoorstellen van 25 januari 2012 voor nieuwe Europese wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming. De behandeling van deze voorstellen – en dan vooral de voorgestelde verordening – bij de Raad en het Parlement heeft de gemoederen in Brussel en ook in Nederland sterk beziggehouden vanwege de grote belangen die ermee gemoeid zijn en de vaak uiteenlopende meningen over de verordening an sich en veel van de specifieke bepalingen die deze bevat. Het meest aansprekende bewijs daarvan zijn de bijna vierduizend amendementen die binnen het EP zijn ingediend in relatie tot de voorgestelde verordening. Bij het beëindigen van deze bijdrage is nog veel onduidelijk over het vervolg van het dossier. Ik wil deze bijdrage dan ook vooral benutten om de voor de lezers van NTER meest relevante elementen van het debat in kaart te brengen, in vervolg op mijn bijdrage uit 2012.Voorstel voor een verordening betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming) ( COM/2012/011 def.).Voorstel voor een richtlijn betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ( COM/2012/010 def.).


Mr. H. Hijmans
Mr. H. (Hielke) Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Onlinegedragingen

Een risico voor hacken en persoonsgerichte cyberdelicten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden cybercrime, victimization, hacking, cyber stalking, cyber threats
Auteurs Jurjen Jansen MSc, Rutger Leukfeldt MSc, Dr. Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of Internet users who reported they have come into contact with cybercrime is substantial. This article examines three forms of cybercrime, namely: hacking, cyber stalking and cyber threats. Because cybercrime is relatively extensive in the life of Dutch citizens, it is important to gain insight into factors that influence victimization. By means of a secondary analysis of data from the first Dutch national cybercrime victim survey (N=9,161), it is assessed to which extend online behaviours affect victimization. In particular, online behaviours involving the use of communication applications affect victimization of the three aforementioned cybercrimes. The article provides suggestions for further research into cybercrime victimization.


Jurjen Jansen MSc
J. Jansen, MSc is als promovendus verbonden aan het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Rutger Leukfeldt MSc
E.R. Leukfeldt, MSc is als promovendus verbonden aan het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J.A. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.
Artikel

Je geld kwijt, en dan?

Financiële schade bij slachtoffers van onterechte bankafschrijvingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden unauthorized cash withdrawal, bank account, identity fraud, financial damage
Auteurs Dr. Johan van Wilsem, Dr. Nicole van der Meulen en Dr. Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    Identity fraud is a rapidly growing problem, as shown by recent volume estimates from victim surveys. Little is known however about the amount of financial damage among victims of this crime, especially in the Dutch context. This article studies victims of unauthorized cash withdrawal from their bank account, which is one of the most common forms of identity fraud. For this, we use data on 180 victims from the representative LISS panel. The results show that the financial implications of this type of crime experience vary widely between victims. While many victims are disadvantaged for only a small amount of money (for almost 40 per cent is about less than 50 euros ), a quarter of this group suffers from substantial money loss of more than 500 euros. Nevertheless, the vast majority (85 per cent) are completely reimbursed by their banks. Eventually, only in rare cases victims suffer significant permanent money loss. Remarkably, the low educated are significantly less often reimbursed by their banks.


Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Nicole van der Meulen
Dr. N.S. van der Meulen is universitair docent bij de Afdeling Transnational Legal Studies van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair docent bij de Afdeling Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Cyberpesten vanuit een criminologisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden cybercrime, criminological challenges, cyberbullying, characteristics perpetrators, interrelation online-offline
Auteurs Drs. Joyce Kerstens en Sander Veenstra MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    It is assumed that the online world creates new possibilities for criminal behaviour. Only recently criminologists started the debate on the applicability of traditional criminological theories to cybercrime offending. Data retrieved from the national Dutch survey Youth & Cybersafety indicate that cyberbullying behaviour is not only strongly interwoven with traditional bullying behaviours, but is also affected by the distinct features of the online environment. The findings give support to the suggestion that the aetiological schema to explain cyberbullying should postulate the interaction between individual characteristics, distinct features of the online environment and the interaction between offline and online social realities.


Drs. Joyce Kerstens
J. Kerstens is projectleider Jeugd & Cybersafety bij het lectoraat Cybersafety, verbonden aan NHL Hogeschool en de Politieacademie. Zij is tevens promovenda aan de rechtenfaculteit van de Open Universiteit.

Sander Veenstra MSc
S. Veenstra is cum laude afgestudeerd aan de University of Leicester (Criminology, thesis over cyber bullying) en werkt als onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety, verbonden aan NHL Hogeschool en de Politieacademie.
Artikel

Innovatie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2013
Trefwoorden innovatie, kartel, mededingingsbeleid
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het staat buiten kijf dat innovatie van eminent belang is voor economische groei en welvaart. Nieuwe producten en diensten en verbeterde productiemethoden kunnen consumenten per saldo meer welvaartsvoordelen opleveren dan prijsverlagingen van bestaande producten. Het mededingingsrecht en -beleid ziet echter eerst en vooral op het tegengaan van kartelafspraken, marktverdeling en andere statische marktinefficiënties. Tegen die achtergrond is het niet verwonderlijk dat met enige regelmaat de vraag gesteld wordt of het mededingingsbeleid niet toe is aan een drastische heroriëntering en zich expliciet moet richten op het stimuleren van innovatie, of, zo men wil, op het tegengaan van praktijken die innovatie beperken of in gevaar brengen.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. Paul Lugard is advocaat bij Baker Botts LLP in Brussel en tevens redactielid van M&M.
Artikel

De straat praat? De performance van ‘street credibility’

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Performance, street credibility, (gangsta) rap, identity
Auteurs Robby A. Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with the performance of ‘street credibility’. A dramaturgical analysis of the lyrics and videos of 15 rap artist from The Hague sheds light on the various ways they try to achieve a credible street reputation as rappers. In their frontstage presentation they highlight their street knowledge, strike violent poses, and claim affiliation to certain infamous local gangs or neighborhoods. Backstage, however, these performances are being deconstructed by other actors who participate in the local street culture and who form a critical, metaphysical audience of the presentations of the rappers.


Robby A. Roks
Drs. Robby A. Roks is als promovendus verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: Roks@law.eur.nl
Artikel

Regionale risicoprofielen ter versterking van veiligheidscapaciteiten

Overzicht en evaluatie tegen de achtergrond van het externe-veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Regional Risk Assessment, all-hazards approach, multi-criteria evaluation, likelihood estimation, risk diagram.
Auteurs Charles Vlek
SamenvattingAuteursinformatie

    A regional risk profile (RRP) is a systematic ordering – by likelihood and impact seriousness – of identified hazards and threats in one of the Netherlands’ 25 safety regions. Since 2010, RRPs follow the Dutch National Risk Assessment (NRA) as a basis for prioritising regional safety capacities. In Europe, RRPs are proliferating, and the corresponding risk-assessment approach is further spreading internationally. The methodology comprises risk identification, scenario development, multi-criteria impact evaluation, expert likelihood estimation, a two-dimensional risk diagram and an analysis and prioritisation of safety capabilities. A compact overview and discussion is provided of the 25 published RRPs for the Netherlands, each covering between 9 and 40 hazards and threats, along with their most and least worrying risk scenarios. It appears that for many regions pandemic disease, electricity black-out and major flooding are most worrying, while transport accident, industry fire and disturbance of water supply are (relatively) least worrying. Also, in different regions similar risk scenarios (e.g., pandemic disease and electricity black-out) are assessed rather differently, both by likelihood and by impact seriousness. Apparent weaknesses of the RRP (and the NRA) approach so far are, among other: lack of stakeholder involvement, rigid multi-criteria impact evaluation, hybrid methods for likelihood estimation, forced comparison of disparate risk scenarios, and unclear decision rules for risk acceptance. Independent review and validation of major RRP components is recommended for strengthening overall results as a reliable basis for regional safety policies. The ‘new risk thinking’ is considered in view of the long-problematic standard-setting approach about Individual Risk and Group Risk in the framework of Dutch external-safety policies. The RRP approach may be called ambitious and much-demanding. External validation and closer cooperation between safety policy-makers and scientists seem desirable.


Charles Vlek
Prof. dr. Charles Vlek is emeritus hoogleraar omgevingspsychologie en besliskunde aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, Grote Kruisstraat 2/I, 9712 TS Groningen E-mail: c.a.j.vlek@rug.nl.
Artikel

De securitisering voorbij?

Een beschouwing over de toekomstige ontwikkeling van het Nederlandse veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden securitization, policymaking, network society, trust and control
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    It seems common knowledge among criminologists that our societies have to be understood in terms of securitization. This means that security is the defining and organizing concept in (social) policy making. In the Netherlands the process of securitization can be characterized as rather contingent. According to the author, it can be typified as ‘pragmatic securitization’. It is driven by the desire to show decisiveness and being in control of complexity of social order, rather than by ideology. Under the pressure of the economic crisis there is a growing interest in self-organization, civic power and civil society. These themes emerge along the issues of security and control. Is it possible then that security is exchanged by another big social theme?


Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar veiligheid & burgerschap aan de VU Amsterdam. Email: hboutellier@verwey-jonker.nl
Artikel

‘Als Allah mij kiest’

Rechtvaardigingen voor martelaarschap en geweld op Facebook

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden radicalisation, young Muslims, jihadists, martyrdom, internet, violence
Auteurs Dr. Marion van San
SamenvattingAuteursinformatie

    For the past few weeks, young Muslims from Belgium and the Netherlands leaving for Syria to join the armed struggle against the Assad regime have been dominating the local news. This is especially remarkable in light of the fact that it would appear that, until very recently, jihadists from Belgium and the Netherlands were far and few between. The armed struggle is a topic that is widely discussed among young Muslims on social media such as Facebook. During the research on which this article is based, we conducted an analysis of conversations between young Muslims on Facebook and held interviews with a number of them. The key question was: why is it that so many young people use social media to profess their willingness to sacrifice their lives in armed struggle while at the same time most of them are not prepared to put action to their words? Despite all the media reports, the fact remains that of the large number of young Muslims who are potentially ready to go into battle, the vast majority prefer to stay at home for the time being. When we confronted the participants in these discussions with this inconsistency, they offered a number of reasons and considerations as to why martyrdom was not yet granted to them. The way in which these considerations shape their lives and the role played by their religious convictions form the subject of this article.


Dr. Marion van San
Dr. M. van San is wetenschappelijk docent aan de faculteit der Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan het Risbo (EUR).
Artikel

Gender diversity: van zelfregulering naar regulering; was dit nou echt nodig?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2013
Trefwoorden vrouwenquotum, mannenquotum, gender diversity, diversiteit
Auteurs Mr. K.I.A. Middelkoop en Mr. drs. M. van der Holst
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2013 maakt het vrouwen- en mannenquotum deel uit van ons vennootschapsrecht. De regeling schrijft een percentage van 30% vrouwen en 30% mannen in de RvB en de RvC van ‘grote’ NV’s en BV’s voor. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het juridisch kader, de praktische haalbaarheid en de wenselijkheid van de nieuwe regeling.


Mr. K.I.A. Middelkoop
Mr. K.I.A. Middelkoop is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. drs. M. van der Holst
Mr. drs. M. van der Holst is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

Het stemrechtloze aandeel: een interessant instrument

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2013
Trefwoorden stemrechtloos, preferent, aandeel, praktijk, Verenigde Staten
Auteurs Mr. N. Rachak
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het stemrechtloze aandeel en enkele toepassingsvormen.


Mr. N. Rachak
Mr. N. Rachak is als advocaat werkzaam bij Allen & Overy in Amsterdam.
Artikel

De Wet BOB tegen het (zon)licht gehouden

De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bijzondere opsporingsbevoegdheden, strafvordering, BOB, dwangmiddelen
Auteurs Mr. E. Witjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in dit artikel een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden uit de Wet BOB, die in 2012 in werking is getreden op Aruba (en Curaçao en Sint Maarten). Achtereenvolgens worden planmatige observatie, infiltratie, pseudokoop of -dienstverlening, stelselmatig inwinnen van informatie, bevoegdheden in een besloten plaats, het opnemen van (vertrouwelijke) communicatie, burgerpseudokoop of -dienstverlening en inwinnen van informatie en burgerinfiltratie besproken. Hierbij worden de ervaringen betrokken die in Nederland zijn opgedaan met deze wet (de Wet BOB functioneert daar reeds een decennium), voor zover dit relevant is voor de Caribische situatie. Het artikel beoogt naast een algemene introductie ook enkele pijnpunten bloot te leggen en suggesties te doen ten behoeve van het functioneren van de Wet BOB in kleinschalige rechtsordes.


Mr. E. Witjens
Mr. E. Witjens is wetenschappelijk hoofdmedewerker straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Aruba.
Artikel

Omgevingscriminologie 2.0

Criminologisch onderzoek in een virtuele omgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Trefwoorden virtual environments, research methods, disorder
Auteurs Dr. Gabry Vanderveen en Dr. Monique Koemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminological research on perceptions and behavior in an environmental context, scarcely uses virtual environments. Such virtual environments are available on the Internet or can be created. They can be presented to research participants either online or in a laboratory setting. This article gives a brief overview of criminological studies employing a virtual environment and describes a case study that used a virtual environment in order to investigate disorder. Despite the pitfalls, there are certainly possibilities for (criminological) research in virtual environments. The spatial context provided by a virtual environment, seems suitable for research in environmental criminology in particular.


Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. Vanderveen is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

Dr. Monique Koemans
Dr. M. Koemans is docent en onderzoeker aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.
Artikel

Surveilleren en opsporen in een internetomgeving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Policing, Internet, open-source intelligence, iColumbo, police power
Auteurs J.J. Oerlemans en B.J. Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Publicly available information on the Internet about people or criminal acts can be relevant to criminal investigations. This article analyses to what extent Dutch criminal procedure law allows open source intelligence for law-enforcement purposes. When more than ‘minor’ privacy interferences arise, an explicit investigatory power in the criminal procedure code is required. Minor infringements are allowed under the general task description in the Police Act 1993. It is unclear however when ‘substantial’ privacy infringements arise. On the basis of ECHR jurisprudence on foreseeability and the Dutch criteria for ‘systematic observation’, the authors conclude that Internet data-gathering will often require an explicit investigatory power and can only be used for criminal investigation with an order from the public prosecutor, but not, except for small-scale and ad hoc searches, for general police practice purposes. Because the Internet is much different in its nature from a decade ago and the investigatory powers are not in all respects easily applicable to Internet surveillance, the authors argue that the Dutch legislator must take action and make clear under which conditions information on the Internet can be gathered by law enforcement.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.

B.J. Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology and Society van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De toegang van gedetineerden tot informatie: van gevangeniscourant tot internet

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2012
Trefwoorden gedetineerden, recht op informatie en communicatie, internet
Auteurs Prof. dr. Gerard de de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar een eeuw geleden gevangenschap totaal isolement betekende kunnen gedetineerden nu goed op de hoogte blijven van het nieuws. Vrije toegang tot elektronische media is echte nog verboden. Waarom eigenlijk?


Prof. dr. Gerard de de Jonge
Prof. dr. Gerard de Jonge is bijzonder hoogleraar Detentierecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Nieuwe Europese regels voor privacy: commissie stelt pakket voor om gegevens ook in het informatietijdperk te beschermen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden fundamentele rechten, voorgenomen besluitvorming EU, bescherming persoonsgegevens, handvest grondrechten, artikel 16 VWEU
Auteurs Mr. H. Hijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming), dat op 25 januari 2012 door de Commissie is aangenomen. Dit voorstel beoogt een ingrijpende vernieuwing van het Europese stelsel voor gegevensbescherming te bewerkstelligen, onder meer door in een verordening gedetailleerde regels te stellen die in de gehele Unie van toepassing zijn. Het artikel eindigt met enkele fundamentele Europeesrechtelijke vragen die het voorstel oproept.


Mr. H. Hijmans
Mr. H. Hijmans is afdelingshoofd Policy & Consultation bij de Europese toezichthouder voor de gegevensbescherming (EDPS).

    In the past decades, telecommunications traffic has grown explosively. There has been an enormous expansion of the use of mobile phones. In addition, the way in which these phones are used has changed as well. An ever growing number of mobile phones is connected to the Internet, and a growing share of communications take place through the Internet. As a result, communication gets increasingly fragmented, because of the various ways and channels available for communication. In this article, the authors discuss the possible implications of these developments for the use of the telephone tap as an investigative tool during criminal investigations. Furthermore, the authors examine the ways in which the internet tap can support or replace the use of the telephone tap. Finally, alternative investigation tools are discussed that might compensate the changing results of the telephone tap.


G. Odinot
Dr. G. Odinot is onderzoeker bij het WODC.

D. de Jong
D. de Jong, MSc is onderzoeker bij het WODC.
Toont 1 - 20 van 39 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.