Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Toezichtcontractenrecht: vooruitgang in het burgerlijk recht?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden toezichtcontractenrecht, zelfstandige bestuursrechtelijke normen, financieel toezicht, kernbedingen, privaatrechtelijke overeenkomsten
Auteurs Mr. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Olha Cherednychenko voert ons naar het toezichtcontractenrecht. Zij signaleert de opmerkelijke tendens om privaatrechtelijke normen en zorgplichten mede te vertalen als zelfstandige bestuursrechtelijke normen in de regelgeving over financieel toezicht. Dit leidt dan ook tot een dubbel publiek-privaatrechtelijk normenstelsel, dat ook langs dubbele lijnen kan worden gehandhaafd. Een beetje buiten het zicht van de privatist worden daarin voorts kwesties als iustum pretium tot regeling gebracht – een terrein waarover Grosheide zich ook heeft uitgelaten. Anders dan Grosheide heeft bepleit, wordt volgens Cherednychenko aldus de inhoudscontrole van kernbedingen in privaatrechtelijke overeenkomsten buiten het burgerlijk recht om ingevoerd. Of dat vooruitgang kan worden genoemd, kan worden betwijfeld.


Mr. dr. O.O. Cherednychenko
Olha Cherednychenko is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De nieuwe Europese financiële toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichtautoriteiten, macroprudentieel toezicht, financiële stabiliteit
Auteurs Prof. dr. J.A. Bikker, Drs. J. Brinkhoff en Drs. A.A.T. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de kredietcrisis kwam duidelijk aan het licht dat het bestaande systeem van financieel toezicht in Europa verbetering behoefde. Het Europees stelsel van financieel toezicht dat in 2011 in werking is getreden, betekent meer samenwerking tussen nationale toezichthouders, onder meer door de oprichting van colleges of supervisors, een gedeeltelijke overheveling van toezichtbevoegdheden naar de nieuw opgerichte Europese toezichtautoriteiten en meer aandacht voor instellingsoverschrijdende ontwikkelingen die implicaties kunnen hebben voor de gehele sector, waarbij de nieuwe Europese risk board waarschuwingen kan afgeven aan competente autoriteiten. Deze bijdrage bespreekt de achtergronden van de vormgeving van de nieuwe Europese toezichtstructuur, gaat nader in op de taken en bevoegdheden van de nieuwe Europese toezichtorganisaties en bespreekt wat de uitdagingen voor en de kanttekeningen bij dit nieuwe model zijn. De bijdrage sluit af met een beschouwing van enkele andere beleidsinitiatieven in reactie op de crisis.


Prof. dr. J.A. Bikker
Prof. dr. J.A. Bikker is senior onderzoeker bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht.

Drs. J. Brinkhoff
Drs. J. Brinkhoff is beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.

Drs. A.A.T. Wesseling
Drs. A.A.T. Wesseling is senior beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden precontractuele informatie, reclame, waarschuwing, informatieverplichting, financiële dienstverlener
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Mr. A.F.N. van de Laar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de verplichte en onverplichte precontractuele informatieverplichtingen die op basis van de Wet op het financieel toezicht op financiële dienstverleners rusten. Hierbij komen verschillende standaardwaarschuwingen aan bod en wordt een aantal kanttekeningen bij de effectiviteit van de besproken informatieverplichtingen geplaatst.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. A.F.N. van de Laar
Mr. A.F.N. van de Laar is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Zestig jaar hoger toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling; een terugblik

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Eilandenregeling Nederlandse Antillen, gouverneur van de Nederlandse Antillen, hoger toezicht, schorsing en vernietiging, bestuurlijk toezichtsbeleid
Auteurs Mr. A. Hoeneveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De opheffing van de Nederlandse Antillen rechtvaardigt een terugblik op zestig jaar toezicht van de gouverneur ingevolge de Eilandenregeling (ERNA). Aan de hand van empirisch onderzoek is bezien hoe het toezichtsbeleid op de eilandgebieden zich heeft ontwikkeld. Daarbij komen met name recente ontwikkelingen en aspecten van rechtsbescherming aan de orde. In totaal werden er in zestig jaar 41 eilandelijke besluiten vernietigd. De gezaghebbers en de Antilliaanse regering hadden daarbij het voortouw, niet het Koninkrijk. Na 10 oktober 2010 houdt slechts het Koninkrijk nog bestuurlijk toezicht op de autonome landen. Naar verwachting zal het Koninkrijk zich daarbij terughoudend opstellen.


Mr. A. Hoeneveld
Mr. A. Hoeneveld is voormalig juridisch adviseur van het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk van Curaçao.
Artikel

Erosie van het verschoningsrecht van de advocaat in het effectenrecht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden verschoningsrecht, effectenrecht, inlichtingenbevoegdheid, toezichthouder
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de reikwijdte van de inlichtingenbevoegdheid van toezichthouders ingevolge de Wet op het financieel toezicht in relatie tot het verschoningsrecht van de advocaat, waarbij wordt bekeken of de inlichtingenbevoegdheid van de toezichthouders al dan niet tot erosie van het verschoningsrecht leidt.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. Kalisvaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Enkele opmerkingen op hoofdlijnen bij het conceptwetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden AIFM-Richtlijn, beleggingsinstelling, beleggersbescherming, Wft
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het onlangs gepubliceerde concept-wetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn betreffende nieuwe regels voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. In het bijzonder richt deze bijdrage zich op enkele fundamentele vraagstukken en keuzes die de implementatie van de AIFM-Richtlijn in de Nederlandse wet- en regelgeving met zich meebrengt. Specifiek wordt hierbij ingegaan op de door het Ministerie van Financiën voorgestane reikwijdte van de Nederlandse regeling en op de betekenis van de implementatie van de richtlijn voor de aard en de strekking van het financieel toezichtrecht.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Interne onafhankelijkheid binnen de boezem van toezichthoudende organisaties

Over de positie van bestuurders bij het nemen van boetebesluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuurlijke boete, interne onafhankelijkheid, functiescheidingseis
Auteurs Mr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    De Awb kent bevoegdheden toe aan toezichthouders. Dat zijn individuele personen die als zodanig zijn aangewezen. In de wet en in de rechtspraak is voorzien in een functiescheidingseis: degene die een overtreding constateert, mag vervolgens niet zelf voor de overtreding een bestuurlijke boete opleggen. De vraag is of die eis ook geldt voor de bestuurder van de toezichthoudende organisatie, die ook verantwoordelijkheid draagt voor de wijze waarop de individuele toezichthouder zijn werk doet. Deze vraag wordt aan de hand van rechtspraak besproken. Conclusie is dat met het hanteren van een functiescheidingseis bij bestuurders zeer terughoudend moet worden omgesprongen.


Mr. E.J. Daalder
Mr. E.J. Daalder is advocaat te Den Haag en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Financieel toezicht als voorbeeld van transnationale regulering

Grensoverschrijdende regels buiten het internationale recht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden transnationale regelgeving, Bazel 3, notice and comment-procedure, legitimiteit, interactie nationaal en internationaal recht
Auteurs Prof. mr. M. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de regulering van de financiële markten zijn internationale regels noodzakelijk. Deze worden vaak opgesteld door instituties die niet over enige regelgevende bevoegdheid beschikken. Zo werden ‘Bazel 1, 2 en 3’ voor het toezicht op banken opgesteld door een commissie van directeuren van centrale banken. Een basis in een verdrag ontbreekt, dus zijn het geen regels van internationaal recht. Wat zijn het dan wel? Hoe zit het met de legitimiteit van deze regels? In hoeverre behoeft het nationale of het internationale recht aanvulling om kwaliteit en aanvaardbaarheid van die regels te garanderen? Deze vragen zijn van toenemend belang omdat dergelijke regels ook op andere terreinen steeds belangrijker worden.


Prof. mr. M. Scheltema
Prof. mr. M. Scheltema is regeringscommissaris voor de algemene regels van bestuursrecht en voorzitter van de commissie van onderzoek DSB Bank van 29 oktober 2009 tot 29 juni 2010. michiel.scheltema@gmail.com
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

Het Europese toezicht op de financiële markten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichthouders, nationale toezichthouders, financiële instellingen, markttoezicht, financiële markten
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari jl. heeft zich een ingrijpende verandering voorgedaan in het financiële toezichtlandschap. Per die datum zijn de Europese netwerken van nationale toezichthouders omgevormd tot zelfstandige, Europese toezichthouders (de European Financial Supervisors). Hoewel de nationale toezichthouders primair verantwoordelijk blijven voor het toezicht op de financiële instellingen volgens het home country-model, heeft zich een belangrijke verschuiving van enkele toezichttaken van nationaal niveau naar Europees niveau voorgedaan. Een duidelijke tendens naar meer Europeanisering en centralisering is zich aan het voltrekken. Deze trend doet zich niet alleen in de financiële sectoren voor, maar doet tevens opgeld in andere sectoren van het markttoezicht. In dit artikel zal deze nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sectoren aan de orde komen en de bevoegdheidsverdeling tussen nationale en Europese toezichthouders worden geschetst.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit). a.t.ottow@uu.nl
Artikel

The proof of the pudding…: het nieuwe EU-toezichtstelsel voor de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2011 is in de Europese Unie het nieuwe toezichtstelsel voor de financiële sector in werking getreden. Het is een groot bouwwerk geworden met drie sectorale pilaren (EBA, EIOPA en ESMA). De ECB fungeert, in de gedaante van de ESRB, als entablement en de ondergrond wordt gevormd door de toezichthouders in de lidstaten. In dit artikel komen de belangrijkste verschillen met de reeds eerder in NTER besproken voorstellen van september 2009 aan de orde.– Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betr. macroprudentieel toezicht van de Europese Unie en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/1;– Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/12;– Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/48;– Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb. EU 2010, L 331/84;– Verordening (EU) Nr. 1096/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2010 tot toewijzing aan de Europese Centrale Bank van specifieke taken betreffende de werking van het Europees Comité voor systeemrisico’s, Pb. EU 2010, L 331/162


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht, bureau Secretaris bij de Raad van State.
Artikel

De Consumentenautoriteit en de Wet oneerlijke handelspraktijken

Sanctiebesluiten van de Consumentenautoriteit in de periode oktober 2008 tot en met juni 2011

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Consumentenautoriteit, consumentenbescherming, handhaving, Wet oneerlijke handelspraktijken, misleidende handelspraktijk
Auteurs Mr. B.W.M. Trompenaars en Mr. M.Y.N. Alibux
SamenvattingAuteursinformatie

    De Consumentenautoriteit houdt onder meer toezicht op de naleving van de Wet oneerlijke handelspraktijken (Wet OHP). Deze wet beschermt consumenten tegen misleidende en agressieve handelspraktijken van handelaren. Sinds de inwerkingtreding van de Wet OHP in oktober 2008 heeft de Consumentenautoriteit zestien sanctiebesluiten genomen waarbij de Wet OHP is toegepast. Met deze bijdrage wordt beoogd inzicht te geven in de toepassing van de Wet OHP door de Consumentenautoriteit aan de hand van de eerste reeks besluiten waarin sancties zijn opgelegd aan bedrijven die naar het oordeel van de Consumentenautoriteit in strijd met de Wet OHP hebben gehandeld.


Mr. B.W.M. Trompenaars
Mr. B.W.M. Trompenaars is werkzaam bij de Juridische Dienst van de Consumentenautoriteit.

Mr. M.Y.N. Alibux
Mr. M.Y.N. Alibux is werkzaam bij de Juridische Dienst van de Consumentenautoriteit.
Artikel

Goed bestuur in de Wet cliëntenrechten zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bestuur, Boek 2 BW, cliëntenraad, toezichthoudend orgaan, Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de paragraaf ‘Goed bestuur’ (art. 39-41) uit de Wet cliëntenrechten zorg beoordeeld in het licht van Boek 2 BW. De auteur is van mening dat deze bepalingen op een aantal punten verbeterd kunnen worden. Sommige afwijkingen van Boek 2 BW zijn in haar ogen niet altijd noodzakelijk. Bovendien zouden dwingende regels hun grondslag moeten vinden in de wet en niet in de statuten. Meer inzicht in de motivering van de gemaakte keuzes is dan ook wenselijk.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, sectie Handels- en ondernemingsrecht.
Artikel

Woningcorporaties: governance en compliance zonder aandeelhouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden woningcorporaties, governance, governance code, compliance, integriteit
Auteurs Mr. P.J.B. Theeuwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Goede governance is voor ondernemingen zowel in de marktsector als in de publieke sector een voorwaarde voor het vertrouwen dat een organisatie goed bestuurd wordt. Woningcorporaties kennen een eigen governance code: de Governance Code Woningcorporaties. Deze code is geïnspireerd door de Nederlandse Corporate Governance Code voor beursgenoteerde ondernemingen. Hoewel de woningcorporatie voor wat betreft haar governance veel gelijkenis vertoont met de beursgenoteerde onderneming, is er een belangrijk verschil: de afwezigheid van aandeelhouders. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mate van compliance aan de governance code bij woningcorporaties. Hiertoe wordt allereerst de Governance Code Woningcorporaties kort besproken. Vervolgens wordt er stilgestaan bij de vraag of de aan- of afwezigheid van aandeelhouders een rol speelt bij de mate van compliance aan een governance code. In dit kader worden de beursvennootschappen en woningcorporaties met elkaar vergeleken. Ten slotte doet de auteur enkele aanbevelingen om een goede compliance aan de governance code door woningcorporaties te verbeteren. In dit kader wordt het begrip ‘integriteit’ geïntroduceerd als belangrijke factor om, naast compliance, behoorlijk bestuur te bewerkstelligen.


Mr. P.J.B. Theeuwes
Mr. P.J.B. Theeuwes is werkzaam bij de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

De ministeriële zorg voor het telen van hennep: toetsing van een zorgplichtbepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden farmaceutische hennep, medisch onderzoek, Opiumwet, zorgplicht
Auteurs Drs. L.H. Erkelens en prof. dr. S.F. Blockmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland dient de Minister van VWS ervoor te zorgen dat er voldoende hennep wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de medische toepassing ervan of voor de productie van geneesmiddelen. Op basis van de wetsgeschiedenis, de correspondentie van de minister met de Kamer en toepasselijk internationaal recht wordt geconcludeerd dat deze zorgplicht niet alleen op de teelt ziet, maar ook een actieve ministeriële inbreng impliceert op het punt van bedoeld onderzoek en ten aanzien van de vraag wat ‘voldoende’ in de praktijk betekent. De uitvoeringspraktijk lijkt vooral gericht op teelt als uitsluitend voorwaardenscheppend instrument voor derden.


Drs. L.H. Erkelens
Leendert Erkelens is geassocieerd onderzoeker verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.

prof. dr. S.F. Blockmans
Steven Blockmans is Hoofd van de Onderzoeksafdeling verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.
Artikel

Wet aanpassing bestuursprocesrecht: aandachtspunten voor ondernemingen in gereguleerde markten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Wet aanpassing bestuursprocesrecht, passeren van gebreken, relativiteitsvereiste, artikel 8:69a Awb, artikel 6:22 Awb
Auteurs Mr. S.M. Peek en Mr. S. Marić, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de impact van de invoering van het relativiteitsvereiste en de verruiming van de mogelijkheid om gebreken te passeren op grond van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht op ondernemingen in gereguleerde markten.


Mr. S.M. Peek
Mr. S.M. Peek is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. S. Marić, LL.M.
Mr. S. Marić, LL.M. is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Contingent value rights als voorwaardelijke, additionele vergoeding in een openbaar bod

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden contingent value right (CVR), openbaar bod, overnameprijs, overnamevergoeding
Auteurs Mr. L.J. Brabers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na maandenlang getouwtrek en gesteggel over de overnameprijs nam begin 2011 de Franse farmaceutische reus, Sanofi-Aventis, het Amerikaanse Genzyme over. De oplossing voor het verschil in waardering bleek te liggen in een voorwaardelijke, additionele vergoeding in de vorm van zogenoemde contingent value rights.


Mr. L.J. Brabers
Mr. L.J. Brabers is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

Tien jaar lidstaataansprakelijkheid: een stand van zaken vanuit civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden lidstaataansprakelijkheid, overheidsaansprakelijkheid, EU-recht
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de EU ontsloot tien jaar geleden het Europeesrechtelijke beginsel van lidstaataansprakelijkheid door te erkennen dat lidstaten ten opzichte van particulieren aansprakelijk kunnen zijn voor schendingen van EU-recht. In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt van tien jaar lidstaataansprakelijkheid.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gezondheidszorg, verticale integratie, Europese schaderichtlijnen, mededingingstoezicht
Auteurs Mr. dr. E.H.M. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Schippers (VWS) is een verklaard tegenstander van fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als gevolg van de Europese schaderichtlijnen kan zorgverzekeraars echter niet worden verboden om zorgaanbieders in bezit te hebben. Om verticale integratie sterk te ontmoedigen zou de minister kunnen besluiten om artikel 11 lid 1 Zvw te clausuleren. En wel zodanig dat zorgverzekeraars alleen nog zorg mogen aanbieden of vergoeden die wordt geleverd door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar niet organisatorisch verbonden is in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW. Een dergelijke clausulering is echter hoogst onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben dan minder mogelijkheden om hun zorgplicht waar te maken. Ook wordt de substantiële doelmatigheidswinst die met verticale integratie kan worden bereikt dan onmogelijk gemaakt. Behalve onwenselijk is het tegengaan van verticale integratie ook onnodig. Het huidige toezichtkader is toereikend om mededingingsproblemen te voorkomen. Met het oog op een doelmatige zorgverlening zou de minister toetreding van verticaal geïntegreerde zorgorganisaties moeten vergemakkelijken in plaats van tegenwerken.


Mr. dr. E.H.M. Loozen
Mr. dr. E.H.M. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M.Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Goed toezicht in ziekenhuizen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, cliëntenrechten, governance, verantwoording, bestuur
Auteurs prof. mr. F.C.B. van Wijmen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat mag anno 2011 van de raad van toezicht van een ziekenhuis verwacht worden? Van allerlei affaires in de gezondheidszorg gedurende de laatste vijftien jaren hebben we veel kunnen leren. Voeg daarbij dat de overheid en adviesorganen hun opvattingen en eisen op het terrein van governance hebben aangescherpt. De Zorgbrede Governancecode en plannen voor nieuwe patiëntenwetgeving (Wet cliëntenrechten zorg) leveren een indrukwekkende agenda voor een eigentijdse raad van toezicht, die in kritische wisselwerking staat met de raad van bestuur, die een dynamische verbinding onderhoudt met opdrachtgevers en belanghebbenden en die als het moet krachtig en correctief kan ingrijpen.


prof. mr. F.C.B. van Wijmen
Prof. mr. F.C.B. van Wijmen is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.