Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

Door een gekleurde bril?

Bespreking van een verkennend onderzoek naar de percepties en ervaringen van allochtone en autochtone jongeren ten aanzien van oneigenlijk selectief politiewerk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2011
Trefwoorden racial profiling, actuarial justice, discretionairy powers, police
Auteurs Mr. dr. drs. Maartje van der Woude, Prof. dr. Joanne van der Leun, Fleur van Barneveld e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    By expanding preventive powers, the Dutch criminal justice system is increasingly aimed at detecting risky people and groups as soon as possible. This so-called actuarial justice is accompanied by a great deal of discretionary power in the hands of those who have to enforce the law, bearing the risk that such powers may be carried out (in part) on the basis of generalizations relating to race, ethnicity, religion or nationality instead of on the basis of individual behavior and/or objective evidence. By presenting the results of an exploratory study into the perceptions of minorities with regard to racial profiling, the main conclusion of this article is that there is a clear necessity for further empirical research into this area.


Mr. dr. drs. Maartje van der Woude
Mr. dr. Maartje van der Woude is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Fleur van Barneveld
Fleur van Barneveld is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Yannick van Eijk
Yannick van Eijk is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Roel Holman
Roel Holman is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Madelin Mooijer
Madelin Mooijer is masterstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

L’Oréal/eBay-arrest, genoeg voer voor nieuwe merk-jurisprudentie en aansprakelijkheid voor ISPs een stap dichterbij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden merk, gebruik merk in het economisch verkeer, wezenlijke werking merk, aansprakelijkheid tussenpersonen, e-commerce richtlijn, hosting
Auteurs Mr. M.J. Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich onlangs uitgelaten over bepaalde aspecten van het aanbieden van de online veilingsite eBay. De Engelse rechter heeft een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voorgelegd met betrekking tot het gebruik van merken van derden door adverteerders en aanbieders van online marktplaatsen in advertenties op hun sites en als key word voor Adwords-campagnes op sites van zoekmachines. Ook de vraag in hoeverre eBay aansprakelijk is voor merkinbreuk door adverteerders.


Mr. M.J. Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Artikel

De ontheffingsbevoegdheid in provinciale ruimtelijke verordeningen in het licht van de wijzigingswet Wro

Instrument voor gemeentelijke flexibiliteit of provinciale sturing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 4.1 Wro, ontheffing, interbestuurlijke regel, interbestuurlijk toezicht, wijzigingswet Wro
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse en Mr. drs. D. Korsse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 juni 2011 is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat ertoe strekt een grondslag in de Wro op te nemen voor het toekennen van een ontheffingsbevoegdheid in algemene, interbestuurlijke regels op grond van hoofdstuk 4 van die wet. In deze bijdrage wordt eerst nagegaan waarom een ontheffingsbevoegdheid van belang kan zijn, waarom een expliciete grondslag voor zo’n bevoegdheid is vereist en welke bezwaren momenteel tegen het toekennen van een dergelijke bevoegdheid bestaan. In het licht hiervan wordt vervolgens de bevoegdheidsgrondslag beschreven die met het wetsvoorstel in de Wro zal worden opgenomen. Tot slot worden kritische kanttekeningen bij de inhoud van het wetsvoorstel geplaatst en wordt stilgestaan bij de gevolgen van het wetsvoorstel voor de bestaande interbestuurlijke regels die een ontheffingsbevoegdheid bevatten.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is onderzoeker/docent bij het Centrum voor Milieurecht (ACELS) aan de Universiteit van Amsterdam en redactielid van TO.

Mr. drs. D. Korsse
Mr. drs. D. (Daan) Korsse is promovendus bij het Centrum voor Omgevingsrecht van de Universiteit Utrecht en bereidt een proefschrift voor over de provinciale planologische verordening.
Artikel

De reclassering en licht verstandelijk beperkte cliënten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden intellectual disabilitie, probation, supervision, screening
Auteurs René Poort, Jacqueline Bosker en Marjolein Agema
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch probation service has some indications that a substantial part of the probationers have intellectual disabilities. However, there is a lack of reliable information on the exact numbers. Three issues concerning probationers with intellectual disabilities are discussed, that ask further research and development in the field of probation. The first issue is the necessity to improve screening and assessment. Reliable and valid assessment of an intellectual disability is important to match interventions and supervision to the possibilities and skills of probationers. A second issue is the availability of interventions and policy that are suitable for probationers with intellectual disabilities. Some examples are given on offender supervision. Besides that, probation officers must have enough knowledge and skills to supervise this group in an effective way. A third issue is the co-operation of the probation service with mental healthcare.


René Poort
René Poort is hoofd van het cluster Beleidsrealisatie bij Reclassering Nederland.

Jacqueline Bosker
Jacqueline Bosker is als senior beleidsmedewerker werkzaam bij Reclassering Nederland. Daarnaast is zij als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht.

Marjolein Agema
Marjolein Agema is als beleidsmedewerker werkzaam bij Reclassering Nederland. Zij werkt als beleidsmedewerker voor regio Noord-Nederland en is daarnaast landelijk projectleider van de pilot LVB en aandachtsfunctionaris voor de landelijke beleidsportefeuille LVB.
Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

Alcohol en agressie: een complexe relatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2011
Auteurs N. van Hasselt, N. van Bunningen en R. Bovens
SamenvattingAuteursinformatie

    Not everyone using alcohol turns aggressive. The effect of a substance like alcohol works differently for different individuals. This is not only due to the substance itself, but also to the drinker's attitude, state of mind and personality, as well as the physical, social and cultural settings in which drinking occurs. The relation between alcohol consumption and aggression is therefore a complex one. Moreover alcohol consumption often takes place in settings and situations where other aggression stimulating factors are present. This article explores the relation between alcohol and aggression on the basis of existing literature. Attention goes to the effects of the substance itself, the drinker and the context in which the drinking takes place.


N. van Hasselt
Drs. Ninette van Hasselt is werkzaam bij het Trimbos-instituut.

N. van Bunningen
Drs. N. van Bunningen is werkzaam bij het Trimbos-instituut.

R. Bovens
Dr. René Bovens is werkzaam bij het Trimbos-instituut.
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

De problematiek van sfeervervaging bij de bestuurlijk-strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de legale prostitutiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden human trafficking, prostitution control, adminstrative measures, prevention, criminal justice
Auteurs Nina Holvast en Patrick van der Meij
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the legalization of the prostitution sector, not only has the combating of human trafficking through criminal law been substantially fortified, but also the administrative approach to human trafficking in that sector. This integral approach of human trafficking, in which administrative and criminal law measures complement each other, is necessary to combat this harrowing type of crime. The criminal law-administrative approach offers good footholds for a more forceful reaction to human trafficking. Besides the preventive effect administrative measures can have as a complement to criminal law, administrative supervision can also be useful to obtain criminal law information. However, that brings several new dilemmas with it that are connected to the phenomenon of the blurring of spheres. Under certain circumstances, the blurring of spheres between a criminal law and an administrative approach can lead to an improper use of competencies. We conclude that in the manner in which the prostitution sector is currently supervised, the legal protection of the citizen against actions of the supervisor is inadequately guaranteed. That does not mean that information that is obtained through administrative supervision may no longer be used in criminal cases. It is to be recommended however that several changes be made to current practice, which may prevent the improper use of supervisory competencies in prostitution controls.


Nina Holvast
Mr. drs. N.L. (Nina) Holvast is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: holvast@frg.eur.nl.

Patrick van der Meij
Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten in Amsterdam en tevens research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: p.p.j.vandermeij@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Seks op afstand

Leefstijl, routine-internetactiviteiten en slachtofferschap onder meisjes van seksueel hinderlijk gedrag en seksuele dwang op internet

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden internet, girls, lifestyle theory, routine activity theory
Auteurs drs. Carolien Swier MSc en mr. Miriam Wijkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Lifestyle Theory and Routine Activity Theory are used to explain female adolescent victimization of sexual harassment on the internet. Girls completed a questionnaire on the internet about their experiences with these events. Girls’ lifestyle had a strong influence on risk of victimization of sexual harassment on the internet. A risky lifestyle outside the internet (especially having sexual intercourse with many partners) increased chances of victimization on the internet by almost 2.5 times for these girls. Routine activities on the internet did not have a significant influence.


drs. Carolien Swier MSc
Drs. C. Swier, MSc. is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), cswier@nscr.nl.

mr. Miriam Wijkman
Mr. M.D.S. Wijkman is docent-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, m.wijkman@vu.nl.
Artikel

Jeugdige zedendelinquenten

Lange termijn criminele carrières en achtergrondkenmerken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden juvenile sex offender, developmental criminology, criminal career, trajectory analysis, personality and background characteristics
Auteurs Chantal van den Berg MSc., Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. dr. Jan Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 32 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Trajectory analysis distinguished five groups: adolescence-limited, adolescence-limited late bloomers, low chronic, high chronic and high declining. These groups are shown to differ on personality, family and background characteristics and type of sampling offenses.Our first conclusion is that juvenile sex offenders generally do not persist in sexual offending. Although the adolescence-limited and low chronic group correspond to Moffitt’s taxonomy, the offenses and characteristics of the groups do not. Therefore, our second conclusion is that juvenile sex offenders criminal careers only partly fit this general theory for delinquent behavior. A special theory for juvenile sex offending is required.


Chantal van den Berg MSc.
C.J.W. van den Berg, MSc. is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), cvandeberg@nscr.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, cbijleveld@nscr.nl.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, j.hendriks@vu.nl.
Artikel

Evaluatie van de theorie en praktijk van het nieuwe onderwijstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Evaluatie, toezichtmodel, risicoanalyse, Governance, onderwijs
Auteurs Dr. I.F. de Wolf en Drs. J.J.H. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel evalueert de theorie en praktijk van het Nederlandse onderwijstoezicht. We focussen hierbij op drie belangrijke wijzigingen, namelijk (a) het risicogerichte toezicht, (b) de bestuursaanpak en (c) de uitbreiding van het interventierepertoire. Het artikel laat zien dat zeer zwakke scholen zich over het algemeen verbeteren en dat er eerste indicaties zijn van een daling van het totaal aantal zeer zwakke scholen. Het toezicht is daarnaast vooral efficiënter geworden: er is minder toezichtlast voor scholen en het toezicht wordt gedaan met minder inspecteurs. Verder blijkt de risicoanalyse betrouwbaar en valide, maar gevoelig voor strategisch gedrag. De detectiesnelheid is met de risicoanalyse verbeterd, maar de risicoanalyse kent wel veel valse positieven. De rol van de besturen rond kwaliteitsverbetering is versterkt en verbeterafspraken met besturen worden als effectief ervaren. Bij een deel van de besturen ontbreekt wel een bruikbare verantwoording. Verder kan betere positionering van leerlingen en ouders in theorie tot meer kwaliteitsverbetering op scholen leiden, maar is hiervan in de praktijk nauwelijks sprake.


Dr. I.F. de Wolf
Dr. I.F. de Wolf is werkzaam aan Stanford University (USA) / Universiteit van Amsterdam en is programmamanager R&D bij de Inspectie van het Onderwijs.

Drs. J.J.H. Verkroost
Drs. J.J.H. Verkroost is coördinerend inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs.
Artikel

Een empirische blik op herstelrecht en criminaliteitspreventie

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Criminalteitspreventie, empirisch onderzoek, Daderperspectief, Slachtofferperspectief
Auteurs Anniek Gielen en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors summarize the empirical findings with regard to restorative justice and crime prevention as presented in the report of the European project on the matter at hand. With regard to the offender, they studied empirical research on the reduction of recidivism. Data refer to characteristics of the offender, the view of the offender with regard to the restorative process, characteristics of the communication processes and the type of offence as influencing factors. Results in general seem to be quite positive, although there are some cases when recidivism is worse in comparison to the traditional justice process. Crawford indicates how preventative effects for the victims can be taken into account – the researchers refer to the different effects depending on the type of crime and characteristics of the victim; satisfaction, re-victimisation and post-traumatic symptoms; and the prevention of revenge. With regard to the societal preventative effects, research on restorative justice seems to be restricted to the theoretical level: empirical research in this regard is lacking.


Anniek Gielen
Anniek Gielen was verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, K.U. Leuven, als project officer voor het Europese project Restorative Justice and Crime Prevention. Ze werkt thans als begeleider van mensen met autisme.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, K.U. Leuven, als projectcoördinator van het Europese project Victims and Restorative Justice, onder promotorschap van het European Forum for Restorative Justice. Ze was copromotor van het Europese project Restorative Justice and Crime Prevention.
Artikel

Herstelrecht en criminaliteitspreventie: valt het te onderzoeken?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Criminaliteitspreventie, Onderzoek, empirisch onderzoek, Methodologie
Auteurs Anniek Gielen en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the authors summarize some important methodological problems that may be encountered when studying the crime preventative effects of restorative justice. Studies mostly focus on tertiary preventative effects, namely the reduction of recidivism. Empirical research is in that regard mainly dealing with the effects of victim-offender mediation and conferencing practices. Some problems include the definitional issue (what can be considered as a restorative justice intervention?), the (quasi-)experimental design, the small size of samples and issues of comparability between different studies due to differences in e.g. follow-period or criteria for measuring recidivism.


Anniek Gielen
Anniek Gielen was verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, K.U. Leuven, als project officer voor het Europese project Restorative Justice and Crime Prevention. Ze werkt thans als begeleider van mensen met autisme.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, K.U. Leuven, als projectcoördinator van het Europese project Victims and Restorative Justice, onder promotorschap van het European Forum for Restorative Justice. Ze was copromotor van het Europese project Restorative Justice and Crime Prevention.
Artikel

De verstandelijk beperkte verdachte verhoord

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2011
Trefwoorden mental retardation, interrogation, vulnerable suspects, Freedom to speak
Auteurs Mr. Gerben van Oijen
SamenvattingAuteursinformatie

    Suspects with a mental retardation are a vulnerable group in the judicial investigation. This group of suspects is more susceptible to influence and there is an increased risk of getting an incomplete, inaccurate and inconsistent statement. That is the reason why on an extremely careful manner should be dealt with these suspects. It appears that this degree of care in an interrogatory often will not be respected. This article analyses the current safeguards surrounding the interrogation of mentally retarded suspects. It remains to be seen whether the current rules for the interrogation of mental retarded suspects will safeguard their position adequately.


Mr. Gerben van Oijen
Mr. G.M.J. van Oijen is advocaat bij Van Iersel Luchtman Advocaten in Breda.
Artikel

Access_open De nafase van rampen en crises: gedeelde zorg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden recover phase, crisis, religious organizations
Auteurs Marco Zannoni
SamenvattingAuteursinformatie

    In the recover phase following every disaster or crisis, the challenges are plenty. Government agencies and other organizations and individuals have to deal with activities ranging from medical care for victims, to judicial procedures and environmental cleaning. Religious organizations have important added value in providing spiritual and social care. They might provide necessary information to victims and others who are directly or indirectly affected by a crisis. This is something that needs to be recognized in both planning and recovery activities by local government. A correct diagnose of the recovery phase must include an analysis of the affected groups and the necessary stakeholders.


Marco Zannoni
Drs. M. Zannoni is manager Onderzoek & Advies bij het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement.
Artikel

Staatsrechtelijke consequenties van de toekenning van een UPG-status aan de Caribische eilandgebieden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ultraperifeer gebied (UPG), Europees recht, koninkrijksverhoudingen, toezicht, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.G. Hoogers, prof. mr. H.E. Bröring en dr. D. Kochenov
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de gevolgen van de keuze voor de status van ultraperifeer gebied (UPG) voor het constitutionele ordeningsmodel van het Statuut. Aan de orde komen de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de implementatie en toepassing van Europees recht en de gevolgen in geval van niet nakoming van dit recht. Wie is aansprakelijk? Wat betekent dat voor de Koninkrijksverhoudingen? Zijn nieuwe toezichts- en regresvoorzieningen noodzakelijk? De bijdrage maakt duidelijk dat de (sterk ontwikkelde) Europese rechtsorde en de (zwak ontwikkelde) rechtsorde van het Koninkrijk zich moeizaam tot elkaar verhouden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is universitair hoofddocent staatsrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. D. Kochenov
Dr. D. Kochenov is universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Teenagers between twelve and eighteen years of age are protected by Dutch criminal law against sexual encounters that cannot be qualified as non-consensual. If these teenagers are approached without force they are thus protected against such a contact, but they could have played a sexual active role nevertheless. This paper deals with how officials of the police and justice departments value sexual contacts between youngsters as lewd and in what circumstances these interactions are possibly permissible. What is the motivation for initiating criminal law and how to explain the distinction between the alleged offender and the alleged victim? The juridical valuation of the professionals dealing with criminal law is analysed followed by some critical remarks regarding the protection of sexual active youngsters against other sexual active youngsters as well as the act of sex as transgression.


J.C.W. Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is verbonden aan de Haagse Hogeschool voor de opleiding Integrale Veiligheidskunde. Het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd, is mogelijk gemaakt door financiering van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit (FWOS).
Artikel

Ouderschap en crimineel gedrag

Het effect van het krijgen van een eerste kind op de ontwikkeling van crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Ouderschap, delinquent gedrag, Leeftijd, criminele carrière
Auteurs MSc Susanne de Goede, Prof. dr. mr. Arjan Blokland en Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    This study focuses on the effect of having a first child on parents’ criminal behaviour. First we examine whether after accounting for stable between person differences, such a parenthood-effect still exists. Next we examine whether this effect differs for men and women, having a child in or outside of wedlock or having a child at a young or average age. This study is based on the individual criminal careers of 3,527 men en 339 women. A fixed effects model was used to control for selection into parenthood and crime. Results show that criminal behaviour declines after having a first child among men, but that having a first child has no effect on women’s criminal behaviour. The independent effect of having a child is larger among unmarried men than married men. When men have their first child at a young age, however, their participation in crime increases.


MSc Susanne de Goede
M.S. de Goede MSc is onderzoekscoördinator aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en was ten tijde van het schrijven van dit artikel als stagiair werkzaam bij het NSCR, m.s.de.goede@law.leidenuniv.nl.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden, ablokland@nscr.nl.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens als bijzonder hoogleraar werkzaam bij de vakgroep Sociologie/ICS in Utrecht, p.nieuwbeerta@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Goed toezicht in ziekenhuizen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, cliëntenrechten, governance, verantwoording, bestuur
Auteurs prof. mr. F.C.B. van Wijmen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat mag anno 2011 van de raad van toezicht van een ziekenhuis verwacht worden? Van allerlei affaires in de gezondheidszorg gedurende de laatste vijftien jaren hebben we veel kunnen leren. Voeg daarbij dat de overheid en adviesorganen hun opvattingen en eisen op het terrein van governance hebben aangescherpt. De Zorgbrede Governancecode en plannen voor nieuwe patiëntenwetgeving (Wet cliëntenrechten zorg) leveren een indrukwekkende agenda voor een eigentijdse raad van toezicht, die in kritische wisselwerking staat met de raad van bestuur, die een dynamische verbinding onderhoudt met opdrachtgevers en belanghebbenden en die als het moet krachtig en correctief kan ingrijpen.


prof. mr. F.C.B. van Wijmen
Prof. mr. F.C.B. van Wijmen is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.