Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 180 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

Access_open Godsdienstonderwijs in Nederland en Duitsland

Een spagaat tussen religie en staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden godsdienstonderwijs, confessioneel bijzonder onderwijs, openbaar onderwijs, schoolsysteem Nederland-Duitsland
Auteurs Kim de Wildt en Rob Plum
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares the situation of religious education in the Dutch and German school systems against the background of the relationship between church and state. In the Netherlands most schools are confessional schools, whereas in Germany most schools are public schools. The way in which the school subject of religious education is taught differs in its form. In both countries difficulties arise in relation to religious education which leads to the future of the Dutch school system of public and confessional private schooling being disputed and in Germany the school subject of confessional religious education being under pressure. Despite laws concerning religion and education the theme of religious education is still debated in the public domain.


Kim de Wildt
Dr. K. de Wildt is wetenschappelijk medewerker aan het Seminar voor Liturgiewetenschap van de Faculteit Katholieke Theologie aan de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn. kdewildt9@gmail.com.

Rob Plum
Dr. R.J.J.M. Plum is theoloog en filosoof bij de GGZ Oost Brabant, docent theologie en filosofie bij de Hogeschool voor Geesteswetenschappen in Utrecht, en docent Sozialphilosophie aan de Fachhochschule in Düsseldorf. rjjmplum@t-online.de.

    On the one hand, the religiously motivated circumcision of male minors is a manifestation of the right to freedom of religion. On the other hand, circumcision is an interference with the right to physical integrity. This article makes an effort to explain the fundamental rights’ position of male minor circumcision, dealing as well with the right to freedom of religion of the male minor, with some medical aspects, and with the difference between the circumcision of boys and girls. The article results in a discussion of the question, if specific regulation is required, in view of the recent discussion about the legitimacy of circumcision of male minors.


Aernout Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. A.J.Nieuwenhuis@uva.nl.
Artikel

Het Duitse recht op nevengeschikt aanklagen

De volledige integratie van het slachtoffer in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Accessory prosecution, victims, Victim lawyers, Secondary victimization, punishment
Auteurs Michael Kilchling en Helmut Kury
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the German concept of accessory prosecution (Nebenklage) is discussed. The Nebenklage was implemented in the Code of Criminal Procedure of 1877. It had merely an accessory function in conjunction with the private prosecution and the Klageerzwingungsverfahren, two legal institutions which had little practical relevance. Nowadays, in the course of the modern victim movement, the Nebenklage has radically changed into an instrument that is clearly provided as the main participatory option for victims interested in actively contributing to the trial of ‘their’ criminal. Previous research findings are outlined and the results of an explorative survey are presented. The findings suggest that the mere presence of the victim lawyer can significantly change the atmosphere in the courtroom, thus enhancing the willingness of the defence to treat the victim more respectfully.


Michael Kilchling
Michael Kilchling is criminoloog en is werkzaam aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland), en is daarnaast voorzitter van het European Forum for Restorative Justice.

Helmut Kury
Helmut Kury was hoogleraar psychologie en criminologie en was onder andere verbonden aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland).
Artikel

Commodifying compliance? UK urban music and the new mediascape

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2014
Trefwoorden street culture, Grime, frustration, defiance, resistance
Auteurs Dr. Jonathan Ilan
SamenvattingAuteursinformatie

    Subcultural theory and cultural criminology have traditionally viewed ‘underground’ youth movements as providing images of deviance/resistance which the cultural industries harvest to turn a profit. The logic follows that street and sub cultures imbue products with a ‘transgressive edge’ that increases their appeal within youth markets. This paper uses the example of UK ‘grime’ music to demonstrate how this dynamic cannot be viewed as applying universally in contemporary times. Where their street orientated content is censured, many grime artistes express a desire for commercial success which would ultimately emerge through muting their rhetorical links to crime and violence and explicitly championing ‘mainstream’ values. This case is used as an empirical cue to explore the use and critique of the concept of ‘resistance’ within cultural criminology and subcultural theory. The paper problematizes commodification of resistance discourses as they apply to the rugged culture of the streets and indeed its supposed ‘oppositional’ character where disadvantaged urban youth clearly embody and practice the logic of neoliberalism. It furthermore suggests that certain critiques of cultural criminology go too far in denying any meaning to criminality and subcultural practice beyond consumer desire. Ultimately, the concept of ‘defiance’ is suggested as a useful tool to understand the norms of and behaviours of the excluded.


Dr. Jonathan Ilan
Dr. Jonathan Ilan is universitair docent bij de School of Social Policy, Sociology and Social Research, University of Kent (UK). E-mail: j.ilan@kent.ac.uk
Artikel

To resist = to create? Some thoughts on the concept of resistance in cultural criminology

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2014
Trefwoorden resistance, create, revolution, cultural criminology, transformation
Auteurs Dr. Keith Hayward en Dr. mr. Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides a theoretical analysis of the label ‘resistance’. It sets out from the premise that the notion of resistance, although it has been current in criminology for some time, is still vaguely defined. We argue that resistance is not just a negative term, but can also be seen as a positive and creative force in society. As such, the primary function of resistance is to serve as a solvent of doxa, to continuously question obviousness and common sense. In the process of resistance we distinguish three processes: invention, imitation and transformation. The third stage warrants deeper investigation within cultural criminology.


Dr. Keith Hayward
Dr. Keith Hayward is hoogleraar criminologie aan de School of Social Policy, Sociology and Social Research, University of Kent (UK). E-mail: k.j.hayward@kent.ac.uk

Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Beoordeling ziekenhuisfusies door ACM: staat de consument wel echt centraal?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden ziekenhuisfusie, ACM, Mededingingswet, rechtmatigheidsvereisten
Auteurs Edith Loozen, Marco Varkevisser en Erik Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse ziekenhuissector consolideert in rap tempo. Onder meer omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) tot op heden alle ziekenhuisfusies goedkeurt. In dit artikel wordt aan de hand van een recent goedkeuringsbesluit, dat exemplarisch is voor de huidige toepassingspraktijk, uiteengezet dat de wijze waarop ACM ziekenhuisfusies beoordeelt niet aan de rechtmatigheidsvereisten van artikel 41 lid 2 Mw voldoet.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Marco Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Erik Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Legal Dogmatics and Academic Education

Tijdschrift Law and Method, 2013
Trefwoorden legal dogmatics, theory design, academic education, empirical cycle
Auteurs Jan Struiksma
SamenvattingAuteursinformatie

    Previously a model was developed whereby the evolution of dogmatic legal theory design can be made more explicit. This concerns, amongst other aspects, the application of the empirical cycle constructed by De Groot, which forms the final element of an evolution of the application of mundane knowledge to theory design. The starting point of this article is that this evolution must be ‘repeated’ during an academic study in empirical subjects. The objective is to investigate how this is done in the legal dogmatic education.


Jan Struiksma
Jan Struiksma is professor of administrative law at the Faculty of Law, Free University Amsterdam.
Artikel

Access_open Alternative Methodologies: Learning Critique as a Skill

Tijdschrift Law and Method, 2013
Trefwoorden governmentality, methodology, method, skill
Auteurs Bal Sokhi-Bulley
SamenvattingAuteursinformatie

    How can we teach critical legal education? The article tackles this key question by focusing on the role of methodology in legal education and research. I argue that critical legal education requires marketing methodology as a ‘skill’, thereby freeing it from what students and researchers in Law often view as the negative connotations of ‘theory’. This skill requires exploring ‘alternative methodologies’ – those critical perspectives that depart from legal positivism and which Law traditionally regards as ‘peripheral’. As an example, the article explores the Foucauldian concept of governmentality as a useful methodological tool. The article also discusses the difference between theory, methodology and method, and reviews current academic contributions on law and method(ology). Ultimately, it suggests a need for a ‘revolt of conduct’ in legal education. Perhaps then we might hope for students that are not docile and disengaged (despite being successful lawyers) but, rather, able to nurture an attitude that allows for ‘thinking’ (law) critically.


Bal Sokhi-Bulley
Bal Sokhi-Bulley is Lecturer in Law atQueen’s University in Belfast.
Artikel

Access_open ‘I’d like to learn what hegemony means’

Teaching International Law from a Critical Angle

Tijdschrift Law and Method, 2013
Trefwoorden Bildung, cultural hegemony, international law, teaching
Auteurs Christine E.J. Schwöbel-Patel
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution explores the possibility of teaching international law in a critical fashion. I examine whether the training which is taking place at law schools is establishing and sustaining a cultural hegemony (a term borrowed from Antonio Gramsci). I ask whether the current focus on technical practice-oriented teaching is a condition which should be questioned, even disrupted? In my thoughts on reorientations of this culture, a central term is the German word Bildung. Bildung refers to knowledge and education as an end in itself (John Dewey) as well as an organic process (Hegel), and therefore incorporates a wider understanding than the English word ‘education’. In terms of international law, a notion of Bildung allows us to acknowledge the political nature of the discipline; it may even allow us to ‘politicize’ our students.


Christine E.J. Schwöbel-Patel
Christine E.J. Schwöbel-Patel is Lecturer in Law at University of Liverpool.

    Preventive interventions against terrorist attacks can be justified on legal and moral grounds. The Dutch broad-based approach against terrorism also addresses radicalizations processes. It is, however, hard to justify why a government in a liberal democracy should be allowed to intervene in processes of radicalization where danger to society is not obvious. A reason to justify intervention is when a (former) radical asks for help. Theories based on the ideas of Kant and Rawls also allow for intervention if an individual’s autonomy is diminished because he is member of a sect or under the spell of a charismatic leader. Other interventions with regard to (prevention of) radicalization cannot be justified by deontological theories such as Kant’s and Rawls’. Virtue ethics or teleology would, however, allow interventions but only if they are geared towards helping the individual in their quest to the good life. This justification allows for interventions that are, for example, focused on supporting individuals to critically reflect, reason and discuss about the good life and a just society. Based on the teleological justification constraints can be derived for preventive interventions with regard to radicalization or even deradicalisation. Notice that individuals cannot be forced to join these programs because there is no legal basis.


Anke van Gorp
Dr. ir. Anke van Gorp is onderzoeker en hogeschooldocent Ethiek en Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht, Integrale Veiligheidskunde, Faculteit FMR. E-mail: anke.vangorp@hu.nl

Arnold Roosendaal
Mr. Arnold Roosendaal is onderzoeker bij TNO, afdeling Strategy and Policy for the Information Society.
Artikel

Blik naar het Noorden?

Een kenschets van het justitiële beleid in Scandinavië

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs P. Kruize
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the question whether Dutch policy makers and researchers ought to look more often to Scandinavia for inspiration and less to the West (UK and USA). Scandinavian countries are also influenced by Anglo-American ideas about crime and justice, but at the same time the number of incarcerated persons has not changed dramatically while recidivism rates are low. Dutch policy makers and researcher do sometimes look at initiatives and practices in Scandinavian countries, most often Sweden. Dutch society shares many similarities with the Scandinavian welfare states and therefore it should be natural – according to the author – to benefit more often from Scandinavian experiences. Some suggestions are discussed in the article.


P. Kruize
Dr. Peter Kruize is associate professor bij de Juridische Faculteit van de Universiteit van Kopenhagen. Daarnaast is hij partner bij Ateno – bureau voor criminaliteitsanalyse – in Amsterdam.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Artikel

Derkje Hazewinkel-Suringa: moed en middenweg

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden First female Dutch law professor, anti-fascism, Dutch criminal law
Auteurs Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Derkje Hazewinkel-Suringa entered law studies only after marriage and fulfilling about fifteen years of motherhood duty. Once at the university however, she rapidly became a student-researcher, delivered a PhD dissertation on ownership transfer and was appointed as the first female law professor in 1932, at the age of 42. Her professorship was in a remarkably different field, namely criminal law. Twenty years later she published the Introduction to the Study of Criminal Law, which would become the basis for criminal law teaching in the Netherlands for decades. A major reason behind this success was that the book, emphasizing active study of the law rather than passive reproduction, coincided with the general sprit of the post war era. Besides her scholarly work in which balance and synthesis were the major features, Hazewinkel-Suringa was a very outspoken actor in matters political. In 1936, when virtually the whole country was trying to accommodate the rise of fascism in the mighty neighbouring country, she became member of an anti-fascism committee. In 1938 she wrote a plea to the minister of Justice to allow entry of German-Jewish children into the country. During the German occupation (1940-1945) she proposed to close the university because of the dismissal of Jewish professors. She continued her protests against the social mainstream after the war, e.g. writing against the reintroduction of the death penalty (primarily focused on collaborators with the German regime). Hazewinkel-Suringa’s acts of individual courage could not make a difference in the overall political atmosphere of these times.


Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.
Artikel

Hugo Sinzheimer en de collectieve arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Labour relations, collective agreement, Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    The German lawyer / labour law professor Hugo Sinzheimer (1875-1945) has, in the first two decades of the twentieth century, contributed significantly to the legal recognition of the ‘collective labour agreement’. The imperative character of CLA provisions, now widely accepted all over the world, required a paradigmatic turn in the dominant private law perspective on labour relations. The paper tries to specify what made him able and prone to do this, both by reconstructing the legal and political discussion in Germany and the Netherlands and by relating elements of the process to social-scientific theories of institutional and intellectual innovation. I argue that his combination of commitments in various fields (legal practice, science, politics) allowed him to span the gap between the fields of labour relations and state law and to contribute to the constitutionalisation of labour relations.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia).
Artikel

Remission in de nieuwe arbitragewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Remission, Terugverwijzing, Vernietiging, Herroeping, Arbitrage
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de voorgestelde mogelijkheid van remission in de nieuwe arbitragewet. Daarbij signaleren zij een aantal mogelijke onduidelijkheden en discussiepunten. Zij trachten daar antwoorden op te geven en stellen een aantal oplossingen voor. De auteurs concluderen dat de mogelijkheid van remission bijdraagt aan een efficiënte(re) procesvoering. Daarom valt zij toe te juichen.


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij Banning N.V. alsmede docent en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B. van Zelst
Mr. Van Zelst is docent aan de Radboud Universiteit.
Artikel

EU-rechtelijk gestructureerd nationaal mededingingstoezicht

Nationale institutionele autonomie steeds meer een illusie?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Effectiviteit, procedurele rechten, EVRM, nationale institutionele autonomie, Verordening 2003/1/EG
Auteurs Dr. P.J.M.M. van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de lidstaten formeel autonoom blijven bij het inrichten van nationale mededingingsautoriteiten, mag de constitutieve rol van het Europese Unierecht bij de organisatie en (her-)structurering van nationaal mededingingstoezicht niet onderschat worden. Geruggesteund door de vereisten van een ‘eerlijk proces’, kan het Hof van Justitie rechtstreeks de autonomie van de lidstaten beperken met het oog op de inrichting van een meer effectief nationaal mededingingstoezicht bij de toepassing van Europees mededingingsrecht. Uit de beperkte bestaande Europese rechtspraak kunnen in dat verband drie organisatorische modellen van toezicht gedistilleerd worden in overeenstemming waarmee nationale mededingingstoezichthouders zich mogen organiseren op grond van EU-recht.


Dr. P.J.M.M. van Cleynenbreugel
Pieter Van Cleynenbreugel is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Dit artikel is gebaseerd op (een hoofdstuk van) het proefschrift tot het verkrijgen van de graad van doctor in de rechten dat de auteur op 3 september 2013 succesvol verdedigde aan de KU Leuven (België) en dat als titel draagt ‘From shared competences to institutional heteronomy. The constitutional architecture of supranationally structured market supervision’. Promotor van het proefschrift was prof. dr. Wouter Devroe, co-promotor prof. dr. Koen Geens.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).
Toont 1 - 20 van 180 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.