Zoekresultaat: 249 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.

    Victims of violent crime who suffer from posttraumatic stress disorder (PTSD) can request financial compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). Problematic with this is that PTSD is amenable for malingering. Malingering involves the invention or exaggeration of psychological symptoms or the attribution of such symptoms to wrong causes. If malingered PTSD remains undetected, the VOCF will run the risk of compensating damages which do not exist. The literature suggests that malingering can be detected by focusing on extreme scores on symptom screeners. The results of the current study, however, seem to suggest that this may not be an adequate strategy.


Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

De rol van de arts bij levensbeëindiging door stoppen met eten en drinken

Commentaar op de concepthandreiking van de KNMG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden levensbeëindiging, zelfdoding, concepthandreiking KNMG
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Nadat de KNMG medio 2011 had vastgesteld dat het tot de professionele taak van de arts behoort de nodige palliatieve begeleiding te geven aan mensen die besluiten hun leven te beëindigen door te stoppen met eten en drinken, heeft de organisatie in een recente concepthandreiking gedetailleerd beschreven waaruit deze taak bestaat. Uit het overzicht van beschikbare onderzoeksgegevens blijkt dat dit voor oude en zieke mensen een begaanbare route naar de zelfgekozen dood is. Volgens de handreiking is dan geen sprake van zelfdoding, maar de voor die stelling aangedragen argumenten schieten tekort. Begeleiding en verzorging van de betrokkenen moeten niettemin niet als een ex artikel 294 Sr strafbare vorm van hulp bij zelfdoding worden beschouwd: voor artsen valt dat handelen onder de medische exceptie, voor intimi wordt het beschermd door het grondrecht op een privé- en gezinsleven. Terecht stelt de handreiking dat als artsen tegen deze hulp gewetensbezwaar hebben, dit moet worden gerespecteerd, zolang zij er zorg voor dragen dat die hulp door een collega wordt verleend.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van een regionale toetsingscommissie euthanasie van 1998 tot 2010.
Artikel

Oordelen over personenschade veroorzaakt door diagnostische fouten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, diagnostiek, kansschade
Auteurs Prof. dr. R.W.M. Giard
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de medische aansprakelijkheid is een opvallende verschuiving van claims merkbaar. Steeds vaker gaat het om personenschade veroorzaakt door diagnostische in plaats van therapeutische fouten. Een analyse van mogelijke ontstaanswijzen van diagnostische fouten maakt duidelijk hoe deze kwestie zal moeten worden onderzocht wanneer er om een juridisch oordeel wordt gevraagd. De beoordeling van de tekortkoming in de nakoming van de zorgplicht, de schade en het causale verband vragen elk om een specifiek inzicht wanneer, hoe en waarom dergelijke diagnostische fouten worden gemaakt. Omdat veel claims te maken hebben met een gemiste diagnose zal wat betreft de schadebeoordeling het leerstuk van de kansschade centraal staan.


Prof. dr. R.W.M. Giard
Prof. dr. R.W.M. Giard is jurist en arts. Hij is hoogleraar methodologie en aansprakelijkheid aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het hoofdbehandelaarschap revisited: van normen naar concrete invulling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden hoofdbehandelaar, verantwoordelijkheidsverdeling, samenwerking
Auteurs Mr. A.M. Vermaas, mr. A.J. Verbout en mr. A.M. Franse
SamenvattingAuteursinformatie

    De verantwoordelijkheden van een hoofdbehandelaar zijn de afgelopen jaren veelvuldig onderwerp geweest van discussie bij toezichthouders en tuchtcolleges. Wat opvalt is dat in de tuchtrechtelijke jurisprudentie waarde wordt gehecht aan het goed regelen van de verantwoordelijkheden van de hoofdbehandelaar. Hoewel het huidige normenkader daarvoor (KNMG-Handreiking), in combinatie met de IGZ-criteria voor klinisch medisch specialistische zorg (2007) en de veldnorm inzake het hoofdbehandelaarschap uit de geestelijke gezondheidszorg (2013), de aan het hoofdbehandelaarschap te stellen eisen in toenemende mate duidelijk maakt, is nog onvoldoende sprake van een coherent stelsel van criteria op dat gebied. Concreet zal op patiëntniveau moeten kunnen worden aangetoond hoe behandelaren – en de instellingen waarin zij werkzaam zijn – de verdeling van verantwoordelijkheden precies hebben ingevuld.


Mr. A.M. Vermaas
Albert Vermaas is Hoofd Juridische Zaken van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

mr. A.J. Verbout
Arne Verbout is werkzaam in de sectie Juridische Zaken van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

mr. A.M. Franse
Alexia Franse is werkzaam in de sectie Juridische Zaken van het Universitair Medisch Centrum Utrecht.
Artikel

Melding van kindermishandeling: afscheid van het conflict van plichten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Melding kindermishandeling, Conflict van plichten, Tuchtrecht
Auteurs Mr. C.A. Bol en prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behelst een onderzoek naar de tuchtrechtelijke toetsing van de melding van kindermishandeling over de periode 2002 tot 2013. De melding op eigen initiatief van de hulpverlener wordt niet (langer) getoetst aan het conflict van plichten, maar aan de ruimere criteria van de KNMG-meldcode. Informatieverschaffing op verzoek beoordeelt de tuchtrechter daarentegen strenger dan de KNMG-meldcode vereist. Als juridische grondslag voor de melding van kindermishandeling kan het conflict van plichten beter worden verlaten. Wel blijft dit leerstuk van betekenis als toetssteen voor professionele meldcodes.


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is als docent gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij werkt aan een proefschrift over het tuchtrecht voor de gezondheidszorg.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan dezelfde universiteit en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

De rechtsmacht van de rechter en het toepasselijke recht op de EU-behandelingsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid, toepasselijk recht, rechtsmacht rechter
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten die in een Belgische kliniek een (cosmetische) geneeskundige behandeling ondergaan, zijn niet langer een uitzondering. Net als in Nederland kunnen in België fouten worden gemaakt, kan de patiënt schade lijden en kunnen zich geschillen voordoen. Gewoontegetrouw zal de Nederlandse patiënt zich in zo’n geval tot de Nederlandse rechter wenden. Maar is dit wel de juiste weg en is het Nederlandse recht eigenlijk wel van toepassing? In de onderhavige bijdrage wordt op deze vragen antwoord gegeven aan de hand van een analyse van de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening. Na een tussenconclusie wordt voorts bezien of de typering van de behandelingsovereenkomst als een consumentenovereenkomst of afspraken tussen arts en patiënt kunnen leiden tot de toepassing van ander recht.


Mr. R.P. Wijne
Mr. R.P. Wijne is auteur van het proefschrift Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade, dat zij op 12 september 2013 heeft verdedigd. Wijne is voorts docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij de medische tuchtcolleges en medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten te Eindhoven.
Artikel

Training Diamant

Een persoonlijke impressie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2013
Auteurs Frank Bovenkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    This is an ethnographic evaluation study on a train the trainer programme (Diamant) for the prevention of political radicalisation among young Muslims in the Netherlands. Especially the training of independent judgement on moral issues looks promising to overcome cultural disorientation. Its preventive power for radicalisation is unclear since there were no radicals among the participants of the training.


Frank Bovenkerk
Prof. dr. Frank Bovenkerk is criminoloog en gepensioneerd hoogleraar Radicaliseringsstudies aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: f.bovenkerk@uva.nl.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

De vrijwilliger-ondersteuner en het herstelgericht groepsoverleg

Een experiment binnen de bemiddelingsdienst van Leuven (BAL)

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Vrijwilliger ondersteuner, hergo
Auteurs Erik Claes en Emilie Van Daele
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches an experiment initiated by a local mediation service in Flanders (BAL) with regard to the role of a supporting volunteer in the context of family group conferencing. Engaged as researchers in this experiment, the authors reconstruct the conceptual challenges of this project and the solution proposed by the team of mediators. One of these challenges revolves around finding an appropriative account of restorative justice that fits with the aims of the Belgian conferencing practice and clarifies the role of the supporting volunteer. Another comes down to distinguishing this role with the essential tasks of the moderator, and formulating deontological devices. In the last part of this contribution a few learning points are formulated with regard to the process and results of the experiment. One of these points is the need to rethink how successfully offering the possibility of engaging a supporting volunteer to the stake holding parties.


Erik Claes
Erik Claes is docent filosofie en recht aan de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB), opleiding sociaal werk. Hij is projectleider van de onderzoeksprojecten ‘Herstelbemiddeling en vrijwilligers’ (2010-2013) en ‘Herstelrecht en interculturele spanningen in Brussel’, gefinancierd door PWO-financiering van de HUB.

Emilie Van Daele
Emilie Van Daele is stafmedewerkerster bij Socius en voormalig onderzoeksmedewerkster op het onderzoeksproject ‘Herstelbemiddeling en vrijwilligers’.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Arbeidsmediation in de praktijk

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Labour conflicts, Labour Mediation, Practice, disciplinary commission
Auteurs Toos Bik en Kees van der Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors describe aspects of mediation in individual labour conflicts. In doing so, they use jurisprudence, judgements of the disciplinary commission for mediators en their own experiences as mediators. They end with the conclusion that mediation in labour conflicts needs specific knowledge, additional to the general training for mediation.


Toos Bik
Toos Bik is mediator sinds 1995 en partner-directeur van het Mediation Trainingsinstituut MTi te Amersfoort.

Kees van der Hoek
Kees van der Hoek is oprichter en partner van het Mediation Trainingsinstituut MTi te Amersfoort, voorheen voorzitter Algemene Vakcentrale en in die hoedanigheid lid van de SER.
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Samen beslissen over je eigen omgeving.

Wijkbewoners aan zet met een Eigen Kracht-conferentie voor groep, wijk of buurt

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2013
Auteurs Hilleke Crum
SamenvattingAuteursinformatie

    The Eigen Kracht Centrale is striving for a society based on participation and mutual self reliance of citizens, where citizens remain in charge of their own life, especially when dealing with organizations and government bodies. It is important, in the Eigen Kracht Centrale vision, that everyone is part of society and everyone can participate, everyone has a say and remains in charge of his or her own life, everyone gets support from their own social network: family, friends, neighbors, etc.
    Especially when problems arise that might lead to involvement of various (social care) institutions.
    To implement this vision in daily life, the Eigen Kracht Centrale has introduced the Family Group-conference as a decision making model. This model appears to be effective for citizens to make their own plans. When given responsibility for the situation and the solution, citizens, in every situation thinkable, create, according to themselves and professionals as well, save and creative plans that fit.
    In this article the FG-c for a group, district or neighbourhood is discussed and is illustrated by real life examples. Even when people don’t know each other, they can make a plan to solve conflicts in their street or neighbourhood: they all have a strong interest in living in safe, comfortable surroundings. Although the experience with this variant of FGC is limited in The Netherlands: what are they, what lessons can be learned?


Hilleke Crum
Hilleke Crum is regiomanager Eigen Kracht Centrale Noord-Holland en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Mentorschap: onbekend maakt onbemand

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden mentorschap, beschermingsmaatregel, mentor, niet-vermogensrechtelijke belangen
Auteurs Mr. Noris van Lis-Donata en Dr. Earney Francis Lasten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft het resultaat weer van een evaluatieonderzoek naar de toepassing van de Wet mentorschap in Aruba. Deze wet biedt bescherming aan meerderjarigen die tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn hun niet-vermogenrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. In een onderzoek gaf het merendeel van de respondenten aan geen of weinig kennis te hebben van de Wet mentorschap. Advocaten en de civiele rechter hebben de Wet mentorschap niet toegepast in de eerste tien bestaansjaren van deze wet. Toch onderkennen alle geïnterviewde vertegenwoordigers van hulpverlenende organisaties dat er behoefte is aan mentorschap in de thuiszorg van bejaarden en andere meerderjarige hulpbehoevenden met lichamelijke of geestelijke beperkingen. Mentorschap wordt ook beschouwd als een alternatieve beschermingsmaatregel voor drugsverslaafden. De onbekendheid met het mentorschap werkt belemmerend op de toepassing van de Wet mentorschap. Nadere regels betreffende de taken en bevoegdheden van de mentor, onder supervisie van een coördinatiecentrum, zullen de benoemingen van mentoren gunstig beïnvloeden.


Mr. Noris van Lis-Donata
Mr. Noris van Lis-Donata is onderzoeker aan de Universiteit van Aruba.

Dr. Earney Francis Lasten
Dr. Earney F. Lasten was tot in 2012 docent/onderzoeker aan de Universiteit van Aruba; hij is momenteel verbonden aan de Universiteit EAN van Bogota, Colombia.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.
Artikel

Heeft de opneming van zorgstandaarden in een wettelijk register gevolgen voor de juridische betekenis van die standaarden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, standaarden, professionele standaard, wettelijk register
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen en standaarden van de medische beroepsgroep spelen bij het beoordelen van medische aansprakelijkheid vaak een belangrijke rol. Het Zorginstituut Nederland (ZiN) gaat een wettelijk register van dergelijke standaarden beheren. In gevallen waarin het veld dat nalaat, kan het ZiN zelf standaarden laten opstellen en deze doen opnemen in het register. De vraag is of deze nieuwe wettelijke mogelijkheden gevolgen hebben voor de juridische betekenis van standaarden en voor de juridische positie van zorgaanbieders in aansprakelijkheidszaken. Het ziet ernaar uit dat de nieuwe wetgeving vooral transparantie-effecten heeft en de juridische positie en betekenis van standaarden niet wezenlijk wijzigen.


Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan AMC/Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Geestelijke verzorging in penitentiaire inrichtingen: zorg zonder targets

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden chaplaincy, spiritual care, detainees, penal system
Auteurs Dr. Mohamed Ajouaou
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual care is connected with one’s identity and is linked to the religious or worldview background of the detainee. The spiritual caregiver’s religious or worldview serves the question of care. This care does not have any ‘care targets’; the basic characteristics for this care are availability and presence. The positive effect of his or her efforts on the well-being of the detainee and his contribution to a humanitarian penal system, resocialization in general, and maintenance of order have already been proven. Despite the legal protection spiritual care cannot escape the discussion on the role of religion and worldview in a strongly secularized society. This article suggests that spiritual care weathers this questioning.


Dr. Mohamed Ajouaou
Dr. M. Ajouaou is universitair docent islamitische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoofd Islamitische Geestelijke Verzorging bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Toont 1 - 20 van 249 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.