Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x

E.T.M. Olsthoorn-Heim

    There is a growing consensus among practitioners that independent peer review is the preferred approach to furthering trust in the legal professions. The article draws on experience abroad, as reported in the professional literature, and lessons from comparable arrangements at home, in academia and the medical professions. It formulates an institutional design in which an autonomous agency, independent of the Lawyers' Association and at arms' length from the Minister of Justice, develops methodology and organizes peer reviews by fellow-practitioners. Since professionals, everywhere, like to share experience, it is argued that making site-visits, sampling case-files, and discussing a self-evaluation of the practice under review promotes open innovation and creates scope for shaping rather than controlling professional excellence. It also allows for discretion in catering to the widely diverging needs of large international law firms and small local practices that a system of command and control could not deliver.


D.J. Wolfson
Prof. dr. Dirk Wolfson is verbonden aan de afdeling Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit en werkzaam als visitator, onder andere bij woningcorporaties.

    Al sinds de invoering van de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) in 1995 is het blokkeringsrecht uit artikel 7:464 lid 2 onder b BW een onderwerp dat onderhevig is aan tegenstrijdige rechtspraak en onenigheid in de literatuur over de reikwijdte en de interpretatie van dit artikel. Zowel in letselschadezaken als daarbuiten. De (eventuele) invoering van de nieuwe Wet cliëntenrechten zorg in 2011 lijkt voor de wetgever een uitgelezen mogelijkheid om een groot aantal onduidelijkheden rondom het blokkeringsrecht te verhelderen. Uit de tekst van het huidige wetsvoorstel blijkt echter dat de wetgever deze mogelijkheid tot op heden onbenut heeft gelaten. Dat is bijzonder spijtig.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VUmc en zij maakt deel uit van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

Achtergronden en determinanten van radicalisering en terrorisme

Een overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden radicalisme, terrorisme, radicaliseringsproces
Auteurs Wim Koomen en Joop van der Pligt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an overview of the main determinants of radicalization and terrorism. Experienced discrimination plays an important role, and can be seen as threatening. This could amplify the importance of ideology and religious convictions, and these both unify the group and direct the behavior of the group. Perceived threats also result in emphasizing group identity and increases the cohesiveness of the threatened group. This may lead to polarization between groups and radicalization. This radicalization is also affected by cognitions, such as perceived inequity and injustice, as well as emotions such as anger and contempt. In a later phase of radicalization group processes, such as groupthink, and support from the wider social group may further strengthen radicalization. Justification processes, like dehumanizing the opponent, are also likely to play a role. Finally, the transition from radicalization to terrorism is discussed.


Wim Koomen
Dr. W. Koomen is werkzaam bij de faculteit sociale psychologie van de Universiteit van Amsterdam, w.koomen@uva.nl.

Joop van der Pligt
Prof. dr. J. van der Pligt is hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, J.vanderPligt@uva.nl
Artikel

De aard en omvang van belaging in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2009
Trefwoorden belaging, stalking
Auteurs Suzan van der Aa en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Over nine years after the enactment of the Dutch anti-stalking provision there are still no figures detailing the prevalence of stalking in the Netherlands. This article aims to estimate the prevalence and nature of this form of victimization within the Dutch population. In order to generate these findings the results of the national Police Monitor of 2001 were analysed. Of the 88,607 respondents 24 percent reported a lifetime rate of stalking victimization and for 1.2 to 3.1 percent of the respondents the harassment had begun in the 12 months previous to the study. With almost one in three women (28.6%) and almost one in five men (19.2%), women were significantly more likely to report having been stalked at some time during their lives. In line with previous research age was significantly related to life-time stalking with younger people having greater odds of reporting victimization. (Cor)relations were furthermore found between stalking and having a job, being originally of another than the Dutch nationality and education. But, apart from gender, the odds ratios for those socio-demographic variables were only very small. In most cases (65.6%) the stalker only used one method of harassment with unwanted telephone calls being the method that appeared most in isolation (65.7%). 59.1% of the victims indicated that they felt threatened because of the repetitive harassment. A remarkable finding was that in over 56 percent of the cases the identity of the stalker was unknown.


Suzan van der Aa
Suzan van der Aa is promovenda en onderzoeker bij het International Victimology Institute (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg. Postadres: Warandelaan 2, 5000 LE Tilburg. E-mail: s.vdraa@uvt.nl.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is senior-onderzoeker en projectleider bij het International Victimology Institute (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg. E-mail: a.pemberton@uvt.nl.
Artikel

Juridische aspecten in het debat rondom staatsfondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Staatsfondsen, sovereign, wealth funds,, transparantie, beleggingen staatsfondsen
Auteurs Mr. J.S. Hament
SamenvattingAuteursinformatie

    Staatsfondsen vormen onderwerp van een intensiverend debat. In dit artikel staat de vraag centraal of de bestaande wet- en regelgeving de bestaande zorgen rondom staatsfondsen (voldoende) wegnemen. Voor een goed begrip worden allereerst stilgestaan bij staatsfondsen en hun economische implicaties. Vervolgens worden de voornamelijk in het westen bestaande zorgen jegens staatsfondsen nader besproken. Daarna wordt onderzocht op welke wijze Nederland – maar ook andere landen – strategische sectoren tracht te beschermen tegen onwenselijke investeerders. Ook wordt gekeken op welke wijze door middel van regelgeving tegemoet wordt gekomen aan de behoefte aan meer transparantie bij staatsfondsen.


Mr. J.S. Hament
Mr. J.S. Hament is werkzaam als bedrijfsjurist bij ING. Tevens werkt hij aan een proefschrift over staatsfondsen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Contractenrecht als meergelaagde rechtsorde: uitdagingen voor de komende tien jaar

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden pluralisme, coherentie, meergelaagde rechtsorde
Auteurs Prof. mr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In het afgelopen decennium is het contractenrecht in sterke mate geëuropeaniseerd. Daarnaast is ook de hoeveelheid private regulering toegenomen en kiezen contractanten in toenemende mate andere rechtsstelsels dan het ‘eigen’. Het naast elkaar bestaan van verschillende contractenrechtstelsels wordt doorgaans beschouwd als problematisch: het zou de coherentie en eenheid van het recht aantasten. Deze bijdrage bepleit dat een pluralistisch contractenrecht ook voordelen heeft en dat met name twee vragen beantwoording verdienen: die naar het optimale niveau van regulering en die naar de beste wijze van omgang met een pluralistisch contractenrecht.


Prof. mr. J.M. Smits
Prof. mr. J.M. Smits is hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg (TICOM) en gasthoogleraar Comparative Legal Studies aan de Universiteit van Helsinki.
Artikel

Drie modellen voor de Eerste Kamer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Eerste Kamer, interpretatiegemeenschap, semi-autonoom sociaal veld, evenwicht van machten
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Eerste Kamer is een dubbelzinnig politiek instituut: soms machtig, maar meestal onzichtbaar, vaak marginaal, maar soms van beslissende betekenis. Om helderheid te krijgen worden drie modellen onderzocht die de werkzaamheid van de Eerste Kamer op hun eigen manier duiden: interpretatiegemeenschap, semi-autonoom sociaal veld en machtsevenwicht. Dit leidt tot een heroverweging van het instituut, waarbij geconstateerd wordt dat ook zonder ingrijpende staatkundige vernieuwingen gesproken kan worden van een nuttige en zinvolle instelling.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

EU-burgerschap en de reikwijdte van het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8-9 2009
Trefwoorden EU-burgerschap, gelijke Behandeling, directe Discriminatie, omgekeerde Discriminatie, derdelanders
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de rechtspraak van het Hof betreffende artikel 12 EG-Verdrag. Geconcludeerd wordt dat EU-burgers zich in andere lidstaten op artikel 12 EG-Verdrag kunnen beroepen in relatie tot in beginsel ieder recht of voordeel, ongeacht het beleidsterrein waaruit dit voortvloeit en ongeacht het antwoord op de vraag of het genot van dit recht of voordeel het vrij verkeer kan bevorderen. Deze ontwikkeling in de rechtspraak is te verwelkomen, maar roept wel een reeks van nieuwe vragen op aangaande onder meer directe discriminatie op grond van nationaliteit en zogenoemde ‘omgekeerde discriminatie’.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is Universitair Docent, capaciteitsgroep Internationaal & Europees Recht, Universiteit Maastricht.
Artikel

Arbeid en ICMS: opbrengsten, weerstanden en intenties

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ICMS, Integrated Conflict Management System, arbeidsconflicten
Auteurs Mr. dr. Rob Jagtenberg en Mr. dr. Annie de Roo
SamenvattingAuteursinformatie

    In their contribution ‘Employment and ICMS’, Rob Jagtenberg and Annie de Roo discuss the yields that an integrated conflict management system may bring to individual workers, to the company or organisation, and to society as a whole. Few organisations have adopted ICMS as yet. Therefore, the authors analyse the resistance against introduction of ICMS in some detail, especially resistance on the part of management, which likely will be decisive.Recent developments in the world economy and in politics however, may change the leverage in favour of introducing ICMS still, in the years to come.


Mr. dr. Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg verricht vergelijkend onderzoek naar mediation en conflictmanagement in Europa en was rapporteur-generaal bij de Raad van Europa over het onderwerp mediation.

Mr. dr. Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD.
Artikel

Ervaringen van klagers en aangeklaagde artsen met het tuchtrecht

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2009
Trefwoorden tuchtrecht, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Yasmine Alhafaji, Mr. dr. Brenda Frederiks en Prof. mr. Johan Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    If a patient is not satisfied with any aspects of health care, he or she can file a complaint. In the Netherlands, as in other countries, there are several ways for handling patients’ complaints. One of the possibilities is to lodge a complaint with the medical disciplinary board. In 1997, the Individual Health Care Professions Act came into force. The main goals of this Act are to promote the quality of professional practice and to protect patients against unprofessional health care professionals.In 2008 research was undertaken into the experiences of patients (or others acting on behalf of them) with the disciplinary procedure. A sample of both complainants and practitioners against whom a complaint was lodged were interviewed about their expectations and experiences. The main conclusion is that for several reasons both parties are dissatisfied with the current procedure. This paper provides an overview of the outcome of the interviews. In addition, some concrete proposals are made regarding the improvement of the current disciplinary procedure.


Mr. Yasmine Alhafaji
Yasmine Alhafaji is als onderzoekster verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

Mr. dr. Brenda Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht en is verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.

Prof. mr. Johan Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht en is verbonden aan het VU Medisch Centrum, afdeling Sociale Geneeskunde/EMGO Instituut.
Artikel

Onbekend, maar wel bemind

Inbraakpreventief advies in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2009
Trefwoorden preventie, woninginbraak, slachtofferschap, sociale ongelijkheid
Auteurs Leen Symons, Johan Deklerck, Dave Gelders e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the mid-90s, people can obtain ‘burglary prevention advice’ in Belgium, which means that a burglary prevention adviser will carry out a free assessment of the dwelling regarding the protection against a burglary and will recommend security measures as needed. In 2008, a large-scale survey by postal mail, commissioned and financed by the Belgian Ministry of Internal Affairs, was conducted to examine three main questions concerning burglary prevention advice in Belgium. Firstly, who receives a burglary prevention visit, or in other words what are the demographic characteristics of the citizens who obtain advice? Secondly, what is the extent to which these persons are satisfied with the visit and which elements, related to the advice, are associated with this (dis)satisfaction? Finally, do these citizens implement the proposed prevention measures and what is the role of the financial incentives (e.g. a tax deduction and an investment subsidy) concerning this implementation? Using a stratified random sample, 2,123 citizens were selected of whom ultimately 1,193 persons answered and returned the questionnaire. This paper presents the main findings of this study. We will also draw attention to the risk of an increased societal dualization and exclusion in the field of community safety when burglary prevention becomes predominantly the responsibility of the individual. The results of our survey for instance suggest that certain groups in society, namely the lower educated, tenants and apartment dwellers, are insufficiently sensitized to call upon these advisers. Furthermore, mainly the higher educated and those with higher incomes plan to make use of the possibility of tax deduction.


Leen Symons
Leen Symons werkt als praktijkassistent bij het Leuvens Instituut voor Criminologie (Katholieke Universiteit Leuven). E-mail: leen.symons@law.kuleuven.be.

Johan Deklerck
Johan Deklerck is als hoofddocent verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (Katholieke Universiteit Leuven). E-mail: johan.deklerck@law.kuleuven.be.

Dave Gelders
Dave Gelders is als universitair docent verbonden aan de School voor Massacommunicatieresearch (Katholieke Universiteit Leuven). E-mail: dave.gelders@soc.kuleuven.be.

Dr. Stefaan Pleysier
Stefaan Pleysier is coördinator van het Expertisecentrum Maatschappelijke Veiligheid (KATHO-Ipsoc), en deeltijds verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (Katholieke Universiteit Leuven).E-mail: stefaan.pleysier@katho.be.
Artikel

Wie werkt?

Over het vakmanschap van de reclasseringswerker

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2009
Trefwoorden professionele ruimte, effectieve professional, reclasseringswerker, werkalliantie, feedback
Auteurs Drs. Anneke Menger
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de vraag gesteld naar een zinvolle verbinding tussen de ervaringen en vragen van reclasseringswerkers en de ontwikkelingen in de wetenschap. Een mogelijke sleutel is meer onderzoek te doen naar effectieve professionals, als aanvulling op onderzoek naar effectieve interventies. De vraag naar effectieve professionals wordt besproken aan de hand van vier thema’s: de reclasseringswerker en de combinatierol van controleren en motiveren, de algemene factor van effectiviteit, de werkalliantie en kenmerken van de effectieve professional. Het artikel concludeert dat onderzoek naar deze factoren niet alleen de effectiviteit van het reclasseringswerk zal vergroten en onderbouwen, maar ook de professionele ruimte, die nodig is voor gemotiveerde reclasseringswerkers, zichtbaar maakt en kan onderbouwen.


Drs. Anneke Menger
Anneke Menger is lector ‘Werken in Justitieel Kader’ aan Hogeschool Utrecht. Zij werkt tevens aan een promotieonderzoek naar effectieve reclasseringswerkers.
Artikel

Institutionalisering van de criminologie in Nederland en Vlaanderen

Laveren tussen overheid en autonomie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2009
Trefwoorden institutionalisering criminologie, criminologisch instituut, criminologieonderwijs
Auteurs Prof. dr. Gerben Bruinsma en Prof. dr. Lode Walgrave
SamenvattingAuteursinformatie

    This article briefly outlines the origin and development in the past fifty years of institutions in the Netherlands and Flanders which have explicitly been labelled ‘criminological’. There are remarkable differences in developments between both regions. But in The Netherlands as well as in Flanders criminology has grown over the course of a century from a very modest phenomenon in the margin of criminal policy to a fully-fledged specialisation in socio-scientific and criminal research in universities, and a recognised qualification on the labour market.


Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is hoogleraar criminologie, faculteit rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden en directeur, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), GBruinsma@nscr.nl.

Prof. dr. Lode Walgrave
Prof. dr. L. Walgrave is emeritus hoogleraar criminologie, K.U.Leuven, lode.walgrave@law.kuleuven.be.
Artikel

De ontwikkeling van criminologisch onderzoek voor beleid en praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2009
Trefwoorden beleidsgerichte criminologie, professionele criminologie, WODC
Auteurs Prof. dr. mr. Bert Niemeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article first addresses the tension between scientific requirements and policy oriented criminological research. The article then proceeds to describe the historical development of policy oriented criminology in the Netherlands. This narrative can be divided into three phases: early history, the years 1980-1995 and the period from 1995. Criminology in the Netherlands has always had and retains a strong policy orientation. The growth of professional (academic) criminology is a relatively recent phenomenon. ‘Critical’ and ‘public’ criminology always have been and remain the work of individuals. The development of policy oriented criminological research in the Netherlands appears dependent on governmental involvement. The situations in Belgium and the USA give the same impression.


Prof. dr. mr. Bert Niemeijer
Prof. dr. mr. E. Niemeijer is bijzonder hoogleraar rechtssociologie, faculteit rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit, Amsterdam en coördinator strategieontwikkeling, Ministerie van Justitie, e.niemeijer@rechten.vu.nl.
Artikel

Criminologie als studie en beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2009
Trefwoorden opleiding criminologie, beroepsveld criminoloog, publieke criminologie
Auteurs Prof. dr. René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    The primary goal of this article is to survey the various criminological study programmes in the Netherlands and Flanders and of the jobs students attain after graduating in criminology. The theoretical question posed is to what extent the enormous expansion of criminology over the last decade has contributed to the scientific development of criminology as a discipline and to better-informed crime policies. Though the answer to this question remains limited to an ‘it depends on how you look at it’ position, the author is not pessimistic. Taking into account the current grim penal climate and the fact that the criminologist is a relative newcomer on the Dutch labour market, the positions criminology students have been able to gain – with jobs within the police force, in research and policy-development as prime fields – give reason to be hopeful, if reflexivity and overview remain the primary educational goals and practical skills training is not seen as the ‘trick box’ for the ‘quick fix’ of the safety problem.


Prof. dr. René van Swaaningen
Prof. dr. R. van Swaaningen is bijzonder hoogleraar internationaal comparatieve criminology, Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur, Onderzoeksschool Maatschappelijke Veiligheid (OMV), vanswaaningen@frg.eur.nl.
Artikel

Vijftig jaar Tijdschrift voor Criminologie

Vooruitgang en verandering in de Nederlandstalige criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Tijdschrift voor Criminologie, Nederlandstalige criminologie
Auteurs Dr. Jan Nijboer, Dr. Frank Weerman, Prof. dr. Edward Kleemans e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Fifty years ago Tijdschrift voor Criminologie, the Dutch Journal for Criminology, appeared for the first time. It has now developed into a peer reviewed journal with quantitative and qualitative research of high quality. Youth and life course criminology, research into organised and organisational crime, criminographical research, and research into violence are strongly represented nowadays. Changes in the journal reflect more general developments in criminology in the Netherlands and Belgium. In the last 10-15 years the discipline has become more internationally oriented and professional, and scientific backgrounds of criminologists have become more diverse.


Dr. Jan Nijboer
Dr. J.A. Nijboer is universitair hoofddocent, sectie criminologie, faculteit rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen, j.a.nijboer@rug.nl.

Dr. Frank Weerman
Dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), FWeerman@nscr.nl.

Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is waarnemend hoofd, afdeling criminaliteit, rechtshandhaving en sancties, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving, Vrije Universiteit, Amsterdam, e.r.kleemans@minjus.nl.

Dr. Andrea Donker
Dr. A.G. Donker is universitair docent, afd. criminologie en penologie, faculteit rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden, a.g.donker@law.leidenuniv.nl.

Prof. dr. Els Enhus
Prof. dr. E.A.M. Enhus is hoogleraar, eenheid criminologische wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel en co-directeur, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA), elsenhus@brutele.be.
Artikel

Naar herstel van vertrouwen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Adviescommissie Toekomst Banken, governance en risk management, maatschappelijke rol banken, toezicht en regulering, toekomst banken Nederland
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 april 2009 verscheen het rapport ‘Naar herstel van vertrouwen’ van de Adviescommissie Toekomst Banken. Deze commissie is in november 2008 ingesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Het was de belangrijkste taak van de commissie aanbevelingen te doen ter verbetering van het functioneren van de Nederlandse bancaire sector en zo handvatten te bieden voor het herstel van vertrouwen in de banken. Een belangrijk begin van herstel van vertrouwen in de bancaire sector is dat in dit rapport de maatschappelijke rol van banken wordt onderschreven. Positief is ook dat in het rapport het accent wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van de banken en wordt onderkend dat de kredietcrisis is veroorzaakt door het structureel onderschatten van risico’s, vooral door banken. Ook de aanbeveling dat banken bij de afweging van belangen het primaat weer bij de klant moeten leggen, wordt besproken. In zijn bijdrage gaat Oostwouder na of aanbevelingen uit dit rapport door de commissie door middel van het comply or explain-beginsel dwingend kunnen worden opgelegd. Vervolgens bespreekt hij diverse aanbevelingen uit dit rapport kritisch en beantwoord onder meer de vraag of (de gedachte achter) het primaat van de klant hierin consequent wordt doorgevoerd.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van O&F. Hij coördineert samen met prof. dr. E.J.J. Schenk, hoogleraar economische organisatie aan de Universiteit Utrecht, het multidisciplinair onderzoeksprogramma Corporate Governance, Corporate Control and Performance.

    In this contribution the focus is on whether mediation, as it is practiced today, can be regarded as a profession and if so, whether it belongs to the ‘new’ or ‘old’ professions. In an attempt to answer this question the structure of the body of knowledge and the predictability of the outcomes of the application of that body of knowledge are discussed.


Ad Kil
Ad Kil is director of study van de masteropleiding Conflictmanagement aan de Universiteit Maastricht en professor Human Resource Development in Law Firms aan de Nottingham Law School.
Artikel

Access_open Autonomie als voorwaarde tot legaliteit

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden autonomie, legaliteit, Brouwer, Fuller, certificering
Auteurs Pauline Westerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Brouwer defended the view that the autonomy of the individual citizen is furthered by articulated, precise and clear legislation. The question arises whether all kinds of rules can be said to enhance such autonomy. It is argued that a distinction should be drawn between rules that dictate desirable outcomes, on the one hand, and rules that determine the way the game is played, on the other. Rules of the game often reflect the way they were drafted and can be seen as the embodiment of power relations between rule-makers. Rules that dictate outcomes, on the other hand, are often drafted by experts who analyse the goals to be reached. The view is defended that only rules of the game – potentially – enhance the autonomy of the citizen, whereas outcome-rules are potentially manipulative, tending to exclude those who are ill-equipped to realize the prescribed outcomes. The virtues of rules therefore do not merely reside in their clear and precise nature, but are largely derived from their capacity to regulate the relations amongst citizens who were included in the process of rulemaking.


Pauline Westerman
Pauline Westerman is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.