Zoekresultaat: 82 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Artikel

Trouwen in de wettelijke gemeenschap, kan dat wel te goeder trouw?

Schuldsanering en de wettelijke gemeenschap (II)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Huwelijkse voorwaarden
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Zwarte kaviaar

Over criminele netwerken, illegale handel en de bedreiging van de steur

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2014
Trefwoorden black caviar, Caspian Sea, sturgeon population, illegal fishing, illegal trading
Auteurs D. Siegel en D. van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The trade in caviar has a rich and colorful history, influenced over thousands of years by many cultures, societies and in the last decades by regulation. Based on qualitative research, including literature, media analysis and interviews, this article presents the first preliminary results of the authors’ ongoing research. The value of caviar is historically discovered in the context of social change, political relationships and environmental change and the role of organized crime is described, as the scarcity of caviar has offered the unique opportunity to fish illegally, smuggle and trade contraband to mainly European countries with millions in profits. Although due to overexploitation ‘wild caviar’ is increasingly difficult to obtain, the demand in the context of exclusivity and scarcity remains intact by the upper class society desire for edible gold.


D. Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.

D. van Uhm
Drs. Daan van Uhm is als promovendus en junior universitair docent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Sociale gerechtigheid kan niet zonder barmhartigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden armoede, barmhartigheid, diaconaat, sociale bijstand
Auteurs Jurn P. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Government and church both have to practice mercy, but there is a difference in the way they can do this. That is explained proceeding from theological ethics. The social care of the government cannot relieve every need, because it has to act conform the principles of good governance. Therefore particular charity and social assistance of the church stay necessary.


Jurn P. de Vries
Dr. J.P. de Vries is senior onderzoeker aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen. vries.jpde@tiscali.nl.
Artikel

Een echtgenote onwaardig

Haargroeimiddel is nu eenmaal geen wodka

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 09 2014
Trefwoorden Testament
Auteurs


Artikel

Het is weer lente in de ogen van de tandartsassistente

Hof Den Haag 24 juni 2014, ECLI 2014:2807

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 37 2014
Trefwoorden Testament
Auteurs


Artikel

Access_open Een vergeten episode uit de schoolstrijd: de ontdekking van ‘openbaar’ en ‘bijzonder’ onderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden openbaar onderwijs, bijzonder onderwijs, schoolstrijd, Grondwet, vrijheid van onderwijs/ onderwijsvrijheid
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The battle over the school system is one of the liveliest chapters in Dutch constitutional history. It resulted, in 1848, in the constitutional acknowledgement of a dual system of education: education provided by public authority (‘public education’) and private education (practically synonymous with confessional education); and, in 1917, in the constitutional guarantee of public funding for the latter on the same footing as the former.
    The battle over the school system is usually described as a battle for freedom of private, confessional education from the start. This article shows that prior to this, in the first stage of this battle, the concept of ‘private education’ itself had to be invented and that the concept of ‘public education’ had to develop a different meaning. Public education, the notion used in the Constitutions of 1814 and 1815, originally meant education in schools in contrast to house education. It was this broad concept of education that was entrusted to the care of government and, therefore, not free. This article focuses on the first half of the 19th century. On the basis of original sources it traces the fascinating process of the birth of these new categories, that determine the Dutch education system up to now.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg en redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

Training Diamant

Een persoonlijke impressie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2013
Auteurs Frank Bovenkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    This is an ethnographic evaluation study on a train the trainer programme (Diamant) for the prevention of political radicalisation among young Muslims in the Netherlands. Especially the training of independent judgement on moral issues looks promising to overcome cultural disorientation. Its preventive power for radicalisation is unclear since there were no radicals among the participants of the training.


Frank Bovenkerk
Prof. dr. Frank Bovenkerk is criminoloog en gepensioneerd hoogleraar Radicaliseringsstudies aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: f.bovenkerk@uva.nl.

    Since the mid-1980s American recipes for the fight against crime and nuisance are very popular amongst Dutch policymakers. The question posed in this article is why they rather look at the United States than at European countries far more comparable to the Netherlands. The authors answers this question by pointing at the popularity of neo-liberal recipes in general, an emotional historical bond marked by the time that New York was still called New Amsterdam and the liberation from Nazism in 1945, the (sometimes reluctant) acceptance of the US’ role as ‘the world’s policeman’ and a (mostly unspoken) belief that ‘bigger is better’. Next, the author draws some lessons from research on ‘how policy travels’: 1) crime policies are always in much wider social policies and idea(l)s; 2) if something ‘works’ in country A it doesn’t mean it also ‘works’ in country B; 3) policies are always adopted to national circumstances; 4) policymakers are particularly fond of simple messages and dislike nuances and criticism; 5) you can also look at the US in order to find out where ‘we’ don’t want to go; and 6) you most of all learn more about yourself if you look at other countries. The author concludes with a plea for critical cosmopolitanism and a decolonisation of criminology from national biases.


R. van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar internationale en comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Beate Sirota en de gelijkstelling van mannen en vrouwen in artikel 24 van de Japanse Grondwet in 1947

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Japanese Constitution, Japanese Civil code, Women's rights, Beate Sirota
Auteurs Peter van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Beate Sirota has been described as the ‘heroine of Japanese women’s rights’, because she contributed considerably to the inclusion of a forceful provision on the rights of women in the new Constitution of Japan as a member of the Government Section of the Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP), headed by General Douglas MacArthur. Her role was serendipitous, because at first the Americans were not planning such a thorough revision of the Meiji Constitution (1890). Sirota was not a constitutional scholar, let alone an expert on the rights of women. She was hired only because she had spent her youth in Japan and spoke Japanese fluently. But once she got involved in the drafting of a new Constitution, her intimate knowledge of the position of women in Japanese society proved very useful. She proposed elaborate and detailed provisions on women’s rights in order to counter the expected resistance. This strategy turned out to be successful. Although Sirota was not substantially involved in the implementation of article 24, she returned to the United States in 1947. Since its introduction the provision has been a firm anchor for proponents of the emancipation of women in Japan.


Peter van den Berg
Peter A.J. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (Vakgroep Algemene Rechtswetenschap en Rechtsgeschiedenis). Hij publiceert onder meer over constitutionele geschiedenis, geschiedenis van het staatsburgerschap en codificatiegeschiedenis. In 2007 verscheen van zijn hand The politics of European codification. A history of the unification of law in France, Prussia, the Austrian Monarchy and the Netherlands. Hij is een van de leiders van het door NWO als onderdeel van het programma ‘Omstreden Democratie’ gefinancierde project ‘Contested Constitutions’.
Artikel

Het Liefdehuis-arrest na honderd jaar herinnerd

Kanttekeningen bij de opmaat tot een fameus arrest van de Hoge Raad

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, verschoningsrecht, Liefdehuis-arrest
Auteurs Prof. mr. dr. D.P. Engberts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Liefdehuis-arrest uit 1913 was het eerste arrest waarin het medisch beroepsgeheim centraal stond. De Hoge Raad relativeert daarin drastisch de betekenis van de artseneed/-belofte voor het beroepsgeheim en het verschoningsrecht. Grondslag en oogmerk van het beroepsgeheim worden niet op regelgeving gebaseerd maar op de eigen aard van de verhouding patiënt-arts. In dit artikel schetst de auteur kort de achtergronden van het arrest. Hij gaat in op het belang van de uitspraak en geeft een korte analyse van de sterke en zwakke kanten.


Prof. mr. dr. D.P. Engberts
Dick Engberts is hoogleraar Normatieve aspecten van de geneeskunde aan de Universiteit Leiden en hoofd van de sectie Ethiek & Recht van de Gezondheidszorg van het Leids Universitair Medisch Centrum.
Artikel

Gangsters en jazz

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Jazz, Mafia, Night Clubs, Organized Crime
Auteurs Frank Bovenkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    The social history of jazz music in America since 1880 has been described as a movement out of the inauspicious background of night clubs and brothels in the urban underworld. In 1980 Ronald L. Morris has published a book, Wait until dark, fostering a contrary view (that should inspire criminology). Morris claimed that until 1940 the ‘mob’ had promoted jazz music as gangsters hired black musicians without concern for the law and the conventions of racial segregation. There is some evidence that even during the 1950s the jazz scene of New York City and Las Vegas had also been partly organized by the mafia.


Frank Bovenkerk
Prof. dr. Frank Bovenkerk is emeritus hoogleraar criminologie aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: F.Bovenkerk@uu.nl

    In this article I will explore the concept of transgression within the realm of rock music using the biography of Lou Reed, known for such songs as ‘Walk on the Wild Side’ and ’I’m Waiting for the Man’. I discuss Lou Reed’s social transgressions as a reaction to and resistance toward institutions of social control such as family, media and the music industry, which stigmatized him as an outsider. This study, which is based on secondary material, such as biographies, interviews and songs, shows how Lou Reed transgressed social norms with respect to drugs, sex, and gender.


Thaddeus Müller
Dr. Thaddeus Müller is verbonden aan de sectie criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: Muller@law.eur.nl.

    The Dutch Social Support Act aims at a bigger role for the civil society in informal care. This appeal includes churches. In this article, the question is: do churches indeed want to participate more in social support? And what is subscribed to churches in the Social Support Act?
    Formal documentation of all denominations formulate an active role of churches, both in society in general and more specifically in social support. In national legislation, the Social Support Act does not describe clearly what its expectations of churches are. This is partly so because the Law only gives a general frame for new policy, and local governments make their own policy based on their specific local situation. Local government show a wide variety of possible roles they expect from churches. These roles differ in some aspects from the roles churches describe themselves. Churches themselves do not clearly communicate to governments what they are willing and capable to do in the field of social support; maybe so because they do not realized yet how big the changes induced by the Social Support Act are.


Marja Jager-Vreugdenhil
Dr. ir. M. Jager-Vreugdenhil is onderzoeker bij het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken van de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. mjager@gh.nl.
Artikel

Access_open Religiestress op het werk?

Non-discriminatie, neutraliteit en diversiteit in het arbeidsdomein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2013
Auteurs Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Religion-related stress is the product of a predominantly secular society in which people are confronted with diverse religious practices. The phenomenon occurs where public meets private. How can employers ensure compliance with conflicting religious and other commitments in the workplace? The concept of respectful pluralism as formulated by Douglas Hicks in his book Religion and the Workplace, may go a long way to negotiating a solution to the debate between conformity and diversity.


Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel BA is publiciste en bachelor Religiewetenschappen. rikmar@hotmail.com.
Artikel

Aandeelhouders: van ‘flitskapitaal’ naar ‘geduldig kapitaal’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden aandeelhouders, typologie, stewardship, dialoog, betrokken aandeelhouderschap
Auteurs drs. J. van der Ende en mr.dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Aandeelhouders worden vaak over één kam geschoren als het gaat om de verantwoordelijkheid voor inzicht en toezicht bij (beursgenoteerde) ondernemingen. In dit artikel wordt een eenvoudige typologie van aandeelhouders ontwikkeld aan de hand van twee criteria. Uitgangspunt is verder dat een gezonde balans nodig is tussen de verschillende typen aandeelhouders. Een onderneming zal vooral behoefte hebben aan langetermijnaandeelhouders die betrokken zijn, de onderneming en haar management kennen en daardoor de monitoringrol adequaat kunnen invullen. Ook vanuit maatschappelijk oogpunt is een aanzienlijk percentage ‘loyaal-kritische aandeelhouders’ gewenst. Het gaat dan om aandeelhouders met geconcentreerde portefeuilles, een langetermijnhorizon en grote betrokkenheid bij de onderneming. Stimulering van deze vorm van aandeelhouderschap kan door financiële stimulering, regelgeving en samenwerking. De ‘Best practices voor betrokken aandeelhouderschap’ van Eumedion zijn een stap in de goede richting tot betere samenwerking tussen institutionele beleggers. Een aanzienlijk deel van de aandeelhouders van beursvennootschappen zal zich als loyale aandeelhouders moeten gedragen om het alternatief, inperking van aandeelhoudersrechten, te voorkomen. Dit zal inspanning vragen, maar dergelijk gedrag is essentieel voor een goede corporate democracy.


drs. J. van der Ende
Johan van der Ende is Senior Advisor bij KBR Finance.

mr.dr. A. van der Krans
Anatoli van der Krans is Senior Advisor Responsible Investment & Governance bij MN (voorheen bekend als Mn Services) te Den Haag.
Artikel

Niet voor wie niet tegen bloed kan

Een laatste handdruk pro Justitia

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2013
Trefwoorden forensic psychiatry, forensic psychiatric hospital, forensic psychiatric patients, risk management, work motivation
Auteurs E.J.P. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Having a job is an all day reality, having a job in a prison or a forensic psychiatric hospital is not. Dealing on a daily basis with disturbed people who have committed a severe crime requires a highly professional attitude. For the professional working in this field, individual thoughts and feelings (of disgust of the criminal and his crime for example, so common amongst the public) are not an option, while at the same time the given means for doing the work are highly dependent on public opinion as expressed by the media and political spokesmen. Ed Brand, forensic psychologist for more than thirty years, describes the change in risk management which took place in those years on the social and political level in the treatment of psychiatric disturbed offenders. In his account he also refers to the changes in his personal life before he stopped his work in state prisons and forensic psychiatric hospitals.


E.J.P. Brand
Dr. Ed Brand (1955), psycholoog, werkte vanaf 1982 achtereenvolgens in de CAD-Alcoholkliniek in Haarlem (de huidige Brijderstichting), in het Penitentiair Selectie Centrum in Den Haag, in de FOBA (nu: PPC) in Amsterdam en als hoofd behandeling in de Oostvaarderskliniek (tbs) in Amsterdam (nu in Almere); daarnaast was hij consulent bij de Reclassering Den Haag en Leiden en lid van de Commissie van Toezicht van de justitiële jeugdinrichting Amsterbaken in Amsterdam. Hij promoveerde in 2001 op Het persoonlijkheidsonderzoek in het strafrecht (Deventer: Gouda Quint). Sinds 2009 werkt hij in Gezondheidscentrum Nieuwerkerk aan den IJssel en in een psychiatrische polikliniek bij Mentrum/Arkin, de overkoepelende GGZ-instelling in Amsterdam. Correspondentieadres: ejp.brand@telfort.nl.
Artikel

‘Een loverboy laat niet los’

Slachtoffers van loverboys in beeld

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Loverboys, Revictimization, Youth prostitution, National human trafficking, Youth care
Auteurs Rianne Verwijs, Arnt Mein en Marjolein Goderie
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the concept of ‘loverboys’ is discussed and characteristics and needs of victims are described. The term ‘loverboy’ refers to a person who uses a specific method of human trafficking of mostly girls and young women. The methods involve recruitment and grooming of the girl by contacting and seducing her by means of (the promise of) a romantic relationship, with the aim of exploiting the victim sexually and financially or use her as a drug mule or otherwise. The loverboy concept is not a new phenomenon, but the traditional image of a loverboy as a charming young man operating on his own is outmoded. Victims of loverboys form a broad and diverse group, but share certain characteristics that make them vulnerable, such as attachment issues, traumatic (sexual) events in their childhood and, to a lesser extent, intellectual disability. More insight is needed in the underlying mechanisms of repeated victimization − a serious issue with loverboy victims − and how this can be prevented. Regarding loverboy victims as a specific type of national human trafficking or youth prostitution instead of isolating it as a new phenomenon, is a first step in accomplishing this.


Rianne Verwijs
Drs. Rianne Verwijs is als onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut. E-mail: rverwijs@verwey-jonker.nl

Arnt Mein
Mr. Arnt Mein is als senior onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.

Marjolein Goderie
Drs. Marjolein Goderie is als promovenda verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Religie en kerk in de zorgzame samenleving

De Wet maatschappelijke ondersteuning kritisch bekeken als nieuwe verhouding van ‘religie’ en ‘samenleving’

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden katholieke sociale leer, verzorgingsstaat |, Wet maatschappelijke ondersteuning, godsdienstvrijheid, civil society
Auteurs Erik Sengers
SamenvattingAuteursinformatie

    In the contemporary reform of the Dutch welfare state, civil society plays a prominent role in the solution of individual needs. This article investigates, from a normative point of view, the consequences for the churches as part of civil society. The outline of this policy is decentralization of welfare to local communities, saving of money, and a more active role of citizens in need to solve their problems alone. Then the normative framework is sketched with the help of the basic principles of Catholic Social Teaching (personality, subsidiarity, solidarity and common good), as well as ‘caritas’. The consequences for the churches are analyzed, first from the perspective of their participation in this legal and policy-framework. There is a great complementarity in theory and practice, but research shows that local governments are reluctant in cooperating with churches, which have to be careful that their own identity will be instrumentalized. Second, the consequences are analyzed for the core business of churches: it appears that the government wants to have an insight in the processes of giving meaning to life of individuals to give the help (financially), efficiently and effectively, according to the policy goals. Thus, although the government wants to appeal to civil society and calls upon the churches explicitly, the paradoxical consequence will be that the free expression of religion will be limited in the functioning of the future welfare state.


Erik Sengers
Dr. E. Sengers (1971) doceert (godsdienst)sociologie aan verschillende instellingen en is diaken en stafmedewerker van de Dienst Diocesane Caritas van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Vanuit zijn bureau Society & Spirit verzorgt hij onderwijs, lezingen, onderzoek en publicaties op het gebied van kerk en samenleving. Bestuurlijk is hij onder andere voorzitter van de Wmo-Adviesraad Amsterdam Zuidoost en actief in het Centrum voor de Sociale Leer van de Kerk. dr.sengers@hotmail.com.
Artikel

Dieren in detentie

Een kritische blik

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Detention, Animals, pet assisted activity, pet assisted therapy
Auteurs Dr. Janine Janssen, Jessica Hoeven MSc, Vera Vermeulen MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Animals appear to be increasingly incorporated in pet assisted activities and in pet assisted therapies in detention. But if one reviews the literature on these projects, it becomes clear that not much attention is being paid towards methodological issues. In this contribution, a set of questions is presented in order to help those that are interested in starting such a program to construct a more thoroughly thought through project. In such a project, animal welfare should be one of the key features.


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is redactielid van PROCES en publiceert al jaren over de positie van dieren in de criminologie. Zij is werkzaam bij de Nederlandse politie en als criminoloog verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Jessica Hoeven MSc
Jessica Hoeven MSc is in 2012 afgestudeerd in de criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Vera Vermeulen MSc
Vera Vermeulen MSc is in 2012 afgestudeerd in de criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Rose Mandungu MSc
Rose Mandungu MSc is docent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 82 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.