Zoekresultaat: 158 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Artikel

Straffen in soorten en maten

De ontwikkeling van de straftoemeting door de rechter in de periode 1995-2012

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden straftoemeting rechter, decompositie strafpunten, omrekensleutel
Auteurs Dr. Ben van Velthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper studies the development of the sentences that were imposed by criminal courts in the Netherlands over the period 1995-2012. Available data cover all principal sanctions: (unconditional) prison sentences, community service orders and fines. A decomposition is made to separate the gravity of sentencing (changes in the type and severity of the sanctions) from size effects (changes in the composition of the criminal cases dealt with). The gravity of sentencing is found to oscillate over the period 1995-2012. There is (as yet) no clear trend towards heavier sentencing, contrary to recent claims by Dutch judicial authorities.


Dr. Ben van Velthoven
Dr. Ben van Velthoven is universitair hoofddocent Rechtseconomie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

    Victims of violent crime who suffer from posttraumatic stress disorder (PTSD) can request financial compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). Problematic with this is that PTSD is amenable for malingering. Malingering involves the invention or exaggeration of psychological symptoms or the attribution of such symptoms to wrong causes. If malingered PTSD remains undetected, the VOCF will run the risk of compensating damages which do not exist. The literature suggests that malingering can be detected by focusing on extreme scores on symptom screeners. The results of the current study, however, seem to suggest that this may not be an adequate strategy.


Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Schadeverhaal na misdrijven: ervaringen van slachtoffers

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden misdrijven, schadevergoeding, civiel schadeverhaal, beleving van het slachtoffer, voeging in het strafproces, verzekering
Auteurs Dr. J.D.M. van Dongen, Mr. M.R. Hebly en Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van slachtoffers van strafbare feiten kan zich in een toenemende belangstelling verheugen. Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat slachtoffers voldoende mogelijkheden moeten hebben om de gevolgen van criminaliteit te (laten) herstellen. Ten aanzien van de verschillende mogelijkheden die het recht thans biedt, rijst de vraag wat slachtoffers van strafbare feiten ondernemen om hun schade vergoed te krijgen, welke afwegingen zij daarbij maken en wat zij feitelijk ervaren bij het verhalen van hun schade. Dit is een verslag van een kwalitatief onderzoek naar ervaringen waarin deze slachtoffers zelf aan het woord komen.


Dr. J.D.M. van Dongen
Dr. J.D.M. van Dongen is als universitair docent klinische psychologie verbonden aan het Instituut voor Psychologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is als docent privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    On the one hand, the religiously motivated circumcision of male minors is a manifestation of the right to freedom of religion. On the other hand, circumcision is an interference with the right to physical integrity. This article makes an effort to explain the fundamental rights’ position of male minor circumcision, dealing as well with the right to freedom of religion of the male minor, with some medical aspects, and with the difference between the circumcision of boys and girls. The article results in a discussion of the question, if specific regulation is required, in view of the recent discussion about the legitimacy of circumcision of male minors.


Aernout Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. A.J.Nieuwenhuis@uva.nl.
Artikel

Uitgaansgeweld en de morele setting van het uitgaan in Amsterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden nightlife, violence, morality, clubs, bars
Auteurs Marco van der Land, Ilse de Groot, Hans Boutellier e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Nightlife violence is gaining increasing attention and is a substantial part of all violent incidents. In this article we explore the assumption that going out in metropolitan clubs and bars creates a specific moral setting, where the aim is to let yourself go. The main question in this article is to what extent the moral setting of going out contributes to nightlife related violence. We explored this issue by analyzing the case of Amsterdam, in particular the two famous squares, Leidseplein and Rembrandtplein, and de Wallen (red light district). With regard to the moral setting we distinguish between physical, social, professional and normative aspects of the moral setting. Each of these aspects has been described in academic literature as potentially contributing to violence. On that basis a checklist has been developed that was used for observations in nightlife venues that are known for either a high or low disproportionate amount of violent incidents. By comparing the two categories we were able to identify elements of the moral setting which, supported by the literature, can be expected to contribute to the prevalence of nightlife violence. Elements which we discovered that occur more frequently in venues where many incidents occur are visitor density, the loudness of the music, the presence of smokers, the overall comfort, the opportunity to dance, the presence of drunken visitors and their degree of intoxication, overtly sexually charged behavior, opportunities for the staff to observe, security at the exit, the number of bouncers, and whether visitors were searched or not before they entered the venue. Whether situations actually developed into violent conflict depended on one of three possible causes, namely miscommunication, conflict with authority or unsolicited advances. Policymakers can use these insights in order to try to manipulate violence stimulating factors.


Marco van der Land
Marco van der Land is universitair docent bij de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij de Leerstoel Veiligheid en Burgerschap aldaar. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid. E-mail: m.vander.land@vu.nl

Ilse de Groot
Ilse de Groot is als zelfstandig onderzoeker en trainer op het gebied van criminaliteit en veiligheid werkzaam bij Ratio Research. E-mail: ilsedegroot@ratioresearch.nl

Hans Boutellier
Hans Boutellier is bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de raad van bestuur van het Verwey-Jonker Instituut. E-mail: HBoutellier@verwey-jonker.nl

Rutger Visser
Rutger Visser is freelance onderzoeker en docent criminologie. Hij is gespecialiseerd op het gebied van geweldgebruik. Rutger is verbonden aan het Centrum voor Politiewetenschappen. E-mail: r.s.m.visser@vu.nl
Artikel

Autonomie, ambtelijke organisaties en criminaliteitsbestrijding

Over samenwerking tussen overheidsinstanties bij de aanpak van mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2014
Trefwoorden collaboration, public administration, law enforcement, human trafficking, multi-agency approach
Auteurs Dr. Barbra van Gestel en Drs. Maite Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    How do organisations collaborate in the daily practice of law enforcement? And what role plays autonomy of government agencies within this cooperation? In this article the authors answer these questions on the base of two case studies: two large scale projects in which a partnership approach was used to combat human trafficking in the Netherlands. Collaboration between city administration, investigation services and tax authorities seems to be very hard to put into practice. This is understandable from the theory that government agencies, while performing their tasks, are focused on achieving autonomy.


Dr. Barbra van Gestel
Dr. B. van Gestel is als onderzoeker werkzaam voor het WODC.

Drs. Maite Verhoeven
Drs. M.A. Verhoeven is als onderzoeker werkzaam voor het WODC.
Artikel

Straffen omvat meer dan gevangenisstraf

De effecten van daderkenmerken op de straftoemeting voor het gehele sanctiepakket

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judicial decision-making, sentencing disparity, Imprisonment, concomitant sentencing, sentence severity scale
Auteurs Mr. drs. Sigrid van Wingerden en Dr. Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    Sentencing research focusing solely on unsuspended imprisonment does no justice to the practice of sentencing, where many other punishment types are imposed – often conjunctly. To investigate to what extent this imprisonment bias might have caused incomplete and thereby biased findings, we compare the effects of offender characteristics for imprisonment to those for other sanction types, as well as to a model combining sanction types. Findings suggest that the effects of offender characteristics differ per sanction type. When combinations of sanction types are taken into account, some offender characteristics do no longer have mitigating or aggravating effects, or the effects even inverted. Hence, future sentencing research should aim to include all sentences imposed.


Mr. drs. Sigrid van Wingerden
Mr. drs. S.G.C. van Wingerden is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan het instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het Duitse recht op nevengeschikt aanklagen

De volledige integratie van het slachtoffer in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Accessory prosecution, victims, Victim lawyers, Secondary victimization, punishment
Auteurs Michael Kilchling en Helmut Kury
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the German concept of accessory prosecution (Nebenklage) is discussed. The Nebenklage was implemented in the Code of Criminal Procedure of 1877. It had merely an accessory function in conjunction with the private prosecution and the Klageerzwingungsverfahren, two legal institutions which had little practical relevance. Nowadays, in the course of the modern victim movement, the Nebenklage has radically changed into an instrument that is clearly provided as the main participatory option for victims interested in actively contributing to the trial of ‘their’ criminal. Previous research findings are outlined and the results of an explorative survey are presented. The findings suggest that the mere presence of the victim lawyer can significantly change the atmosphere in the courtroom, thus enhancing the willingness of the defence to treat the victim more respectfully.


Michael Kilchling
Michael Kilchling is criminoloog en is werkzaam aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland), en is daarnaast voorzitter van het European Forum for Restorative Justice.

Helmut Kury
Helmut Kury was hoogleraar psychologie en criminologie en was onder andere verbonden aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland).
Artikel

Gezocht: rol voor de advocatuur bij ZSM

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden ZSM, advocatuur, ketenpartners, rechtsbescherming
Auteurs Mr. Ineke van den Brûle
SamenvattingAuteursinformatie

    ASAP: As Soon (or Selective, Smart) As Possible is meant to be a form of summary justice, in March 2011 introduced by the Dutch Public Prosecution Service (PPS). ASAP is meant to handle common criminality more rapidly and more effectively. So far, so good. However, the PPS seems to direct all efforts to velocity instead of quality. ASAP was established without interference of defense lawyers. Lawyers, criminal law scientists and National Ombudsman have been criticizing ASAP since its introduction. Values of legal protection, accuracy and sustainability are ignored by velocity. Nowadays, the PPS desires cooperation with defense lawyers in the ASAP method. First of all: it is not easy to climb aboard a driving train. Suspects must be advised and acquainted by lawyers, not by prosecutors or police officers. Equality of arms must be guaranteed. A quick access to the criminal file is one of the demands for a serious and active role of lawyers in the ASAP approach.


Mr. Ineke van den Brûle
Mr. Ineke van den Brûle is als advocaat verbonden aan advocatenkantoor Prinsegracht te Den Haag.
Artikel

ZSM, Zo Selectief Mogelijk…

Triage in de strafrechtsketen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden ZSM, selectiviteit, Openbaar Ministerie, ketensamenwerking
Auteurs Mr. dr. Johan Bac en Mr. Machiel Vink
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch abbreviation ‘ZSM’ literally means ASAP. In the Dutch criminal justice system, it stands for a response to a crime ‘as speedy, selective, smart and supportive for victims as possible’. The project was initiated by the Public Prosecution Service and the Police, and it also involves the Dutch Probation Services, Victim Support Netherlands and the Child Care and Protection Board. The goal of ZSM is to assure meaningful and fast interventions, based on quality and effectiveness for society, including suspects and victims. To reach this goal, the Public Prosecutor is situated at the front of the criminal justice chain and triages the high volume crimes to determine the best procedure for a case, in cooperation with the partners.


Mr. dr. Johan Bac
Mr. dr. Johan Bac is hoofdofficier van justitie van het Parket Midden-Nederland en programmaleider van het Landelijk Programma ZSM.

Mr. Machiel Vink
Mr. Machiel Vink is landelijk ZSM-officier van justitie en lid van het landelijk programmateam ZSM.
Artikel

Een echtgenote onwaardig

Haargroeimiddel is nu eenmaal geen wodka

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 09 2014
Trefwoorden Testament
Auteurs


Artikel

QALY-tijd in de vaststelling van smartengeld bij letsel?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden gezondheidseconomie, letselschade, smartengeld, Quality Adjusted Life Year (QALY)
Auteurs Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaat in Nederland onvrede over de toegekende bedragen aan smartengeld bij letsel, zowel wat betreft de omvang als wat betreft de onderlinge verhouding van de bedragen bij licht en (zeer) ernstig letsel. Op basis van inzichten uit de gezondheidseconomie, in het bijzonder het concept van de Quality Adjusted Life Year (QALY), onderzoekt de auteur of er inderdaad sprake is van scheefgroei en te lage bedragen. De conclusie is dat er geen sprake is van systematische ernstige scheefgroei, maar dat de bedragen over de hele linie wel beduidend lager zijn dan vanuit gezondheidseconomische optiek zou mogen worden verwacht.


Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is universitair hoofddocent Rechtseconomie aan het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE), Erasmus School of Law, van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De criminaliteitsdaling in New York

Over de zin en onzin van veiligheidsbeleid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs M.B. Schuilenburg en M.B. Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the long decline of crime rates in New York, as analysed by Franklin Zimring in his book The city that became safe (2012). The author discusses and analyses the processes involved in ‘lesson drawing’ and the ‘policy transfer’ from New York to the Netherlands. Issues that are further addressed include the opportunities of prevention and the enforcement of ‘hot crimes’.


M.B. Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is verbonden aan de afdeling Criminologie van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

M.B. Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is verbonden aan de afdeling Criminologie van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Conferencing internationaal: vaker toegepast dan gedacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Conferencing, Internationale toepassing
Auteurs Estelle Zinsstag en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    Conferencing is a restorative justice practice which has started developing quite consistently since the 1990s, in majority in Anglophone countries such as New Zealand, Australia, the USA, Canada or the UK and in particular with consistently promising results for juvenile justice in Northern Ireland. Some continental European, Latin American and African countries are also starting to introduce this alternative to traditional criminal justice, especially in the case of juvenile justice, with some equally promising results. This article presents up-to-date information about the state of conferencing in the world and discusses some of the major conclusions that have come out of a European research project and book.


Estelle Zinsstag
Estelle Zinsstag is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en coördineert een EC Daphne project rond seksueel geweld en herstelrecht. Ze is managing editor van Restorative Justice: An International Journal.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en manager van een Europees FP7 project rond herstelrecht en interculturele conflicten.
Artikel

Onlinegedragingen

Een risico voor hacken en persoonsgerichte cyberdelicten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden cybercrime, victimization, hacking, cyber stalking, cyber threats
Auteurs Jurjen Jansen MSc, Rutger Leukfeldt MSc, Dr. Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of Internet users who reported they have come into contact with cybercrime is substantial. This article examines three forms of cybercrime, namely: hacking, cyber stalking and cyber threats. Because cybercrime is relatively extensive in the life of Dutch citizens, it is important to gain insight into factors that influence victimization. By means of a secondary analysis of data from the first Dutch national cybercrime victim survey (N=9,161), it is assessed to which extend online behaviours affect victimization. In particular, online behaviours involving the use of communication applications affect victimization of the three aforementioned cybercrimes. The article provides suggestions for further research into cybercrime victimization.


Jurjen Jansen MSc
J. Jansen, MSc is als promovendus verbonden aan het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Rutger Leukfeldt MSc
E.R. Leukfeldt, MSc is als promovendus verbonden aan het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J.A. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Van je familie moet je het hebben

Een onderzoek naar de werking van preventief beleid in de derde pijler van de Top 600-aanpak van de gemeente Amsterdam

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Top 600-aanpak, Amsterdam, derde pijler, preventiefuik
Auteurs Drs. Hugo Aalders, Drs. Bas Kurvers, Mr. Monique Mos e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Prevention is very difficult to evaluate. If the situation you are trying to avoid, does not occur, it is likely to continue with prevention. If the situation does occur, it is logical to continue with the already taken preventive measures or even intensify these. This is what we call the ‘prevention trap’. In the first part of the article, a framework is presented for a methodological way to test policy on signals of the presence of a ‘prevention trap’. In the second part this framework is applied on the way the city of Amsterdam is dealing with the brothers and sisters of the top 600 criminal offenders, in the so called ‘Top 600 approach’. Some conclusions are drawn.


Drs. Hugo Aalders
Drs. Hugo Aalders is manager van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam.

Drs. Bas Kurvers
Drs. Bas Kurvers is strategisch adviseur van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Rotterdam.

Mr. Monique Mos
Mr. Monique Mos is senior officier van justitie en afdelingshoofd van het parket Den Haag.

Mr. Gert Veurink
Mr. Gert Veurink is senior officier van justitie en sectiehoofd van het Landelijk Parket.
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Toont 1 - 20 van 158 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.