Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 794 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Artikel

‘Keeping up appearances’? De verschijningsplicht van de verdachte bij de terechtzitting en de uitspraak

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwezigheidsrecht, verschijningsplicht, onschuldpresumptie, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. M. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering is aangegrepen om een principieel vraagstuk uit de regeling over de berechting te herzien: de verplichte aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting en bij de openbare uitspraak. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de inhoud en achtergrond van deze voorstellen zijn en wordt een oordeel gegeven over deze verschijningsplichten in het licht van de verschillende rationales die een verschijningsplicht zou kunnen vervullen – rationales die op hun beurt voortvloeien uit de functies van het straf(proces)recht. Daarbij wordt ook ingegaan op de mogelijke neveneffecten en de risico’s voor fundamentele rechten (met name de onschuldpresumptie).


Mr. dr. M. van Noorloos
Mr. dr. M. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg University
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

Risicoverevening en staatssteun in het Nederlandse zorgstelsel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden staatssteun, risicoverevening, zorgstelstel, zorgverzekeraar, verzekeringssysteem
Auteurs Prof. dr. Jan Boone, Dr. Rein Halbersma en Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Risicoverevening is een belangrijk thema in de regulering van zorgmarkten waar sprake is van particuliere zorgverzekeraars. Het kan zelfs als noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van een dergelijk verzekeringssysteem worden gezien. Dat geldt zeker voor het Nederlandse zorgstelsel dat in 2006 werd ingevoerd. Tegelijk is risicoverevening mogelijk problematisch in de Europeesrechtelijke context, in het bijzonder met betrekking tot de regels over staatssteun. Deze bijdrage wil economische argumenten en het Europese juridische kader ten aanzien van risicoverevening combineren.


Prof. dr. Jan Boone
Prof. dr. J. Boone is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de economische faculteit van Tilburg University.

Dr. Rein Halbersma
Dr. R. Halbersma is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) en daarnaast aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Leeftijdscontrole op afstand

Een alternatieve methode om de naleving van de leeftijdsgrens voor alcohol te verbeteren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden leeftijdscontrole, Drank- en Horecawet, Ageviewers, alcohol
Auteurs Ben van Velthoven en Joris van Hoof
SamenvattingAuteursinformatie

    Enkele tientallen slijterijen maken op dit moment op basis van vrijwilligheid gebruik van Ageviewers, een systeem voor leeftijdscontrole op afstand. Hierbij wordt de leeftijd van de potentiële klant niet vastgesteld door personeel in de winkel, maar door een getrainde expert in een controlekamer elders. Aan de hand van een databestand met alle door het Ageviewers-systeem in 2011 uitgevoerde leeftijdscontroles kan worden berekend dat (te) jeugdige klanten ten minste 980.000 keer per jaar alcoholaankopen proberen te doen in slijterijen. Alles bijeen scoren jongeren in slijterijen, supermarkten en andere levensmiddelenzaken jaarlijks een hoeveelheid alcoholische drank die gelijk staat aan zo'n 25 miljoen glazen. Die alcoholaankopen zouden substantieel teruggedrongen kunnen worden als een systeem à la Ageviewers verplicht zou worden gesteld voor alle genoemde verkooppunten van alcohol. Het is aannemelijk dat een volledig uitgewerkte maatschappelijke kosten-batenanalyse een positief saldo zou opleveren.


Ben van Velthoven
Dr. B.C.J. van Velthoven is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Joris van Hoof
Dr. J.J. van Hoof is universitair docent aan de Universiteit Twente, Faculteit Gedragswetenschappen.
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

‘Regelmatig beursverkeer’ bij openbaar bod verduidelijkt

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2014
Trefwoorden regelmatig beursverkeer, best price rule, stakebuilding, openbaar bod, ‘gelijk bod-vereiste’
Auteurs Mr. P.H.C. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een recent gepubliceerde AFM-interpretatie bespreekt de auteur de ratio en het nut van de uitzondering voor in regelmatig beursverkeer tot stand gekomen transacties bij de best price rule en het verbod op gunstiger transacties.


Mr. P.H.C. van Leeuwen
Mr. P.H.C. van Leeuwen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de reikwijdte, toepassing en procedure van het voorontwerp grensoverschrijdende omzetting kapitaalvennootschappen.


Mr. M.P. van Agt
Mr. M.P. van Agt is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Hoe de belastingheffer de mens ontdekt

Een praktijkperspectief op de relatie tussen belastingregels en belastinggedrag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingheffing, gedragsregulering, gedragsbeïnvloeding, communicatie, nudging
Auteurs H.J.M. van Rooij en D. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Effectiviteit van belastingwetgeving is niet alleen afhankelijk van de wijze waarop de regels zijn ingericht en worden uitgevoerd door de belastingheffer, maar ook van de instelling en het gedrag van de belastingbetaler. De Belastingdienst zet vanuit deze gedachte niet alleen in op toezicht en handhaving, maar ook op service, ondersteuning en vormen van samenwerking. Inzichten uit gedragswetenschappen zijn hierbij onmisbaar om ervoor te zorgen dat inspanningen effectief zijn en niet averechts uitpakken. De auteurs gaan in op een aantal kenmerken van het gedrag van belastingbetalers (aan wie niets menselijks vreemd blijkt) en de wijze waarop daarmee door de Belastingdienst rekening wordt gehouden bij de uitvoering van zijn taken. Daarnaast besteden ze aandacht aan enige lessen die hieruit ook door de wetgever te trekken zijn.


H.J.M. van Rooij
H.J.M. van Rooij werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.

D. Geurts
D. Geurts werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.
Artikel

Een zo hoog mogelijke netto-opbrengst bij de executoriale verkoop van onroerende zaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden hypotheekhouder, volmacht, onderhandse verkoop, toe-eigening, verbod
Auteurs Mr. dr. I. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage komt aan de orde in hoeverre de hypotheekhouder gebruik kan maken van alternatieve vormen van verkoop om zijn vordering te voldoen, indien de schuldenaar in verzuim is met zijn verplichtingen uit de hypotheekakte.


Mr. dr. I. Visser
Mr. dr. I. Visser is docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en senior jurist bij het Notarieel Kenniscentrum van Netwerk Notarissen.
Artikel

Internationale politiële openbareordehandhaving in Benelux-verband: relevante wetgeving en praktische toepassing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Benelux-verdrag, Internationale samenwerking, Politie, Openbareordehandhaving
Auteurs Dr. Benjamin R. van Gelderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Police agencies in Europe operate outside their domestic territory more and more often. Within the European Union, special attention is focused on the exchange of information and on countering organized crime. However, international public order enforcement receives less attention. The present article highlights the relevant legislation and practical opportunities applicable to public order enforcement in the cooperation between the Dutch and Belgium police force. In addition, the use of force and the principle of sovereignty are debated. Finally, recommendations will be given in order to improve future cooperation within the field of international public order enforcement in the Benelux.


Dr. Benjamin R. van Gelderen
Dr. Benjamin R. van Gelderen CPO is als hoofdinspecteur van politie werkzaam bij de Politie Zeeland-West-Brabant.
Artikel

Burgers in bezwaar en beroep

Over de toegankelijkheid van het bestuursrecht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden administrative law, appeal procedures, discretionary power, informality, conflict solving
Auteurs A.T. Marseille
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains an analysis of changes in the access to justice in administrative law disputes in the Netherlands. In analysing these changes, it is necessary to look not only at court procedures, but also at the objection procedure that precedes them. A large majority of administrative law disputes are resolved in such an informal objection procedure. The analysis shows that, more than the legislator and the administrative courts, administrative authorities are responsible for changes concerning (the interpretation and execution of the rules on) access to justice. They increasingly use their discretionary powers in the objection procedure to try to solve conflicts about their decisions by interpreting and using the rules of access in a flexible way.


A.T. Marseille
Prof. mr. dr. Bert Marseille is als bijzonder hoogleraar empirische bestudering van het bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Tilburg. Daarnaast is hij werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Onlineverkoop in exclusieve distributiesystemen

Een verkenning van de juridische beperkingen voor het geografisch sturen van onlineverkoop

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mededingingsrecht, kartelverbod, exclusiviteit, online, actieve verkoop
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst, Mr. drs. J. Smeets en Mr. L.G. Gerding
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beperking van onlineprijzen of onlineaanbod kan de concurrentie beperken. De auteurs bespreken of het aan banden leggen van onlineverkopen mededingingsrechtelijke overtredingen oplevert. Ook bespreken zij hoe juridisch moet worden gekeken naar (informatie)technologische toepassingen om sturing te geven aan onlinebezoekers.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. drs. J. Smeets
Mr. drs. J. Smeets was ten tijde van het schrijven van dit artikel werkzaam als Legal Counsel bij T-Mobile Netherlands B.V. Per 1 april 2014 is zij als rechter in opleiding werkzaam bij de Rechtbank Den Haag.

Mr. L.G. Gerding
Mr. L.G. Gerding is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.
Artikel

Mediation: een nieuwe state of mind in het recht?

Gevolgen voor de commerciële rechtspraktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mediation, wetsvoorstel, mediationclausule, mediationovereenkomst, registermediator
Auteurs Mr. J.H.C. van Hövell tot Westerflier
SamenvattingAuteursinformatie

    De opmars van mediation zet door in de commerciële rechtspraktijk. Als het aan de regering ligt, krijgt binnenkort ook nationale mediation een plek in de wet. In dit artikel wordt besproken of het wetsvoorstel ter bevordering van mediation in het burgerlijk recht tegemoetkomt aan verschillende knelpunten bij mediation.


Mr. J.H.C. van Hövell tot Westerflier
Mr. J.H.C. van Hövell tot Westerflier is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

Telecomtoezicht door de ACM en de handhaving van het contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving ACM, contractsvrijheid, partiële nietigheid, iustum pretium-leer, (her)onderhandelingsplicht
Auteurs Mr. C.A. Hage
SamenvattingAuteursinformatie

    De ACM houdt toezicht op de geprivatiseerde en gereguleerde telecommunicatiemarkt. Dit heeft gevolgen voor het contractenrecht. In deze bijdrage wordt door de auteur aan de hand van een geschil tussen Alticom en Novec (2012) ingegaan op de geschilbeslechtende bevoegdheid van de ACM (art. 12.2 Tw) en de gevolgen daarvan voor het contractenrecht.


Mr. C.A. Hage
Mr. C.A. Hage is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden. Hij doet promotieonderzoek naar de handhaving van het privaatrecht door publiekrechtelijke toezichthouders.
Artikel

Access_open Godsdienstonderwijs in Nederland en Duitsland

Een spagaat tussen religie en staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden godsdienstonderwijs, confessioneel bijzonder onderwijs, openbaar onderwijs, schoolsysteem Nederland-Duitsland
Auteurs Kim de Wildt en Rob Plum
SamenvattingAuteursinformatie

    This article compares the situation of religious education in the Dutch and German school systems against the background of the relationship between church and state. In the Netherlands most schools are confessional schools, whereas in Germany most schools are public schools. The way in which the school subject of religious education is taught differs in its form. In both countries difficulties arise in relation to religious education which leads to the future of the Dutch school system of public and confessional private schooling being disputed and in Germany the school subject of confessional religious education being under pressure. Despite laws concerning religion and education the theme of religious education is still debated in the public domain.


Kim de Wildt
Dr. K. de Wildt is wetenschappelijk medewerker aan het Seminar voor Liturgiewetenschap van de Faculteit Katholieke Theologie aan de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn. kdewildt9@gmail.com.

Rob Plum
Dr. R.J.J.M. Plum is theoloog en filosoof bij de GGZ Oost Brabant, docent theologie en filosofie bij de Hogeschool voor Geesteswetenschappen in Utrecht, en docent Sozialphilosophie aan de Fachhochschule in Düsseldorf. rjjmplum@t-online.de.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur of hypotheekhouders op basis van artikel 3:229 BW aanspraak kunnen maken op vergoedingsvorderingen ter zake van voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst.


Mr. N. Sipkens
Mr. N. Sipkens is advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Publiek aandeelhoudersbelang? Een kijkje achter de schermen bij de aandeelhoudende overheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2014
Trefwoorden overheid, gemeente, aandeelhouder, deelneming, vennootschap
Auteurs Mr. H.P. Wiersema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de procedurele en beleidsmatige kaders voor overheden die aandeelhouder zijn in een BV en NV.


Mr. H.P. Wiersema
Mr. H.P. Wiersema is advocaat in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 794 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 39 40
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.