Zoekresultaat: 75 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Samenwoners en erfrecht

Een civiele en fiscale beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden samenwoners en erfrecht, defiscalisering, verblijvingsbeding, pseudo-o.b.v.
Auteurs Mr. P Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beschouwing over de fiscale positie van samenwoners in de Successiewet wordt aandacht besteed aan de situatie van samenwoners zonder kinderen (verblijvingsbeding en/of testament?). Vervolgens worden diverse mogelijkheden bezien die samenwoners met kinderen hebben om de erfrechtelijke verhoudingen tussen langstlevende en kinderen te regelen, met name tegen de achtergrond van de uitbreiding van de defiscalisering in de Wet IB 2001 per 1 januari 2012. Conclusie is dat een testament waarbij de langstlevende samenwoner tot enig erfgenaam wordt benoemd terwijl de kinderen hun ‘erfdeel’ in de vorm van een niet-opeisbaar legaat krijgen toegekend (pseudo-o.b.v.), te prefereren valt boven een tweetrapstestament, dat leidt tot een complexe boedelafwikkeling.Nog mooier zou het zijn als de wetgever de wettelijke verdeling ook als keuze voor samenwoners met kinderen zou openstellen.


Mr. P Blokland
Mr. P. Blokland is notaris en estate planner bij De Kort van der Kolk van Tuijl Notarissen te Tilburg.
Artikel

Kindsoldaten in conflictgebieden wereldwijd

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden child soldiers
Auteurs Drs. MSc Jantien Stuifbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the current literature on child soldiers, many assumptions are made about the use of child soldiers worldwide. The duration of conflicts and thus increasing number of battle related deaths would influence the use of child soldiers. Another assumption is that child soldiers are mainly used in civil wars. In this article, these assumptions are tested empirically and the characteristics of conflicts in which child soldiers are used and conflicts in which they are not used are compared. However, conducting quantitative research on child soldiers is not easy. Many data are obtained through interviews and are based on unconfirmed reports and observations, which raises questions about how the data should be assessed. This study is an explorative study into the possibilities of testing some of the current assumptions.


Drs. MSc Jantien Stuifbergen
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Afdeling Strafrecht en Criminologie, Master International Crimes and Criminology, j.a.m.stuifbergen@vu.nl.
Artikel

Slachtoffers van loverboys als daders bij de reclassering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2011
Trefwoorden loverboys, probation service, human trafficking
Auteurs Damiaan van den Eijnden
SamenvattingAuteursinformatie

    One of the defining characteristics of so-called ‘loverboys’ is their exploitation of victims in any possible way, including forcing these exploited women to commit crimes. In this way, victims become criminal offenders. After a critical review of the use of the term ‘loverboy’, the first part of this article discusses the responsibility of the Dutch probation service in addressing the problem. The second part describes various ways in which probation officers come into contact with this particular group of offenders and how this contact could then be maintained.


Damiaan van den Eijnden
Damiaan van den Eijnden is beleidsmedewerker bij Reclassering Nederland, regio Limburg.
Artikel

Jazzy structures

Een slotbeschouwing over de toekomst van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    The author provides a discussion of the articles in this issue of the Tijdschrift voor Veiligheid (Journal on Security) on the occasion of its tenth anniversary. He notes that there is an increasing hybridising, subjectification and fragmentation in the security area. The increasing interweaving of security politics seems to apply least to a common approach in ‘social security and physical safety issues’ (crime control and disaster and crisis management), while exactly this was aimed for in so-called integral security politics. According to the author that is the case because of ‘the moral pin’, which plays a dominant role in crime, but not in safety issues. The entanglement of forms of security identified by the author has a normative basis – it comes from the social order of an increasingly complex society. For the future an ever greater responsibilisation can be expected, in which the perception of security becomes even more important than it is now already. Not a big orchestrated security policy, but jazzy structures will then determine the prospects.


Hans Boutellier
Prof. dr. J.C.J. (Hans) Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl
Artikel

Slachtofferbewegingen en herstelrecht

Over het belang van de realiteit achter de stereotypes

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victimology, victim movements, social movements, restorative justice
Auteurs Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of victims of crime has shown marked improvement over the past 30 years. The rise of the victim has been associated with the growth of a unified ‘victim movement’; a social movement that strives to improve the position of victims of crime. However, it is questionable whether the victim movement should be viewed as a unitary phenomenon. Instead of one movement, there appear to be a number of victim movements. There are differences between the victim advocates in the United States, Victim Support in Europe, the violence against women movement and proponents of restorative justice.. In this article, reasons for these differences are sought in victim-endogenous factors: differences in victims’ characteristics and the idealtypes employed by the different movements are an important explanation for the divergent development in organisations representing victims interests, which in turn influences their policy preferences. It is argued that advocates of restorative justice would benefit from understanding both the reality and the distortion involved in the idealtypes, including their own. This would allow proponents of restorative justice to adapt their practices in a manner that is both suitable and convincing to the representative and target group of the different victim movements.


Antony Pemberton
Dr. Antony Pemberton is sociaalwetenschapper en universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Access_open Lijfstraffen, godsdienst en opvoeding

Moet de pedagogische tik ook in Suriname als mishandeling worden beschouwd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporal punishment, Suriname, parenting
Auteurs Monique Veira en Duncan Wielzen
SamenvattingAuteursinformatie

    One educational mean in parenting is corporal punishment. In Suriname it is still customary and accepted that parents use this as an educational tool. Although Surinamese society is structured differently and thinks differently about the use of corporal punishment than Dutch society does, Dutch rules in this regard have been copied into the draft Surinamese Civil Code. This article gives an overview of the sources of Surinamese law on the issue and the main arguments from the debate about whether or not corporal punishment should legally become a form of abuse. It also considers religiously and biblically inspired motives for applying corporal punishment in parenting. The authors argue that legislation on corporal punishment may not necessarily be at odds with public opinion. That may depend on the impact of religious and biblical sources on personal convictions regarding the upbringing of children. The authors also advocate in favor of a loving upbringing of children by their parents. They claim that legislation can promote such an objective, or at least serve as a deterrent to child abuse through corporal punishment on a symbolic level.


Monique Veira
Dr. M.A. Veira studeerde Rechtswetenschappen aan de Universiteit van Suriname, haalde haar onderwijsbevoegdheid aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname en promoveerde aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is zij als lector verbonden aan de Universiteit van Suriname. Zij doet onder andere onderzoek naar de verschillende aspecten van de op handen zijn veranderingen in het Surinaamse familierecht.

Duncan Wielzen
Dr. D.R. Wielzen studeerde Theologie, Godsdienstwetenschappen en Onderwijskunde (Educational Studies) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is momenteel werkzaam als pastoraal werker in Den Haag en is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek op het gebied van de rituele studies en de volksreligiositeit.
Artikel

Access_open Soevereiniteit in eigen kring plooit pluriforme samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Principle of equality, discrimination, autonomy, constitutional rights, neutrality
Auteurs Henk Post
SamenvattingAuteursinformatie

    A fundamental principle of a just society is autonomy of societal or communal spheres. This principle contributes to a society in which people develop their own lifestyles according to their own personal convictions. The author argues that such plurality of society will be disrupted if the principle of equality becomes the dominant principle thereby undermining the sovereignty of the communal spheres.


Henk Post
Dr. H. Post is zelfstandig gevestigd als onderzoeker, adviseur en docent; zie: www.drhenkpost.nl.
Artikel

Access_open Geloven in onderwijs

Het kennisgebied geestelijke stromingen in het Nederlands basisonderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden primary education, religious movements
Auteurs Marietje Beemsterboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the introduction of the Primary Education Act in 1985, all Dutch primary schools are obliged to teach religious movements as a subject, to make children aware that they are growing up in a multicultural society. Although many schools endorse the idea of education in spiritual movements, recent study shows that currently only 14% of the Dutch primary schools teach all religious movements without focusing on one tradition. This article discuss what the legislator had in mind with the obligation to educate religious movements, what it became in practice and the opportunities schools see for education in religious movements.


Marietje Beemsterboer
Mw. M.M. Beemsterboer MPhil, BA, BEd, studeerde in 2011 af als Master of Philosophy in Religious Studies aan de Universiteit van Leiden. Zij is momenteel werkzaam als groepsleerkracht in het basisonderwijs en als docent levensbeschouwing in het middelbaar onderwijs.
Artikel

Risicoaansprakelijkheid voor dieren: wanneer is sprake van bedrijfsmatig gebruik (art. 6:181 BW)?

HR 1 april 2011, NJ 2011, 405 (Kremers/Van de Water)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2011
Trefwoorden Kremers/Van de Water, bedrijfsmatig gebruiker, bezitter, kwalitatieve aansprakelijkheid, dieren
Auteurs Mr. J.H.M. van Swaaij en Mr. M.H. Pluymen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren: bezitter (art. 6:179 BW) of bedrijfsmatig gebruiker (art. 6:181 BW)? De lastige term ‘gebruikt’ in art. 6:181 BW.


Mr. J.H.M. van Swaaij
Mr. J.H.M. van Swaaij is juridisch sparringpartner voor advocaten (lawyer’s lawyer) en advocaat bij Van Swaaij Cassatie & Consultancy te Nijmegen.

Mr. M.H. Pluymen
Mr. M.H. Pluymen is advocaat bij JPR Advocaten te Doetinchem.
Artikel

Access_open Contra non valentem agere, non currit praescriptio

De vordering van degene die niet in staat is zijn vordering geldend te maken, verjaart niet

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verjaring, kennis omtrent de schade en de verantwoordelijke persoon, onmogelijkheid te ageren, contra non valentem-regel, Bemoti-zaak
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Het instituut van de verjaring beoogt mede de rechtszekerheid en de billijkheid te dienen. Aldus de Hoge Raad in een recent arrest, waarin het beroep op verjaring van de vordering wegens ernstig lichamelijk letsel werd gehonoreerd (de Bemoti-zaak). In het woordje en zit echter veel springstof verborgen. Het kan de grootst mogelijke eenheid suggereren (‘waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw, ter wereld ooit gevonden?’, vroeg Vondel zich af); hetzelfde woordje en kan echter de grootst mogelijke tegenstelling verdoezelen (zoals in de uitdrukkingen water en vuur, hemel en hel). Dat laatste lijkt zich voor te doen in deze zaak. Misschien is de rechtszekerheid die met het arrest in de Bemoti-zaak is gediend, wel de zekerheid van onrecht. Aan de hand van enige buitenlandse voorbeelden, een tot op de veertiende eeuw teruggaand rechtsbeginsel dat heden ten dage een typerende karaktertrek van het instituut van de verjaring in Frankrijk en Louisiana vormt, en een recent rapport van de Zuid-Afrikaanse Law Commission betoogt de auteur dat toepassing van de korte verjaringstermijn er niet toe mag leiden dat de toegang tot de rechter wordt afgesloten in gevallen waarin gewichtige redenen het tijdig aanhangig maken van de vordering verhinderden.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is emeritus hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-hoogleraar Romeins recht aan de Vrije Universiteit en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Amsterdam.
Artikel

‘Boeven vangen’ via internet

Beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden crime & media, responsibilization, internet, citizen participation
Auteurs Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies community notification of suspects, as in Crimewatch and its Dutch equivalent, Opsporing Verzocht, and on police websites. It explores how these messages frame crime, and how these frames change when police messages are copied by private websites. Publication of suspects by the police is characterized as responsibilization, because it legitimizes the authority of the police and reinforces existing relations between police and the public. The new media, however, undermine the frame of authority as it is presented by the police, either because publications aiming to detect suspects are transformed into news or entertainment, or because private websites select those publications that give room to the questioning of police performance. As for the presentation of the publications, this article compares the Dutch TV program Opsporing Verzocht and the website GeenStijl. Opsporing Verzocht centers around the victim, while GeenStijl presents the subject from an enforcement point of view. GeenStijl users are not addressed as the police’s helping hands, but as autonomous agents of social control, sometimes standing in for the police. Community notification of suspects therefore not only influences detection rates, but also the relation between the police, the public, and offenders in society.


Judith van Erp
Dr. Judith van Erp is universitair hoofddocent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: vanerp@law.eur.nl.
Artikel

Mensen met een licht verstandelijke beperking in aanraking met politie en justitie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden learning disability, police, interrogation
Auteurs Dr. Xavier Moonen, MSc Marjolein de Wit en MSc Marjolein Hoogeveen
SamenvattingAuteursinformatie

    There are many situations in which people with a learning disability encounter law enforcement. Early recognition of their learning disability by police and justice authorities is necessary to ensure an appropriate manner of communication and handling that takes into account their limitations and abilities. Yet, without special knowledge, it is not easy to recognize the learning disability, especially if the limitations of the disability are mild. Diagnosing a learning disability requires taking into account several aspects, and a simply determination of the IQ is definitely insufficient. This article deals with the specific characteristics of people with a learning disability in their contacts with the police and the justice system. Furthermore recommendations are given as to how to interrogate them in a respectful and correct way.


Dr. Xavier Moonen
Dr. Xavier Moonen is docent en onderzoeker op het gebied van mensen met een (licht) verstandelijke beperking aan de Universiteit van Amsterdam.

MSc Marjolein de Wit
Marjolein de Wit MSc is als orthopedagoog werkzaam bij Pameijer in Rotterdam, een organisatie voor mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

MSc Marjolein Hoogeveen
Marjolein Hoogeveen MSc is criminologe.
Artikel

De reclassering en licht verstandelijk beperkte cliënten

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden intellectual disabilitie, probation, supervision, screening
Auteurs René Poort, Jacqueline Bosker en Marjolein Agema
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch probation service has some indications that a substantial part of the probationers have intellectual disabilities. However, there is a lack of reliable information on the exact numbers. Three issues concerning probationers with intellectual disabilities are discussed, that ask further research and development in the field of probation. The first issue is the necessity to improve screening and assessment. Reliable and valid assessment of an intellectual disability is important to match interventions and supervision to the possibilities and skills of probationers. A second issue is the availability of interventions and policy that are suitable for probationers with intellectual disabilities. Some examples are given on offender supervision. Besides that, probation officers must have enough knowledge and skills to supervise this group in an effective way. A third issue is the co-operation of the probation service with mental healthcare.


René Poort
René Poort is hoofd van het cluster Beleidsrealisatie bij Reclassering Nederland.

Jacqueline Bosker
Jacqueline Bosker is als senior beleidsmedewerker werkzaam bij Reclassering Nederland. Daarnaast is zij als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht.

Marjolein Agema
Marjolein Agema is als beleidsmedewerker werkzaam bij Reclassering Nederland. Zij werkt als beleidsmedewerker voor regio Noord-Nederland en is daarnaast landelijk projectleider van de pilot LVB en aandachtsfunctionaris voor de landelijke beleidsportefeuille LVB.
Artikel

Gedetineerden met een licht verstandelijke beperking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden intellectual disability, prisoners
Auteurs Dr. Hendrien Kaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Signs that a more or less substantial group of people in Dutch prison experience problems as a result of an intellectual disability, suggest that it makes sense to track this group and subsequently offer them the support they need. The reason this does not happen in practice is a lack of knowledge on various fronts. As it is, it is not clear how large the group of people with an intellectual disability in Dutch prisons is, what problems they face, and what could aid them. This article highlights what we do know and what we do not know with regards to this group.


Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.
Artikel

Hetzelfde maar toch (heel) anders

Jongeren met een licht verstandelijke beperking en een PIJ-maatregel vergeleken met normaal begaafde PIJ’ers

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden youth offenders, intellectual disability, non-intellectual disability
Auteurs Dr. Hendrien Kaal, Eddy Brand en Maroesjka van Nieuwenhuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Casefile analysis concerning serious youth offenders under a mandatory treatment order in The Netherlands showed that, amongst youth offenders of various IQ-levels (IQ < 70, IQ 70-85, and IQ > 85), behavioural and mental health problems and social background characteristics are in many respects very similar. However, differences found in for example social skills and relationships and the needs inherent with having an intellectual disability (ID) have important implications for the way treatment is offered. As a large proportion of the serious youth offenders has an ID, this is important to consider. Furthermore, as intelligence has a dynamic aspect, the authors advise to occasionally reassess these youths.


Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.

Eddy Brand
Dr. E.F.J.M. Brand is als onderzoeker werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in Den Haag.

Maroesjka van Nieuwenhuijzen
Dr. M. van Nieuwenhuijzen is als senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Ontwikkelingspedagogiek van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Schadevergoeding bij ontbinding van een (duur)overeenkomst en Vos/TSN

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden TSN, ontbinding, schade, voordeel, contractsbelang
Auteurs Mr. D.A. van der Kooij
SamenvattingAuteursinformatie

    Op systematische wijze worden diverse aspecten van schadevergoeding bij ontbinding van een (duur)overeenkomst ex art. 6:277 BW beschreven: concrete en abstracte begroting, voordeelstoerekening en de schadebeperkingsplicht. Tevens wordt betoogd dat in de literatuur uit het arrest Vos/TSN (NJ 2011, 43) verschillende onjuiste conclusies over voornoemde onderwerpen worden getrokken.


Mr. D.A. van der Kooij
Mr. D.A. van der Kooij is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Wonen, wijken en diversiteit

Een interpretatieve beleidsanalyse van de legitimering van de relatie tussen huisvesting en integratie in ‘probleemwijken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden legitimacy, housing, integration, interpretative policy analysis
Auteurs Marleen van der Haar en Ashley Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we study ways in which the relationship between housing and integration of migrants are being justified and legitimated in policy documents from the cities of Arnhem and Nijmegen. Making use of a critical frame analysis, we are particularly interested in the assumptions made with regard to the preferred population composition of neighbourhoods, images of ‘normality’ and ‘the ideal society’. Based on the analysis of a set of policy documents (such as the most recent coalition agreement, housing policy document and several neighbourhood plans of each city) and a pilot study that includes interviews with local administrators and residents of twelve neighbourhoods, we found that most problems that are being related to residential segregation in neighbourhoods are defined in socio-economic terms. In general, the data show that the mixing of people with different socio-economic positions is thought to be the solution to this problem. References to migrants are mainly indirect: many documents mention that a large part of the poor people are migrants. The issue of integration is mostly dealt with in documents that focus on so-called ‘problem neighbourhoods’. We conclude that the desirability of diverse neighbourhoods in terms of types of housing and groups of people is widespread. Yet the assumptions on which these ideas are built remain largely implicit.


Marleen van der Haar
Marleen van der Haar is postdoc onderzoeker en docent bij het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Op dit moment doet zij (samen met Mieke Verloo en Iris van Huis) een studie naar organisaties in de publieke sector die projecten uitvoeren met als doel bepaalde mannen te emanciperen en te activeren. Hiervoor deed zij (samen met Dvora Yanow) aan de Vrije Universiteit onderzoek naar de implicaties van het gebruik van de beleidstermen allochtoon en autochtoon. In 2007 promoveerde zij op een proefschrift over de manieren waarop professionele repertoires van maatschappelijk werkers beïnvloed worden door hulpverlening aan een cultureel divers cliëntenbestand. Kenmerkend voor haar werk is het gebruik van een combinatie van kritische frameanalyse en etnografisch onderzoek.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en werkte onder meer als wetenschappelijk medewerker bij het stafbureau Vreemdelingenzaken van de Rechtbank Den Haag en als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International Nederland. In 2003 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit op een rechtssociologisch onderzoek naar samenwerking tussen vreemdelingenrechters. In de periode 2004-2008 was zij als commissielid verbonden aan de Commissie gelijke behandeling. Zij publiceert op het gebied van gelijke behandeling, rechtspleging en migratierecht.
Artikel

Twintig jaar nieuwe aansprakelijkheden voor personen

Over de (beperkte) betekenis van art. 6:171 en 6:172 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, vertegenwoordigers, niet-ondergeschikten, begrenzing, schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twintig jaar na de inwerkingtreding wordt mede aan de hand van recente rechtspraak de balans opgemaakt van twee van de noviteiten die het BW destijds introduceerde: de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen (art. 6:171 BW) en de aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers (art. 6:172 BW). Wat hebben de artikelen de rechtspraktijk gebracht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

    In recent decades the night-time economy has started to play a significant role in city centre regeneration; it has become a vital element of the urban economy, as well as a marketing tool in the competition between cities. Concerns about personal safety and fear of crime determine to a large extent the success of these nightlife districts. Based on an analysis of policy documents, night-time observations and expert interviews with stakeholders in the Safe Nightlife Programmes of Rotterdam and Utrecht, different local safety measures and their legitimizations in different local urban settings will be analysed. The question raised is how surveillance measures in different nightlife districts are legitimized, taking into account the fact that cities' nightlife districts do not only need to be safe, but are also favoured by its visitors for adventure and excitement. What are the social implications of these surveillance measures and what does this mean for the character of cities' nightlife districts?


I. van Aalst
Dr. Irina van Aalst is verbonden aan het Urban and Regional research centre Utrecht (URU) van de Faculteit Geosciences van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek dat deel uitmaakt van het door NWO gefinancierde project Surveillance in Urban Nightscapes (SUN), MVi 313-99-140 (www.stadsnachtwacht.nl).

I. van Liempt
Drs. Ilse van Liempt is verbonden aan het Urban and Regional research centre Utrecht (URU) van de Faculteit Geosciences van de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op onderzoek dat deel uitmaakt van het door NWO gefinancierde project Surveillance in Urban Nightscapes (SUN), MVi 313-99-140 (www.stadsnachtwacht.nl).
Artikel

Alcohol en agressie: een complexe relatie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2011
Auteurs N. van Hasselt, N. van Bunningen en R. Bovens
SamenvattingAuteursinformatie

    Not everyone using alcohol turns aggressive. The effect of a substance like alcohol works differently for different individuals. This is not only due to the substance itself, but also to the drinker's attitude, state of mind and personality, as well as the physical, social and cultural settings in which drinking occurs. The relation between alcohol consumption and aggression is therefore a complex one. Moreover alcohol consumption often takes place in settings and situations where other aggression stimulating factors are present. This article explores the relation between alcohol and aggression on the basis of existing literature. Attention goes to the effects of the substance itself, the drinker and the context in which the drinking takes place.


N. van Hasselt
Drs. Ninette van Hasselt is werkzaam bij het Trimbos-instituut.

N. van Bunningen
Drs. N. van Bunningen is werkzaam bij het Trimbos-instituut.

R. Bovens
Dr. René Bovens is werkzaam bij het Trimbos-instituut.
Toont 1 - 20 van 75 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.