Zoekresultaat: 205 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Sneller: de opportuniteit van de weg via Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Artikel 267 VWEU, Richtlijn 87/344/EEG, Aanbevelingen aan de nationale rechterlijke instanties tot het stellen van prejudiciële vragen, opportuniteitsbeoordeling
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Sneller heeft het Hof van Justitie beslist dat de rechtsbijstandverzekeringsrichtlijn meebrengt dat een rechtsbijstandverzekeraar in zijn verzekeringsovereenkomsten niet kan bepalen dat de rechtsbijstand in beginsel door zijn werknemers wordt verleend. Na het arrest Eschig, en de bevestiging daarvan in het arrest Stark, kon deze interpretatie van Richtlijn 87/344/EEG worden verwacht. Deze bijdrage bespreekt dan ook niet deze interpretatie maar gaat, naar aanleiding van het geschil voor de nationale rechter, in op overwegingen van de nationale rechter om in dergelijke situaties op basis van artikel 267 VWEU aan het Hof van Justitie een prejudiciële beslissing te verzoeken.HvJ EU 7 november 2013, zaak C-442/12, Jan Sneller/DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij NV, n.n.g.


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NTER.
Artikel

Conferencing internationaal: vaker toegepast dan gedacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Conferencing, Internationale toepassing
Auteurs Estelle Zinsstag en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    Conferencing is a restorative justice practice which has started developing quite consistently since the 1990s, in majority in Anglophone countries such as New Zealand, Australia, the USA, Canada or the UK and in particular with consistently promising results for juvenile justice in Northern Ireland. Some continental European, Latin American and African countries are also starting to introduce this alternative to traditional criminal justice, especially in the case of juvenile justice, with some equally promising results. This article presents up-to-date information about the state of conferencing in the world and discusses some of the major conclusions that have come out of a European research project and book.


Estelle Zinsstag
Estelle Zinsstag is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en coördineert een EC Daphne project rond seksueel geweld en herstelrecht. Ze is managing editor van Restorative Justice: An International Journal.

Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is senior onderzoeker aan het KU Leuven Instituut voor Criminologie (België) en manager van een Europees FP7 project rond herstelrecht en interculturele conflicten.
Artikel

Grensoverschrijdende fusie en omzetting sinds 10-10-’10

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Fusie, omzetting, grensoverschrijdend, Koninkrijk
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatkundige herziening binnen het Koninkrijk der Nederlanden die op 10 oktober 2010 zijn beslag heeft gekregen, is ook van belang voor de grensoverschrijdende fusie en de grensoverschrijdende omzetting. De bestaande regelgeving maakt fusie en omzetting binnen het Koninkrijk nodeloos ingewikkeld. Daarom wordt voor harmonisatie gepleit.


Mr. K. Frielink
Mr. Karel Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Artikel

Het beroepsgeheim van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsarts, ziekteverzuimbegeleiding
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook voor bedrijfs- en verzekeringsartsen geldt het beroepsgeheim, zij het dat dat bij hen beperkingen kent in verband met de aard van hun functie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond van dat beroepsgeheim en op de uitwerking ervan in wetgeving, rechtspraak en zelfregulering. Geconcludeerd wordt dat daarbij een redelijk evenwicht is gevonden tussen de vertrouwelijkheid van medische gegevens en de belangen van werkgever en socialeverzekeringsinstelling. Wel blijft vanwege de rechtszekerheid nadere wettelijke regeling gewenst.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam en adviseur van Rutgers & Posch advocaten.
Artikel

Geslachtsnaamswijziging

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden naamrecht, geslachtsnaam, naamskeuze, geslachtsnaamwijziging
Auteurs Mr. Miranda Gielen en Prof. dr. Gerard-René de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Koninkrijk der Nederlanden bestaan een aantal verschillende naamrechtssystemen. In dit artikel worden de verschillende rechtssystemen op kritische wijze vergeleken in het bijzonder daar waar het gaat om het verwerven en wijzigen van de geslachtsnaam.


Mr. Miranda Gielen
Miranda Gielen is docente privaatrecht en personen- en familierecht bij de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. Gerard-René de Groot
Gerard-René de Groot is hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht in Maastricht, Aruba en Hasselt.
Artikel

De Interventiewet en de SNS-onteigening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Interventiewet, onteigening, SNS, Wft, eliminatiebeginsel
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. M.J.W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de onteigening van SNS is de Interventiewet voor het eerst toegepast. Een goed moment om de werking en de toepassing van de Interventiewet door de ABRvS te analyseren. Het onteigeningsbesluit heeft grotendeels de (rechterlijke) kritiek doorstaan, maar de vaststelling van de schadeloosstelling moet nog plaatsvinden. De minister lijkt daarbij af te willen wijken van het zogenoemde eliminatiebeginsel, toch een beginsel van het onteigeningsrecht. De vraag is of de rechter uiteindelijk die benadering zal billijken.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en partner bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is eveneens werkzaam bij Van der Feltz te Den Haag.
Artikel

Tevredenheid met advocaten onder Nederlandse preventief gedetineerden: percepties van procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2013
Trefwoorden tevredenheid met advocaten, procedurele rechtvaardigheid, percepties van gedetineerden
Auteurs Ellen Raaijmakers MSc, Dr. Jan W. de Keijser, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently, procedural justice theory is predominantly used to explain defendants’ satisfaction with the police, courts and prisons. It is unclear to what extent this theory applies to lawyers. This study investigates to what extent defendants are satisfied with their lawyers, and procedural fairness characteristics are related to defendants’ satisfaction with their lawyers. Data from the Prison Project were used: a large-scale research project on Dutch criminal defendants. Results suggest that generally, defendants are very satisfied with their lawyers. Variation in satisfaction with lawyers can be attributed for a substantial part to procedural fairness characteristics.


Ellen Raaijmakers MSc
Ellen Raaijmakers MSc is promovendus Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jan W. de Keijser
Dr. Jan W. de Keijser is universitair hoofddocent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Anja Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Mr. J. Wit
Mr. J. Wit was rechter op Curaçao, tegenwoordig lid van de Caribbean Court of Justice en tevens lid van het Constitutioneel Hof van St. Maarten.

    In december en februari jl. is het ‘Octrooipakket’ vastgesteld dat moet leiden tot de inwerkingtreding, op 1 januari 2014, van het Unie-octrooistelsel. In deze bijdrage zal dit stelsel in grote lijnen worden beschreven, met een nadruk op institutioneelrechtelijke vraagstukken.
    – < HvJ EU 8 maart 2011, Advies 1/09, Overeenkomst betreffende het Gerecht voor het Europees en het Gemeenschapsoctrooi, Jur. 2011, p. I-1137.
    – Besluit 2011/167/EU van de Raad van 10 maart 2011 houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van eenheidsoctrooibescherming, Pb. EU 2011, L 76, p. 53.
    – Conclusie advocaat-generaal Bot van 11 december 2012 in gevoegde zaken C-274/11 en C-295/11, Spanje en Italië/Raad, n.n.g.
    – Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Pb. EU 2012, L 361, p. 1.
    – Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, Pb. EU 2012, L 361, p. 89.
    – Overeenkomst betreffende het gemeenschappelijk octrooigerecht, getekend te Brussel op 19 februari 2013, Raadsstuk 16351/12, <http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/12/st16/st16351.en12.pdf>
    – Nietigheidsberoepen C-146/13 en C-147/13, Spanje/Parlement en Raad, neergelegd op 22 maart 2013.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Het stemrechtloze aandeel: een interessant instrument

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2013
Trefwoorden stemrechtloos, preferent, aandeel, praktijk, Verenigde Staten
Auteurs Mr. N. Rachak
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het stemrechtloze aandeel en enkele toepassingsvormen.


Mr. N. Rachak
Mr. N. Rachak is als advocaat werkzaam bij Allen & Overy in Amsterdam.
Artikel

Het aanzien van de Staat

Over de praktijk van tenuitvoerlegging van de levenslange straf

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, effects of life imprisonment, reintegration, pardon policy, pardon cases
Auteurs W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1870 in the Netherlands the death penalty was replaced by the sanction nearest to that effect: lifelong imprisonment. For the government though this penalty was acceptable only in connection with the possibility of mercy. The sanction was to be executed humanely and should not result in torture. The way the sanction was executed since, the administration developed a policy of mercy taking into account the devastating effects of the sanction. This policy resulted in mental care for the convicted and his release after approximately twenty years imprisonment. More than hundred years later, about 2004, the policy of mercy changed. Since then, according to the responsible ministers, life imprisonment should end by the onset of death. In this article the practice under the old and the new policy is illustrated by a case study. The conclusion is that like the death penalty lifelong imprisonment corrodes the prestige of the State.


W.F. van Hattum
Mr. dr. Wiene van Hattum is universitair docent bij de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en voorzitter van het in 2008 opgerichte Forum Levenslang.
Artikel

De levenslange vrijheidsstraf internationaal vergeleken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life sentences, whole life imprisonment, human rights, European Court of Human Rights, release prospect
Auteurs D. van Zyl Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Life imprisonment is difficult to define. Sentences that are not called life imprisonment may also be indefinite sentences of detention which may result in the detention of offenders in prison until they die there. Even where a sentence is called ‘life imprisonment’ it may be difficult to ascertain for how long the offender will actually be held and what criteria will be applied to considering his eventual release. This paper sketches some recent developments in respect of indeterminate sentences that are not called life imprisonment, even though they amount to it in practice. It then turns to the question of life sentences that are imposed without provision for any fixed period after which they should be reconsidered. Questions are raised about the extent to which such sentences are acceptable in Europe, the United States and elsewhere, particularly in instances where at sentence there is an indication that the offenders may not be considered for release at all. It is argued that human rights law is moving towards requiring that all persons sentenced to life imprisonment should have a reasonable prospect of release. Given the widespread support for life imprisonment this paper seeks to raise some human rights concerns that arise with the use of this sentence. The concerns are essentially twofold. First, the sentence may be imposed in instances where it would be disproportionate punishment to do so. Secondly, the procedures for its implementation, in particular those that relate to the potential release of persons serving life sentences, may not be adequate to meet the requirement of a realistic prospect of release.


D. van Zyl Smit
Prof. Dirk van Zyl Smit is als hoogleraar vergelijkend internationaal en penitentiair recht verbonden aan de University of Nottingham.

    Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
    Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

Mr. M. Goorts
Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Verbanning en brandmerking in de 21ste eeuw?

De toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag in combinatie met de ongewenstverklaring

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Asylum, war crimes, 1F, banishment
Auteurs Dr. Joris van Wijk en Drs. Joke Reijven
SamenvattingAuteursinformatie

    On the basis of article 1F Refugee Convention alleged perpetrators of serious crimes can be excluded from refugee protection. Under certain circumstances this exclusion can be regarded a unique type of contemporary banishment and branding. The rationale to exclude is primarily motivated by moral arguments, rather than security related arguments. In case Dutch government cannot deport the excluded persons, the exclusion is not limited to a certain place but (de facto) universal in nature. When the banished alleged perpetrators are declared undesirable aliens they are ‘branded’ as actual perpetrators.


Dr. Joris van Wijk
Dr. Joris van Wijk is universitair hoofddocent bij het Center for International Criminal Justice van de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam (www.cicj.org). E-mail: j.van.wijk@vu.nl

Drs. Joke Reijven
Drs. Joke Reijven is onderzoeker bij het Center for International Criminal Justice van de afdeling strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam (www.cicj.org). E-mail: j.e.p.reijven@vu.nl
Artikel

Deugdelijkheid van bestuur als toetsingskader voor de kwaliteit van het openbaar bestuur

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden deugdelijk bestuur, artikel 43 Statuut, behoorlijk bestuur, bestuurlijk toezicht, good governance
Auteurs Mr. A. Bakhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden schrijft in artikel 43 lid 1 voor dat elk der landen van het Koninkrijk zorg draagt voor de verwezenlijking van de menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Wat wordt verstaan onder het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ en wat betekent het voor de Caribische landen van het Koninkrijk? Hoe verhoudt het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ zich tot begrippen als ‘good governance’, ‘goed bestuur’ en ‘behoorlijk bestuur’? In deze bijdrage wordt de betekenis van het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden verkend.


Mr. A. Bakhuis
Mr. A. Bakhuis is als promovendus Koninkrijksrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het nieuwe Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie: een overzicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Hof van Justitie, Procedurereglement Hof van Justitie, Statuut Hof van Justitie, Rechtsbescherming
Auteurs Janek T. Nowak LLM en Nicolas Cariat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 november 2012 trad het nieuw Procedurereglement van het Hof van Justitie in werking. Het gaat om een grondige hervorming van de procedure voor het Hof van Justitie en laat weinig bepalingen van het oude Procedurereglement ongewijzigd. Deze bijdrage wil zowel rechtspractici als andere geïnteresseerden een beknopt overzicht aanbieden van het nieuwe Procedurereglement. Een goede kennis van het Procedurereglement is immers onmisbaar voor iedereen die in contact komt met procedures voor het Hof van Justitie. Door uitvoerig gebruik te maken van de voorbereidende teksten wordt de lezer tevens inzicht gegeven in het waarom van bepaalde wijzigingen.


Janek T. Nowak LLM
Janek T. Nowak, LLM is verbonden als assistent aan het Instituut voor Europees Recht van de KU Leuven.

Nicolas Cariat
Nicolas Cariat is verbonden als aspirant van het Fonds de la Recherche Scientifique F.R.S.-FNRS aan de Université Catholique de Louvain (UCL).

    As a result of reported cases of child abuse by Roman Catholic priests and brothers in The Netherlands, a Dutch solicitor has formally accused the archdiocese of Utrecht and the diocese of Rotterdam of conspiracy. The charges being ill-founded were rejected by the public prosecutor. The present article points out that the charge of conspiracy was ill-considered and legally untenable under Dutch criminal law, because it could not be maintained that the archdiocese of Utrecht or the diocese of Rotterdam were parties to an agreement to commit the offences in question. Unfortunately child abuse and the tendency to keep it silent are a common problem in Dutch society, not only within the Roman Catholic Church, so it should be addressed accordingly. The Dutch Bishops’ Conference and representatives of congregations established in The Netherlands have set up a fact-finding committee under the expert guidance of the elder states-man Mr. Deetman to make an independent investigation into the facts and circumstances of sexual abuse of children within the ecclesiastical province of The Netherlands and to make recommendations for redress and compensation. The committee has submitted its report in December 2011. Like this the Dutch bishops and congregations have set an example how the problem of prescribed cases of child abuse within a complex social organization can be revealed and dealt with. For that purpose criminal law is a less appropriate instrument. It is satisfying to see that other organizations, religious and secular, have taken similar initiatives.


René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund studeerde burgerlijk recht en internationaal recht, en was van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien werkte hij als jurist aan verschillende ministeries. Hij publiceerde o.a. over de strafrechtelijke handhaving van het EU-gemeenschapsrecht. Thans werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte. rene@guldenmund.eu.
Toont 1 - 20 van 205 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.