Zoekresultaat: 36 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Geestelijke verzorging in de gevangenis

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden geestelijke verzorging, gevangeniswezen, scheiding kerk en staat, pastoraal
Auteurs Nelleke van Zessen en Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    The chaplaincy in penitentiary institutions shows a peculiar co-operation between the state and the religious communities. The chaplains provide a safe opportunity for supporting the detainees. The growing religious individualisation as well as a political rethinking of the role of religions institutions ask for system adaptations. In particular, the denominational approach is subject to discussion.


Nelleke van Zessen
Drs. N. van Zessen MA studeerde musicologie aan de Universiteit van Utrecht en religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Thans is zij geestelijk verzorger namens de Boeddhistische Unie Nederland in enkele gevangenissen. nvanzessen@gmail.com.

Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen was sinds 1982 tot zijn pensionering in 2003 verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nadien aan dat van Justitie. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. gmjmk@onsmail.nl.
Artikel

Wilsvrijheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid

Een rondgang langs fysicalisme, connectionisme en belichaamde cognitie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden free will, criminal responsibility, fysicalism, connectionism, embodied cognition
Auteurs F. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the author defends two propositions related to the concepts of free will and criminal responsibility. Free will is defined as the capability of distancing oneself from one’s immediate surroundings and reflect on impulses. The first proposition is that it is a mistake to suppose – as do many neuroscientists adhering to objectivist theories on the human mind – that the concept of free will refers to a postulated natural phenomenon, the existence of which could, in principle, be established or falsified. Instead, the concept of free will constitutes a practice; it is a human artefact that is part and parcel of the differing means by which mankind structures intersubjective life. The second proposition is that the criminal law legitimately presupposes that persons normally act out of free will and that they, consequently, are morally responsible and accountable for the wrongful actions they perform. The author claims that his arguments for both propositions are supported by insights from the neuroscientific fields of connectionism and embodied cognition.


F. de Jong
Mr. dr. Ferry de Jong is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. E-mail: f.dejong1@uu.nl.
Artikel

Strafrechtelijke verantwoordelijkheid en de neurowetenschappen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden neuroscience, legal responsibility, mental capacities, brain mechanisms, brain imaging techniques
Auteurs N. Vincent
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper argues that to the extent that legal responsibility hinges on mental capacities – capacities which are implemented in (brain) mechanisms – scientists working in the fields of behavioural genetics and neuroscience can assist courts to adjudicate responsibility in several ways. First, by studying what mechanisms paradigmatically fully responsible agents possess and how those mechanisms operate. Second, by developing techniques to more individually, accurately and less subjectively inspect people’s mechanisms to gauge their true mental capacities. Third, by studying how youth, advanced age, and mental disorders affect these mechanisms. And fourth, by developing interventions to create, restore and enhance the function of these mechanisms in order to create, restore and enhance people’s responsibility-relevant mental capacities.


N. Vincent
Prof. Nicole Vincent is verbonden aan de Macquarie University in Sidney en aan de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Uitbuiting uit zicht?

Getuigenverklaringen van gesmokkelde migranten nader bekeken aan de hand van indicatoren voor mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden human trafficking, migrant smuggling, irregular migration, exploitation, illegal employment
Auteurs Joanne van der van der Leun en Anet van van Schijndel
SamenvattingAuteursinformatie

    Human trafficking means exploitation; human smuggling is associated with illegal labour and a connection with exploitation is absent. Where a victim of human trafficking can appeal for legal protection, a smuggled migrant (illegally residing or with vulnerable legal status) overall has little rights because of the formal absence of the aspects of exploitation and coercion in human smuggling. In this article, the empirical analysis based on file analysis demonstrates that in several files of cases framed as human smuggling indications are found for exploitation of migrants, although this has not been recognised as such. Theoretically the authors tie this to the trend of crimmigration. Measures designed to combat human trafficking and smuggling are often concentrated on (criminal) law enforcement and criminal punishment, to the detriment of a human rights-based approach. The tension between immigration policy and the combat against human trafficking deserves more attention.


Joanne van der van der Leun
Prof. dr. J.P. (Joanne) van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Postbus 9520, 2300 RA Leiden. E-mail: j.p.vanderleun@law.leidenuniv.nl

Anet van van Schijndel
A.A.A. (Anet) van Schijndel MSc is onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: a.vanschijndel@rekenkamer.nl
Artikel

Jong en laat ouderschap en delinquentie van de kinderen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2012
Trefwoorden early parenthood, motherhood, children, delinquency
Auteurs Joris Beijers MSc, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld en Prof. Terence Thornberry
SamenvattingAuteursinformatie

    International studies show that children of teenage mothers are at elevated risk for offending. This study investigates the effect of early and late parenthood of mothers and fathers on offspring delinquency. The results confirm results from earlier studies and show that early fatherhood does not add to offending risk over and above early motherhood. Factors like family instability, family size and parental delinquency do not account for the association between early motherhood and delinquency. The elevated risk of offending applies to all children of young mothers, not just to the first-born children. Late parenthood is not associated with offspring delinquency.


Joris Beijers MSc
J.E.H. Beijers, MSc is onderzoeker bij het Phoolan Devi Instituut aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. Terence Thornberry
Prof. T.P. Thornberry is hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Department of Criminology & Criminal Justice aan de University of Maryland.
Artikel

Delinquentie tijdens de jongvolwassenheid

De rol van ‘agency’ versus ‘structure’

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden etiology, young adulthood, transitions, structure, agency
Auteurs Sofie Troonbeeckx, Dr. Diederik Cops, Dr. Hanne Op de Beeck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is directed towards two important lines of research in contemporary criminology, more specifically the growing attention for the period of young adulthood and the focus on the concepts of ‘structure’ and ‘agency’. This study examines in a quantitative manner the extent to which both ‘structure’ (operationalized in terms of social-economic status and objective transitions) and ‘agency’ (measured as the perception of personal agency and subjective transitions) are related to delinquency in the period of young adulthood. A representative sample of 1,477 Flemish young adults between the age of 18 and 25 years is used. The results of the analyses offer some empirical proof to integrate the concept of ‘agency’ in future theoretical models for the explanation of individual differences in delinquency and also lead to additional suggestions to further examine the interaction between ‘structure’ and ‘agency’.


Sofie Troonbeeckx
S. Troonbeeckx is doctoraatstudent aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Dr. Diederik Cops
Dr. D. Cops is postdoctoraal onderzoeker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Dr. Hanne Op de Beeck
Dr. H. Op de Beeck is onderzoeker bij het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) en vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is docent jeugdcriminologie en kwantitatieve onderzoeksmethodologie en mede-coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Prof. dr. Johan Put
Prof. dr. J. Put is gewoon hoogleraar jeugdrecht en mede-coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven en het Instituut voor Sociaal Recht, KU Leuven.
Artikel

Burgerschap en niet-statelijk recht: een reconstructie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden cities, citizenship, exclusion, social formations
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent discussions on ‘citizenship’, the concept is oddly dealt with as if it would have originated shortly before the French Revolution and would have meaning in a nation state context only. During at least seven centuries before that, however, it had a crucial importance in the development of Western-European cities. Citizenship, being primarily based on an exclusion from the jurisdiction of local rulers (privilege) which then opens opportunities for the inclusion of citizens in systems of self-rule, has been closely connected with law as from the start. In the article a model developed by Sassen (2006) is used to reconstruct the development of ‘citizenship’ with special reference to the transfer of its elements, often with a considerable change of meaning and function, from one into the other of the four social formations to be distinguished. It is argued that an extended perspective, that acknowledges citizenship and law before its usurpation by the nation state, may be relevant to our assessment of recent developments towards ‘transnational’ forms of citizenship.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).
Artikel

Rondzwerven, stedelijke ruimte en transgressie

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden drift, transgression, precarity, urban control
Auteurs Jeff Ferrell
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes and judges the complex and often contradictory dynamic by which boundaries are constructed and transgressed. This dynamic reveals much about power, meaning, and the political economy of crime and control. The author describes the project undertaken by Critical Mass riders and precarity activists. These projects explore the possibilities of drift as collective experience and collective transgression. The pervasiveness of drift in contemporary society, paired with the subversive cultures of drift emerging around new social movements and alternative spatial practices, point toward a new kind of global collectivity.


Jeff Ferrell
Prof. dr. Jeff Ferrell is hoogleraar Sociologie aan de Texas Christian University en gasthoogleraar Criminologie aan de University of Kent. E-mail: j.ferrell@tcu.edu.
Artikel

Het meten van onderpresteren bij whiplashslachtoffers

Veelbelovend maar juridisch lastig te vertalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden whiplash, symptoomvaliditeitstesten, symptoomvaliditeit, onderpresteren
Auteurs Dr. A.A. Vendrig
SamenvattingAuteursinformatie

    In whiplashzaken worden door medisch deskundigen expertiseonderzoeken uitgevoerd bij het slachtoffer om de ongevalsgevolgen in kaart te brengen. Neuropsychologisch onderzoek is een van de verschillende soorten expertiseonderzoek die geregeld bij whiplashslachtoffers worden uitgevoerd. Sinds enkele jaren zien we een gestage opmars van zogenoemde ‘symptoomvaliditeitstesten’ in neuropsychologische expertises van whiplashslachtoffers. Een andere term die in dit verband gebruikt wordt, is ‘onderpresteren’. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op wat nu symptoomvaliditeitstesten inhouden, wat de reikwijdte ervan is, en zal getracht worden een antwoord te vinden op de volgende vragen: kan onderpresteren ook een gevolg zijn van klachten zoals pijn en vermoeidheid? Zegt onderpresteren iets over de betrouwbaarheid van de onderzochte? Hoe wordt onderpresteren eigenlijk vastgesteld? Zegt onderpresteren iets over de neiging om klachten te overdrijven?


Dr. A.A. Vendrig
Dr. A.A. Vendrig is klinisch psycholoog en werkzaam in Gezondheidscentrum Vledder en Gezondheidscentrum ‘De Wissel’ in Noordwolde en als hoofddocent diagnostiek verbonden aan RINO Noord-Holland (postdoctoraal opleidingsinstituut voor beroepen in de GGZ).
Artikel

Van overlastmelding naar een globale typering van problematische jeugdgroepen: de shortlist als quickscan

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden shortlist, Beke, teenagers causing trouble, youth groups, youth group inventory, youth group causing trouble, criminal youth group
Auteurs Paul Harland
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Shortlist troublesome youth groups’ is a compact survey that enables police-officers to categorize problematic youth groups on a general level. The ‘shortlist’ results in three categories. The least troublesome groups are labelled ‘annoying’, the more serious groups are referred to as ‘disturbing’ and the most serious ones are called ‘criminal’ youth groups. As a quick scan, the shortlist tool has originally been developed in order to prevent criminalization of youth. It has now become a compulsorily used instrument for all 25 police services in the Netherlands. The shortlist is seen as the central starting point that should ultimately lead to the implementation of multidisciplinary interventions to tackle the specific problems that the youth groups cause.This article briefly discusses the highly subjective judgements of perceptions of disorder in society. Against this background this article describes the aim, the benefits and limits to the use of the shortlist. This analysis is based on fifteen years of experience with the annual listing of troublesome youth groups by means of the shortlist at the Haaglanden police service.This contribution concludes that the shortlist is a useful instrument that enables police officers to efficiently categorize problematic youth groups. Several changes by the Haaglanden police service with regard to the content as well as to the procedure further optimized the use of the shortlist. However, its global characteristic hampers evaluation of local safety interventions on the group. Also, comparisons of results between police services are not possible just like that. For those purposes (evaluations and comparisons) additional, i.e. more detailed information on the groups are to be gathered. The shortlist-methodology consists of further steps that include more in-depth analyses.Having said this, the shortlist is a valuable quick scan tool that enables professionals to swiftly categorize problematic youth groups.


Paul Harland
Dr. Paul Harland is senior onderzoeker bij de Politie Haaglanden, afdeling Analyse & Research (Staf Korpsdirectie). E-mail: Paul.harland@haaglanden.politie.nl.
Artikel

‘Waarborg voor onafhankelijkheid’

Rechtsvergelijking inrichting bezwaarprocedure. Een bespreking van de stelsels van Nederland en Aruba

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden bezwaaradviescommissie, onafhankelijkheid, inrichting bezwaarprocedure, artikel 7 LAR, artikel 7:13 Awb
Auteurs Mr. dr. A. Schwartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In Aruba worden de leden van de bezwaaradviescommissie niet benoemd, geschorst, ontslagen en betaald door het bestuursorgaan, zoals in Nederland, maar door de regering. Daarnaast geldt de onafhankelijkheidseis niet alleen voor de voorzitter, maar ook voor de overige leden. Volgens de auteur biedt desondanks de inrichting van de Nederlandse bezwaarprocedure voldoende waarborgen voor een onafhankelijke heroverweging. In Aruba bestaat het gevaar dat de inrichting van de bezwaarprocedure tot een verdergaande juridisering en depolitisering leidt, waardoor het conflictoplossend vermogen van de bezwaarprocedure minder wordt benut dan in Nederland. Een bespreking van de stelsels van Nederland en Aruba over de inrichting van de bezwaarprocedure.


Mr. dr. A. Schwartz
Mr. dr. A. Schwartz is sinds augustus 2010 universitair hoofddocent Algemene Rechtswetenschap aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba.
Artikel

De juridische beoordeling van het postwhiplashsyndroom: stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Letselschade, whiplash, NVN-richtlijnen, medisch beoordelingstraject, moeilijk objectiveerbare klachten
Auteurs Mr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Een voornaam deel van de letselschadezaken bestaat uit claims wegens whiplashletsel. In tal van die zaken was de schaderegeling altijd al moeizaam, voornamelijk omdat de claimklachten naar hun aard subjectief zijn, en in die zin ‘medisch onverklaarbaar’, dat medisch beeldvormend materiaal geen onderliggende afwijkingen laat zien. Sinds de terugtrekkende beweging van de neurologen – van oudsher dé beoordelaars van whiplashletsel – door middel van de in november 2007 gewijzigde NVN-richtlijnen is het regelingsproces nóg moeizamer geworden. Aan de hand van een overzicht van recente rechtspraak wordt bezien of daaraan voor de letselschadepraktijk handvatten zijn te ontlenen die de huidige whiplashproblematiek minder weerbarstig maken.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen en als docent privaatrecht en promovendus aansprakelijkheidsrecht verbonden aan de RuG.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Vertrouwen in toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, vertrouwen, controle
Auteurs Dr. ir. F.E. Six
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Nederlandse debat over de rol van vertrouwen in toezicht en handhaving heerst verwarring over het begrip vertrouwen. Dit artikel kijkt kritisch naar de argumenten en schept meer duidelijkheid over het begrip en de voor toezicht belangrijke relatie tussen vertrouwen en controle. Vertrouwen is onvermijdelijk aan de orde in toezichtrelaties en kan dus het beste expliciet in toezichttheorie geconceptualiseerd worden. De conceptualisatie van vertrouwen in de responsieve toezichttheorie van Braithwaite e.a. is echter aan herziening toe. Aan de hand van recente inzichten uit de vertrouwensliteratuur worden uitgangspunten en contouren van een mogelijke vertrouwensbenadering in toezicht geschetst.


Dr. ir. F.E. Six
Dr. ir. F.E. Six MBA is werkzaam aan de Vrije Universiteit, Afdeling Bestuurswetenschappen.
Artikel

De definitie van ‘investering’ in het (ICSID-)investeringsrecht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden ICSID, Investering, Salini, Bilaterale investeringsovereenkomsten
Auteurs Mr. S. Rezai
SamenvattingAuteursinformatie

    Een investeerder die in aanmerking wil komen voor de bescherming uit hoofde van de ICSID Conventie, moet aantonen dat zijn economische activiteiten kunnen worden gekwalificeerd als een ‘investering’ in de zin van artikel 25 van de ICSID Conventie. In deze bijdrage worden de vereisten besproken waaraan een ICSID-investering moet voldoen en wordt beschreven dat, na een periode waarin het investeringsbegrip beperkt werd uitgelegd, de recente rechtspraak weer de toon heeft gezet voor een ruime interpretatie van het investeringsbegrip.


Mr. S. Rezai
Mr. S. Rezai is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Hoe landelijke inspectiediensten omgaan met systeemtoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, compliance management, metaregulation, zelfregulering, systeemgericht toezicht, toezicht
Auteurs Dr. ing. M.A. de Bree MBA
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft wat inspectiediensten verstaan onder systeemtoezicht en hoe zij dit toepassen. Er blijken grote verschillen te zijn in zowel de gebruikte definities als in de praktische toepassing. De toezichthouder kan met behulp van systeemtoezicht, mits juist toegepast, ervoor zorgen dat grote bedrijven maatschappelijke belangen borgen in hun organisatie. De toezichthouder moet hierbij enerzijds niet te goedgelovig zijn en altijd fysieke controles blijven doen. Anderzijds moet hij ervoor waken niet overmatig te controleren waardoor de voordelen van systeemtoezicht weer teniet zouden worden gedaan. Systeemtoezicht en bestraffing verdragen elkaar slecht doordat bestraffing het leereffect negatief kan beïnvloeden.


Dr. ing. M.A. de Bree MBA
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is directeur van Next Step Management B.V. en verbonden aan het Erasmus Instituut Toezicht & Compliance.
Artikel

Access_open Is de vrijheid van godsdienst in de moderne multiculturele samenleving nog een hanteerbaar recht?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden freedom of religion, human rights, human dignity, traditional religion, unequal treatment
Auteurs Koo van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    There are two fundamental problems with regard to the freedom of religion. The first concerns the content and scope of the right; the second, a possible unequal treatment between population groups. The first problem can only be dealt with by a preliminary analysis of the religious phenomenon, which precedes a legal definition. It turns out that there is a range of different types of religion, with on the one hand traditional forms of religion which are narrowly interwoven with the culture in question (all kinds of ‘cultural’ practices possessing a religious dimension), and on the other forms of religion which loosen to a considerable extent the ties between culture and religion. Evidently, the former types of religion cause problems in modern society. An additional problem is that freedom of religion as a modern basic right rests on a view of human being – including the idea of the inherent dignity and autonomy of the human person – which is at odds with the symbolic universe of traditional religion. The conclusion of the article is that in the modern pluralist society freedom of religion is on its way to becoming, or already has become, an unmanageable right. So the problems arising around this right (including that of unequal treatment) can only be solved in a pragmatic, not really satisfactory way. In that context, modern humanitarian standards should be observed in the implementation of the right of freedom of religion because fundamental human rights are connected with a specific concept of humanity.


Koo van der Wal
Koo van der Wal is emeritus professor of Philosophy at the University of Amsterdam and the Erasmus University Rotterdam.

Mw. prof. mr W.R. Kastelein
Artikel

Medisch zinloos handelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 1997
Auteurs Mr drs T.F.M. Hooghiemstra

Mr drs T.F.M. Hooghiemstra

Prof. dr T. van Willigenburg
Toont 1 - 20 van 36 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.