Zoekresultaat: 29 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.

    De laatste jaren staat in Nederland definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter sterk in de aandacht. Het in de jurisprudentie van de hoogste Nederlandse bestuursrechtelijke colleges ontwikkelde uitgangspunt dat de bestuursrechter een besluit niet slechts op rechtmatigheid behoort te beoordelen maar ook zo veel mogelijk dient te bezien of het geven van een definitieve oplossing van het geschil mogelijk is, heeft daar geleid tot wetgeving met dezelfde strekking. De landsverordeningen administratieve rechtspraak van Aruba en de voormalige Nederlandse Antillen voorzien nog niet in die wettelijke verplichting en evenmin in een verruiming van de wettelijke bevoegdheden ter uitvoering van die taak. Uit recente jurisprudentie blijkt echter dat het Hof ook met gebruik van de bestaande bevoegdheden zeer wel in staat is geschillen definitief te beslechten. In het artikel worden die bevoegdheden aan de hand van de daarop betrekking hebbende jurisprudentie besproken. Voorts wordt stilgestaan bij de eisen die definitieve geschilbeslechting stelt aan procedure en opstelling van partijen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof. Hij hoopt in mei 2014 te promoveren aan de UoC op een onderzoek naar de invloed van Nederlandse jurisprudentie op het Caribisch bestuursprocesrecht. Promotor is Prof. L.J.J. Rogier. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en is een bewerking en uitbreiding van een lezing gehouden op het Symposium ‘Rollen van de overheidsjurist’, gehouden op Curaçao op 25 en 26 april 2013.
Artikel

De instroom van buitenlandse arbeiders en de migratiegeschiedenis van Nederland na 1945

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden labour migration, the Netherlands, long boom, migration trends, expansion of the EU
Auteurs R.P.W. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the migration history of the Netherlands after World War II. The emphasis is on labour migration as the article seeks to clarify that the inflow of foreign labour had a large impact on the magnitude and the course of migration flows towards and from the Netherlands. This is quite obvious for the period in which labour migration was the most important immigration type. However, this article also deals with the influence of labour migration of earlier periods on other migration types, which became the most important immigration types from the first oil crisis of 1973. Next to the immigration history, the inflow of foreign labourers also affected the emigration history of the Netherlands to a certain extent.


R.P.W. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Deugdelijkheid van bestuur als toetsingskader voor de kwaliteit van het openbaar bestuur

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden deugdelijk bestuur, artikel 43 Statuut, behoorlijk bestuur, bestuurlijk toezicht, good governance
Auteurs Mr. A. Bakhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden schrijft in artikel 43 lid 1 voor dat elk der landen van het Koninkrijk zorg draagt voor de verwezenlijking van de menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Wat wordt verstaan onder het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ en wat betekent het voor de Caribische landen van het Koninkrijk? Hoe verhoudt het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ zich tot begrippen als ‘good governance’, ‘goed bestuur’ en ‘behoorlijk bestuur’? In deze bijdrage wordt de betekenis van het begrip ‘deugdelijkheid van het bestuur’ in de rechtsorde van het Koninkrijk der Nederlanden verkend.


Mr. A. Bakhuis
Mr. A. Bakhuis is als promovendus Koninkrijksrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Financiële verhoudingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Financiële betrekkingen tussen overheid, kerk en religieuze organisaties, Scheiding van kerk en staat., Gebedshuizen, Geestelijk bedienaren, Geestelijk verzorgers
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Financial relationships between state, churches and religious organisations have existed for a long time in Dutch history. This could be understood from a general interest point of view in the nineteenth century and the social welfare state. However, that century and the welfare state do not exist anymore. Also society and people have changed. Do the financial relationships still exist nowadays and if so, to what extent and how should one assess these financial relationships? In order to deal with these questions, the article gives a comprehensive overview of the current situation of different financial relationships between state and religious organisations against a constitutional and historical background. It is argued that most of these relations are legitimate under certain conditions and that the constitutional framework of separation of church and state should not be overestimated in this field.


Paul van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is coördinerend senior adviseur constitutionele zaken/grondrechten, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en gastdocent/-onderzoeker, afdeling Staats- en bestuursrecht, VU Amsterdam. Paul.Sasse@minbzk.nl.
Artikel

Bijzondere opsporingsbevoegdheden in Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden BOB, Wetboek van Strafvordering, opsporingsbevoegdheden, infiltratie, planmatig
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 april 2012 is de Landsverordening houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering (bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen) aangenomen door de Staten van Curaçao. In deze bijdrage bespreken de auteurs deze Landsverordening. De auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. Hans de Doelder van de Erasmus Universiteit en hebben in die hoedanigheid een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht en de Landsverordening BOB. In het artikel wordt allereerst de noodzaak van de BOB-wetgeving besproken. De auteurs maken duidelijk waarom Curaçao niet langer zonder BOB-wetgeving kan. Vervolgens worden de algemene uitgangspunten van de Landsverordening besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillen met de Nederlandse BOB-wet, de gevallen en gronden voor toepassing van de dwangmiddelen, de rol van de officier van justitie en de procureur-generaal en de overige algemene bepalingen uit de wet. Tot slot worden de verschillende bijzondere opsporingsbevoegdheden besproken, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan planmatige observatie, infiltratie en het opnemen en onderzoek van communicatie.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. R.J. Verbeek
Mr. R.J. Verbeek is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Beide auteurs maken in die hoedanigheid ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam verleent bijstand bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering en heeft tevens bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht.
Artikel

Jongvolwassen delinquenten en justitiële reacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden crime, criminal law, adolescents, young adults
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan, Dr. André van der Laan, Dr. Machteld Hoeve e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last 60 years, attention has been drawn periodically to offenders in different age categories, such as young children, adolescents and young adults, and tor services and programmes that should be available for these groups. In 2011, the State Secretary of Security and Justice proposed a penal law for adolescents and young adults aged 15 to 23. Such a proposal requires a (empirical) view of young adult offenders (aged 18 to 24) and the penal sanctions they receive in comparison with adolescent (aged 12 to 17) offenders and adults (aged 25 to 30). Crime statistics show that prevalence, type and seriousness of crime committed by young adults are different from that of adolescents and adults. Self-report studies show fewer and smaller differences, but this may be explained in part by the more serious nature of offences committed by young adults, which are usually not addressed in self-reports. Outcomes support the idea that a separate approach and specific interventions for young adults are needed. Similarities with adolescents with regard to neurobiological development justify a focus on a more pedagogical and behavioral approach, which is also a key feature of penal justice for juveniles.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der laan is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Machteld Hoeve
Dr. M. Hoeve is universitair docent bij de afdeling Forensische Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Martine Blom
Drs. M. Blom is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

MSc Willemijn Lamet
W. Lamet, MSc, is promovenda bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid. Een maatpak voor de Board Room

Proefschrift van mr. D.A.M.H.W. Strik

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, D&O-verzekering, verkeersopvattingen, toerekeningsmaatstaf, werknemersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. J.W. Hoekzema
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. D.A.M.H.W. Strik.


Mr. J.W. Hoekzema
Mr. J.W. Hoekzema is raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

De wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden staatkundige hervormingen, staatkundige vernieuwingen, Statuut voor het Koninkrijk, Antillenproject, wijziging van het Statuut
Auteurs Mr. dr. S. Hillebrink
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste wijzigingen van het Statuut betroffen de samenstelling van het Koninkrijk: Suriname werd in 1975 onafhankelijk, Aruba kreeg in 1986 een status aparte, en nu dus de in 1986 al door velen als onvermijdelijk beschouwde opheffing van de Nederlandse Antillen. Ook deze keer is ervoor gekozen om de hoofdlijnen van het Statuut intact te laten en alleen die wijzigingen door te voeren die noodzakelijk waren om de overeengekomen staatkundige veranderingen te realiseren. Over dit uitgangspunt is de nodige discussie gevoerd in de Staten-Generaal tijdens de behandeling van het wetsvoorstel, naast de vragen waarom de Grondwet niet gewijzigd werd voor de BES-eilanden, wat de betekenis is van de Statuutbepaling over de BES-eilanden (art. 1 lid 2), wat voor geschillenregeling de regering voor ogen heeft (art. 12a en 38a) en wat precies het probleem is met de implementatie van verdragen (art. 27). In deze bijdrage gaat de auteur (kort) op deze onderwerpen in en bespreekt hij twee vragen waarover in de openbare stukken vrijwel niets te vinden is, maar die in de ambtelijke voorbereiding van de Statuutwijziging een rol speelden, namelijk de vraag wie de Antillen opheft, en welke formele rol de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten konden spelen bij de totstandkoming van de rijkswetgeving die op basis van de Slotverklaring van 2006 tot stand zou komen.


Mr. dr. S. Hillebrink
Mr. dr. S. Hillebrink werkt bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en was in het kader van de staatkundige hervormingen gedetacheerd bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.

    In the years 2000-2003 crime on Curaçao seemed to be going out of control and the economy was virtually stagnant with low growth and high unemployment. This situation has changed significantly since 2005. The author shows that a targeted approach by the authorities pushed back major crime problems like the smuggling of cocaine on passenger flights, armed robberies and homicides. However only a permanent effort can guarantee the continuation of this success. Corruption and nepotism are still vibrant, but mainly concern individuals, not institutions as a whole, while the judiciary actively prosecutes corrupt officials. In the long run not only repression, but preventive measures are needed as well. A major cause of corruption and nepotism is the small scale of island life, in combination with economic protectionism and state ownership of companies. Structural adjustments in economic institutions and policy in recent years heralded the return of economic growth and employment. More adjustments in economic policy and institutions could further reduce incentives for corruption; these might also lead to the opening up of Curaçao's rigid labour markets for the many unemployed youngsters. A more autonomous Curaçao faces serious challenges, but the island's record so far gives no reason for despondency.


A.W. Weenink
Dr. Anton Weenink is senior onderzoeker bij de Dienst Nationale Recherche van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD).

    In 1954 the Statute of the Kingdom of the Netherlands came into force. This document can be seen as an internal Treaty between the Netherlands (as a country in Europe) and its former colonies. Nowadays three countries are (internal) partners in the Kingdom of the Netherlands: the Netherlands, Aruba and the Netherlands Antilles. In 2005 new negotiations have begun for a new (internal) structure of the Kingdom of the Netherlands. The Netherlands Antilles will cease to be a country in the Kingdom and will be divided into two new countries Curaçao and Sint Maarten. The other remaining (small) islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba will be part of the territory of the Netherlands as specific judicial bodies as meant in article 134 Dutch Constitution. A huge diplomatic and judicial procedure has started. Although it is not certain yet, in 2009 it looks as though these plans and procedures will be realized in the very near future.


R. Nehmelman
Mr. dr. Remco Nehmelman is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Bestraffing van cocaïnesmokkelaars

Richtlijnen, rechters, rechtbanken en de persoon van de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2010
Trefwoorden straftoemetingsrichtlijnen, cocaïnesmokkel, rechters, Schiphol
Auteurs mr. dr. Miranda Boone en Prof. dr. Dirk J. Korf
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the number of cocaine traffickers arrested at Schiphol International Airport peaked in 2003. In May 2003, sentencing guidelines regarding cocaine traffickers were redefined into a smaller number of categories (wider quantity ranges, less specified offender categories) with lower sentences than before. New guidelines allowed criminal courts more flexibility, and judges were expected to sentence cocaine traffickers more often than before in accordance with guidelines. All cases, at all four applicable criminal courts, against cocaine traffickers that had been arrested at Schiphol in 2003 were analyzed (877 simple court and 994 full court cases). In between 30 and 40 percent of cases sentences were not according to the guidelines (mostly lower), and even more frequently than before the new guidelines had been introduced. Experience as a judge (number of years) was not associated with keeping up with guidelines, but male judges sentenced suspects more often than female judges in discordance with guidelines (and consequently below guidelines). In line with American literature, personal characteristics of suspects appeared strong predictors of the extent judges conformed to sentencing guidelines. Female offenders were twice as often as male offenders sentenced lower than the guidelines. The same result was found for offenders born or living in the Netherlands, versus migrants and offenders living abroad.


mr. dr. Miranda Boone
Mr. dr. M. Boone is Universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht, m.m.boone@uu.nl.

Prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. D.J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam, d.j.korf@uva.nl.
Artikel

Mark of Cain op het voorhoofd van de jeugdige verdachte?

Over stigmatisering en privacy in het jeugdstrafrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden privacy jeugdigen, stigmatisering, labeling, proportionaliteit, bescherming, overlast
Auteurs MSc LLM BA Maria de Jong-de Kruijf en Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Labeling van jongeren in het jeugdstrafrecht kan leiden tot stigmatisering. Stigmatisering van jongeren moet voor zover mogelijk worden voorkomen, ook in het jeugdstrafrecht. Verschillende recente ontwikkelingen in het jeugdstrafrecht, zoals de toenemende neiging om jongeren met probleemgedrag te registreren in databases en om naar aanleiding van dit gedrag in casusoverleggen met deelnemers afkomstig uit jeugdstrafrecht en (jeugd)zorg in brede zin gegevens uit te wisselen, leiden mogelijk tot meer stigmatisering van de jeugdige (verdachte). De ontwikkelingen die wij in deze bijdrage beschrijven zijn registratiesystemen, met name ProKid en JCO Support, justitiële documentatie en Halt-afdoeningen, casusoverleggen in de Veiligheidshuizen en groepsgerichte aanpakken. Deze probleemgebieden tasten de privacy van de minderjarige (verdachte) aan en leiden in mindere of meerdere mate tot stigmatisering. Wij zullen voor elke ontwikkeling bespreken in hoeverre sprake is van (te veel) stigmatisering en zo ja of en hoe dit zo veel mogelijk kan worden beperkt.


MSc LLM BA Maria de Jong-de Kruijf
Maria de Jong-de Kruijf MSc LLM BA is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning is hoogleraar jeugdrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Agenten met een vredesmissie

Ervaringen van Nederlandse politiefunctionarissen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2010
Auteurs H. Sollie
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch police participated in eleven peace missions since 2000. This article describes the experiences of Dutch police officers who carried out police reform during recent missions in Bosnia, Sudan, Kosovo and Afghanistan. In their role as instructor and/or adviser, these police officers taught local constables (basic) policing and management skills. During their mission, they were confronting many obstacles that stem from cultural differences, ethnic tensions, opportunism, unwillingness, corruption and language barriers. Given these limitations, expectations regarding police reform must be tempered. Creating or transforming local police into effective law-enforcement institutions that operate under the rule of law and with respect for human rights, is not a quick fix. However, by means of training and advice, local police officers realize that they should protect and serve.


H. Sollie
Henk Sollie Msc. is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Dit artikel is gebaseerd op een onderzoek dat de auteur heeft uitgevoerd voor het Programma Politie & Wetenschap dat in 2010 is gepubliceerd onder de titel Civiele politie op vredesmissie. Uitzendervaringen van Nederlandse politiefunctionarissen in de serie Politiekunde, nr. 33. Naast de ervaringen rondom de missiewerkzaamheden en de samenwerking met de lokale politie, worden in deze rapportage ook de samenwerking met internationale collegae, de leef- en veiligheidsomstandigheden binnen een missie en het voorbereidings- en re-integratietraject beschreven.
Artikel

Criminaliteit en etniciteit

Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren uit het geboortecohort 1984

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2010
Trefwoorden criminele carrière, meisjescriminaliteit, cohortonderzoek, allochtonencriminaliteit
Auteurs Dr. mr. Arjan Blokland, Kim Grimbergen, Dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the officially recorded criminal careers from age twelve to 22 for all boys and girls who were born in the Netherlands in 1984. Using data on police contacts (HKS) we ask: (1) What proportion of the 1984 birth cohort has a police contact between ages twelve and 22?, (2) What are the criminal career characteristics of those registered?, (3) What is the nature of the crimes these youths are registered for?, and (4) How do chronic offenders and recidivists differ from one-time offenders? We answer these questions separately for boys and girls and for youths of different ethnic origin. Ethnicity was based on the country of birth of (one of) the parents. Our results show that 23 percent of men and 5 percent of women born in 1984 had at least one police contact prior to age 23. Youths of non-Dutch origin were overrepresented in police registrations. Overrepresentation was strongest for boys of Moroccan origin: 54 percent was registered at least once, and of those registered one third were registered five times or more. Moroccan girls were also overrepresented.


Dr. mr. Arjan Blokland
Dr. mr. A. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), ABlokland@nscr.nl.

Kim Grimbergen
K. Grimbergen is adviseur voor Reclassering Nederland regio Rotterdam-Dordrecht, kim_grimbergen@msn.com.

Dr. Wim Bernasco
Dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), WBernasco@nscr.nl.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden, p.nieuwbeerta@ law.leidenuniv.nl.
Artikel

Schade herstellen tijdens jeugddetentie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2010
Trefwoorden herstelrecht, justitiële jeugdinrichting, slachtoffer-daderbemiddeling, verantwoordelijkheid
Auteurs Annemieke Wolthuis en Myriam Vandenbroucke
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook als jongeren eenmaal in een justitiële jeugdinstelling verblijven, is leren over slachtoffers en werken aan genoegdoening cruciaal. Herstelgericht werken biedt hiertoe mogelijkheden. De vraag is hoe herstelgericht werken kan worden geïmplementeerd in een justitiële jeugdinrichting. De pedagogische infrastructuur van Forensisch Centrum Teylingereind is een goed voorbeeld. Herstelgericht werken heeft een positief effect op de jeugdige daders en de inrichtingscultuur. Het geeft jongeren inzichten in de eigen verantwoordelijkheid, het effect van hun gedrag op het slachtoffer en mogelijkheden te werken aan herstel van de schade die zij aangericht hebben. Dat blijkt uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut: ‘Schade herstellen tijdens jeugddetentie’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is onderzoeker aan de Open Universiteit Nederland en verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht.

Myriam Vandenbroucke
Myriam Vandenbroucke is onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut.
Artikel

Een som van misverstanden

Het kabinet-Den Uyl en de immigratie van Surinamers

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2010
Auteurs J.M.M. van Amersfoort
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1973 a new Dutch cabinet was formed. One of the central points of its programme was to revise the relations with the former Dutch colonies in the West Indies to be able to stop the immigration from Suriname. This immigration was seen by this government as a serious threat to Dutch society. In reality the migration was modest in numbers and consisted for a good deal of middle class people. In 1967 there were 13.000 Surinamese in the Netherlands. But the immigration had gained momentum and in 1972 there were 51.000. The cabinet launched a vigorous campaign to change the relations with Suriname and close the border for immigrants. The outcome of this policy was that there were 110.000 Surinamese in the Netherlands in 1975 and the immigration caused indeed problems that were unknown before. In this article the reasons for the complete failure of the anti-immigration policy are analysed.


J.M.M. van Amersfoort
Prof. dr. Hans van Amersfoort is emeritus hoogleraar in de Bevolkingsgeografie aan de Universiteit van Amsterdam.

    This article discusses the main features of the draft version of the new Criminal Code for the Netherlands Antilles, which was completely revised and updated in accordance with the latest case law and applicable international treaties. The draft legislation abolishes the dead penalty and minimum sentences. Also it introduces community services, a travel ban, an extension of self-defense in the direct vicinity of one's house and the obligatory review of life-long jail sentences after twenty years. Furthermore it adapts and modernizes the presently existing fines and criminal law for minors. The draft legislation is pending the recommendations of the Advice Council and will be presented to the Parliament thereafter.


M.F. Murray
Mr. Mirto Murray is advocaat en vennoot van Small Murray Scheper, Advocaten, te Willemstad, Curaçao. Hij is ouddeken van de Orde van Advocaten Curaçao en lid van de Commissie Herziening Wetboek van Strafrecht en de Gezamenlijke Commissie ter evaluatie van het Wetboek van Strafvordering.
Toont 1 - 20 van 29 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.