Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

De speelruimte van de strafrechter

Een pleidooi voor een meer open en transparante opstelling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden strafrecht, onpartijdigheid, rechter, wraking
Auteurs Mr. Leonard de Weerd en Mr. Liza Stapel
SamenvattingAuteursinformatie

    A fair trial can only be guaranteed if a judge gives as much insight in his line of thinking as possible and if a judge is actively participating in finding the truth in a criminal case. According to statutes and case law a judge has a lot of freedom to show how he feels about certain things during criminal proceedings. A challenge to a judge shall not quickly be admissible. Still, a judge needs to be impartial and willing to review his preliminary decision/opinion.


Mr. Leonard de Weerd
Mr. Leonard de Weerd is senior rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.

Mr. Liza Stapel
Mr. Liza Stapel is senior juridisch medewerkster Midden-Nederland, locatie Utrecht, afdeling strafrecht.
Artikel

Waar wringt het bij de wraking?

Over de voorgestelde vernieuwingen in de wrakingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden wraking
Auteurs Mr. dr. P. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure van juli 2012 door wetenschappers van de universiteit Utrecht (Giesen e.a.) geanalyseerd voor zover het de civiele wrakingsregeling betreft. Na een beschrijving van de wrakingsregeling in artt. 36 e.v. Rv worden de voorstellen tot efficiëncyverhoging en tempering van oneigenlijk gebruik (het interne perspectief) besproken. Vervolgens worden de suggesties tot vergroting van het maatschappelijk draagvlak van het wrakingsinstrument (het externe perspectief) bezien . De conclusie is dat de voorstellen aangaande het interne perspectief zonder meer waardevol zijn, doch dat die aangaande het externe perspectief minder aanspreken.


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.

    In deze bijdrage staat de vraag centraal welke consequenties de op 18 juli 2013 bekend gemaakte Richtlijn ADR consumenten en Verordening ODR consumenten hebben voor het Nederlandse stelsel van buitengerechtelijke geschillenbeslechting bij de geschillencommissies voor consumentenzaken (SGC en KiFiD). Deze vraag wordt beantwoord door het Nederlandse stelsel te toetsen aan de Richtlijn ADR consumenten en de Verordening ODR consumenten.
    Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/63
    Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, Pb. EU 2013, L 165/1


Mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. (Paulien) Ernste is als universitair docent burgerlijk (proces)recht verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Wraak de wraking

Een oproep tot herziening van de wrakingsprocedure in het Nederlandse strafprocesrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Wraking, Strafprocesrecht, Rechtsvergelijking, Art. 6 EVRM
Auteurs Mr. Eva Borg
SamenvattingAuteursinformatie

    According to article 512 of the Dutch Criminal Procedure Code judges can be removed from a case due to facts or circumstances that (might) damage their impartiality. By analyzing how this procedure of challenge is used in practice, this research shows that it could and should be organised in a different way. Both with regards to the applicants, the challenged actors and the assessors of the procedure there are gaps and points of improvement in the current Dutch legislation. Suggestions for revision are gained from a comparative investigation of the challenge procedure in the Belgian criminal law system.


Mr. Eva Borg
Mr. Eva Borg is juridisch medewerker in de Rechtbank Midden-Nederland, afdeling Strafrecht.
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De voorlopige voorziening hangende de bodemprocedure. De reikwijdte van art. 223 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Voorlopige voorziening, art. 223 Rv, Exhibitievordering art. 843a Rv, Opheffing beslag, Voorschot
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jurisprudentie voorkomende 223 Rv vorderingen worden beoordeeld op hun geschiktheid voor een voorlopige voorziening die samenhangt met de hoofdzaak en geldt voor de duur van de procedure. Een voorschot op de hoofdvordering leent zich voor een voorlopige voorziening voor zover de vordering voldoet aan de randvoorwaarden van art. 223 Rv. De vorderingen die geen voorschot inhouden blijken veelal ongeschikt zijn voor een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv. Beargumenteerd wordt waarom de exhibitievordering van art. 843a Rv en de vordering tot opheffing van beslag (die geen ‘voorschot’ is) ongeschikt zijn voor de voorlopige voorziening ex art. 223 Rv.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is wetenschappelijk docent privaatrecht Erasmus School of Law.


Mr. R.A. Dozy
Mr. R.A. Dozy is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem.
Artikel

Mediaberichtgeving over witteboordencriminaliteit

‘There’s no such thing as bad publicity’

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden witteboordencriminaliteit, strafrecht, media, publiciteit, framing
Auteurs Drs. J.J.H. Beckers en Dr. J.G. van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk werden de hoofdverdachten in de ‘Klimop-zaak’ door de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg veroordeeld tot uiteenlopende straffen. Strafrechtelijke vervolging van fraude zou er mede toe moeten dienen witteboordencriminaliteit ondubbelzinnig te veroordelen. Welke rol spelen de media bij deze pogingen om een grens te trekken in het grijze gebied tussen innovatief ondernemerschap en verwerpelijke roekeloosheid?


Drs. J.J.H. Beckers
Drs. J.J.H. Beckers is als promovendus verbonden aan de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law.

Dr. J.G. van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent Criminologie aan de Erasmus School of Law en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Enige opmerkingen over ‘med-arb’

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2011
Trefwoorden med-arb, double hybrid, waiver of confidentiality, compatibility NY convention 1958
Auteurs Noud Ingen-Housz
SamenvattingAuteursinformatie

    From an international point of view the double hybrid nature of ‘med-arb’ – imagined as a ‘guarantee’ for a ‘prompt’ resolution of business disputes – is out on a limb. The contractually planned transition from a failed mediation towards the ascertainment of procedural fairness in the subsequent arbitration under the guidance of the same Neutral poses indeed delicate questions.Not more than two – by the way federally ruled – countries – the USA and Australia – have endeavored – in some of their States – to tackle the problems related to confidentiality which determine the viability of ‘med-arb’ (beside the basic behavioral problem of negotiating with the assistance of a Neutral who unexpectedly may become your arbitrator). The validity of the – domestic – solutions devised in the USA and Australia is subject to caution in the light of the 1958 New York Convention on the recognition and enforcement of foreign arbitral awards.


Noud Ingen-Housz
Mr. A.H.D. Ingen-Housz is Avocat à la Cour (Parijs-La Défense).

    In een column geeft een redacteur of auteur zijn of haar visie op een bepaald onderwerp.


Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden, tevens hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de UL.
Artikel

Interne onafhankelijkheid binnen de boezem van toezichthoudende organisaties

Over de positie van bestuurders bij het nemen van boetebesluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden bestuurlijke boete, interne onafhankelijkheid, functiescheidingseis
Auteurs Mr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    De Awb kent bevoegdheden toe aan toezichthouders. Dat zijn individuele personen die als zodanig zijn aangewezen. In de wet en in de rechtspraak is voorzien in een functiescheidingseis: degene die een overtreding constateert, mag vervolgens niet zelf voor de overtreding een bestuurlijke boete opleggen. De vraag is of die eis ook geldt voor de bestuurder van de toezichthoudende organisatie, die ook verantwoordelijkheid draagt voor de wijze waarop de individuele toezichthouder zijn werk doet. Deze vraag wordt aan de hand van rechtspraak besproken. Conclusie is dat met het hanteren van een functiescheidingseis bij bestuurders zeer terughoudend moet worden omgesprongen.


Mr. E.J. Daalder
Mr. E.J. Daalder is advocaat te Den Haag en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De bruid van Frankenstein

Dwarsboomt mensenrechtenrechtspraak de prille romance van de Belgische strafprocedure met het herstelrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, human rights, criminal procedure, guarantees
Auteurs Joost Huysmans en Frank Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors discuss the space that can be found for restorative justice in decisions on human rights issues in the criminal procedure by the European Court of Human Rights, based on par. 6 of the European Convention on Human Rights. There is room for restorative justice because the court accepts the waiver of the procedural rights and safeguards by the defendant, provided that he does so completely voluntarily, after being fully informed, and provided that there is no important public interest that stands in the way of out-of-court settlements. The alternative procedure to a full dressed criminal trial should, in addition, live up to such standards that the procedure can be judged fair. Pressures on avoiding unreasonable delay and legal counseling necessary to fully inform the defendant about his options can lead to a formalization of restorative procedures which can be a threat to the merits of restorative justice.


Joost Huysmans
Joost Huysmans is als penalist verbonden aan het Instituut voor Strafrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.

Frank Verbruggen
Frank Verbruggen is als penalist verbonden aan het Instituut voor Strafrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

‘Ge moet daar in gezeten hebben om dat te begrijpen’

Onderzoek naar de ervaringen van leden van de assisenjury in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2010
Trefwoorden juryrechtspraak, hof van assisen, vertrouwen, België
Auteurs Ward Noelmans en Prof. dr. Kristel Beyens
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the last years there is extensive ongoing debate in Belgium about jury trials at the Assize Court. These trials are an example of direct participation of citizens in the criminal justice system. Hence this jury has obtained a special position in the Belgian administration of justice. Jury deliberations behind closed doors and the isolation of jury members from the outside world contribute to the fascination for this legal phenomenon. The element of secrecy also explains why there is so little empirical research on the jury’s functioning and the jurors’ experiences during the process. By means of interviews with former jury members, we studied the influence of lay participation in a jury trial on their views and confidence in jury decision making. We found that a positive evaluation of participation in a jury may strengthen their involvement with and trust in jury decision making. However, our research also reveals that jury trials may lead to some unacceptable deficits in the proceedings and outcome of the process. These results are contextualised in the broader debate about the jury and the demand for reform of the assize court proceedings.


Ward Noelmans
W. Noelmans is master in de criminologie, wardnoelmans@gmail.com.

Prof. dr. Kristel Beyens
Prof. dr. K. Beyens is hoofddocent aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel, Kristel.Beyens@vub.ac.be.

G.W. van der Voet
Artikel

Een verklaring voor recht als vorm van genoegdoening

Heeft de Hoge Raad de deur opengezet?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden verklaring voor recht, genoegdoening, immateriële belangen, aansprakelijkheid, schadevergoeding
Auteurs Mr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het veelbesproken Jeffrey-arrest bepaald dat een partij die een verklaring voor recht vordert om de aansprakelijkheid van de wederpartij vast te stellen haar vordering afgewezen zal zien als zij bij die verklaring geen materieel (financieel) belang heeft. In de recente Chipshol/Staat-beschikking wekt de Hoge Raad de indruk dat hij zich deze kritiek naar aanleiding van het Jeffrey-arrest aantrekt en dat hij thans een ruimer ontvankelijkheidsbeleid van de verklaring voor recht voorstaat. Een analyse van de Chipshol/Staat-uitspraak en beantwoording van de vraag of de Hoge Raad ‘om’ is.


Mr. D. Haas
Mr. D. Haas is universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en jurist bij de Autoriteit Financiële Markten. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Ontwerp schema voor internationale commerciële arbitrage: planning, opvolging, beoordeling

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Arbitrage, Arbiter, Mediation, Arbitraal, Nietigverklaring, Arbitrale uitspraak, Arbitraal beding, Arbitraal geding, Scheidsgerecht, Beschikking
Auteurs Demeyere, L.

Demeyere, L.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.