Zoekresultaat: 42 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Instructies in de Omgevingswet: onmisbare beïnvloedingsinstrumenten of overbodige ballast?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Omgevingswet, instructies interbestuurlijk toezicht, aanwijzing, indeplaatsstelling, schorsing en vernietiging
Auteurs Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel voor de Omgevingswet worden de proactieve en reactieve aanwijzingsbevoegdheid uit de Wro overgenomen in de vorm van instructies en instructieregels en van een bredere toepassing voorzien. De auteur betoogt in deze bijdrage dat de instructie geen meerwaarde heeft in de nieuwe wet. Daarbij wordt gewezen op de beperkte toegevoegde waarde ten opzichte van de schorsings- en vernietigingsbevoegdheid en de indeplaatsstelling. Daar waar instructies wel meer mogelijk maken dan deze generieke instrumenten, roept de auteur de vraag op of dat wel wenselijk is in termen van de staatrechtelijke verhoudingen.


Prof. dr. F.P.C.L. Tonnaer
Prof. dr. F.P.C.L. (Frans) Tonnaer is deeltijdhoogleraar omgevingsrecht bij de Open Universiteit en algemeen directeur van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht.
Artikel

Proxy-toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden proxy-toezicht, intern toezicht, extern toezicht
Auteurs Dr. J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de vragen die de redactie bij de voorbereiding van dit themanummer formuleerde is: ‘In hoeverre is er een vruchtbare wisselwerking mogelijk tussen publiek of extern toezicht en intern toezicht?’ Deze vraag is van groot belang, omdat aan veel hedendaags toezichtsbeleid allerlei veronderstellingen ten grondslag liggen over manieren waarop ‘intern toezicht’ en ‘extern toezicht’ elkaar kunnen aanvullen en ondersteunen. Een vergaande veronderstelling op dit vlak is dat de ‘interne toezichthouder’ een deel of het geheel van de taak van de ‘externe toezichthouder’ kan en zal overnemen. De auteur noemt dat ‘proxy-toezicht’. De vraagstelling van het artikel is, onder welke voorwaarden een proxy-toezichthouder een publiek belang binnen een organisatie zou kunnen borgen.


Dr. J. de Ridder
Dr. J. de Ridder is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Op 1 oktober 2012 is de Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) in werking getreden. De Wrgt is niet van toepassing op de reactieve en proactieve aanwijzingsbevoegdheid in de Wet ruimtelijk ordening (Wro). Dit is gebaseerd op de (onjuiste) aanname dat de aanwijzingen geen interbestuurlijk toezicht zouden zijn, zoals door de Wrgt wordt gereguleerd. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de aanwijzingsbevoegdheden wel tot het interbestuurlijk toezicht behoren. Betoogd wordt dat de reactieve aanwijzing geen meerwaarde heeft ten opzichte van de instrumenten die de Wrgt biedt. In de aankomende Omgevingswet kan de reactieve aanwijzing van Rijk en provincie dan ook worden gemist.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Managementondersteuning van de provincie Utrecht.
Artikel

De nieuwe flex-bv en doorbraak van aansprakelijkheid in concernverhoudingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Flex-BV, aanwijzingsbevoegdheid, doorbraak, aansprakelijkheid en concernverband.
Auteurs Mr. M.G. van den Boogerd en Mr. E.J. Luten
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 oktober 2012 is artikel 2:239 lid 4 BW gewijzigd, in die zin dat de in de statuten van een vennootschap op te nemen aanwijzingsbevoegdheid niet langer beperkt is tot algemene beleidslijnen. Het bestuur is gehouden de aanwijzingen op te volgen, tenzij deze in strijd zijn met het belang van de vennootschap. De reeds in de praktijk bestaande feitelijke instructiemacht van de AVA krijgt daarmee een wettelijke basis. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de mogelijke gevolgen die deze wetswijziging heeft voor het leerstuk van de doorbraak van aansprakelijkheid in concernverband.


Mr. M.G. van den Boogerd
Mr. M.G. van den Boogerd is als advocaat werkzaam bij Kneppelhout & Korthals Advocaten te Rotterdam.

Mr. E.J. Luten
Mr. E.J. Luten is als advocaat werkzaam bij Kneppelhout & Korthals Advocaten te Rotterdam.
Artikel

ACM: evolutie uit zuinigheid?

Enige beschouwingen bij de totstandkoming van de Autoriteit Consument en Markt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden ACM, Materiële wet, Instellingswet, Bevoegdheden, Informatie-uitwisseling, Rechtsbescherming
Auteurs Mr. R. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2013 verdwijnt de NMa en komt de ACM. Een nieuwe autoriteit waarin ook de OPTA en Consumentenautoriteit opgaan. Het gaat om een bezuinigingsoperatie, maar de ACM brengt meer dan dat. Er komen nieuwe bevoegdheden, er wordt gesleuteld aan zaken als de rechtsbescherming, rechtsmiddelen, de visie op handhaving. Hoe dat kan worden gewaardeerd wordt in dit artikel kritisch en met de blik vanuit het mededingingsrecht beschouwd. Daaraan voorafgaand wordt beschreven waar de wijzigingen in grote lijnen op neerkomen.


Mr. R. de Bree
Mr. R. de Bree is advocaat bij Wladimiroff Advocaten in Den Haag.
Artikel

Het Europese recht als hoeder van de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, politieke onafhankelijkheid, Europees recht, beleidsregels, casusposities
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow en Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In diverse Europese richtlijnen op het gebied van gereguleerde sectoren zijn waarborgen opgenomen die de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders dienen te garanderen. De onafhankelijkheid van deze nationale toezichthouders dient ertoe bij te dragen dat de Europese regels op een consistente en voorspelbare wijze, los van politieke agenda’s en individuele belangen, worden uitgevoerd en concurrentie op de betrokken markten op transparante wijze tot stand komt. In dit artikel zal aan de hand van enkele casusposities uit de Nederlandse, Duitse en Franse praktijk worden geïllustreerd wat het belang van deze Europese onafhankelijkheidswaarborgen is.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa instituut, Universiteit Utrecht, lid van het college van OPTA en tevens hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen
Prof. mr. S.A.C.M. Lavrijssen is hoogleraar Consument en Energie bij het Centrum voor Energievraagstukken van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Staatsrechtelijke consequenties van de toekenning van een UPG-status aan de Caribische eilandgebieden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ultraperifeer gebied (UPG), Europees recht, koninkrijksverhoudingen, toezicht, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.G. Hoogers, prof. mr. H.E. Bröring en dr. D. Kochenov
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de gevolgen van de keuze voor de status van ultraperifeer gebied (UPG) voor het constitutionele ordeningsmodel van het Statuut. Aan de orde komen de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de implementatie en toepassing van Europees recht en de gevolgen in geval van niet nakoming van dit recht. Wie is aansprakelijk? Wat betekent dat voor de Koninkrijksverhoudingen? Zijn nieuwe toezichts- en regresvoorzieningen noodzakelijk? De bijdrage maakt duidelijk dat de (sterk ontwikkelde) Europese rechtsorde en de (zwak ontwikkelde) rechtsorde van het Koninkrijk zich moeizaam tot elkaar verhouden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is universitair hoofddocent staatsrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar integrale rechtsbeoefening verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

dr. D. Kochenov
Dr. D. Kochenov is universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Slotakkoord of nieuw begin

Enkele algemene beschouwingen over het nieuwe Koninkrijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Slotverklaring 2 november 2006, Slotverklaring 11 oktober 2006, staatkundige hervorming, wijziging van het Statuut, toekomst van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    De wijziging van het Statuut die vormt geeft aan de nieuwe verhoudingen binnen het Koninkrijk en alle daarmee verband houdende wetgeving, is op 10 oktober 2010 in werking getreden. De nieuwe verhoudingen zijn gebaseerd op de referenda die op de eilanden zijn gehouden tussen 2000 en 2004 en de afspraken die sinds die tijd tussen de betrokken partijen zijn gemaakt. Met name de twee slotverklaringen van 2006 zijn voor de uitwerking in wetgeving een belangrijke leidraad geweest.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en was in het kader van de staatkundige hervormingen projectleider bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.

Mr. A.C. de Die
Artikel

De Wet NErpe: een onmisbare papieren tijger?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden toezicht, taakverwaarlozing, aanwijzing, verhaalsrecht, publieke entiteiten, Europees recht
Auteurs Mr. R.J.M. van den Tweel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Wet NErpe wordt een instrumentarium geïntroduceerd dat de nodige complicaties en rechtsvragen zal oproepen, omdat een schending van Europees recht vaak niet eenduidig is vast te stellen. Niettemin zal het effectief kunnen bijdragen aan het beoogde tweeledige doel: vooral met het verhaalsrecht beschikt de rijksoverheid over een instrument om te voorkomen dat Nederland financieel nadeel lijdt als gevolg van een schending van Europees recht door een publieke entiteit. Bovendien draagt de dreiging van inzet van dit instrumentarium, óók in de fase voordat de Europese Commissie Nederland heeft aangesproken, bij aan de naleving van het Europese recht.


Mr. R.J.M. van den Tweel
Mr. R.J.M. van den Tweel is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Artikel

De voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe als bijdrage aan de discussie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2010
Trefwoorden Europees recht, decentrale overheden, taakverwaarlozingsregeling, eigen verantwoordelijkheid, inbreukprocedure
Auteurs Prof. dr. B. Hessel
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het wetsontwerp NErpe en de standpunten van ambtelijke commissies zoals de ICER, koepels van decentrale overheden en beoefenaren van het Europees recht, of de voortschrijdende Europese integratie vraagt om zwaardere toezichtinstrumenten van het rijk op de decentrale overheden. De standpunten hadden met name betrekking op de vraag of de bestaande taakverwaarlozingsregeling uit de Provinciewet en Gemeentewet moet worden uitgebreid om de minister een effectief instrument te geven in geval van een inbreukprocedure door de Commissie. Deze door beoefenaren van het Europese recht bepleite verzwaring stuitte bij koepels en ambtelijke commissies op weerstand omdat zij afbreuk doet aan: (1) de traditionele bestuurlijke verhoudingen in het Huis van Thorbecke; en (2) de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor de nakoming van het Europese recht. De twijfel aan de noodzaak van zo’n taakverwaarlozingsregeling werd uiteindelijk na vier jaar weggenomen door het standpunt van het kabinet-Balkenende II. Tegen die achtergrond is de auteur van mening dat het wetsontwerp NErpe te ver doorschiet door de minister niet alleen bij een inbreukprocedure een zelfvoorzieningsrecht te geven, maar ook wanneer decentrale overheden in het algemeen hun Europese verplichtingen niet nakomen. Het Europese beginsel van gemeenschapstrouw benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het nakomen van Europees recht en hun kritische onafhankelijkheid van het rijk. Die eigen verantwoordelijkheid mag alleen opgeofferd worden in de noodsituatie en onder de tijdsdruk van een inbreukprocedure.


Prof. dr. B. Hessel
Prof. dr. B. Hessel is bijzonder hoogleraar Europees recht en decentrale overheden, wetenschappelijk adviseur van het Kenniscentrum Europa decentraal en redacteur van dit tijdschrift.

    In 1954 the Statute of the Kingdom of the Netherlands came into force. This document can be seen as an internal Treaty between the Netherlands (as a country in Europe) and its former colonies. Nowadays three countries are (internal) partners in the Kingdom of the Netherlands: the Netherlands, Aruba and the Netherlands Antilles. In 2005 new negotiations have begun for a new (internal) structure of the Kingdom of the Netherlands. The Netherlands Antilles will cease to be a country in the Kingdom and will be divided into two new countries Curaçao and Sint Maarten. The other remaining (small) islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba will be part of the territory of the Netherlands as specific judicial bodies as meant in article 134 Dutch Constitution. A huge diplomatic and judicial procedure has started. Although it is not certain yet, in 2009 it looks as though these plans and procedures will be realized in the very near future.


R. Nehmelman
Mr. dr. Remco Nehmelman is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Verscherping van het toezicht op trustkantoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden trustkantoren, verscherping, toezicht, belastingontwijking, witwassen
Auteurs Mr. M.T. van der Wulp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2010 wordt de ‘verscherping’ van het toezicht op trustkantoren ingeluid. Verkopers van rechtspersonen worden duidelijker onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gebracht, terwijl kantoorverhuurbedrijven die uitsluitend domicilie verlenen (eventueel met ‘receptiewerkzaamheden’) worden uitgezonderd. Op beide punten constateerde DNB een handhavingslacune, die met deze reparatiewet wordt weggenomen. In het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2012, wordt voorts uitvoering gegeven aan de toezeggingen, gedaan in het Evaluatierapport Wtt (ministerie van Financiën, 2010), om door verscherping van het toezicht ook ‘virtuele trustkantoren’ onder het bereik van de Wtt te brengen.


Mr. M.T. van der Wulp
Mr. M.T. van der Wulp is promovendus aan de Sectie Strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.

EW.M. Meulemans





J.C.J. Dute

J.W. van de Gronden
Artikel

Van Gezondheidswet als panacee naar titel 5.2 Awb

Ontwikkelingen rond het toezicht op de volksgezondheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2000
Auteurs Mw. mr drs. W. den Ouden

Mw. mr drs. W. den Ouden
Artikel

Kunstmatige voortplanting en draagmoederschap

Enkele juridische aspecten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 1996
Auteurs Mevr mr L.E. Kalkman-Bogerd

Mevr mr L.E. Kalkman-Bogerd
Toont 1 - 20 van 42 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.