Zoekresultaat: 66 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. Bas Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de belangrijkste uitspraken van Nederlandse civiele rechters in 2013 waarin het Nederlands en/of Europees mededingingsrecht aan de orde kwam. Deze kroniek beperkt zich tot een bespreking van de meest spraakmakende zaken van het afgelopen jaar, waarbij zowel standalone mededingingsrechtelijke procedures als follow-on procedures zullen worden behandeld. Bij de opzet van deze kroniek is gekozen om de uitspraken op basis van thematische gelijkenissen (in plaats van chronologische volgorde) zo veel mogelijk gezamenlijk te bespreken.


Mr. Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de wettelijke vereffening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden wettelijke vereffening, beneficiaire aanvaarding, benoeming vereffenaar, partiële vereffening
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tien jaren hebben zich talrijke ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van de wettelijke vereffeningsprocedure. Deze bijdrage geeft een kort overzicht.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Artikel

De overgang van vergunningen bij fusies en overnames

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vergunning, overgang, overdracht, fusie, splitsing
Auteurs Mr. S.F.J. Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur verschillende regelingen voor overgang van vergunningen die van betekenis zijn voor de fusie- en overnamepraktijk. Aan de orde komen de wettelijke regelingen en recente jurisprudentie met betrekking tot overgang door overdracht, overgang op grond van het bestuursrecht en overgang door fusie of splitsing.


Mr. S.F.J. Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

Het Expedia-arrest: een merkbare koerswijziging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Mededinging, Merkbaarheid, Bekendmaking, De minimis, Strekkingsbeding
Auteurs Mr. H.M. Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Expedia-arrest velt het Hof van Justitie van de Europese Unie een opvallend oordeel over twee belangrijke aspecten inzake de toepassing van artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ten eerste oordeelt het Hof van Justitie dat een mededeling van de Europese Commissie die op die toepassing betrekking heeft, in het bijzonder de de minimis-bekendmaking,1x Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13. niet bindend is voor de nationale mededingingsautoriteiten en gerechten. Ten tweede stelt het Hof van Justitie vast dat een overeenkomst2x Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw. die de tussenstaatse handel ongunstig kan beïnvloeden en een mededingingsbeperkende strekking heeft, per definitie een merkbare mededingingsbeperking vormt.HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

Noten

  • 1 Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13.

  • 2 Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw.


Mr. H.M. Cornelissen
Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij Houthoff Buruma en is onder meer gespecialiseerd in Competition Litigation.
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. S. Tuinenga en prof. mr. J.S. Kortmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden door Nederlandse civiele rechters in 2012 gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam, besproken. Net als in de kronieken van vorige jaren wordt ook aandacht besteed aan enkele belangwekkende uitspraken met betrekking tot schadevergoedingsvorderingen op basis van mededingingsrechtelijke overtredingen. Waar het in het verleden vooral buitenlandse uitspraken betrof, bracht het afgelopen jaar ook de eerste belangwekkende uitspraken van Nederlandse rechters op dit gebied.


Mr. S. Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

prof. mr. J.S. Kortmann
Prof. mr. J.S. Kortmann is werkzaam als advocaat bij Stibbe en is als hoogleraar European Tort Law verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De ontaarde hereditatis petitio

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden hereditatis petitio, revindicatie, verkrijgende verjaring, zaaksvervanging, gerechtelijke vaststelling vaderschap
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    De vordering waarmee een erfgenaam de afgifte van de nalatenschap kan vorderen (de hereditatis petitio), is met de invoering van het nieuwe erfrecht wezenlijk van karakter veranderd. De hereditatis petitio, zoals deze is neergelegd in artikel 4:183 BW, vormt een mengeling van de revindicatie (art. 5:2 BW) en de hereditatis petitio zoals wij die onder het oude recht kenden (art. 881 BW (oud)). Dit heeft tot gevolg dat de eiser niet altijd meer kan volstaan met het bewijs van zijn erfgenaamschap, maar dat hij onder omstandigheden – afhankelijk van het verweer van de gedaagde – ook zijn eigendomsrecht moet bewijzen. Voorts betekent het dat ook goederen die op het moment van overlijden van de erflater niet meer in diens macht waren (zoals van hem gestolen goederen) met de hereditatis petitio kunnen worden opgeëist. Dit kan de termijn waarbinnen een dief op grond van artikel 3:105 lid 1 BW eigenaar wordt, aanzienlijk verlengen. Zaaksvervanging ten aanzien van de met de hereditatis petitio op te eisen goederen van de nalatenschap vindt alleen in verbintenisrechtelijke zin plaats. Voor een vervreemd goed van de nalatenschap komt een persoonlijke aanspraak tot vergoeding van het door de pseudo-erfgenaam genoten voordeel in de plaats.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het wetsvoorstel consumentenkredietovereenkomsten, goederenkrediet en geldlening; bepalingen van goederenkrediet (2013)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2013
Trefwoorden goederenkrediet, gelieerde overeenkomsten, ontbinding, financiële lease
Auteurs Mr. O.N.S. Hakvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt enkele onderdelen inzake goederenkrediet van het in 2011 gepubliceerde Consultatiedocument wetsvoorstel consumentenkredietovereenkomsten, goederenkrediet en geldlening. Aan deze onderdelen is tot op heden in de literatuur weinig aandacht besteed. De geconsulteerde regelgeving inzake goederenkrediet wordt beschreven tegen de achtergrond van in de praktijk gangbare constructies en gebruiken, en de jurisprudentie.


Mr. O.N.S. Hakvoort
Mr. O.N.S. Hakvoort is advocaat bij NautaDutilh.

E. Dewitte
E. Dewitte is assistent aan het Instituut voor Goederenrecht, Katholieke Universiteit Leuven, Kulak.

V. Sagaert
V. Sagaert is hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en Universiteit Antwerpen en directeur van het Instituut voor Goederenrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

De rol van goodwill bij de verdeling na echtscheiding van aandelen in praktijkvennootschappen van zelfstandige beroepsbeoefenaren

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden goodwill, zelfstandige beroepsbeoefenaar, verdeling, huwelijksgoederengemeenschap, echtscheiding
Auteurs Mr. M.F. Murray
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van zelfstandige beroepsbeoefenaren die aan het rechtsverkeer deelnemen middels een vennootschap speelt een eventueel opgebouwde goodwill vaak een rol. Dit artikel geeft inzicht in de mate waarin goodwill als zodanig aangemerkt kan worden als ‘goed’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek en in welke gevallen deze meegenomen moet worden in de verdeling van die gemeenschap na beëindiging van het huwelijk. Ook de in maatschapverband opgebouwde goodwill komt daarbij aan de orde. Persoonlijke onbelichaamde goodwill komt in beginsel niet in aanmerking voor verdeling.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en redactielid van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Vermindering van (quasi-)legaten; een terrein vol voetangels en klemmen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden legaat, quasi-legaat, sommenverzekering, vermindering
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in zijn algemeenheid aandacht besteed aan doel en werking van de regeling van vermindering van legaten van artikel 4:120 BW en wordt bezien in hoeverre de regeling ook daadwerkelijk aan haar doel beantwoordt. Vervolgens wordt – mede aan de hand van Hof Amsterdam 27 september 2011, LJN BT8650 – gekeken naar de uitwerking van de regeling van artikel 4:127 BW, inzake de vermindering van een begunstiging bij sommenverzekering.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De Nederlandse pensioensector en de EU: Hannibal aan de poort?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2012
Trefwoorden pensioenfondsen, EU, IORP, Solvency II
Auteurs Mr. dr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt de lezer een actueel inzicht in de complexe wereld van Nederlandse en Europese pensioenfondsen.


Mr. dr. H. van Meerten
Mr. dr. H. van Meerten is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Mediaberichtgeving over witteboordencriminaliteit

‘There’s no such thing as bad publicity’

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden witteboordencriminaliteit, strafrecht, media, publiciteit, framing
Auteurs Drs. J.J.H. Beckers en Dr. J.G. van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk werden de hoofdverdachten in de ‘Klimop-zaak’ door de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg veroordeeld tot uiteenlopende straffen. Strafrechtelijke vervolging van fraude zou er mede toe moeten dienen witteboordencriminaliteit ondubbelzinnig te veroordelen. Welke rol spelen de media bij deze pogingen om een grens te trekken in het grijze gebied tussen innovatief ondernemerschap en verwerpelijke roekeloosheid?


Drs. J.J.H. Beckers
Drs. J.J.H. Beckers is als promovendus verbonden aan de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law.

Dr. J.G. van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent Criminologie aan de Erasmus School of Law en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Het einde van flitskredieten?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2012
Trefwoorden consumentenkrediet, Wet op flitskredieten, flitskredieten, Kredietovereenkomst
Auteurs Mr. M. van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de uitwerking van de wet ter implementatie van de Europese richtlijn inzake consumentenkrediet. In de parlementaire stukken bij de wet wordt meerdere malen aangegeven dat het de bedoeling is om flitskredieten in Nederland uit te bannen. De wet zou, volgens de minister van Financiën, een afdoende middel moeten zijn om dit doel te bereiken. In deze bijdrage onderzoek ik, na een korte beschouwing van de wetgeving, in welke mate dit doel bereikt is. De focus van deze bijdrage ligt op het onderzoeken van vijf verschillende constructies die momenteel door verschillende marktpartijen worden toegepast, met als doel om deze wetgeving te omzeilen.


Mr. M. van Vliet
Mr. M. van Vliet is recent afgestudeerd aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Dienen showroommodellen tot ‘stoffering’ in de zin van art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990?

HR 9 december 2011, LJN BT2700 (ING/Quint q.q.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden bodemrecht, bodemzaken, stoffering, Invorderingswet, showroommodellen
Auteurs Mr. D.D. Nijkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is door feitenrechters verschillend geoordeeld over de vraag of showroommodellen bodemzaken zijn in de zin van art. 22 lid 3 Invorderingswet. In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan het arrest ING/Quint q.q. van 9 december 2011 (LJN BT2700), waarin de Hoge Raad uitsluitsel geeft.


Mr. D.D. Nijkamp
Mr. D.D. Nijkamp is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open Arbeidsplicht, rechtvaardigheid en de grondslagen van het socialezekerheidsrecht

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2012
Trefwoorden John Rawls, Stuart White, compulsory labor, reciprocity, social law
Auteurs Anja Eleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The author argues that normative questions in social law are in need of a more philosophical approach. This is particularly true for the evaluation of Work-first arrangements. She proposes to evaluate workfare policies from the perspective of the reciprocity principle as it is deployed in the work of the liberal egalitarians John Rawls and Stuart White. While Rawls’ interpretation of the reciprocity principle seems to be at odds with Dutch jurisprudence on workfare policies, which allows for Work-first arrangements within the boundaries that are set by article 4 of the European Convention on Human Rights (a prohibition on compulsory labor), White’s approach rather encourages work obligations for welfare recipients, on the condition that citizens acquire individual drawing rights on collective participation funds.


Anja Eleveld
Anja Eleveld is a PhD student at the Social Law Department of Leiden University, where she participates in the research program ‘Reform of social security’.
Artikel

Propaganda en paramilitairen

De normalisatie van geweld in het Servië van de jaren negentig

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden state crime, Serbia, propaganda, paramilitary units, Arkan
Auteurs MSc Maartje Weerdesteijn en Prof. dr. Alette Smeulers
SamenvattingAuteursinformatie

    During the 1990s the Serbian government entered into a symbiotic relationship with criminals and paramilitary units which led to a normalization of crime and violence. While society usually inhibits people from criminal behavior, in Serbia this process was reversed. Propaganda contained the neutralization techniques that allowed people to condone and even approve of violent and criminal behavior. The reversal of the moral order became part of Serbia’s popular culture in which criminals who had committed many atrocities during the war, like Arkan, were honored. In this way, Arkan served not only a military and strategic purpose but also a political one, by generating support for the war.


MSc Maartje Weerdesteijn
Drs. M. Weerdesteijn, MSc is docent binnen de master International Crimes and Criminology aan de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker voor het Amsterdam centre of the interdisciplinary research on international crimes and security (ACIC), m.weerdesteijn@vu.nl.

Prof. dr. Alette Smeulers
Prof. dr. A.L. Smeulers heeft de onderzoekslijn criminologie van de internationale misdrijven aan de Vrije Universiteit Amsterdam opgezet en is sinds 1 september 2011 tevens hoogleraar internationale criminologie aan de Universiteit van Tilburg, a.l.smeulers@tilburguniversity.edu.
Artikel

NMa en NZa: houd je bij je leest!

Een analyse van de mededingingsbevoegdheden van beide toezichthouders aan de hand van het Samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden samenwerkingsprotocol, mededingingsbevoegdheden, NMa, NZa, samenwerkingsprotocol NMa-NZa 2010
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 zijn de NMa en de NZa een nieuw samenwerkingsprotocol overeengekomen. Hierin is vastgelegd hoe beide toezichthouders zullen omgaan met situaties waarin hun mededingingsbevoegdheden elkaar raken dan wel overlappen. Uit de kernafspraken blijkt dat beide toezichthouders weinig idee hebben als het gaat om de vraag hoe hun mededingingsbevoegdheden zich tot elkaar verhouden. In drie van de vier afspraken die gericht zijn op het voorkomen van dubbel toezicht is helemaal geen sprake van dubbel toezicht. De afspraken met betrekking tot de wijze waarop de NZa haar zienswijzen in concentratiezaken dient in te vullen zijn niet functioneel dan wel contraproductief.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De Dienstenwet en het algemeen bestuursrecht

Een ménage à trois!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, implementatie, elektronische vergunningsprocedure, lex silencio positivo
Auteurs Drs. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat de Europese richtlijn grote gevolgen heeft voor ons nationale bestuursrecht, staat buiten kijf. In deze bijdrage gaat de auteur in op de driehoeksverhouding die bestaat tussen de richtlijn, de Dienstenwet en de Awb, ten aanzien van de elektronische afwikkeling van vergunningaanvragen en de te volgen besluitvormingsprocedure. Zij wijst op een aantal spanningen die thans bestaan tussen de Awb en de richtlijn en gaat in op de vraag hoe deze kunnen worden opgelost. Daarnaast bepleit zij dat zou moeten worden bekeken in hoeverre bepalingen uit de Dienstenwet, met name aangaande het elektronisch verkeer, zouden kunnen worden geïntegreerd in de Awb, mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van Europees (bestuurs)recht.


Drs. M.R. Botman
Drs. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

Non-conforme goodwill

Non-conformiteit ingeval de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de koper op grond van de overnameovereenkomst mocht verwachten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden non-conformiteit, goodwill, overnameovereenkomst, art. 7:17 BW, verjaring dwaling
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In geval van verkoop van een onderneming kan een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst ook bestaan indien de overgedragen onderneming wat betreft de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de koper op grond van de overnameovereenkomst mocht verwachten. Ook indien de goodwill zelf niet aangemerkt kan worden als een zaak of vermogensrecht in de zin van art. 7:1 en 7:47 BW, staat dat aan toepassing van art. 7:17 BW niet in de weg.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 66 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.