Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Jusqu’ici tout va bien. Jongeren en de productie van parochiale plaatsen in La Haine

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2014
Trefwoorden La Haine, parochial space, tactics, youth, socialisation
Auteurs Mattias De Backer en Dr. Jenneke Christiaens
SamenvattingAuteursinformatie

    La Haine (Kassovitz, 1995) shows practices of resistance of youngsters in public space. Next to the traditional milieus of socialisation – at home, at school or in institutionalised leisure facilities – youngsters demand their ‘place’ in public space. In doing so, they partly privatise public space (‘parochial space’). In this article we argue that transgressive behaviour of youngsters should be conceptualised as both a side-effect of growing up and socialisation, and as resistance against adult domination, especially in public space. As such, hanging around is cause and effect of control and criminalisation.


Mattias De Backer
Mattias De Backer MSc is onderzoeker bij de vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society van de Vrije Universiteit Brussel. E-mail: mattias.de.backer@vub.ac.be

Dr. Jenneke Christiaens
Dr. Jenneke Christiaens is universitair (hoofd)docent aan de vakgroep Criminologie en verbonden aan de onderzoeksgroep Crime & Society van de Vrije Universiteit Brussel. E-mail: jenneke.christiaens@vub.ac.be
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Jongvolwassen delinquenten en justitiële reacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden crime, criminal law, adolescents, young adults
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan, Dr. André van der Laan, Dr. Machteld Hoeve e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last 60 years, attention has been drawn periodically to offenders in different age categories, such as young children, adolescents and young adults, and tor services and programmes that should be available for these groups. In 2011, the State Secretary of Security and Justice proposed a penal law for adolescents and young adults aged 15 to 23. Such a proposal requires a (empirical) view of young adult offenders (aged 18 to 24) and the penal sanctions they receive in comparison with adolescent (aged 12 to 17) offenders and adults (aged 25 to 30). Crime statistics show that prevalence, type and seriousness of crime committed by young adults are different from that of adolescents and adults. Self-report studies show fewer and smaller differences, but this may be explained in part by the more serious nature of offences committed by young adults, which are usually not addressed in self-reports. Outcomes support the idea that a separate approach and specific interventions for young adults are needed. Similarities with adolescents with regard to neurobiological development justify a focus on a more pedagogical and behavioral approach, which is also a key feature of penal justice for juveniles.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der laan is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Machteld Hoeve
Dr. M. Hoeve is universitair docent bij de afdeling Forensische Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Martine Blom
Drs. M. Blom is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

MSc Willemijn Lamet
W. Lamet, MSc, is promovenda bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).


Daniëlle Roelands-Fransen
Artikel

Access_open Boek 10 BW – een grote stap in de codificatie van het internationaal privaatrecht

Achtergronden en enige kanttekeningen

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Boek 10 BW internationaal privaatrecht, codificatie, algemene bepalingen, redelijkheid en billijkheid ook voor het IPR?, tweedeling BW-RV geschikt voor IPR?, verhouding tot het buitenlandse IPR
Auteurs Prof. mr. A.V.M. Struycken
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2012 zal er een Boek 10 BW zijn dat de codificatie bevat van een groot deel van het Nederlandse IPR. Het gaat om een consolidatie van een reeks IPR-wetten die sedert 1980 tot stand zijn gekomen. Aandacht wordt besteed aan het proces van voorbereiding van Boek 10, aan de functie van de redelijkheid en billijkheid in het IPR, aan de geschiktheid van het BW als onderdak voor het IPR, aan de verhouding tot het buitenlandse IPR en aan enige algemene bepalingen.


Prof. mr. A.V.M. Struycken
Prof. mr. A.V.M. Struycken is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-voorzitter van de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht.

    In the last five years the number of armed robberies on jewelry stores in the Netherlands has increased again and reached an all-time high in 2010. In this article, recent developments are discussed. The absolute number of these robberies is not very large, but in terms of the chance of being robbed, jewelry stores belong to the most threatened in retail. In general, armed robberies on jewelry stores show a pattern very similar to robberies on other retail targets. About two third are hit-and-run robberies, committed by offenders who live nearby and are generally known to the police as repeat offenders. A smaller portion of these robberies is committed by offenders operating more professionally. In the last ten years there were no big changes in the way these crimes were committed. Contrary to other types of robbery this crime is often profitable. The size of the loot is relatively high. In recent years the price of gold has dramatically increased. This might be considered an independent risk factor. Nevertheless, it's too simple to assess the recent increase of armed robberies on jewelry stores as a direct consequence of this development.


B. Rovers
Dr. Ben Rovers is criminoloog/onderzoeker en eigenaar van onderzoeksbureau BTVO in Den Bosch. Hij bedankt Peter Schoevaars van het KLPD en John Wielinga van de Federatie Goud en Zilver voor de informatie die zij ten behoeve van dit artikel beschikbaar hebben gesteld.

    This essay charts the changing status of the death penalty in western societies, from a cultural universal three hundred years ago to a prohibited penalty today, and offers a sociological explanation for that great transformation. The ability to impose the penalty of death is an elementary particle of state power. That power was frequently and spectacularly deployed in early modern Europe as states asserted a monopoly on legitimate violence and absolutist rulers deployed force to subdue their enemies. Once states consolidated their infrastructural power, the ostentatious killing of subjects became less necessary. As liberal politics limited the legitimate use of state violence and established legal protections for individuals, and as cultural change softened state power, the death penalty became increasingly problematic. The character of state power, and the balance between liberalism and democracy, civilized refinement and humanitarian sensibility, explains the pace and extent of death penalty change in specific western nations.


D. Garland
Prof. David Garland is als hoogleraar recht en hoogleraar sociologie verbonden aan de New York University School of Law. Dit is de uit het Engels vertaalde en herziene versie van een lezing die hij op 28 oktober 2010 in Maastricht hield ter gelegenheid van de conferentie De doodstraf voorbij. Voor de lezing is gebruikgemaakt van zijn recent verschenen boek Peculiar institution: America's death penalty in an age of abolition (Harvard University Press, 2010). Volledige citaten en steunbewijs voor deze voordracht zijn te vinden in het notenapparaat achter in het boek.
Artikel

Oorzaken van het mijden van onveilige situaties bij mannen en vrouwen

Een contextuele analyse op basis van de ‘collective efficacy’-theorie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Angst voor criminaliteit, Mijdgedrag, Collective efficacy
Auteurs Dr. Wim Hardyns, Prof. dr. Stefaan Pleysier en Prof. dr. Lieven Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Two explanations can be found for the unequal geographical concentrations of avoidance behaviour: (1) the demographic composition of residential areas, and (2) the social and structural contextual effects of residential areas. Different studies all over the world have shown that women report more fear of crime than men. In this article we study contextual as well as individual determinants of avoidance behaviour for men and women separately to gain a better insight in the explanation of individual differences in avoidance behaviour. The theoretical framework of this study is derived from the collective efficacy theory. In the present study a contextual model was tested on a 2009 survey of 2,080 residents from 40 municipalities in Flanders (Belgium), by using block-wise multilevel analyses on data from the Social Cohesion Indicators in Flanders Survey (SCIF-survey), the Security Monitor and the registered crime statistics. The results indicate that economic disadvantage in the residential area increases the risk on avoidance behaviour both for men and women, because these areas often have high disorder and violent crime rates. With regard to the social ecology of crime this study shows that more research is needed on the differences in contextual effects of structural area characteristics on avoidance behaviour.


Dr. Wim Hardyns
Dr. W. Hardyns is verbonden aan de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) en het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency (UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent. Op 1 november 2010 heeft hij zijn doctoraal proefschrift verdedigd met de titel: Social cohesion and crime. A multilevel study of collective efficacy, victimisation and fear of crime, wim.hardyns@ugent.be.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is als docent verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de K.U. Leuven, stefaan.pleysier@law.kuleuven.be.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is codirecteur van het Centre for the Study of Urban Crime and Delinquency, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UCD) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, lieven.pauwels@ugent.be.
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Artikel

De architect heeft het gedaan!

De rol van stedenbouw, architectuur en stadsbestuur in de rellen in de Franse voorsteden van 2005

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2010
Auteurs W. Vanstiphout
SamenvattingAuteursinformatie

    Is the design of a city a decisive factor in the development of violent behavior by its inhabitants? The discussion following the 2005 riots in the French suburbs shows that many blame the concept of La Ville Radieuse and its most famous founding father, the architect Le Corbusier, for the social degeneration of the banlieues. For some critics, like the British author Theodore Dalrymple, this ‘totalitarian’ architecture symbolizes the evil of the welfare state with its social security, mass immigration, egalitarism and its elites with their blindness for the threat to the western Enlightenment values coming from these ‘black’ suburbs. However, the truth of urban development is that cities are fundamentally unpredictable. After several generations a building will be used in a completely different way than perceived, by people whose existence one wasn't aware of and in a social context one couldn't have predicted. This ‘natural’ development is labeled as the failure of a project, often leading to a policy of repression and demolition. However, local politicians, project developers and architects should realize that it's not their actions that determine the development of cities, but the way the inhabitants use and interpret their environment. They create their own city. Instead of replacing the inhabitants by demolishing their houses, we probably have no other choice than getting to know these quarters better and renovate these together with and for the local inhabitants.


W. Vanstiphout
Prof. dr. Wouter Vanstiphout is lid van Crimson Architectural Historians. Met Crimson houdt hij zich sinds 1994 bezig met stedenbouwkundig onderzoek, ontwerp, het maken van tentoonstellingen en het schrijven en redigeren van boeken. Hij is tevens hoog leraar Ontwerp & Politiek aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

A.C. Hendriks

J.M. van Most
Artikel

Weens Koopverdrag: succes of mislukking?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2007
Trefwoorden verdrag, koopoptie, ratificatie, algemene voorwaarden, contract, lidstaat, rechtspraak, burgerlijk recht, consumentenkoop, uitleg
Auteurs E.H. Hondius

E.H. Hondius

    Since 1 January 2005, citizens in the Netherlands are obliged to show their ID if a police officer asks them to. The (extended) identification duty is meant to prevent crimes and to improve the enforcement of the law. Bart van Klink (Tilburg University) and Nicolle Zeegers (University of Groningen) have investigated how the identification duty is enforced in legal practice by interviewing 12 police officers in 4 different cities and looking at statistical data on enforcement. According to most of the police officers interviewed the identification duty helps to remove anonymity from citizens, which may keep them from committing crimes (in particular crimes in groups, e.g., hooligans). Moreover, the identification duty appears to be instrumental in normalizing citizens: by asking for an ID, police officers are able to discourage behaviour that conflicts with some (legal or moral) standard of normality. This small-scale empirical research indicates that police officers stress the law’s preventive effect. Although prevention may be a valuable goal, it may also constitute a pretext for far-reaching intrusions on citizens’ freedom. An important normative question is how to prevent the police from using this legal instrument too actively for the sake of prevention.


Bart van Klink
Bart van Klink is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Encyclopedie van het recht van de Universiteit van Tilburg. Hij houdt zich onder meer bezig met de verhouding tussen recht en politiek, terrorismebestrijding en methoden van rechtswetenschappelijk onderzoek. In 2006 publiceerde hij samen met Nicolle Zeegers de bundel Hoe maakbaar is veiligheid? Over de Wet op de uitgebreide identificatieplicht (Breda: Papieren Tijger). Nadat hij empirisch onderzoek heeft gedaan naar de identificatieplicht in Nederland, is hij momenteel bezig de werking hiervan in Duitsland te onderzoeken.

Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie aan de Rijks Universiteit Groningen. Zij publiceerde onder andere over de regulering van embryoonderzoek (Zeitschrift für Rechtssoziologie) en huiselijk geweld (European Journal of Women’s Studies). Haar aandacht in onderzoek gaat in het bijzonder uit naar de relatie tussen recht, macht en politiek.
Artikel

De medisch adviseur moet objectief en onafhankelijk zijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letselschade, medisch beoordelingstraject, medisch adviseur, professionele standaard
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    De medisch adviseur in letselschadezaken is een ‘onafhankelijke partijdeskundige’. Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid maakt dat het voor medisch adviseurs niet altijd duidelijk is hoe zij als partijdeskundige vorm en inhoud zouden moeten geven aan hun onafhankelijkheid. Op 26 mei 2009 heeft het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam twee uitspraken gedaan, waarin het zich duidelijk heeft uitgelaten over de rol en de positie van de medisch adviseur in letselschadezaken: de medisch adviseur is in de eerste plaats arts, daarnaast medisch adviseur, en geen regisseur, pleitbezorger of belangenbehartiger van zijn opdrachtgever.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VUmc en zij maakt deel uit van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

Burgerschap en interventie: Over verleden en toekomst van de zorgzame samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 03 2006
Trefwoorden Tussenkomst, Aansprakelijkheid, Onderwijs, Opvoeding, Getuige, Hulpverlener, Identificatie, Model, Noodzakelijkheid, Openbare ruimte
Auteurs Mijnhardt, W.W.

Mijnhardt, W.W.
Artikel

Interactionele posities

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 03 2004
Trefwoorden Mediator, Mediation, Model, Eigenaar, Kwaliteit, Rechtmatigheid, Schenking, Selectiviteit, Uitleg, Verzet
Auteurs Graat, J.M.J.M., Velde, C.F. van de en Hoogland, M.H.

Graat, J.M.J.M.

Velde, C.F. van de

Hoogland, M.H.
Artikel

Access_open Het normatieve karakter van de rechtswetenschap: recht als oordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden legal theory, science, methodology, normativity, knowledge
Auteurs Prof. mr. Carel Smith
SamenvattingAuteursinformatie

    Propositions of law are based upon normative judgement. The interpretation and application of legal provisions rest upon a judgement that determines which weight must be attributed to some point of view or perspective. In this respect, legal theory has a normative character. Its normative character does not preclude legal theory from being a scientific discipline. The scientific character of legal theory is not located in the possibility of testing the correctness of its theories. Rather, legal theory owes it scientific character to the shared standards of production and evaluation of legal arguments: the grammar of justice.


Prof. mr. Carel Smith
Carel Smith is associate professor at the Department of Metajuridica, Faculty of Law, Leiden University.
Artikel

Terroristische netwerken en intelligence: een sociale netwerkanalyse van de Hofstadgroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse, terrorisme, Hofstadgroep
Auteurs Dr. Renée C. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Radicalization and terrorism remain areas of special interest in terms of security policies. It’s common knowledge that most of the activities related to radicalization and terrorism heavily rely on the involvement of multiple actors. Therefore, an increased understanding of the underlying social structures is considered to offer important leads for the development of effective countermeasures (in particular when related to demographic, cultural, psychological and other social factors). Yet, the number of empirical network studies in this domain (at least those openly available) that incorporate arithmetic tools known as Social Network Analysis (SNA) remain extremely scarce. In this paper the author presents an exploratory Social Network Analysis of the Hofstad network based on publicly available data. Members of the Hofstad network, a radical Islamist network in the Netherlands, were active recruiters for the violent jihad, spreaded radical propaganda, some attended training camps in Pakistan, and the network was suspected of planning several terrorist attacks on strategic objects and prominent people in the Netherlands. One of the members, Mohammed B., was sentenced to life in prison for murdering the Dutch filmmaker Theo van Gogh in November 2004. Although the Hofstad network was considered by trial as a terrorist organization in the first instance in 2006, the judgment was reversed on appeal in 2008 when most members were acquitted. As is characteristic of home-grown networks, our analysis indicated that the Hofstad network (N=67) was relatively sparse and decentralized and evolved around a more cohesive core of key players (N=13). The key players were identified based on their central network position and a hierarchical clique analysis. Mohammed B., who had been considered a marginal player by the secret service, turns out to be the most central actor of the network. Although the analysis clearly suggests that quantifying network structures provides actionable intelligence, more research is needed to validate the results.


Dr. Renée C. van der Hulst
Dr. Renée C. van der Hulst was tot voor kort als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Zij is thans werkzaam voor Bureau Netwerkanalyse dat onderzoek-, advies- en onderwijswerkzaamheden verzorgt (onder andere op het gebied van sociale netwerkanalyse) binnen het domein van nationale veiligheid en criminaliteitsbestrijding. Contactadres: Bureau Netwerkanalyse, Postbus 938, 1200 AX Hilversum. E-mail: vanderhulst@online.nl.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.