Zoekresultaat: 56 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

‘Keeping up appearances’? De verschijningsplicht van de verdachte bij de terechtzitting en de uitspraak

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwezigheidsrecht, verschijningsplicht, onschuldpresumptie, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. M. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering is aangegrepen om een principieel vraagstuk uit de regeling over de berechting te herzien: de verplichte aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting en bij de openbare uitspraak. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de inhoud en achtergrond van deze voorstellen zijn en wordt een oordeel gegeven over deze verschijningsplichten in het licht van de verschillende rationales die een verschijningsplicht zou kunnen vervullen – rationales die op hun beurt voortvloeien uit de functies van het straf(proces)recht. Daarbij wordt ook ingegaan op de mogelijke neveneffecten en de risico’s voor fundamentele rechten (met name de onschuldpresumptie).


Mr. dr. M. van Noorloos
Mr. dr. M. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg University
Artikel

Ervaringen met Europese civiele procedures in Nederland

Een terugblik en wenkend toekomstperspectief

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese procedures, betalingsbevelprocedure, geringe vorderingen, grensoverschrijdend procederen
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese betalingsbevelprocedure en de Europese procedure voor geringe vorderingen (small claims procedure) zijn de eerste twee eenvormige Europese civielrechtelijke procedures. De vraag is hoe deze Europese procedures in Nederland functioneren en in de praktijk worden ervaren. Om deze vraag te beantwoorden zijn, naast rechtspraakonderzoek, gegevens verzameld en interviews afgenomen bij onder meer rechtbanken. De uitkomsten zijn niet overweldigend positief; beide procedures worden vooralsnog weinig gebruikt en er zijn problemen rond de toepassing. De verwachting is echter dat de Europese procedures belangrijker zullen worden gezien de Europese ambities en het recente aanpassingsvoorstel van de Commissie voor small claims.Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, Pb. EU 2006, L 399/1 (EBB-Verordening);Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, Pb. EU 2007, L 199/1 (EPGV-Verordening);Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, COM(2013)794 def.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. (Xandra) Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij bekleedt tevens de TPR-leerstoel en is visiting professor Global Law School aan de Universiteit Leuven (2013-2014). Deze bijdrage is mede mogelijk gemaakt door de ondersteuning van NWO in het kader van de Vernieuwingsimpuls – Vidi.
Artikel

De verstekprocedure getoetst: een empirisch onderzoek naar de verstekprocedure in het licht van het KEI-programma

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden verstekprocedure, incassovordering, betalingsbevelprocedure, KEI-programma, empirisch onderzoek
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer, Mr. I. Tillema en Mr. dr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot deel van de civiele vonnissen eindigt in een verstekvonnis. Het fungeren van de verstekprocedure als algemene incassoprocedure is bekritiseerd. Zo heeft de commissie-Asser-Groen-Vranken voor de invoering van een nationale betalingsbevelprocedure gepleit. In het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) wordt ervoor gekozen geen betalingsbevelprocedure in te voeren. De vraag is of het KEI-programma op dit punt de juiste keuzes maakt en wat mogelijke implicaties hiervan zijn. In deze bijdrage worden de belangrijkste bevindingen van uitgevoerd empirisch onderzoek naar de verstekprocedure gepresenteerd en in het licht hiervan de in het conceptwetsvoorstel gemaakte keuzes becommentarieerd.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. Kramer is als hoogleraar verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is als promovenda verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. M.L. Tuil
Mr. dr. M.L. Tuil is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Access_open Conservatoir beslag tot afgifte van een luchtvaartuig

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden conservatoir, executoriaal, beslag, afgifte, luchtvaartuig
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het conservatoir beslag tot afgifte van luchtvaartuigen. Aan bod komen onder andere de beslagverboden en de wijze waarop beslag dient te worden gelegd. Betoogd wordt onder meer dat art. 729d en 729e Rv een ruimer toepassingsbereik hebben dan uit art. 729 Rv volgt.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Nadeelcompensatie, schadevergoeding en bestuursrechtelijke geldschulden: welke rechter, welke regels?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten, bestuursrechtelijke geldschuldenregeling, nadeelcompensatie, schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidshandelen
Auteurs Mr. S.M.C. Nuyten en Mr. S.A. Gawronski
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten voor (1) de toepasselijkheid van de bestuursrechtelijke geldschuldenregeling uit de Algemene wet bestuursrecht, die op diverse punten afwijkt van de privaatrechtelijke geldschuldenregeling, en (2) de rechtsmachtverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter.


Mr. S.M.C. Nuyten
Mr. S.M.C. Nuyten is advocaat bij NautaDutilh N.V. en houdt zich bezig met algemeen bestuursrecht, toezicht en handhaving.

Mr. S.A. Gawronski
Mr. S.A. Gawronski is advocaat bij NautaDutilh N.V. en houdt zich bezig met algemeen bestuursrecht, toezicht en handhaving.
Artikel

Herschikking Brussel I

over Italiaanse torpedo’s, de afschaffing van het exequatur en andere wijzigingen in het Europese IPR-procesrecht in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden EEX-Verordening, herschikking Brussel I, IPR, internationaal procesrecht, erkenning en tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaken
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 is de Verordening tot herschikking van de Brussel I-Verordening vastgesteld. De nieuwe verordening herziet de reeds bestaande en geharmoniseerde regels inzake de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken uit de huidige EEX- of Brussel I-Verordening. Doel van de aanpassing is om, mede op grond van de in de praktijk inmiddels opgedane ervaring met de huidige regeling, de toegang tot de (lidstaat)rechter verder te verbeteren en het vrije verkeer van beslissingen binnen de Europese Unie verder te vergemakkelijken.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), Pb. EU 2012, L 351/1 (Verordening 2012/1215/EU).


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen.

    Since many churches can no longer be used for divine worship, the canonical procedure for the relegation of churches to profane use has gained much interest among both faithful and citizens who want a church not to be closed down or even demolished. Many times parishioners take recourse against the Bishop’s administrative decree deciding the relegation of a church to profane use, i.e. that the church building is no longer designated for Catholic worship. It is extremely important for a bishop, therefore, to fulfil all the requirements of the law in making this decision. In this article the different steps of this procedure and of the administrative recourse to the Congregation of the Clergy and the Supreme Court of the Apostolic Signature are explained.


Jan Hendriks
Mgr. dr. J.W.M. Hendriks is hulpbisschop en vicaris-generaal van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij studeerde canoniek recht en jurisprudentie en is consultor van de Congregatie voor de clerus. Hij doceerde canoniek recht aan verschillende instellingen, nu nog aan De Tiltenberg. hulpbisschop@bisdomhaarlem-amsterdam.nl.
Artikel

Uitoefening bodemrecht fiscus; de contouren van de reële eigendom in de zin van de Leidraad Invordering 1990 en 2008 in het kader van een financial lease

HR 9 november 2012, LJN BX7851 (ABN Amro Lease/Ontvanger)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden bodemrecht (ontvanger), reële eigendom, bodemzaak, Invorderingswet 1990, Leidraad Invordering 1990 en 2008, (operational & financial) lease
Auteurs Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In HR 9 november 2012 komt de reikwijdte van het fiscaal bodemrecht ex art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990 in het kader van een financial lease aan de orde. Hierin staan twee thema’s centraal: de contouren van de reële eigendom in de zin van de Leidraad Invordering 1990 en 2008 en de vraag of bodemzaken kunnen worden uitgewonnen voor schulden van andere rechtspersonen dan de belastingplichtige.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is als bedrijfsjurist werkzaam voor ING Bank.

Mr. J.F. de Groot
Jan Frans de Groot is advocaat en partner bij Houthoff Buruma in Amsterdam, tevens advocaat bij de Hoge Raad.

Mr. M.I. Hazelhorst
Monique Hazelhorst is promovenda aan de Erasmus School of Law.

Prof. mr. X.E. Kramer
Xandra Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Het advies van de rechter in de gratieprocedure levenslanggestraften

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, history of life imprisonment, pardon procedure, judicial advisement, pardon cases
Auteurs D.J.G.J. Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides an overview of the development of the prerogative of mercy. From the outset, the king (now: the Crown) is empowered with this prerogative and the judiciary is appointed as an advisory institution. The author focused on this judicial advisement in the procedure of pardon. First the different competent advisory courts are outlined. Initially, the highest court of justice was the only competent advisory body. For practical reasons the task was eventually shifted to the judge who imposed the sentence. Secondly, the impact and meaning of the advice are valued by researching sixteen pardon cases. In approximately half of the cases the judicial advisement was acknowledged by the Crown. In six of the sixteen studied pardon cases the Crown deviated from the judicial advisement in favour of the convict. According to the author, these deviations are in line with the policy of pardon of the last century.


D.J.G.J. Cornelissen
Mr. Daan Cornelissen is senior secretaris bij het Ressortsparket, vestiging Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.
Artikel

Het nieuwe Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie: een overzicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Hof van Justitie, Procedurereglement Hof van Justitie, Statuut Hof van Justitie, Rechtsbescherming
Auteurs Janek T. Nowak LLM en Nicolas Cariat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 november 2012 trad het nieuw Procedurereglement van het Hof van Justitie in werking. Het gaat om een grondige hervorming van de procedure voor het Hof van Justitie en laat weinig bepalingen van het oude Procedurereglement ongewijzigd. Deze bijdrage wil zowel rechtspractici als andere geïnteresseerden een beknopt overzicht aanbieden van het nieuwe Procedurereglement. Een goede kennis van het Procedurereglement is immers onmisbaar voor iedereen die in contact komt met procedures voor het Hof van Justitie. Door uitvoerig gebruik te maken van de voorbereidende teksten wordt de lezer tevens inzicht gegeven in het waarom van bepaalde wijzigingen.


Janek T. Nowak LLM
Janek T. Nowak, LLM is verbonden als assistent aan het Instituut voor Europees Recht van de KU Leuven.

Nicolas Cariat
Nicolas Cariat is verbonden als aspirant van het Fonds de la Recherche Scientifique F.R.S.-FNRS aan de Université Catholique de Louvain (UCL).
Artikel

Zoeken naar de juiste bouwstenen

Het gevangenisontwerp en de detentiebeleving van gedetineerden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2012
Trefwoorden prison design, prison environment, inmates’ perspective, prison conditions
Auteurs Drs. Karin Beijersbergen, Dr. Anja Dirkzwager, Prof. dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Knowledge about the effects of the architectural design of prisons is limited. This large-scale study examined the relation between prison design and inmates’ perceptions of their conditions of confinement. Data were used from the Prison Project, in which inmates held in all Dutch remand centers were interviewed (N=1,715). Multilevel analyses showed that the architectural design was related to inmates’ perspective: prisoners in panopticon designs experienced their autonomy, safety and relationships with staff less positive than prisoners in other designs. Specific characteristics of the prison design, like more gallery levels and a higher rate of double bunking, were also associated with less positive inmates’ perceptions.


Drs. Karin Beijersbergen
Drs. K.A. Beijersbergen is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Reclassering, faculteit der rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar bij de vakgroep sociologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Grensoverschrijdend derdenbeslag in de Europese Unie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Grensoverschrijdend conservatoir derdenbeslag, Voorlopige maatregel, Verkrijgen van rekeninginformatie van de schuldenaar, Grensoverschrijdende tenuitvoerlegging, Bankbeslag in de Europese Unie
Auteurs Mr. dr. B. Sujecki
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft op 25 juli 2011 een voorstel tot invoering van een Europees bankbeslag geïntroduceerd. Met deze nieuwe rechtsmaatregel zullen schuldeiser de mogelijkheid krijgen een grensoverschrijdend gerechtelijk bevel tot het leggen van conservatoir beslag op bankrekeningen van zijn schuldenaar die zich in de Europese Unie bevinden. Met deze bijdrage zal een overzicht van dit voorstel worden gegeven en een vergelijking worden gemaakt met de Nederlandse situatie. Daaruit blijkt dat het wenselijk is dat voorstel in de wetgevingsprocedure nog op een aantal punten wordt aangepast.


Mr. dr. B. Sujecki
Mr. dr. Bartosz Sujecki is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Het EAPO (European Account Preservation Order): een nieuw wapen voor de schuldeiser?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2012
Trefwoorden (derden)beslag, conservatoir, EAPO, bankrekening, Europees bevel
Auteurs Mr. A.J. Kok en Mr. C.G.J.G. van Bentum
SamenvattingAuteursinformatie

    In de huidige economische omstandigheden biedt het conservatoir beslagrecht de schuldeiser een machtig wapen tegen schuldenaren. Met het voorstel voor een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen krijgt de schuldeiser een nieuw wapen in handen. In deze bijdrage bespreken de auteurs het conservatoir derdenbeslag en de ontwikkelingen daarvan in Europees verband.


Mr. A.J. Kok
Mr. A.J. Kok is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G.J.G. van Bentum
Mr. C.G.J.G. van Bentum is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Het Europees bankbeslag: een ruwe diamant

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Europees, Bankbeslag, Conservatoir, EAPO, Verordening
Auteurs Mr. J.M. Atema en Mr. E.C. Netten
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 heeft de Europese Commissie een conceptverordening inzake Europees conservatoir beslag op bankrekeningen gepubliceerd. Deze conceptverordening dient de grensoverschrijdende inning van vorderingen te vergemakkelijken. Hoewel de conceptverordening in een grote behoefte kan voorzien, kleven er nog wel bezwaren aan, met name bezien vanuit de positie van de verweerder en de derde-beslagene.


Mr. J.M. Atema
Mr. Atema is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.

Mr. E.C. Netten
Mr. Netten is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.


Artikel

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Cumulatief, beslag, ‘aandelen op naam’, verkoop
Auteurs Mr. C.H.M. Fiévez
SamenvattingAuteursinformatie

    Roerende zaken waarop executoriaal beslag is gelegd kunnen op grond van artikel 457 lid 1 Rv tot aan de verkoop opnieuw worden beslagen. Ten aanzien van aandelen op naam in naamloze vennootschappen regelt de wet niet tot welk moment de aandelen opnieuw in beslag genomen kunnen worden. Kan hiervoor aansluiting worden gezocht bij artikel 457 lid 1 Rv? Of moet dit moment uit artikel 474g lid 2 Rv worden afgeleid? Aan de hand van de (Nederlandse) wetsgeschiedenis van de toepasselijke wetsartikelen op executoriaal beslag op aandelen op naam, wordt besproken tot welk moment beslag op aandelen nog voor mogelijk wordt gehouden.


Mr. C.H.M. Fiévez
Mr. C.H.M. Fiévez is advocaat bij HBN-Law, Curaçao.
Artikel

Vreemdelingenbetekening: van goed tot beter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kantoorbetekening, dagvaardingstermijn, controle status, adres advocaat
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de NJ 2010, 111 en NJ 2011, 368 en 369 zijn de belangrijke consequenties bestudeerd voor de betekeningspraktijk. In grensoverschrijdende zaken volstaat kantoorbetekening (art. 63 Rv) voor het aanwenden van een rechtsmiddel. De gewone dagvaardingstermijn van 1 week is voldoende (art. 114 Rv.). Wel kan de praktijk van de kantoorbetekening tot uitvoeringsperikelen leiden, met mogelijk onaangename verrassingen.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.
Toont 1 - 20 van 56 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.