Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Medisch onderzoek in het kader van de asielprocedure

Enkele kanttekeningen vanuit bestuursrechtelijk en gezondheidsrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2009
Auteurs M.L. Bosman

M.L. Bosman
Artikel

Een gevaarlijke driehoeksverhouding?

Falende staten, georganiseerde misdaad en transnationaal terrorisme

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2009
Auteurs Tanja E. Aalberts
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years it has become popular in political discourse and academic literature to talk about the blurring boundaries between transnational terrorism and organized crime. In addition, the terrorist attacks of 11 September 2001 have instigated a debate on the link between transnational terrorism and state failure. This article scrutinizes this so-called ‘black hole’ thesis and its relationship to the crime-terror nexus by addressing the political significance of such conceptual blurring within an international context that is increasingly characterized by uncertainty and uncontrollable risks.


Tanja E. Aalberts
Dr. Tanja E. Aalberts is universitair docent aan de Universiteit Leiden (taalberts@fsw.leidenuniv.nl).
Artikel

Access_open Het normatieve karakter van de rechtswetenschap: recht als oordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden legal theory, science, methodology, normativity, knowledge
Auteurs Prof. mr. Carel Smith
SamenvattingAuteursinformatie

    Propositions of law are based upon normative judgement. The interpretation and application of legal provisions rest upon a judgement that determines which weight must be attributed to some point of view or perspective. In this respect, legal theory has a normative character. Its normative character does not preclude legal theory from being a scientific discipline. The scientific character of legal theory is not located in the possibility of testing the correctness of its theories. Rather, legal theory owes it scientific character to the shared standards of production and evaluation of legal arguments: the grammar of justice.


Prof. mr. Carel Smith
Carel Smith is associate professor at the Department of Metajuridica, Faculty of Law, Leiden University.
Artikel

De richtsnoeren handhavingsprioriteiten artikel 82 EG-Verdrag

Het voorbeeld van een reis die boeiender was dan de eindbestemming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden misbruik van machtspositie, richtsnoeren 82, handhavingsprioriteiten Commissie, uitsluitingsgedrag, effects-based approach
Auteurs Mr. O. Brouwer en mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 2 december 2008 publiceerde de Commissie haar Richtsnoeren betreffende de handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag op uitsluitingsgedrag (hierna: Richtsnoeren).Artikel 82 EG-Verdrag bevat een verbod op misbruik van machtspositie. Onder dit verbod valt uitbuitingsgedrag door een dominante onderneming, zoals het hanteren van buitensporig hoge prijzen, en uitsluitingsgedrag waarmee een dominante onderneming concurrenten op een mededingingsverstorende wijze uitsluit van de markt. De Richtsnoeren gaan in op deze laatste categorie van misbruik en geven inzicht in de handhavingsprioriteiten die de leidraad zullen vormen voor het optreden van de Commissie op basis van artikel 82 EG-Verdrag.In een eerdere bijdrage in NTER is ingegaan op het consultatiedocument van de Commissie van 2005 over de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag op onrechtmatig uitsluitingsgedrag door ondernemingen met een machtspositie (hierna: Consultatiedocument) en de achtergrond van de herziening van artikel 82 EG-Verdrag. Deze bijdrage behandelt een aantal kernpunten van de Richtsnoeren en plaatst een aantal kanttekeningen.


Mr. O. Brouwer
Mr. O. Brouwer is advocaaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden gebiedsontwikkeling, integrale afweging, milieunormen, milieubeleid
Auteurs Mr. drs. J. Rutteman
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun essay ‘Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling’, betogen De Zeeuw, Puylaert en Werksma dat grotere en kleinere projecten regelmatig vastlopen door met name ‘ingewikkeldheid die wij onszelf aandoen’. De oorzaak van het vastlopen ligt ‘volgens betrokkenen’ in belangrijke mate in de grote hoeveelheid Europese en nationale wet- en regelgeving die over plannend en bouwend Nederland is uitgestort. De vraag die zij vervolgens in hun essay proberen te beantwoorden, is of de energie die verloren gaat met ‘juridisch figuurzagen en procesmatige haarkloverij’, niet beter besteed kan worden aan het opstellen van plannen die zowel een hoge milieu- als gebiedskwaliteit hebben. In een aantal hoofdstukken werken zij de aard van het probleem verder uit, en geven oplossingsrichtingen aan. Hierna zal ik de belangrijkste voorgestelde oplossingen bespreken, na eerst de probleemanalyse en de oplossingsrichtingen kort te hebben weergegeven.


Mr. drs. J. Rutteman
Mr. drs. J. Rutteman is juridisch medewerker bij de Stichting Natuur en Milieu.
Artikel

Access_open Coherente toerekening in het Europees aansprakelijkheidsrecht

Enkele opmerkingen over toerekening in het discriminatierecht en het mededingingsrecht

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2009
Trefwoorden toerekeningseis, gelijke behandeling, aansprakelijkheid, mededinging
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans en Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel geeft een beeld van de toerekeningseis in het Nederlandse, op het Europese recht geënte, aansprakelijkheidsrecht. Het confronteert twee rechtsgebieden met elkaar: het mededingingsrecht en het gelijkebehandelingsrecht. De analyse van de verschillen, zowel met betrekking tot de vestiging als de omvang van de aansprakelijkheid, leidt tot een pleidooi voor een coherente toepassing van de toerekeningseis.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht, Universiteit Leiden.

Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.J. Zippro is verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Privaatrecht, Civiel recht, Universiteit Leiden.
Artikel

Terroristische netwerken en intelligence: een sociale netwerkanalyse van de Hofstadgroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse, terrorisme, Hofstadgroep
Auteurs Dr. Renée C. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Radicalization and terrorism remain areas of special interest in terms of security policies. It’s common knowledge that most of the activities related to radicalization and terrorism heavily rely on the involvement of multiple actors. Therefore, an increased understanding of the underlying social structures is considered to offer important leads for the development of effective countermeasures (in particular when related to demographic, cultural, psychological and other social factors). Yet, the number of empirical network studies in this domain (at least those openly available) that incorporate arithmetic tools known as Social Network Analysis (SNA) remain extremely scarce. In this paper the author presents an exploratory Social Network Analysis of the Hofstad network based on publicly available data. Members of the Hofstad network, a radical Islamist network in the Netherlands, were active recruiters for the violent jihad, spreaded radical propaganda, some attended training camps in Pakistan, and the network was suspected of planning several terrorist attacks on strategic objects and prominent people in the Netherlands. One of the members, Mohammed B., was sentenced to life in prison for murdering the Dutch filmmaker Theo van Gogh in November 2004. Although the Hofstad network was considered by trial as a terrorist organization in the first instance in 2006, the judgment was reversed on appeal in 2008 when most members were acquitted. As is characteristic of home-grown networks, our analysis indicated that the Hofstad network (N=67) was relatively sparse and decentralized and evolved around a more cohesive core of key players (N=13). The key players were identified based on their central network position and a hierarchical clique analysis. Mohammed B., who had been considered a marginal player by the secret service, turns out to be the most central actor of the network. Although the analysis clearly suggests that quantifying network structures provides actionable intelligence, more research is needed to validate the results.


Dr. Renée C. van der Hulst
Dr. Renée C. van der Hulst was tot voor kort als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. Zij is thans werkzaam voor Bureau Netwerkanalyse dat onderzoek-, advies- en onderwijswerkzaamheden verzorgt (onder andere op het gebied van sociale netwerkanalyse) binnen het domein van nationale veiligheid en criminaliteitsbestrijding. Contactadres: Bureau Netwerkanalyse, Postbus 938, 1200 AX Hilversum. E-mail: vanderhulst@online.nl.
Artikel

Richtsnoeren voor de handhavingsprioriteiten van de EG-Commissie bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag

Een koerswijziging – maar hoe precies is het kompas afgesteld?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden marktafscherming, efficiëntiewinsten, uitsluitingsstrategieën, voorwaardelijke kortingen, leveringsweigering
Auteurs Mr. L. Gyselen
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar Richtsnoeren betreffende handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag kondigt de Commissie een dubbele koerswijzinging aan. Zij neemt zich voor om (a) grondiger te onderzoeken of het vermeend uitsluitingsgedrag van een dominante onderneming het rivaliteitsproces merkbaar zal verstoren en (b) deze onderneming de kans te geven aan te tonen dat haar uitsluitingsgedrag efficiëntiewinsten oplevert die opwegen tegen de verstoring van het rivaliteitsproces.De tweede koerswijziging lijkt de meest ingrijpende omdat zij de evenwichtsoefening van artikel 81 lid 3 EG-Verdrag binnenloodst in artikel 82 EG-Verdrag. Wij betwijfelen echter of deze conceptuele wijziging veel soelaas zal brengen voor dominante ondernemingen, eens de Commissie de diagnose gesteld zal hebben dat hun uitsluitingsgedrag het rivaliteitsproces merkbaar verstoort. Daarom lijkt ons de eerste wijziging van groter praktisch belang. De vraag is echter of het nieuwe kompas van de Commissie precies genoeg is afgesteld om deze behoorlijk in de praktijk om te zetten.


Mr. L. Gyselen
Mr. L Gyselen is vennoot bij Arnold & Porter LLP en advocaat aan de balie van Brussel.
Artikel

Mediation: vertrouwelijkheid gegarandeerd?

De geheimhouding rond mediation bij burgerlijke geschillen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2009
Trefwoorden mediation, confidentiality, civil procedure, evidence
Auteurs Mr. Betty Santing-Wubs
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with confidentiality in mediation proceedings. Confidentiality is considered to be one of the key advantages of mediation. Usually the parties agree that they will not be compelled to produce evidence concerning the mediation, nor call the mediator as a witness in case of subsequent judicial proceedings. However, it is not sure how the court in civil judicial proceedings will handle such an agreement. The court will have to balance the interests of confidentiality and establishing the truth. In some cases it is clear that the court should not respect the confidentiality agreement, for example when there is an obligation to disclose evidence of a criminal offence. In other cases there might be proper grounds to let the confidentiality prevail, but there is no guarantee that the court will respect the confidentiality agreement. As part of the implementation of the European directive on mediation Member States are obliged to adopt provisions about admissibility of evidence in civil judicial proceedings in order to protect certain aspects of confidentiality of mediation proceedings.


Mr. Betty Santing-Wubs
Betty Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Ziekenhuisfusies en publieke belangen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ziekenhuisfusies, zorgfusies, algemeen belang in de zorg, bevoegdheden NMa, steunverlening ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. M.F.M. Canoy en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgfusies zijn een onderwerp van aanhoudend politiek debat. In het bijzonder ziekenhuisfusies houden de gemoederen bezig. Deze bijdrage bespreekt het bijzondere karakter van de ziekenhuismarkt. We betogen dat de liberalisering, de methodologie van marktafbakening, de beperkte schaalvoordelen en de publieke belangen in de zorg maken dat fusies moeilijk beoordeelbaar zijn. Daarbij gaan we in op het spanningsveld tussen de adviserende zorgtoezichthouders NZa en IGZ en de verantwoordelijke algemene mededingingstoezichthouder NMa. Ook analyseren we mogelijke oplossingsrichtingen, in het bijzonder de borging van publieke belangen middels de diensten van algemeen economisch belang, en een aanvullende zorgtoets gebaseerd op het “DNB model” uit de financiële sector.


Prof. dr. M.F.M. Canoy
Prof. dr. M.F.M. Canoy is als buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is werkzaam als chief economist bij ECORYS.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is expert bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.