Zoekresultaat: 33 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Artikel

Access_open Arrest inzake de vaststellingsovereenkomst

Een toeschietelijke Hoge Raad (HR 27 maart 2009 RvdW 2009, 462)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden executiegeschil, vaststellingsovereenkomst, uitleg, garantie, dwangsommen, verjaring, dwingend recht, strijd openbare orde goede zeden
Auteurs Mr. M.W. Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Merck, Sharpe en Dohme (MSD) en Euromedica zijn verwikkeld in een inbreukprocedure. Bij kort gedingvonnis van 9 juli 1999 wordt Euromedica veroordeeld om de inbreuk op de merkrechten van MSD te staken op verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000 per overtreding met een maximum van ƒ 1.000.000. Nadat MSD vervolgens – op basis van een gestelde overtreding van het verbod door Euromedica – maatregelen wilde treffen om dwangsommen te incasseren, heeft Euromedica een kort geding procedure aanhangig gemaakt tot staking van deze executie. De president van de rechtbank wijst deze vordering toe. Na wijzen van arrest door het gerechtshof in het hoger beroep komen partijen overeen dat MSD tegen overlegging van een bankgarantie van ƒ 1.000.000 door Euromedica af zou zien van executie van de dwangsommen, totdat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak zou zijn komen vast te staan dat (i) Euromedica inbreuk had gepleegd op de rechten van MSD in cassatie, en (ii) Euromedica dwangsommen verschuldigd was op grond van het kort geding vonnis van 9 juli 1999. Nadat bij onherroeplijke rechterlijke uitspraak was komen vast te staan dat Euromedica wel degelijk inbreuk maakte en derhalve de dwangsommen verschuldigd was, stelde Euromedica zich op het standpunt dat de dwangsommen inmiddels verjaard waren en verzocht zij de rechtbank Haarlem om een verklaring van recht met die strekking. De rechtbank wees de vordering af, maar het gerechtshof Amsterdam wees de vordering in hoger beroep toe. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat de overeenkomst tussen partijen waarbij afstand werd gedaan van executie van de dwangsommen tegen overlegging van een bankgarantie moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst ex art. 7:900 BW. Als gevolg daarvan werd de verhouding tussen partijen niet langer beheerst door het vonnis van 9 juli 1999 en de aansluitende procedures, maar door de vaststellingsovereenkomst. Op deze vaststellingsovereenkomst is de relevante verjaringsbepaling niet van toepassing. Nu is betreffende verjaringsbepaling van dwingend recht, maar op basis van art. 7:902 BW is een vaststellingsovereenkomst ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht.Er kunnen naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad twee conclusies worden getrokken: ten eerste dat er in de visie van de Hoge Raad sprake van een vaststellingsovereenkomst kan zijn ondanks dat het niet zeker is of partijen zulks hebben beoogd. Verder is het onduidelijk waar de Hoge Raad de grens trekt ten aanzien van (de toepassing van) artikel 7:902 BW.


Mr. M.W. Bijloo
Mr. M.W. Bijloo is advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam.
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2009
Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).
Artikel

Discovery in het Nederlands burgerlijk procesrecht

‘Advies over gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken’ van de Adviescommissie voor Burgerlijk Procesrecht becommentarieerd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden exhibitieplicht, artikel 843a Rv, bewijsgaring en bewijslevering, partijautonomie, waarheidsplicht, discovery, disclosure
Auteurs Mr. dr. P.J. van der Korst
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een samenvatting van- en een commentaar op het advies van de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht van 14 juli 2008 over ‘discovery’ (gegevensverstrekking in burgerrechtelijke zaken). De conclusie is dat de door de Adviescommissie opgesomde uitgangspunten processueel georiënteerd zijn maar dat de Commissie deze vertaalt in aanpassing van een preprocessuele wetsbepaling (art. 843a Rv). Het artikel sluit af met een alternatieve schets voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. P.J. van der Korst
Mr. dr. P.J. van der Korst is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en is als docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De prikkels tot onderling overleg in het nieuwe echtscheidingsprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden echtscheidingsprocesrecht, ouderschapsplan, echtscheidingsconvenant, mediation
Auteurs Mevrouw mr. L. Coenraad
SamenvattingAuteursinformatie

    Het herziene echtscheidingsprocesrecht is veel meer dan voorheen gericht op het in onderling overleg regelen van de gevolgen van echtscheiding door partijen. De nieuwe regels bevatten diverse prikkels voor scheidende echtgenoten om daadwerkelijk tot overeenstemming te komen, waarbij bovendien aan de rechter een grotere rol is toebedacht. De rechter zit bij echtscheiding, ondanks aanhoudende pleidooien voor een administratieve echtscheiding, dus nog steeds stevig in het zadel.


Mevrouw mr. L. Coenraad
Mevrouw mr. L.M. Coenraad is als universitair hoofddocent privaatrecht verbonden aan de VU.
Artikel

Beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg en relatieve nietigheid als mogelijke rechtsgevolgen van beslag

Blijven wij na HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 (Forward/Huber) en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376 (Ontvanger/mr. De Jong q.q.) gevangen in het denkkader van het burgerlijk recht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beschikkingsonbevoegdheid, zaaksgevolg, relatieve nietigheid, rechtsgevolg beslag
Auteurs Mr. D.J. van der Kwaak
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag wat het rechtsgevolg van een beslag inhoudt, zijn de afgelopen decennia veel opvattingen naar voren gebracht. In twee recente arresten (HR 5 september 2008, NJ 2009, 154 en HR 20 februari 2009, NJ 2009, 376) lijkt de Hoge Raad uitdrukkelijk afstand te nemen van de opvatting dat beslag tot (relatieve) beschikkingsonbevoegdheid leidt. Maar hoe is het rechtsgevolg van een beslag dan wel te begrijpen? Met name wordt bezien of sprake is van zaaksgevolg of van relatieve nietigheid, waarbij aandacht wordt besteed aan de verhouding tussen het burgerlijk recht en het burgerlijk procesrecht.


Mr. D.J. van der Kwaak
Mr. D.J. van der Kwaak is raadsheer in het Hof Amsterdam.
Artikel

Mediation: de omvang van de getuigplicht van de mediator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden mediation, verschoningsrecht, geheimhouding, waarheidsplicht, bewijsovereenkomst
Auteurs Mr. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad een voor de mediationpraktijk belangrijk arrest gewezen door zich uit te spreken over de omvang van de getuigplicht van de mediator. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de methoden die in de mediationpraktijk zijn ontwikkeld om het vertrouwelijke karakter van een mediation te beschermen. Vervolgens wordt het arrest van de Hoge Raad besproken, waarin deze zich uitlaat over de wijze waarop deze methoden moeten worden gehanteerd. Tot slot wordt ingegaan op de vraag wanneer het vertrouwelijke karakter van de mediation lijkt te kunnen worden doorbroken.


Mr. I. Brand
Mr. I. Brand is werkzaam als rechter-in-opleiding bij de Rechtbank Den Haag.
Artikel

Procederen door en tegen personenvennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden personenvennootschappen, afgescheiden vermogen, aansprakelijkheid vennoten voor vennootschapsschulden, procesbevoegdheid, titel 7.13 BW
Auteurs Mr. K. Teuben
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vragen die kunnen rijzen indien door of tegen een personenvennootschap moet worden geprocedeerd. Aan de orde komen onder meer het aangaan van rechten en verplichtingen door de vennootschap, de aansprakelijkheid van individuele vennoten voor schulden van de vennootschap, het afgescheiden vermogen van de vennootschap, de procesbevoegdheid van de vennootschap en de mogelijkheden tot tenuitvoerlegging van een veroordelend vonnis op het vermogen van de vennootschap en het privévermogen van de vennoten. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan het huidige recht als aan de aankomende titel 7.13 BW.


Mr. K. Teuben
Mr. K. Teuben is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De rechterlijke machtiging: een functioneel rechtsmiddel afgestoft

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden rechterlijke machtiging, schadevergoeding, nakoming, remedies, verzuim
Auteurs Mr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechterlijke machtiging (art. 3:299 BW) verschaft de schuldeiser de bevoegdheid om op kosten van de schuldenaar een derde in te schakelen teneinde een soortgelijke situatie tot stand te brengen als die zijn tekortschietende schuldenaar had toegezegd. Van de praktische mogelijkheden die de rechterlijke machtiging biedt, wordt in de praktijk echter slechts spaarzaam gebruik gemaakt. Voldoende reden om weer eens de aandacht op deze rechtsfiguur te vestigen.


Mr. D. Haas
Mr. D. Haas is universitair docent Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Over de grenzen van het ondernemingsrecht: Fortis

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Fortis, deskundigenonderzoek, enquête, algemene vergadering
Auteurs Prof. dr. C.F. van der Elst en L.S.F. van den Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Fortis hield het afgelopen jaar België en Nederland in de ban. Het Belgische hof van beroep verplichtte Fortis tot het bijeenroepen van een algemene vergadering en liet deskundigen een onderzoek uitvoeren. In deze bijdrage bespreken Van der Elst en Van den Steen het Belgische deskundigenonderzoek en trekken zij vergelijkingen met het enquêterecht. Vervolgens gaan zij in op het verloop van de algemene vergaderingen bij Fortis. Vooral de lage opkomst van aandeelhouders valt op, doch ook de talrijke agendapunten die de aandeelhouders wegstemden. Deze bevindingen nopen tot reflectie over de nood aan bijzondere reglementering voor vennootschappen met een systeemrisico eerder dan een aanpassing van het vennootschapsrecht.


Prof. dr. C.F. van der Elst
Prof. dr. C.F. van der Elst is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en werkzaam als onderzoeker aan het Financial Law Institute van de Universiteit van Gent.

L.S.F. van den Steen
Dr. L.S.F. van den Steen is assistent aan het Financial Law Institute van de Universiteit van Gent.
Artikel

De leer van de bindende eindbeslissing in dezelfde instantie, in hoger beroep en na verwijzing na HR 25 april 2008, NJ 2008, 553 (De Vries/Gemeente Voorst)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, bindende eindbeslissing, gemeente Voorst, gebondenheid, hoger beroep, verwijzing
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voorkort was het voor de rechter slechts mogelijk terug te komen van een bindende eindbeslissing, indien de gegeven omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan die eindbeslissing zou zijn gehouden. Nadat in dit leerstuk in de loop van 2006 en 2007 al beweging is gekomen, heeft de Hoge Raad in het De Vries/Gemeente Voorst-arrest (HR 25 april 2008, NJ 2008, 553) een nieuw criterium ontwikkeld dat erop neerkomt dat de rechter - mits hij partijen daaromtrent allereerst hoort - terug mag komen op een bindende eindbeslissing, indien deze berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.In dit artikel wordt ten eerste nagegaan hoever deze nieuwe maatstaf nu precies strekt en ten tweede in hoeverre het verruimde criterium ook invloed heeft op de gebondenheid van de appèlrechter en de verwijzingsrechter aan eindbeslissingen uit een eerdere instantie.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is advocaat te Den Haag.
Artikel

De verpanding van rekening-courantsaldi

De stand van zaken in tijden van recessie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden pandrecht, rekening-courantsaldo, aard, openbaar, inning
Auteurs Mr. J.E. Drinkhill
SamenvattingAuteursinformatie

    Een behandeling van en een overzicht van de literatuur aangaande verschillende aspecten van het pandrecht op rekening-courantsaldi, waaronder de aard van dergelijke saldi, de vorm van verpanding – stil of openbaar – en de inningsbevoegdheid van het verpande saldo.


Mr. J.E. Drinkhill
Mr. J.E. Drinkhill is advocaat bij Houthoff Buruma te Londen.
Artikel

De patiëntenkaart en de beschikkingen van de Hoge Raad van 22 februari 2008

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2009
Trefwoorden patiëntenkaart, letselschadeclaim, medische gegevens
Auteurs Mevrouw mr. E.M. Deen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk is veel discussie over de vraag in hoeverre een benadeelde in het kader van de afwikkeling van een letselschadeclaim gehouden kan zijn zijn medische gegevens ter inzage te geven aan de wederpartij. De vraag staat centraal of de benadeelde zijn patiëntenkaart moet overleggen.


Mevrouw mr. E.M. Deen
Mevrouw mr. E.M. Deen, docent en onderzoeker afdeling privaatrecht Vrije Universiteit Amsterdam, is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER).
Artikel

Afgewezen: het beroep op verjaring van verbeurde dwangsommen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden dwangsommen, afstand verjaring, uitleg, vaststellingsovereenkomst
Auteurs Mr. M.M. Stolp en Mr. M.H.J. van Maanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad wijst in deze zaak een beroep op verjaring van verbeurde dwangsommen af, nu dit recht impliciet zou zijn prijsgegeven in een vaststellingsovereenkomst. De consequenties van de uitspraak voor de rechtspraktijk achten schrijvers op diverse gronden minder gelukkig.


Mr. M.M. Stolp
Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. M.H.J. van Maanen
Mr. M.H.J. van Maanen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Rechter en advocaten in de Principles of Civil Procedure en daarbuiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden harmonisatie procesrecht, procesvertegenwoordiging, advocatuur, partijautonomie, case management
Auteurs Mr. R. Verkijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage over de ALI/UNIDROIT Principles of Transnational Civil Procedure handelt over de Principles die de verhouding regelen tussen de rechter en de partijen met hun procesvertegenwoordigers. Twee voorbeelden (Engeland en Duitsland) illustreren dat onvrede over de procesvoering door advocaten leidde tot de wereldwijde trend om de rechter meer macht in het proces toe te bedelen. Die trend komt in de Principles tot uiting. Maar als de rechter meer macht krijgt, wie controleert hem dan? Die vraag leidt tot een pleidooi voor meer samenwerking tussen de advocaten die de strijdende partijen vertegenwoordigen, zodat zij de rechter beter partij kunnen bieden.


Mr. R. Verkijk
Mr. R. Verkijk is als onderzoeker en advocaat verbonden aan de UM.
Artikel

De Principles of Transnational Civil Procedure en het Nederlandse bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Principles of Transnational Civil Procedure, bewijslast, geschriften, getuigen, deskundigen
Auteurs Prof. mr. H.B. Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Principles of Transnational Civil Procedure komt ook het bewijsrecht aan de orde. In deze bijdrage wordt bezien hoe de PTCP omgaan met verdeling van bewijslast, waardering van bewijs, bewijs door geschriften, getuigen en deskundigen. Hoe verhouden de Principles daarover zich tot het Nederlandse bewijsrecht?


Prof. mr. H.B. Krans
Prof. mr. H.B. Krans is hoogleraar privaatrecht i.h.b. burgerlijk procesrecht aan de RUG.
Artikel

De IPR-bepalingen in de ALI/UNIDROIT Principles of transnational civil procedure

Een bruikbaar model voor harmonisatie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, harmonisatie
Auteurs Dr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de nog weinig onderzochte bepalingen van de ALI/UNIDROIT Principles of transnational civil procedure bekeken die relevant zijn voor het internationaal privaatrecht. Deze Principles worden afgezet tegen bestaande internationale en Nederlandse IPR-regels. Voorts wordt nagegaan in hoeverre deze Principles, waarin zowel elementen van de civil law als de common law zijn verwerkt, bruikbaar zijn voor een verdergaande internationale harmonisatie. Geconcludeerd wordt dat de Principles enkele waardevolle uitgangspunten bieden, maar dat ze te vaag zijn en, wat de bevoegdheidsbepalingen betreft, te veel van de bestaande (Europese) regelgeving afstaan om daadwerkelijk een belangrijke rol te spelen als model voor harmonisatie.


Dr. X.E. Kramer
Dr. X.E. Kramer is universitair hoofddocent EUR en rechter-plaatsvervanger Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Aspecten van de vaststellingsovereenkomst

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden vaststellingsovereenkomst, dwaling, bindend advies, dwingend recht, openbare orde
Auteurs Mr. A.H. Santing-Wubs
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad en een bindend advies van de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog wordt in deze bijdrage ingegaan op enkele aspecten van de vaststellingsovereenkomst. Aan de orde komen onder meer de mogelijkheid een beroep te doen op dwaling en de toetsing op grond van art. 7:902 BW.


Mr. A.H. Santing-Wubs
Mr. A.H. Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Conservatoir derdenbeslag ten laste van banken lijkt illusoir in Nederland

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2009
Trefwoorden conservatoir (derden)beslag, financiële instellingen, banken, kredietcrisis, beslagverlof
Auteurs Mr. drs. K. Huibregtse
SamenvattingAuteursinformatie

    Conservatoir derdenbeslag ten laste van banken is in beginsel door de wetgever toegestaan. Een uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam lijkt de mogelijkheid om dergelijk beslag te leggen echter aanzienlijk te hebben beperkt en voor bepaalde banken zelfs te hebben uitgesloten.


Mr. drs. K. Huibregtse
Mr. drs. K. Huibregtse is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.