Zoekresultaat: 32 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.


Mr. F.M. Dekker
Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.
Artikel

Collectieve preventieve rechterlijke toetsing van bedingen in algemene voorwaarden: een bruikbaar wapen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden collectieve actie, algemene voorwaarden, belangenorganisatie, abstracte toets van algemene voorwaarden, ontvankelijkheid
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Een collectief actiemechanisme dat zich in het bijzonder richt tegen onredelijke algemene voorwaarden is geregeld in Afdeling 6.5.3 BW (Algemene voorwaarden), in het bijzonder in de art. 6:240-243 BW. De Afdeling geeft regels voor de mogelijkheid dat bedingen in algemene voorwaarden op vordering van belangenorganisaties, waaronder consumentenorganisaties door een bijzondere rechter onredelijk bezwarend worden verklaard. In deze bijdrage een overzicht van haar toepassing door exclusief bevoegde rechter, Hof Den Haag.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Asset tracing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2010
Trefwoorden asset tracing, fraude, beslag, art. 843a Rv, Engels recht
Auteurs Mr. V.C.J. Brugge en Mr. H.J.Th. Biemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Asset tracing is het proces van het achterhalen van gestolen of verduisterde vermogensbestanddelen of de financiële opbrengst daarvan. In deze bijdrage wordt ingegaan op de bestaande juridische middelen die een benadeelde in Nederland daarvoor tot zijn beschikking heeft en tegen welke problemen een benadeelde daarbij in de praktijk aanloopt. In dat verband zal tevens worden gekeken naar de meer ontwikkelde praktijk van asset tracing in Engeland, en welke mogelijke lessen daaruit getrokken kunnen worden. Tot slot zal worden stilgestaan bij de rol van de politie en het Openbaar Ministerie in het proces van asset tracing.


Mr. V.C.J. Brugge
Mr. V.C.J. Brugge is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.

Mr. H.J.Th. Biemond
Mr. H.J.Th. Biemond is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.

    On 21 May 2008 the European Directive on certain aspects of mediation in civil and commercial matters was adopted. The directive will have to be implemented in Dutch legislation before 21 May 2011. The objective of the Directive is to facilitate access to alternative dispute resolution and to promote the amicable settlement of disputes, by encouraging the use of mediation and by ensuring a balanced relationship between mediation and judicial proceedings (Article 1(1)). As a result of the arrival of the European Mediation Directive mediation the Netherlands will get a legal basis and thereby recognition. This article inter alia discusses the Mediation Directive from the NMI's perspective and discusses the articles from the Directive relevant to NMI step by step.


Esther Gathier
Mr. Esther Gathier is beleidsmedewerker bij het NMI.
Artikel

Vormerkung en derdenbeslag op de koopsom

HR 8 oktober 2010, LJN BN1252 (Van den Berg/Bernhard)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2010
Trefwoorden Vormerkung,, art. 7:3 lid 3 sub f BW, derdenbeslag, beslag op koopsom, verkoop registergoed
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit is het tweede arrest van de Hoge Raad over de Vormerkung van art. 7:3 BW. De Hoge Raad beslist dat de koper van een registergoed die de koop heeft laten inschrijven in de openbare registers alleen wordt beschermd in de gevallen die expliciet worden genoemd in het derde lid van art. 7:3 BW. Het geval van derdenbeslag onder de koper op de koopsom valt niet onder de limitatieve opsomming van dit derde lid. Dit betekent dat een koper die in weerwil van een onder hem gelegd derdenbeslag de volledige koopsom aan de notaris betaalt, ten tweede male moet betalen, nu aan de beslaglegger. De Hoge Raad lijkt en passant de mogelijkheid van derdenbeslag onder de koper op de koopsom te hebben aanvaard.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Letselschade en de patiëntenkaart: een bewijsrechtelijke beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden patiëntenkaart, arbeidsvermogensschade, bewijslast, B./Olifiers, vergelijkingshypothese
Auteurs Mr. E.M. Deen
SamenvattingAuteursinformatie

    De regels van stelplicht en bewijslast, het arrest B.Olifiers waarin wordt geoordeeld dat de bewijslast van arbeidsvermogensschade bij de benadeelde ligt, de toepassing van de vergelijkingshypothese, de tegemoetkomingen van de benadeelde bij het leveren van bewijs en het feit dat ons medische verleden als gevolg van de dossierplicht van de arts is gedocumenteerd, moeten worden meegewogen in de patiëntenkaartdiscussie. Beschouwing van genoemde factoren leidt tot de conclusie dat het (eerst) de benadeelde zelf is die, wanneer geconfronteerd met de vraag inzage te geven in zijn patiëntenkaart, zijn belang bij het bewijzen van zijn arbeidsvermogensschadeclaim zou moeten afwegen tegen zijn belang bij privacy.


Mr. E.M. Deen
Mr. E.M. Deen is docent/onderzoeker privaatrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie: excessieve prijsvoering in de Rotterdamse haven?

Hof Den Haag 1 juni 2010, LJN BM6398 (Havenbedrijf Rotterdam/de oliesector)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden misbruik, economische machtspositie, excessieve prijzen, bewijslast, bewijsmogelijkheden
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De privaatrechtelijke handhaving van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie wegens het hanteren van excessieve prijzen is niet eenvoudig. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de bestaande bewijsmogelijkheden om in een civiele procedure aan te tonen dat misbruik wordt gemaakt van een economische machtspositie door het in rekening brengen van excessieve prijzen.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en research fellow van de Leiden Law School.
Artikel

Wet bevolkingsonderzoek op gespannen voet met EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrijverkeersregime, gezondheidsdienst, e-commerce, genoomanalyse, Wet op het bevolkingsonderzoek
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, Prof. mr. A.C. Hendriks en Prof. dr. M.H. Breuning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse overheid ziet met lede ogen aan dat consumenten via internet en zonder tussenkomst van medisch specialisten of andere deskundigen hun genenkaart laten ontcijferen. Dit onderzoek gebeurt door bedrijven die in andere landen zijn gevestigd, dan wel gebruik maken van de diensten van elders gevestigden. De consument krijgt aldus informatie over de kans op het krijgen van erfelijke aandoeningen. Deze onlineverkoop staat op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving. Vandaar ook deze ‘buitenlandroute’,waarmee consumenten én bedrijven de Nederlandse regels betrekkelijk eenvoudig kunnen omzeilen. Deze bijdrage onderzoekt de ruimte van Nederland als EU-lidstaat om het aanbod van commerciële genoomanalyse te reguleren. De Nederlandse wetgeving wordt tegelijkertijd langs de Europese meetlat gelegd en blijkt niet EU-proof te zijn.


Mr. R.E. van Hellemondt
Mr. R.E. van Hellemondt is als onderzoeker/docent gezondheidsrecht verbonden aan de afdeling Ethiek & Recht van het LUMC.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

Prof. dr. M.H. Breuning
Prof. dr. M.H. Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Artikel

Stuiting van de verjaring in en buiten rechte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden verjaring, stuiting, voorlopige bewijslevering, voorlopig getuigenverhoor
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de eisen die de Hoge Raad stelt aan de stuiting van de verjaring in en buiten rechte centraal. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de stuitingsproblematiek in het kader van onderhandelingen en stuiting van de verjaring door handelingen zoals het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is postdoc bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Enkele aandachtspunten aangaande de omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 BW

Een nationale IPR-codificatie in een context van europeanisatie van het IPR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, buitenlands recht
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het codificatieproces van het Nederlandse internationaal privaatrecht bevindt zich in de eindfase. In deze bijdrage neemt de auteur enkele bijzondere aspecten van omgang met IPR-regels en vreemd recht volgens het voorgestelde Boek 10 Burgerlijk Wetboek onder de loep, met name de ambtshalve toepassing van IPR-regels en vreemd recht, evenals de problematiek van het in te schakelen surrogaatrecht indien vreemd recht niet kenbaar is of strijdig blijkt met de openbare orde. De door de Nederlandse wetgever ter zake gemaakte keuzes worden blootgelegd en gesitueerd in een context van europeanisatie van het internationaal privaatrecht.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor ‘Vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht’ aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het IPR-vennootschapsrecht en Boek 10 BW: een nadere toelichting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, corporaties, vestigingsvrijheid, faillissement
Auteurs Mr. S.M. van den Braak
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het internationaal privaatrecht met betrekking tot corporaties. Daarbij gaat zij achtereenvolgens in op het toepasselijk recht, de verplaatsing van de statutaire zetel, de aansprakelijkheid in faillissement en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.


Mr. S.M. van den Braak
Mr. S.M. van den Braak is hoofddocent bij de sectie Handelsrecht en Notariaat, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Algemeen en niet bijzonder: Titel 1 van Boek 10 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, vermogensrecht
Auteurs Prof. mr. M.V. Polak en Mr. R.W. Polak
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de algemene bepalingen van Titel 1 van Boek 10 BW besproken, voor zover deze van belang zijn voor het vermogensrecht. Van de zeventien algemene bepalingen waaruit Titel 1 bestaat, komen er twaalf aan bod.


Prof. mr. M.V. Polak
Prof. mr. M.V. Polak is hoogleraar internationaal privaatrecht en privaatrechtelijke rechtsvergelijking aan de Universiteit Leiden en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. R.W. Polak
Mr. R.W. Polak is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Boek 10 BW: consolidatie en codificatie van het Nederlandse IPR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden Boek 10 BW, internationaal privaatrecht, consolidatie, codificatie, nieuwe wetgeving
Auteurs Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 september 2009 is de Vaststellings- en Invoeringswet Boek 10 BW bij de Tweede Kamer ingediend. In Boek 10 BW is het Nederlandse (materiële) IPR geconsolideerd en gecodificeerd. Welke onderwerpen regelt Boek 10 BW en welke niet?


Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Heffing aan de poort

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden griffierechtenstelsel, tarieven, inning, rekening-courantstelsel, informatieplichten
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel, dat thans bij de Eerste Kamer ligt, bevat een aantal belangrijke verbeteringen, maar ook enige ongelukkige keuzes en een vrij groot aantal technische manco’s. Wat de tarieven betreft, is een eenvoudig, transparant, consistent en gebruiksvriendelijk systeem ontworpen. Maar voor de inning van het griffierecht aan het begin van de procedure (‘aan de poort’) wordt een topzware regeling ontworpen, met informatieplichten in de dagvaarding, en ontslag van instantie dan wel verstek indien de eiser resp. de gedaagde niet tijdig betaalt. De processuele consequenties zullen tot evenzovele processuele complicaties en verlies van tempo in de civiele procedure leiden. Een lichte regeling verdient de voorkeur. Een deugdelijk rekening-courantstelsel tussen gerechten en advocaten/gemachtigden, alsmede eventuele financiële prikkels (boetes) zullen wanbetaling aan de poort voorkomen zonder dat de voortgang van de procedure daaronder hoeft te lijden.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Kritische kanttekeningen bij de rechtspraak van de Hoge Raad inzake de aansprakelijkheid van een pseudogevolmachtigde

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden gevolmachtigde, onbevoegdheid, causaliteit, schadevergoeding, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.M. Stolp
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2004 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen waarin de partij die wordt geconfronteerd met onbevoegdheid van een gevolmachtigde, vergaand tegemoet wordt gekomen in haar schadevergoedingsvordering ex art. 3:70 BW door het vereiste van het causaal verband (conditio sine qua non) tussen de onbevoegdheid van de gevolmachtigde en de gevorderde schade zeer ingrijpend te relativeren. Afgelopen februari heeft de Hoge Raad deze lijn (nog verder) doorgetrokken in een arrest waarin hij het middel (nota bene) met een beroep op art. 81 Wet RO heeft verworpen. Bij deze ontwikkeling past een aantal kritische kanttekeningen.


Mr. M.M. Stolp
Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Een verklaring voor recht als vorm van genoegdoening

Heeft de Hoge Raad de deur opengezet?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden verklaring voor recht, genoegdoening, immateriële belangen, aansprakelijkheid, schadevergoeding
Auteurs Mr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het veelbesproken Jeffrey-arrest bepaald dat een partij die een verklaring voor recht vordert om de aansprakelijkheid van de wederpartij vast te stellen haar vordering afgewezen zal zien als zij bij die verklaring geen materieel (financieel) belang heeft. In de recente Chipshol/Staat-beschikking wekt de Hoge Raad de indruk dat hij zich deze kritiek naar aanleiding van het Jeffrey-arrest aantrekt en dat hij thans een ruimer ontvankelijkheidsbeleid van de verklaring voor recht voorstaat. Een analyse van de Chipshol/Staat-uitspraak en beantwoording van de vraag of de Hoge Raad ‘om’ is.


Mr. D. Haas
Mr. D. Haas is universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en jurist bij de Autoriteit Financiële Markten. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: een nieuwe loot aan de processuele stam

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden letselschade, overlijdensschade, Wet deelgeschilprocedure, deelgeschilprocedure
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een nieuw instrument in het kader van de afwikkeling van letsel- en overlijdensschade. Hoewel in de consultatieronde naar aanleiding van het voorontwerp door met name de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak (NVvR) de nodige kritische kanttekeningen zijn geplaatst, is dit wetsvoorstel zonder noemenswaardige tegenwind het parlement gepasseerd. Het wetsvoorstel Deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is vlak voor het zomerreces 2008 bij de Tweede Kamer ingediend en een jaar later met algemene stemmen door deze Kamer aangenomen; het heeft vervolgens eind 2009 de instemming van Eerste Kamer verkregen en zal per 1 juli 2010 als wet in werking treden


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kort geding in cassatie versus bodemprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden bodemprocedure, kortgedingprocedure, kort geding, cassatie(beroep), belang bij cassatie
Auteurs Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de kortgedingprocedure en de bodemprocedure roept vragen op. Specifiek is de vraag hoe een kort geding in cassatie zich verhoudt tot een aanhangige bodemprocedure. Bij beantwoording van de vraag stuit men op het probleem dat de Hoge Raad deze ‘verhoudingsvraag’ niet ambtshalve kan beoordelen. Het is daarom wenselijk dat bij de verhouding kort geding in cassatie versus bodemprocedure cassatieberoep niet openstaat en eiser zodoende niet-ontvankelijk wordt verklaard. Daartoe zou het primaat van de bodemprocedure ook hangende cassatie moeten worden aanvaard. De verhouding kort geding versus bodemprocedure wordt hierdoor helder, in het bijzonder in cassatie.


Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. L.A.R. Siemerink is gerechtsauditeur bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, deelgeschil, proportionaliteitstoets, forumshopping
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en Mevrouw mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een feit. De deelgeschilregeling wordt ingevoegd in het Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een nieuwe titel 17, die de artikelen 1019w-1019cc Rv bevat. De inwerkingtreding ervan is voorzien voor 1 juli 2010. Zoals de lezers van TVP bekend zal zijn, beoogt de Wet deelgeschilprocedure het buitengerechtelijke traject bij de afhandeling van letsel- en overlijdensschade te verbeteren. De kerngedachte achter de regeling is dat partijen beter in staat zullen zijn om de buitengerechtelijke afwikkeling van de zaak tot een goed einde te brengen, wanneer zij op eenvoudige en snelle wijze de rechter kunnen vragen de knoop door te hakken over een vraag waar zij zelf maar niet uit kunnen komen. ‘From here to there and back again’ is dus het motto: van de onderhandelingstafel naar de rechter en dan weer terug, en dan hopelijk met een vlot bereikte vaststellingsovereenkomst als eindresultaat.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Mevrouw mr. drs. G. de Groot
Mevrouw mr. drs. G. de Groot is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam en senioronderzoeker aan de VU en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

De rechter als conflictmanager; een experiment uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2010
Trefwoorden conflictoplossing op maat, conflictdiagnose door de rechter, conflictdiagnose door de rechter, partijperspectief
Auteurs Machteld de Hoon
SamenvattingAuteursinformatie

    Nowadays, court hearings play a central part in Dutch civil procedures. Until recently, little was known about how these hearings took place and how the parties involved experienced them. From the perspective of the parties involved, it is better if judges do not only resolve disputes legally, but also act as a conflictmanager. For this purpose, a method called ‘Conflictoplossing op maat’ (‘Customized conflict resolution’) was introduced by Machteld Pel (former director of The Netherlands court-connected mediation agency). In this paper I discuss the method as well as the results from an experiment in practice. In short, the results indicate that the method is, though not easy to implement, useful to improve the hearings of court procedures in disputes between civilians.


Machteld de Hoon
Machteld de Hoon is als universitair hoofddocent privaatrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg, in het bijzonder het onderzoeksinstituut TISCO. Daarnaast is ze rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Den Bosch.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.