Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Wat is juridisch interactionisme?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2014
Trefwoorden interactionism, Lon Fuller, interactional law, legal pluralism, concept of law
Auteurs Wibren van der Burg
SamenvattingAuteursinformatie

    Two phenomena that challenge theories of law in the beginning of the twenty-first century are the regulatory explosion and the emergence of horizontal and interactional forms of law. In this paper, I develop a theory that can address these two phenomena, namely legal interactionism, a theory inspired by the work of Fuller and Selznick. In a pluralist approach, legal interactionism recognizes both interactional law and enacted law, as well as other sources such as contract. We should aim for a pluralistic and gradual concept of law. Because of this pluralist and gradual character, legal interactionism can also do justice to global legal pluralism and to the dynamic intertwinement of health law and bioethics.


Wibren van der Burg
Wibren van der Burg is Professor of Legal Philosophy and Jurisprudence, Erasmus School of Law at the Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Symboolwetgeving: de opkomst, ondergang en wederopstanding van een begrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2014
Trefwoorden symboolwetgeving, communicatieve benadering van wetgeving, interactionisme, open normen, democratie
Auteurs Prof. dr. B. van Klink
SamenvattingAuteursinformatie

    De communicatieve benadering van wetgeving heeft aanleiding gegeven tot de nodige wetenschappelijke discussie. In deze bijdrage gaat de auteur nader in op de aangevoerde kritiekpunten. Doel van dit artikel is te bepalen in welke opzichten de communicatieve benadering aanvulling of correctie behoeft. Conclusie is dat het achterliggende democratische ideaal nog steeds relevant is: de wens om burgers meer te betrekken bij de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving. Tegelijk moet beter rekenschap worden afgelegd van de processen van in- en uitsluiting waarmee wetgeving onvermijdelijk gepaard gaat. Niet iedereen kan, mag of wil meepraten over de betekenis van de wet, niet elk gezichtspunt kan in het uiteindelijke wetgevende besluit erkenning krijgen.


Prof. dr. B. van Klink
Prof. dr. B. van Klink is hoogleraar Methoden van recht en rechtswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Zorgplichten aan het werk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden zorgplicht, doelregelgeving, normadressaat, handhaving, toezicht, communicatieve wetgeving
Auteurs Mr. W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met welke middelen en voorwaarden moet de wetgever de behoorlijke naleving en de handhaving van zorgplichtbepalingen borgen? Zorgplichten bevatten namelijk een open norm en de handhaving ervan is niet eenvoudig. Zorgplichten gedijen bij de professionaliteit en de deskundigheid van de normadressaat. Daarom is vrijwillige naleving van de zorgplicht essentieel; afgedwongen naleving door de handhaver leidt tot minder doelbereik van de zorgplicht. Van belang daarvoor is dat de zorgplicht als een communicatieve norm wordt vormgegeven, functionerend binnen een interpretatiegemeenschap. De handhaver moet bereid zijn tot discours met de normadressaat en moet zo min mogelijk aanvullende regels stellen. Casusonderzoek toont dit aan.


Mr. W. Timmer
Mr. W. Timmer is als wetgevingsjurist werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

De clementiethriller als nieuw filmgenre

Het gebruik van gedramatiseerde voorlichtingsfilms in het toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden clementiethriller, voorlichtingsfilm, film, voorlichting, media
Auteurs Dr. Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de nieuwste ontwikkelingen in het gebruik van media door toezichthouders is het produceren van gedramatiseerde films, om ondernemers voor te lichten over het toezicht en af te schrikken. Met name in het mededingingstoezicht hebben mededingingsautoriteiten in verschillende landen realistische ‘docudrama’s’ geproduceerd waarin fictieve kartels worden ontmaskerd en bestraft. In deze bijdrage bespreek ik de vier belangrijkste ‘clementiefilms’ van dit moment: ‘Clementie in kartelzaken’ van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; de ‘Competition Compliance film’ van de Britse Office of Fair Trading; het Australische ‘The Marker’ van de ACCC; en de Zweedse film ‘Be the first to tell – a film about leniency’. Hoewel de verhaallijnen in de films overeenkomsten vertonen, hebben ze inhoudelijk verschillende boodschappen. In deze bijdrage wordt een vergelijking gemaakt van de vorm en inhoud van deze films, en worden ze afgezet tegen inzichten uit sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de achtergrond van mededingingsovertredingen om een indruk te geven van de mogelijke bijdrage van deze films aan de naleving.


Dr. Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus School of Law.

    Utrecht, the fourth largest city of The Netherlands, is addressing resolving social conflict by promoting schools to adhere to the Peaceful School Program and civilians and professionals to join the Peaceful Neighborhood Program. The Peaceful School Program is designed to address problematic behavior of youth in primary, secondary and high school education and evolved into a democratic and participatory citizenship program. The Peaceful Neighborhood Program is involving important organizations that are active within the neighborhood, members of the community and stake-holders to adapt peaceful attitudes in daily life, including a mind-set that addresses conflicts by resolving them (together).
    These two programs are in the process of ‘conquering’ the whole of the city of Utrecht and every single neighborhood. The so-called Utrecht Model for Mediation is supporting these Peaceful Programs, through empowering citizens and professional to enhance their ‘peaceful skills’ and skills for conflict resolution. Citizens and professionals are being trained to develop this mindset. The Utrecht Model for Mediation is organizing a community of mediators that can be of help. A pool of volunteer mediators is being formed to help organizations, professionals, parents, students and members of the community in case of problems, tensions, problematic behavior of youth groups, etcetera. Professional mediators intervene in case of escalated conflicts and penal cases.


Janny Dierx
Janny Dierx werkt als adviseur en mediator en is ambassadeur van de Stichting mediation in strafzaken. Zij is tevens lid van de redactie van het Tijdschrift voor Herstelrecht.

Caroline Verhoeff
Caroline Verhoeff is Directeur Kwaliteit bij de Stichting Primair Onderwijs Utrecht en stedelijk coördinator Vreedzame Wijkaanpak.
Artikel

De wetgever als keuzearchitect

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden gedragsregulering, evidence-based wetgeven, irrationaliteit, nudging, new governance
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie de wet niet louter gebruikt om bestaande normen, zeden en gewoonten te codificeren, maar ook om gedrag te modificeren, zal rekening moeten houden met kennis uit de gedragswetenschappen. Met name gedragseconomisch onderzoek richt zich in toenemende mate op voorspelbaar irrationeel keuzegedrag van burgers. Zogeheten nudges of slimme prikkels worden voorgesteld om het gedrag van burgers te reguleren. De vraag is echter hoe evidence-based nudges zijn, in hoeverre ze wetgeving overbodig maken en of de wetgever überhaupt wel rekening wenst te houden met wetenschappelijke inzichten. In deze bijdrage wordt betoogd dat (wetgevings)juristen veel kunnen leren van recente inzichten uit gedragswetenschappelijk onderzoek, maar dat we er tegelijkertijd ook geen overspannen verwachtingen van moeten koesteren. Bovendien is het van belang om de normatieve vragen die een rol spelen bij het ‘manipuleren’ van keuzegedrag niet uit het oog te verliezen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl

    The future of wiretapping is threatened by encryption and developments in the telecommunications industry. Internet communications changed the wiretapping landscape fundamentally. In practice it is often impossible to wiretap all possible internet connections. Not all communication providers are obliged to execute wiretap orders. This limits the use of a wiretap in an increasingly digital world. Although the content of certain encrypted Voice-over-IP communications and private messages might not be visible to law enforcement officials, the traffic data are. These traffic data show when the suspect connects to certain communication services, which provide important clues to proceed in a criminal investigation. It is important to have a discussion whether our wiretap laws need to be amended to better fit the needs of law enforcement. However, to make such a debate possible we need transparency. A good first step is to provide details and statistics about the use of internet wiretaps.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.
Artikel

Access_open Praktijkgericht juridisch onderzoek

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden juridisch onderzoek, empirisch onderzoek, praktijkgericht onderzoek, onderzoeksvraag, onderzoeksmodel
Auteurs Geertje van Schaaijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de stelling verdedigd dat in een praktijkgericht juridisch onderzoek zowel juridische als empirische onderzoeksmethoden nodig zijn. De centrale onderzoeksvraag in een praktijkgericht juridisch onderzoek dient immers gerelateerd te zijn aan het recht en aan de praktijk, zodat het antwoord op de centrale vraag praktisch bruikbaar is. Vragen van het type ‘mag dat?’ of ‘werkt dit?’ kunnen die relaties met recht en praktijk goed over het voetlicht brengen en sturing geven aan de richting van het onderzoek. In het beredeneerde antwoord op de onderzoeksvraag komt de integratie van methoden en technieken uit de juridische en sociaalwetenschappelijke discipline tot uitdrukking. Het onderzoeksmodel dat in dit artikel wordt uitgebeeld en toegelicht, maakt deze integratie duidelijk en biedt een basis voor een methodologie van praktijkgericht juridisch onderzoek.


Geertje van Schaaijk
Mr. dr. Geertje van Schaaijk doceert juridische vakken, rechtssociologie en methoden en technieken van onderzoek aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys.
Artikel

Herstelrecht in België: een stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Restorative justice, penal mediation, evaluation studies, victim-offender conversations,
Auteurs Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the author evaluates whether the development of restorative justice in Belgium over the past ten years offers an opportunity to ‘celebrate’, as the Journal for Restorative Justice does. Developments in practice show that mediation is available at all stages of the judicial procedure for adult offenders and mediation and conferencing are available according to youth law. Research has been carried out on various topics, covering a variety of practices. Furthermore, it has elaborated the concept of restorative justice, inspired innovative practices and influenced policy-making. Belgium seems to be peculiar in the relation between practice, research and policy, which tend to influence one another. Compared to the Netherlands, Belgium does have more reasons to celebrate the development of restorative justice.


Inge Vanfraechem
Inge Vanfraechem is criminologe en onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven. Zij is actief binnen het European Forum for Restorative Justice en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Hoe waarschijnlijk is function creep?

Een beleidswetenschappelijke analyse

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2011
Auteurs M.S. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article it is argued that function creep is a structural phenomenon which is inherent in policy development. The author discusses several policy development theories which might be useful in trying to explain the phenomenon that policy instruments tend to be applied in reaching purposes never intended at the time these instruments were developed.
    Kingdon's streams model, the classic phase-oriented approach (e.g. Hoogerwerf), Sabatier's advocacy coalition theory as well as Walker's diffusion theory give various explanations for the phenomenon of function creep. But crucial is that policy makers are always looking for new innovating policy instruments to achieve their objects. According to the author it is almost impossible to prevent function creep. To some degree the abuse of function creep can be prevented by institutionalising these processes and to submit them to democratic control, checks and balances, procedures and other guarantees. But this will never be enough to escape from the ‘voyeurist society’.


M.S. de Vries
Prof. dr. Michiel de Vries is als hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Aruba. E-mail: m.devries@fm.ru.nl.
Artikel

Terrorismebestrijding en securitisering

Een rechtssociologische verkenning van de neveneffecten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2011
Auteurs B.A. de Graaf en Q. Eijkman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article offers an analysis of the side effects caused by the increased counterterrorism measures adapted in Dutch law and public policy after 9/11. Taking clues from Foucault's thinking on securitisation and Beck's risk society, it is argued that focus, referent subject and object of security measures and deployment of counterterrorism laws have shifted from the concrete individual to society and risk prevention as a whole (1), that this shift induces function creep (2) and a much quicker deployment of measures, resulting in an increasing suspect population (3). Rather than arguing against the legality and legitimacy of these measures, the authors analyse the epistemological shift in reasoning and unpack the various probabilistic arguments (as opposed to evidence-based arguments) behind the wave of securitisation after 9/11 - resulting in a lack of knowledge about, transparency and accountability of the generated side effects.


B.A. de Graaf
Dr. Beatrice de Graaf (universitair hoofddocent) is verbonden aan het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden (Campus Den Haag).

Q. Eijkman
Mr. dr. Quirine Eijkman (senioronderzoeker) is verbonden aan het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden (Campus Den Haag).
Artikel

Welk spoor volgt Nederland?

Een reactie op Hans Dominicus

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Annemieke Wolthuis en Eric Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Comparing the developments in the Netherlands with those in Belgium the authors find important differences relating to the questions pertinent to implementation. Experiments have also been done in the Netherlands and their evaluations showed positive results, but there were different models which were not clearly – or not at all – related to the traditional criminal justice process. They all were lacking the formal collaboration with the courts, that was seen in Belgium. There has been no form of central direction and no important influence from the academic world and the various projects have officially been replaced in 2006 by a national policy of implementing ‘victim-offendertalks’. These talks have their merits and are appreciated by victims and offenders, but they do not amount to mediation in a restorative style, since restorative agreements are not allowed to result. Nevertheless, there are a number of indications that restorative justice practices could still become recognized and accepted. Staff of the police, the public prosecutors office and judges are interested and new experiments are beginning. The new development of local ‘veiligheidshuizen’ (‘front offices for safety’) offers a promising setting for interagency co-operation and conferencing with citizens in trouble and conflict. The conferencing-model has gained broad acceptance in the context of juvenile care and may continue to inspire justice personnel. In process now is the foundation of a new restorative justice network, called ‘Restorative Justice Netherlands’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als onderzoekster verbonden aan het Hilde Verweij –Jonker Instituut te Utrecht.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is werkzaam als beleidsconsulent bij Halt Nederland.
Artikel

De implementatie van dader-slachtofferbemiddeling in België

Zoektocht naar functionele en structurele randvoorwaarden

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Hans Dominicus
SamenvattingAuteursinformatie

    Victim-offender-mediation started in Belgium as early as 1993 and nowadays the Belgium landscape shows a variety of restorative practices, including conferencing with juveniles and mediation with adult offenders, on the basis of a number of legal arrangements. Progress can still be made in quantitative terms and qualitatively by harmonizing the various legal instruments that are available. The diversionary mediation that is possible at the level of the public prosecutor differs in a number of ways from the mediation that can be offered in subsequent stages of the criminal procedure. A variety of motives and reasons explain the reception and growth of restorative practices, such as the desire to offer victims a better service and to improve the delivery of justice. The willingness to experiment and to collaborate between protagonists of restorative justice and the agencies of criminal justice, and the strong scientific support from the Catholic University of Leuven, are amongst the key factors that promoted the integration and consolidation of restorative practices in the legal system.


Hans Dominicus
Hans Dominicus is attaché bij het Directoraat-generaal Justitiehuizen van de Federale Overheidsdienst Justitie in België. Hij is adviseur van minister van justitie Stefaan de Clerck.

    This article gives an overview of the UNMIK and especially the EULEX mission in Kosovo thereby concentrating on the judiciary. The current state of the judiciary and its organisation are analysed as well as the main starting points and goals of the mission. From her own experience the author describes the cooperation between EULEX workers and local partners and the influence of cultural differences.


A. Bouten
Mr. Agaath Bouten (EULEX advisor to the KJC/beleidsadviseur Parket-Generaal) schreef dit artikel in samenspraak met mr. Jenny Schokkenbroek (EULEX Judge on District Court Level Pristina/kantonrechter Rechtbank Haarlem) en mr. Johannes van Vreeswijk (EULEX acting Chief Prosecutor/officier van Justitie te Den Bosch).
Artikel

De opbouw van de rechtsstaat in Afghanistan

Een bezinning op tien jaar buitenlandse hulp

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2010
Auteurs V.L. Taylor
SamenvattingAuteursinformatie

    In this essay the author looks back at ten years of rule of law foreign assistance in Afghanistan. She first surveys the elements that make Afghanistan particularly challenging as a development. This is followed by a brief outline of foreign donor-assisted efforts at rule of law reform in the last decade. The features of law and legal systems in Afghanistan that are salient for would-be foreign reformers are analyzed. The concept of judicial independence serves as example of well-intentioned rule of law interventions that have not fared well in this complex environment. The author argues that better prepared international advisors with a better grasp of legal history and comparative law may have produced stronger outcomes. Ultimately, however, a pre-post-conflict setting constrains conventional rule of law programs in important ways and calls for more realism about what can be achieved, within what time frame and with what degree of sustainability.


V.L. Taylor
Prof. Veronica Taylor is als hoogleraar en directeur verbonden aan de School of Regulation, Justice and Diplomacy van de Australian National University. Dit artikel is gebaseerd op de Van Vollenhoven Lezing die zij op 20 mei 2010 uitsprak ter gelegenheid van haar benoeming als The Hague Visiting Professor of Rule of Law aan de Universiteit Leiden.

    In this article the author explores - on the basis of Mitchel Lasser's book Judicial deliberations - the possibilities of enlarging the legitimacy of the Dutch Cassation Court (Hoge Raad). After a broad theoretical analysis of several concepts of legitimacy he describes the societal position of de Hoge Raad as highest court vis-à-vis rivals, such as the European Courts, the Council of State (Raad van State) and the Council of the Judiciary (Raad voor de rechtspraak). He argues that the cassation institute has to innovate itself and suggest new ways of exerting judicial leadership.


N.J.H. Huls
Prof. mr. dr. Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden. Tot 1 januari 2009 was hij programmaleider van het onderzoeksprogramma Rechtspleging van de EUR.
Artikel

Herstelrecht: internationaal evaluatieonderzoek: Methodologie en tendensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Delinquent, Slachtoffer, Recidive, Kwaliteit, Misdrijf, Bemiddeling, Herstel, Aansprakelijkheid, Optie, Schade
Auteurs Walgrave, L.

Walgrave, L.
Artikel

Klopt de beleidstheorie achter de integrale wetsvoorbereiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden beleidstheorie, wetsevaluatie, clearing house, evidence-based beleid, realistische benadering
Auteurs Dr. M. Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens Michiel Herweijer zijn er in de notitie Vertrouwen in wetgeving vijf hoofdlijnen terug te vinden:

    1. terughoudend zijn met nieuwe wetten;

    2. meer ruimte geven aan burgers, bedrijven en uitvoerders;

    3. meer aandacht voor uitvoering en toepassing van wetten;

    4. vaker gebruikmaken van ICT-toepassingen bij ontwerp en redactie van wetteksten;

    5. meer aandacht voor Europese rechtsvorming.

    In de bijdrage wordt vanuit een beleidswetenschappelijk perspectief bekeken of de beleidstheorie achter het integrale wetgevingsbeleid gebaseerd is op houdbare veronderstellingen. Vorenstaande hoofdlijnen worden een voor een kritisch bekeken.


Dr. M. Herweijer
Dr. M. Herweijer is sinds 1 januari 2008 universitair docent bestuursrecht en bestuurskunde te Groningen. m.herweijer@rug.nl
Artikel

Access_open Wetgeving in de eerste persoon meervoud: identiteit, representatie en reflexiviteit

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2004
Trefwoorden democratie, identiteit, wetgeving, identificatie, rechtsstaat, noodzakelijkheid, voorwaarde, pleidooi, bouw, misdrijf
Auteurs G. Roermund

G. Roermund
Artikel

Access_open Hannah Arendt: publiek domein, recht en rechtspraak

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2003
Trefwoorden rechtspraak, erkenning, idee, noodzakelijkheid, activa, mediation, contract, model, slachtoffer, aansprakelijkheid
Auteurs T. Hol

T. Hol
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.