Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

De nieuwe Europese financiële toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichtautoriteiten, macroprudentieel toezicht, financiële stabiliteit
Auteurs Prof. dr. J.A. Bikker, Drs. J. Brinkhoff en Drs. A.A.T. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de kredietcrisis kwam duidelijk aan het licht dat het bestaande systeem van financieel toezicht in Europa verbetering behoefde. Het Europees stelsel van financieel toezicht dat in 2011 in werking is getreden, betekent meer samenwerking tussen nationale toezichthouders, onder meer door de oprichting van colleges of supervisors, een gedeeltelijke overheveling van toezichtbevoegdheden naar de nieuw opgerichte Europese toezichtautoriteiten en meer aandacht voor instellingsoverschrijdende ontwikkelingen die implicaties kunnen hebben voor de gehele sector, waarbij de nieuwe Europese risk board waarschuwingen kan afgeven aan competente autoriteiten. Deze bijdrage bespreekt de achtergronden van de vormgeving van de nieuwe Europese toezichtstructuur, gaat nader in op de taken en bevoegdheden van de nieuwe Europese toezichtorganisaties en bespreekt wat de uitdagingen voor en de kanttekeningen bij dit nieuwe model zijn. De bijdrage sluit af met een beschouwing van enkele andere beleidsinitiatieven in reactie op de crisis.


Prof. dr. J.A. Bikker
Prof. dr. J.A. Bikker is senior onderzoeker bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht.

Drs. J. Brinkhoff
Drs. J. Brinkhoff is beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.

Drs. A.A.T. Wesseling
Drs. A.A.T. Wesseling is senior beleidsmedewerker bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Grensvervaging tussen interne en externe veiligheid

Achtergronden en gevolgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Trefwoorden internal security, external security, blurring boundaries
Auteurs Tom Vander Beken
SamenvattingAuteursinformatie

    Internal and external security are traditionally considered to be distinct concepts that allow police organizations and tasks to be differentiated from those of the military. Internal security is then viewed as oriented towards the maintenance of the order within a state and to be exercised against fellow citizens with a limited use of violence. External security deals with the protection of the territory and is exercised against foreign enemies, may include the use of excessive violence. In practice, however, the boundaries between these concepts and between police and military aims and tasks have become blurred. The extension of the security concept, a change in the nature of interventions on foreign territory and a shifting image of the enemy create an overlap between internal and external security issues and actors. This evolution seriously challenges the existing legal and normative frameworks that rely heavily on assumptions based on the distinction between internal and external security.


Tom Vander Beken
Prof. dr. T. (Tom) Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Correspondentieadres: Universiteitstraat 4, 9000 Gent, België. E-mail: tom.vanderbeken@ugent.be
Artikel

Bedrijfspensioenen, geregistreerd partnerschap en het Uniebeginsel van gelijke behandeling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden gelijke behandeling, seksuele geaardheid, algemeen beginsel, pensioen, directe discriminatie
Auteurs Mr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei van dit jaar oordeelde het Hof van Justitie (Grote Kamer) dat een lagere bedrijfspensioenuitkering voor geregistreerde partners van hetzelfde geslacht in vergelijking met gehuwden, een verboden discriminatie naar seksuele geaardheid kan opleveren. Het gaat om de toepassing van Kaderrichtlijn 2000/78/EG die gelijkheid in arbeid en beroep op diverse discriminatiegronden voorschrijft. Het is pas het tweede arrest over de discriminatiegrond van seksuele geaardheid. Evenals in de eerste en soortgelijke zaak Maruko,1x HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65. wordt het verschil in pensioenrechten tussen gehuwden en partners die een (Duits) geregistreerd partnerschap zijn aangegaan als een directe discriminatie aangemerkt, althans als op basis van het nationale recht deze partnerschappen vergelijkbaar zijn. Naar aanleiding van de Maruko-zaak is al opgemerkt dat het laatste lijkt te suggereren dat juist de lidstaten die behalve ongelijke pensioenrechten ook geen met het huwelijk vergelijkbare samenlevingsregeling kennen voor homo’s, hierdoor de dans ontspringen. Of deze conclusie gerechtvaardigd is, wordt in deze bijdrage nader besproken. Daarnaast wordt ingegaan op een tweede, belangwekkend aspect van dit arrest, namelijk de erkenning van het discriminatieverbod naar seksuele geaardheid als een algemeen beginsel van Unierecht. Voor leeftijdsdiscriminatie stond dit al vast op grond van Mangold en Kücükdeveci,2x Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178. maar het lijkt nu te gelden voor alle gronden uit de richtlijn. Hieronder komt de betekenis van het Uniebeginsel voor de directe afdwingbaarheid van pensioenaanspraken aan bod en voor de terugwerkende kracht daarvan, al acht het Hof van Justitie het beginsel in de onderhavige zaak, anders dan in Mangold, niet toepasselijk vóór het verstrijken van de omzettingstermijn van Richtlijn 2000/78/EG.

Noten

  • 1 HvJ EG 1 april 2008, zaak C-267/06, Tadao Maruko/Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen, Jur. 2008, p. I-1757. Zie voor besprekingen van deze zaak: A.G. Veldman, NJCM-Bulletin 2009, nr. 2, p. 192-202 en C. Waaldijk, EHRC 2008/65.

  • 2 Resp. HvJ EU 22 november 2005, zaak C-144/04, Jur. 2005, p. I-9981, JAR 2005/289 en HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Jur. 2010, p. 0000, JAR 2010/53. Zie ook H. de Waele en I. Kieft, ‘De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht’, NTER 2010/5, p.170-178.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Comparitierechters in eenzelfde zaak vergeleken: de individuele aanpak van rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden civil hearing, courts, dispute resolution, individual approach
Auteurs Silke Praagman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the way in which judges behave and communicate during hearings is increasingly being emphasized. This is related to the implementation of post-defence appearance in Dutch civil hearings (comparitie na antwoord) and a more general, albeit cautious, shift from dispute resolution, focused solely on resolving the legal aspects of a case, towards broader conflict resolution, in which other aspects of a case are considered too. This article compares how six judges managed a civil hearing of the same case. It seeks to explain the different outcomes that resulted from these judges’ hearings (i.e. settlement/judgement/referral to mediator) and seeks to identify what different ways of managing hearings imply for a possible shift from dispute resolution to conflict resolution. The empirical study found that the judges’ preparation of the case and their way of beginning and structuring the hearing were very similar; they also discussed similar subjects. Differences were found in how the judges interacted with the parties; the skills they used during hearings; how they used a specific skill; and in how they guided parties in the decision-making process about the outcome. No strong correlation emerged between a specific type of hearing management and the type of outcome selected. Interviews with the judges suggest that the explanation for the different outcomes lies partly in the judges’ personal views (on the appropriate outcome). Such beliefs influence how the judges manage a civil hearing, and indirectly the outcome of a case as well. These findings imply that for a shift from dispute resolution to conflict resolution to materialize, this will require judges to develop a common understanding of their responsibilities and to enhance their skills. They will also need to verify their assumptions more, so that the parties’ needs and the judge’s personal beliefs are better matched.


Silke Praagman
Silke Praagman heeft de VSR-scriptieprijs 2010 gewonnen. Zij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens haar studie werkte zij als junior medewerker bij het Landelijk bureau Mediation naast rechtspraak. In dit kader was zij betrokken bij onderzoek naar de verwijzingsvoorziening naar mediation en de werkwijze van rechters. Ook heeft zij tijdens het schrijven van haar scriptie als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam binnen de sector civiel gewerkt.

    Comparing an organized crime group to an ‘enterprise’ or ‘firm’ and its key persons to ‘entrepreneurs’ is only a small step to viewing its illegal activities as a business process. Yet, it took until the early 1990s before criminologists started to study the logistics of specific illegal activities. Since then, the Dutch police have adapted to thinking of organized crime in terms of criminal business processes and to erecting barriers (preferably insurmountable ones) to specific steps in these processes. Firstly, the police analyze logistical processes to find weak spots that can be targeted to hinder illegal activities most effectively, either through investigative action or by means of preventive measures. Secondly, law enforcement agencies consider such an analytical approach an attractive tool to explore the viability of involving other public or private parties in setting up barriers. The Dutch investigation authorities have used this concept successfully in the case of ecstasy production, by aiming at the small number of suppliers of particular chemicals and hardware. As regards large-scale (and indoor) cannabis cultivation, however, the approach is less fruitful, because there are no explicitly ‘vulnerable’ stages in the cultivation process. Furthermore, some of the intended barriers can be deemed rather intrusive, such as a plan to persuade banks to withdraw a mortgage if the police discover a cannabis nursery in a person's private home. This raises the question to what extent the police and the judiciary may call in other parties to help them put up barriers to illegal activities, instead of using the conventional tool of criminal investigation.


A.C.M. Spapens
Dr. Toine Spapens is als senior onderzoeker verbonden aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg. Hij is tevens lector milieucriminaliteit aan de Politieacademie te Apeldoorn.
Artikel

Samenwerking in de criminaliteitsbestrijding

Kwalitatief onderzoek naar de integrale aanpak van illegale hennepteelt

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden criminaliteitsbestrijding, hennepteelt, integrale aanpak, publiek-private samenwerking
Auteurs Marc Schuilenburg en Wytske van der Wagen
SamenvattingAuteursinformatie

    The fight against organized cannabis cultivation is an important topic within Dutch law enforcement. No longer the sole responsibility of the police, the current trend is for the police to work alongside local government, companies providing energy, housing associations and the Inland Revenue. Together they unite their strengths to deal more effectively and resolutely with the problem. Although different studies have been conducted concerning the (effectiveness of) the fight against cannabis cultivation, there is not much known regarding the way actors experience the fight from ‘within’, that is: the interactions, perceptions and transformations of agreements and premises which are enacted on the ‘molecular level’ of the cooperation. In two large Dutch cities, we have researched, on the basis of semi-structured interviews and observation, how parties implement their role within the integral fight against cannabis cultivation. The results reveal that the execution is more complex and uncontrollable than previously considered. The cooperation turns out not to be deductive, structured and ‘organized’; but rather flexible, dynamic and ‘self organizing’ in character.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Wytske van der Wagen
Wytske van der Wagen is criminologe. E-mail: wytskevdwagen@gmail.com.
Artikel

Veiligheidsarrangementen in IJburg

Over de praktijk van de besturing van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden veiligheidsarrangement, actieonderzoek, geobjectiveerde probleemanalyse, appreciative inquiry
Auteurs Hans Boutellier en Erik van Marissing
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes and judges on the development of three ‘social-safety arrangements’ in a new developed neighbourhood in the city of Amsterdam, the Netherlands. Based on different research methods, three key issues are defined: youngsters hanging around on the streets annoying residents and little children, families showing anti-social behaviour, and youngsters showing signs of criminal behaviour. Together with all responsible ‘players on the pitch’ the current policies were discussed and expanded with additional strategies. The development of these arrangements consists of four stages: an objective diagnosis of the area, a more detailed analysis to determine the most urgent social safety issues, determining all actors involved and their role in the system, and, finally, a broad discussion with all actors to determine shortcomings in the current policies and interventions. Social safety arrangements can best be regarded a research-based policy instrument that provides detailed insight in the roles and positions of all actors and helps policymakers translate this knowledge into local policies.


Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl

Erik van Marissing
Dr. Erik van Marissing is als onderzoeker werkzaam op het Verwey-Jonker Instituut, Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht. Tel. 030-2300799, e-mail: evanmarissing@verwey-jonker.nl
Artikel

Goed toezicht in ziekenhuizen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden toezicht, cliëntenrechten, governance, verantwoording, bestuur
Auteurs prof. mr. F.C.B. van Wijmen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat mag anno 2011 van de raad van toezicht van een ziekenhuis verwacht worden? Van allerlei affaires in de gezondheidszorg gedurende de laatste vijftien jaren hebben we veel kunnen leren. Voeg daarbij dat de overheid en adviesorganen hun opvattingen en eisen op het terrein van governance hebben aangescherpt. De Zorgbrede Governancecode en plannen voor nieuwe patiëntenwetgeving (Wet cliëntenrechten zorg) leveren een indrukwekkende agenda voor een eigentijdse raad van toezicht, die in kritische wisselwerking staat met de raad van bestuur, die een dynamische verbinding onderhoudt met opdrachtgevers en belanghebbenden en die als het moet krachtig en correctief kan ingrijpen.


prof. mr. F.C.B. van Wijmen
Prof. mr. F.C.B. van Wijmen is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Het effect van arbeidsmarktafwezigheid op baankansen

Een vergelijking van baankansen tussen ex-gedetineerden en werkloze toekomstig gedetineerden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2011
Trefwoorden incarceration, employment opportunities, quasi-experimental design, ex-prisoner
Auteurs Anke Ramakers, Johan van Wilsem, Maria Fleischmann e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A period of labor market absence decreases the chance to get a job. Previous research showed that labor market positions of both incarcerated and temporarily unemployed people are worse after compared to before the (forced) time out of the labor market. It remains uncertain which mechanisms cause the negative association between labor market absence and employment outcomes. In this paper we investigate whether incarceration affects the time to employment differently than regular unemployment. Using an unique quasi-experimental design we conduct event history analyses in order to estimate to what extent job opportunities differ for a group of ex-prisoners (N=1,790) and a group of unemployed future prisoners (N=266). The results show that ex-prisoners find a job more quickly than unemployed future prisoners. Possibly, training, aftercare and the prison experience (deterrence) have a positive effect in the period right after release.


Anke Ramakers
A.A.T. Ramakers, MSc is als promovendus verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden, a.a.t.ramakers@law.leidenuniv.nl.

Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is als universitair docent Criminologie verbonden aan de Universiteit Leiden, ilsem@law.leidenuniv.nl.

Maria Fleischmann
M.S. Fleischmann, MSc is als promovendus verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam, fleischmann@fsw.eur.nl.

Robert Apel
Dr. R. Apel is als universitair hoofddocent verbonden aan de School of Criminal Justice van de University at Albany, rapel@uamail.albany.edu.

Heike Goudriaan
Dr. H. Goudriaan is als onderzoeker verbonden aan de afdeling Rechtsbescherming en Veiligheid van het Centraal Bureau voor de Statistiek, h.goudriaan@cbs.nl.

Karin Beijersbergen
Drs. K.A. Beijersbergen is als promovendus verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), kbeijersbergen@nscr.nl.
Artikel

Dossier Arbeid & Recht oktober 2011

Tijdschrift Dossier Arbeid & Recht, Aflevering 10 2011
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra en Mr. B. Hoogendijk

Prof. mr. C.J. Loonstra

Mr. B. Hoogendijk
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.