Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Wetgeving en de positie van de patiënt: instrument voor verandering of terugvaloptie?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden impact of health law, evaluation of health law, patient empowerment, patient rights
Auteurs Roland Friele en Remco Coppen
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical research on the practice of ‘informed consent’ and the right of complaint of patients shows that these rights are important as guarantees for carefulness and legal certainty. However, at the same time these rights seem to have hardly any effect on the position of the patient in the daily interactions with doctors and other medical personnel. Rather, they seem to have led to a formalization of institutional relations with patients. At the same time, in practice especially hospitals seem to aim at an informal and varied way of dealing with these patient’s rights.


Roland Friele
Roland Friele is adjunct-directeur van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Hij doet onderzoek naar de sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving in de gezondheidszorg. Wetsevaluaties in de gezondheidszorg vormen de hoofdmoot.

Remco Coppen
Remco Coppen is onderzoeker bij het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg). Zijn onderzoek richt zich met name op sociaalwetenschappelijke aspecten van wet- en regelgeving. Hij is betrokken geweest bij verschillende wetsevaluaties, zoals de tweede en derde evaluatie van de Wet op de orgaandonatie, de tweede evaluatie van de Wet inzake bloedvoorziening, de evaluatie van de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet. In 2010 is hij gepromoveerd op een proefschrift over de effecten van de Wet op de orgaandonatie.

Prof. mr. J.G. Sijmons
Artikel

Steunmaatregelen voor ziekenhuizen en diensten van algemeen economisch belang: doelmatigheid niet vereist?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden Diensten van algemeen economisch belang, Altmark-criteria, Altmark-pakket, (Brussels) ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. L. Hancher en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese regels over staatssteun kunnen in het geding komen bij de financiering van openbaredienstverplichtingen zoals die bijvoorbeeld bestaan in de ziekenhuiszorg. Daarbij staat de ruimte die hiertoe aan de lidstaten wordt gelaten nog volop ter discussie, bijvoorbeeld ten aanzien van Protocol 26 van het Werkingsverdrag (Wv) betreffende de diensten van algemeen (economisch) belang. Het staatssteunregime van de EU voorziet sinds 2003 in een toets voor openbaredienstverplichtingen op basis van de voorwaarden gesteld in het Altmark-arrest.1x Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
    HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.
    Indien hieraan wordt voldaan, is geen sprake van steun maar van compensatie. Wordt aan deze toets niet voldaan dan kan vervolgens eventueel op basis van artikel 106 lid 2 Wv worden bepaald of sprake is van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) die verenigbaar is met de interne markt. Het kader dat hierbij wordt gehanteerd is het zogenoemde DAEB-pakket (ook wel: ‘Monti-pakket’) uit november 2005.2x Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005). Het belangrijkste verschil tussen de twee toetsen zit in de wijze waarop wordt omgegaan met het doelmatigheidsvereiste. De hier te bespreken beschikking van de Europese Commissie illustreert bovenstaand punt.

Noten

  • 1 Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
    HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.

  • 2 Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005).


Prof. dr. L. Hancher
Prof. dr. L. Hancher is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

Het Nederlandse voorstel voor implementatie van de gewijzigde Europese regels voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden elektronische communicatie, nieuwe Regelgevende Kader, NRF, New Regulatory Framework
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2009 is het gewijzigde Europese kader voor elektronische communicatie in werking getreden. Met twee richtlijnen worden de richtlijnen die sinds 2002 het regelgevingskader vormden, gewijzigd om beter te zijn toegesneden op de technologische en marktontwikkelingen. Een voorbeeld van een technologische ontwikkeling is het snel toegenomen gebruik van mobiele data, als gevolg van bijvoorbeeld ‘internetten’ of films bekijken via de mobiele telefoon. Om tegemoet te komen aan deze ontwikkeling is nodig dat er voldoende frequentieruimte beschikbaar is, maar ook dat wordt gewaarborgd dat gebruikers zoveel mogelijk ongeacht de aard en omvang van hun gebruik internet kunnen (blijven) gebruiken (netneutraliteit). Daarnaast betrof een van de discussiepunten bij de voorbereiding van het gewijzigde Europese kader de bescherming van gebruikers bij het afsluiten van het gebruik van internet en is het in het definitieve Europese kader op dit punt tot een compromis gekomen. Naast de wijzigingen in de richtlijnen is ook met een verordening een nieuw orgaan van Europese regelgevers onder de naam BEREC opgericht om te adviseren aan de Commissie en de nationale toezichthouders.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN Telecom te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

De gezondheid van de zorgverzekering

Een evaluatie van de Zorgverzekeringswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2010
Auteurs Mr. J.M. van der Most

Mr. J.M. van der Most
Artikel

Verscherping van het toezicht op trustkantoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden trustkantoren, verscherping, toezicht, belastingontwijking, witwassen
Auteurs Mr. M.T. van der Wulp
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet financiële markten 2010 wordt de ‘verscherping’ van het toezicht op trustkantoren ingeluid. Verkopers van rechtspersonen worden duidelijker onder het bereik van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gebracht, terwijl kantoorverhuurbedrijven die uitsluitend domicilie verlenen (eventueel met ‘receptiewerkzaamheden’) worden uitgezonderd. Op beide punten constateerde DNB een handhavingslacune, die met deze reparatiewet wordt weggenomen. In het ter consultatie voorgelegde conceptwetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2012, wordt voorts uitvoering gegeven aan de toezeggingen, gedaan in het Evaluatierapport Wtt (ministerie van Financiën, 2010), om door verscherping van het toezicht ook ‘virtuele trustkantoren’ onder het bereik van de Wtt te brengen.


Mr. M.T. van der Wulp
Mr. M.T. van der Wulp is promovendus aan de Sectie Strafrecht Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Titel 10.15 BW – IPR zee-, binnenvaart- en luchtrecht: weinig nieuws

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, zeerecht, binnenvaartrecht, luchtrecht, cognossement, goederenvervoer
Auteurs Prof. mr. M.H. Claringbould
SamenvattingAuteursinformatie

    Titel 10.15 BW is grotendeels een kopie van de Wet IPR zee- en binnenvaart (WIPRZ) uit 1993. Maar in 2009 zijn Rome I en Rome II in werking getreden; de grenslijn tussen deze ‘natte’ IPR-regeling en de verordeningen wordt scherper getrokken. Het zou mooi zijn als tijdens de parlementaire behandeling van Titel 10.15 BW alsnog aandacht wordt besteed aan enkele in deze bijdrage genoemde (detail)punten.


Prof. mr. M.H. Claringbould
Prof. mr. M.H. Claringbould is hoogleraar Zeerecht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Rotterdam.
Artikel

Een nieuwe mededingingsbevoegdheid voor de NZa?

Artikel 45 Wmg over ingrijpen in de voorwaarden en de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Wet marktordening gezondheidszorg, AMM-instrument, Contractuele voorwaarden, Europeesrechtelijke dimensie
Auteurs Mr. drs. J. Bijkerk en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel signaleren en bespreken wij een nieuwe ontwikkeling in het sectorspecifieke mededingingstoezicht op de zorg. Artikel 45 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) geeft de in 2006 opgerichte Zorgautoriteit (NZa) de bevoegdheid tot ingrijpen in de wijze van tot stand komen van overeenkomsten met betrekking tot zorg of tarieven en in de voorwaarden in die overeenkomsten met het oog op de inzichtelijkheid van zorgmarkten en/of de bevordering van de concurrentie. Tot voor kort heeft de NZa spaarzaam gebruikgemaakt van deze bevoegdheid. Onlangs heeft zij echter naast een uitgebreide toelichting op de mogelijkheden die dit instrument haar biedt een eveneens uitgebreid gemotiveerde nadere regel aangenomen die de toegang bevordert tot overeenkomsten betreffende elektronische netwerken met betrekking tot zorg. Dit is de aanleiding voor de huidige bespreking waarin naast de reikwijdte van artikel 45 Wmg ook de samenloop met de bevoegdheden van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Europeesrechtelijke dimensie aan de orde zullen komen.


Mr. drs. J. Bijkerk
Mr. drs. José Bijkerk is werkzaam bij de NZa.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij de NZa en is tevens verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. M.C. Ploem
Artikel

Voor wie of wat is systeemtoezicht zinvol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden systeemtoezicht, interne borging, zelfregulerend vermogen, risicoanalyse
Auteurs Dr. M.E. Honingh en Dr J.K. Helderman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zoektocht naar meer doeltreffende en doelmatige arrangementen van overheidstoezicht, gooit ‘systeemtoezicht’ de laatste jaren hoge ogen. Binnen de rijksoverheid en Inspectieraad heeft zich in de afgelopen jaren in korte tijd een generieke beleidstheorie van systeemtoezicht ontwikkeld. Systeemtoezicht is gepresenteerd als ware het de Haarlemmerolie waarmee kwalen behorend bij overheidstoezicht zouden kunnen worden verholpen. Maar is het dat ook? In dit artikel betogen wij aan de hand van empirisch onderzoek in een zestal sectoren dat de beleidstheorie van systeemtoezicht zoals die zich ontwikkeld heeft vooral is gestoeld op verwachtingen in plaats van op empirie.


Dr. M.E. Honingh
Dr. M.E. Honingh is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr J.K. Helderman
Dr. J.K. Helderman is universitair docent bij de opleiding Bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Maatschappelijk ondernemen en toezicht op publieke belangen in de zorg?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden toezicht NZA, maatschappelijke onderneming, herdefiniëren publiek belang
Auteurs prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorg ligt bij de NZa het toezicht op de publieke belangen. Deze toezichtfunctie staat ten onrechte onder druk. Evenmin als op de zorgverzekeringsmarkt – de ‘countervailing power’ van de zorgverleningmarkt – is voor het bewaken van publieke belangen de rechtsvorm van de ‘maatschappelijke onderneming’ nodig. In recente evaluaties van de Zorgverzekeringswet en de Wet marktordening gezondheidszorg kwam naar voren dat beide wetten nog niet de verwachtingen waarmaken, o.a. vanwege een beperkte regierol van de zorgverzekeraar, respectievelijk te weinig sturing en toezicht door de NZa richting marktwerking. Een gewijzigde, maar reeds in de wet besloten liggende taakopvatting voor minister van VWS en NZa zou de transitie over dit gevaarlijke dode punt kunnen heen tillen.


prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. Sijmons is bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat te Zwolle. j.g.sijmons@nysingh.nl
Artikel

Naar een effectief toezicht op de woningcorporaties

Balanceren tussen staat en markt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden woningcorporaties, toezicht, diensten van algemeen economisch belang, extern en intern toezicht, toezichthouder voor de corporatiesector
Auteurs mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen en D. Özmis
SamenvattingAuteursinformatie

    Woningbouwcorporaties zijn hybride organisaties die opereren op het snijvlak tussen staat en markt. Vanwege hun hybride status vallen zij tussen het wal en schip wat betreft toezicht en controle. Enerzijds vertoont het publiekrechtelijk toezicht door de minister van Wonen Wijken en Integratie en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting hiaten. Anderzijds zijn de corporaties beperkt onderhevig aan de tucht van de markt. Woningcorporaties kampen momenteel met een slecht imago dat zij hebben gekregen doordat verschillende corporaties waren betrokken bij omstreden projecten. Ook is een beeld ontstaan dat de maatschappelijke prestaties van de corporaties inzake de realisatie en verhuur van sociale woningen ondermaats zijn. Inmiddels zijn vele rapporten verschenen over het functioneren van de woningcorporaties. Een rode draad in deze rapporten is, dat het publiekrechtelijk toezicht op de corporaties niet transparant en effectief is geregeld. Bovengenoemde ontwikkelingen en de imagoschade hebben de roep om een steviger extern publiekrechtelijk toezichtkader verhevigd, niet in de laatste plaats vanuit de sector zelf. Oud-minister van der Laan heeft inmiddels voorstellen gedaan tot aanscherping van het toezicht op de corporaties, inclusief de oprichting van een nieuwe toezichthouder voor de corporatiesector. Dit artikel beziet op kritische wijze of het voorstel van de oud-minister zal bijdragen aan een transparanter en effectiever toezicht op de woningcorporaties.


mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen
Mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen is universitair hoofddocent economisch publiekrecht bij het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht. s.a.c.m.lavrijssen@uu.nl

D. Özmis
D. Özmis rondt momenteel de master Recht en onderneming af en is als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut.
Artikel

De ontwikkeling van herstelrechtelijke praktijken in Noord-Ierland

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Noord-Ierland, Jeugdsanctiesysteem, Preventie, Jeugdrecht
Auteurs Martin McAnallen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides a perspective on the development of restorative justice practice in Northern Ireland. The island of Ireland has a standing history as to the use of restorative justice. In fact, the earliest restorative form of law dates from 2000 BCE, the so-called Brehon Laws. To date, Northern Ireland features as a divided society; over the past 35 years intercommunity conflict brought devastation and heartbreak to the health of the community. Nevertheless, initial soundings were heard as to how the practice of restorative justice might be re-introduced to Northern Ireland. Already in 1989, the Probation Board indicated its intention of piloting a Victim Offender Mediation Programme. From that time, serious attempts were undertaken to implement restorative justice within the North-Irish society. Initiatives were undertaken by Republican as well as Loyalist communities, both being eager to move away from violent community based justice. Special attention was given towards juvenile crime. In 2000 this interest in restorative justice led to a commitment from the North-Irish authorities to put restorative justice matters at the heart of the criminal justice system for young offenders. As a result, in the Justice (Northern Ireland) Act 2002 the Youth Conference Service was initiated. Between 2003 and the present, Youth Conference Orders or Plans have been the most common disposals for adjudicated offenders up to eighteen years of age. The focus is on the parties resolving how the young person can make amends to the victim and what can be done to prevent further offending. All Agencies linked into the Youth Justice system recognize the special needs of young people. Recent figures show the numbers of young people going into youth custody in Northern Ireland have decreased due to the use of restorative justice models.


Martin McAnallen
Martin McAnallen is ruim 35 jaar actief geweest in het reguliere strafrecht in Noord-Ierland. Sinds halverwege de jaren tachtig was hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de mediationpraktijk in Noord-Ierland en herstelrecht. In 1992 vervulde Martin een actieve rol bij de oprichting van wat nu heet Mediation Northern Ireland. Zijn speciale aandacht ligt bij slachtoffer-daderbemiddeling en in het bijzonder Family Group Conferencing met jonge daders. Hij is een ervaren trainer en publiceert in diverse tijdschriften.

Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht VUMC/EMGO+.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht VU/VUMC/EMGO+.

Mr. dr. K. Blankman
Kees Blankman is universitair docent familie- en gezondheidsrecht VU.

dr. C.M.P.M. Hertogh
Cees Hertogh is hoogleraar ethiek van de zorg VUMC/ EMGO+.
Artikel

Financiering ziekenhuiszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 01 2010
Auteurs Mr. dr. H.E.G.M. Hermans en drs. L.A.C. Goemans
Auteursinformatie

Mr. dr. H.E.G.M. Hermans
Bert Hermans is als senior juridisch beleidsadviseur parttime werkzaam bij de NVZ vereniging van ziekenhuizen.

drs. L.A.C. Goemans
Leen Goemans is als clustermanager Zorg werkzaam bij de NVZ vereniging van ziekenhuizen.
Artikel

De invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Corporate Governance Code, maatschappelijk verantwoord ondernemen, gerechtvaardigd vertrouwen, maatschappelijke opvattingen, Bonus
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag naar de status en invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht centraal. Geschetst wordt hoe de Code in elkaar zit, wat de jongste ontwikkelingen zijn op het gebied van corporate governance en hoe veranderende maatschappelijke opvattingen daaromtrent doorwerken in de Code én het (vermogens)recht. Hoewel de Code in beginsel geen rechtens afdwingbare gedragsnormen voorschrijft, kan volgens de auteur niet gezegd worden dat de Code geen invloed heeft op het (vermogens)recht.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is universitair docent bij de afdeling Civiel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Veiligheidsbeleid: onderbouwd en effectief?

De meerwaarde van beleidstheorieën voor beleid en beleidsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Veiligheidsprogramma, Beleidstheorie, Beleidsevaluatie, Evidence-based beleid
Auteurs Peter van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    How can the use of policy theories help to improve the development and evaluation of public policy. This question is central to this contribution. In order to answer this question, an overview is made of the development of the concept policy theory and its application in The Netherlands. More specifically, the relation between the rational approach of using policy theories and the quest for evidence-based policy is made. In addition, the possibilities and risks of theory-based evaluation ex post are explored. An important issue in both policy development and policy evaluation is the quality of policy information: which evidence counts? What quality criteria should be in place? On the basis of recent research by the Netherlands Court of Audit, an assessment is made of the actual quality of the ex ante evidence-based nature and the ex post effectiveness of safety policy in The Netherlands. The article presents conclusions and perspectives on how a more theoretical underpinning of policy programmes and a good use of theory-based evaluations may contribute to public policies that are not only effective, but that are also more open to policy-oriented learning.


Peter van der Knaap
Peter van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: Peter.vanderknaap@rekenkamer.nl.
Artikel

Over (het belang van) feitenonderzoek bij de voorbereiding en evaluatie van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2010
Trefwoorden feitenonderzoek, wetgeving, voorbereiding wetgeving, evaluatie wetgeving
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw, Drs. F. F. Willemsen en Mr. W.M. de Jongste
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke feitenverzamelingen spelen bij het voorbereiden en het evalueren van beleid en wetgeving? Deze vraag wordt vanuit de beschrijving van een vijftal cases beantwoord. De voorbeelden laten zien hoe belangrijk feiten zijn bij het besluiten over beleidsinterventies en bestuurlijke maatregelen, respectievelijk bij het evalueren van beleid en wetgeving. In lijn met recente beschouwende studies over de functie van empirisch onderzoek voor juristen kan een drietal vormen van empirisch, op de vinding van feiten (en verklaringen) gericht onderzoek worden onderscheiden: het beschrijvend onderzoek, het verklarend (‘evaluatief’) onderzoek en het empirisch onderzoek, dat is gericht op het ontwerpen van (nieuwe) juridische constructies. Ten slotte worden enkele aanbevelingen voor het universitair onderwijs en de Academie voor Wetgeving gedaan.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. F.L. Leeuw is hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht en Directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie.

Drs. F. F. Willemsen
Drs. F. Willemsen is senior projectbegeleider bij het WODC.

Mr. W.M. de Jongste
Mevrouw mr. W.M. de Jongste is teamleider groot onderzoek bij het bureau Nationale ombudsman.
Artikel

Ontwikkelingen in toezicht en verantwoording bij instellingen op afstand

Een terugblik en een blik in de toekomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Verantwoording, rechtspersonen met een wettelijke taak (rwt’s), zelfstandige bestuursorganen (zbo’s), Vertrouwen
Auteurs Prof. dr. C.J. van Montfort
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan de ontwikkelingen in toezicht en verantwoording bij instellingen op afstand van de rijksoverheid centraal. Ook komt een aantal mogelijke thema’s in de nabije toekomst aan de orde zoals de spanning tussen politieke en maatschappelijke legitimatie, de plaatsbepaling en professionaliteit van raden van toezicht en verhouding tussen overheidsregulering en zelfregulering. Tot slot wordt gewaarschuwd voor het gebruik van toverwoorden zoals ‘vertrouwen’, ‘last’ of ‘wildgroei’. Zij kunnen belangrijke veranderingen versnellen én tegenhouden, maar ze maken een zakelijk op argumenten gebaseerd publiek debat soms heel lastig.


Prof. dr. C.J. van Montfort
Prof. dr. C.J. van Montfort is sectormanager PpS bij de Algemene Rekenkamer en bijzonder hoogleraar Goed bestuur bij publiek-private arrangementen aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tussentijds beroep, tussenvonnis, deelvonnis, verlof
Auteurs Mr. drs. S.M. Kingma
SamenvattingAuteursinformatie

    Over weinig procesrechtelijke onderwerpen is de afgelopen veertig jaar zo’n omvangrijke en fijnmazige jurisprudentie verschenen als over tussentijds hoger beroep en cassatieberoep tegen tussen- en deeluitspraken (tussenvonnissen, tussenbeschikkingen, deelvonnissen en deelbeschikkingen). In ‘Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken’ geeft S.M. Kingma een uitgebreid overzicht van de huidige stand van het recht en betoogt hij dat uit het uitgangspunt dat tussenuitspraken en de einduitspraak samen één geheel vormen, verdergaande consequenties te trekken zijn dan nu worden getrokken. Verder geeft hij enkele wenken voor wijzigingen van het stelsel, zoals een aanpassing van het systeem van verlening van toestemming voor tussentijds beroep en een herziening van de regeling van (tussentijds beroep van) voorlopige en niet-voorlopige voorzieningen.


Mr. drs. S.M. Kingma
Mr. drs. S.M. Kingma is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te ’s-Gravenhage.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.