Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Artikel x
Artikel

Promoveren in het arbeidsrecht – een overzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dissertaties, proefschriften, promotor, sociaal recht, proefschriftthema’s
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie wil weten welke dissertaties in Nederland op het terrein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht zijn verschenen, wacht een lange zoektocht. De verscheidene digitale bibliotheken bieden (nog) geen makkelijk doorzoekbaar, relevant overzicht. In deze bijdrage is gepoogd een dergelijk overzicht te geven. De bijdrage bevat niet alleen een lijst van de door de auteur gevonden dissertaties, maar ook informatie omtrent, onder andere, (trends in) gekozen proefschriftthema’s, aantallen dissertaties per faculteit en per decennium.


R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Perspectieven van de buiten- en binnenwacht: de institutionele opgave van de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden internal and external reputation of the courts, value identity of the judiciary, governance of the judiciary
Auteurs Suzan Verberk, Paul Frissen, Paul ´t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It is important for the Dutch judiciary to monitor how society, professional partners and litigants perceive the administration of justice. Different polls and studies provide this information. However, up until 2012 little was known about the way top-level (public and private) decision makers and opinion leaders view the functioning of the courts. This prompted the Council for the Judiciary to commission a study on the external reputation of the administration of justice. The results of this study show that there is neither reason for serious concern nor reason for complacency. Criticism was voiced with regard to the operational capacity of the courts, most notably the case processing time and the lack of technical innovation. Also, it was concluded that the judiciary should take a more proactive stance concerning external communication.A couple of months after the study on the external reputation of the courts was completed, some justices of the Court of Appeal Leeuwarden conceived the so-called ‘Manifest’. Among other things, they criticized the caseload, which in their view threatens the independence of judges. Approximately 700 judges supported the Manifest. So lack of internal support rather than lack of external support seemed to pose a problem for the judiciary. What should the judiciary’s course of action be? Whereas the reputation study points to increasing the operational capacity of the courts, the supporters of the Manifest warn that too strong a focus on output would endanger the quality of justice. These contradictory factors demand reflection on the value identity of the judiciary. In our view this requires the Council for the Judiciary to focus less on management and more on governance. For judges this requires that they, through the development of professional standards, define and refine their view on ‘good administration of justice’.


Suzan Verberk
Suzan Verberk is als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak en aldaar verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma. Het onderzoeksprogramma staat ten dienste van de vorming en de uitvoering van de strategie van de Raad en beoogt bij te dragen aan vernieuwing van de rechtspraak. Voorheen was zij werkzaam in zowel de beleidsgeoriënteerde als de wetenschappelijke onderzoekspraktijk. Van haar hand verscheen in 2011 Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak (Sdu Uitgevers).

Paul Frissen
Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Recente publicaties van zijn hand: Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (Van Gennep 2012, tweede druk 2013) en De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (Van Gennep 2013, derde druk 2013).

Paul ´t Hart
Paul ’t Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij schrijft de laatste tien jaar veel over leiderschap in politiek, bestuur en publieke organisaties. Daarnaast verricht hij veel onderzoek naar politiek-bestuurlijk crisismanagement en politiek-ambtelijke verhoudingen. Actuele publicaties zijn Understanding Prime-Ministerial Performance: Comparative Perspectives (Oxford University Press 2013) en The Oxford Handbook of Political Leadership (Oxford University Press 2014).

Stijn Sieckelinck
Stijn Sieckelinck is als sociaal- en wijsgerig-pedagogisch onderzoeker en als docent verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Van zijn hand zijn de onderzoeksrapportages Onbevoegd Gezag. Hoe burgers zelf de gezagscrisis aanpakken en Idealen op drift. Laatstgenoemd boek is een pedagogische kijk op radicalisering van jongeren, waarvan een internationale versie op dit moment wordt ontwikkeld in samenwerking met Deense en Britse onderzoekspartijen.
Artikel

Stefano Melloni: grenzen aan de nationale grondwettelijke grondrechtenbescherming bij uitvoering van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden Europees strafrecht, voorrang recht van de Unie, Hof van Justitie, Melloni, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich in de zaak Melloni uitgesproken over de door de Spaanse constitutionele rechter opgeworpen vraag of de nationale rechter in het kader van een overleveringsprocedure aan de verzoekende staat – alvorens toestemming te verlenen de betrokken persoon over te leveren –, aanvullende eisen in de sfeer van de grondrechtenbescherming mag stellen die niet in het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel staan vermeld. Deze bijdrage bespreekt de antwoorden van het Hof van Justitie op de door het Spaanse Constitutionele Hof gestelde prejudiciële vragen onder meer in het licht van de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie over de voorrang van het recht van de Unie en duidt de betekenis van deze uitspraak met name in het licht van het bepaalde in artikel 53 van het Handvest.
    HvJ EU 26 februari 2013, zaak C-399/11, S. Melloni/Ministerio Fiscal, n.n.g.
    Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (2002/584/JBZ) (verder: Kaderbesluit 2002/584) zoals gewijzigd bij Kaderbesluit 2009/299/JBZ.
    Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb. EU 2009, L 81/24.


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in de sector Strafrecht van het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Behandelingsbereidheid onder gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Behandelingsbereidheid, Deelname, Rehabilitatie, Gevangenis
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Anja Dirkzwager, Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A survey of the literature suggested that low participation rates in prison-based rehabilitation programs in The Netherlands can be explained by a lack of treatment readiness amongst rehabilitation candidates and participants. The current contribution aims to examine treatment readiness amongst detainees that have been assigned a candidate for a prison-based rehabilitation program in the Netherlands. To address these aims, data were used from the fourth wave of a research project studying the effects of imprisonment on the life of detainees in the Netherlands. Results showed that about eighty percent of treatment candidates were not treatment ready. This lack of treatment readiness amongst potential participants will no doubt influence both treatment engagement numbers, which studies have shown to be low, and quite possible treatment effectiveness. Results imply that practitioners should be aware of the absence of treatment readiness amongst a large part of their clients. Assessment and (if necessary) interventions to increase treatment readiness amongst candidates and participants seems of the utmost importance.


Anouk Bosma MSc
Anouk Bosma MSc is promovenda Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Prof. Dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Voor- en nadelen van decentralisaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalvoordelen, gemeenten, bestuurskracht, belastinggebied
Auteurs Prof. dr. N.S. Groenendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Decentralisatie van taken van de centrale overheid naar decentrale overheden maakt een belangrijk deel uit van het huidige regeringsbeleid. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre de beoogde effecten van decentralisatie (verhoogde doelmatigheid en doeltreffendheid) plausibel zijn en welke andere mogelijke voordelen decentralisatie kent. Aandacht wordt ook besteed aan de mogelijke nadelen van decentralisatie.Het decentralisatievraagstuk kent vele aspecten en geen eenduidige oplossing. Een tweetal randvoorwaarden voor ‘goede’ decentralisatie is echter wel te benoemen: (a) voldoende mogelijkheden voor op- en afschaling en (b) voldoende beleidsvrijheid bij decentrale overheden na decentralisatie. In grote lijnen lijkt het kabinetsbeleid te voldoen aan de eerste randvoorwaarde; bij het tweede aspect worden in deze bijdrage vraagtekens geplaatst, met name omdat het kabinet geen aandacht besteedt aan vereenvoudiging van de huidige bekostigingssystematiek van decentrale overheden en mogelijke uitbreiding van het decentrale belastinggebied.


Prof. dr. N.S. Groenendijk
Prof. dr. N.S. Groenendijk is hoogleraar European Economic Governance bij de Vakgroep Bestuurskunde van de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Artikel

Decentralisatie op grote schaal

Aandachtspunten en uitgangspunten voor de decentralisaties in het sociale domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, schaalproblematiek, gemeente, intergemeentelijke samenwerking, medebewind
Auteurs Mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal met welke juridische grenzen en uitgangspunten de wetgever rekening moet houden bij het op grote schaal decentraliseren van taken in het sociale domein. Hoewel de wetgever bij deze operatie een grote vrijheid heeft, en nauwelijks door juridische grenzen wordt belemmerd, dient hij met het oog op de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van de wet wel met een groot aantal aandachtspunten rekening te houden. Onder andere gaat het dan om het bieden van voldoende beleidsmatige en financiële vrijheid voor de gemeenten en het creëren van voldoende draagvlak, ook met betrekking tot de gewenste schaalgrootte. Decentralisatie betekent de acceptatie van verschillen tussen gemeenten en vraagt om een terughoudende positie van de centrale overheid, onder andere met betrekking tot het interbestuurlijk toezicht.


Mr. S.A.J. Munneke
Mr. S.A.J. Munneke is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit en programmaleider van het onderzoeksprogramma Grondrechten, regulering en de verantwoordelijke overheid, onderdeel van het VU Centre for Law and Governance.
Artikel

Decentraliseren zonder recentralisatiereflex

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2013
Trefwoorden decentralisatie, interbestuurlijke betrekkingen, sociale zekerheid, maatschappelijke ondersteuning
Auteurs J. van den Berg MSc, Mr. dr. J.H. Bosselaar en J. van der Veer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    De verwachtingen over de uitwerking van decentralisaties in het sociale domein zijn hooggespannen: efficiëntere dienstverlening, een grotere doelmatigheid en meer responsiviteit liggen in het verschiet. Maar zijn deze verwachtingen realistisch? De praktijk leert dat decentralisaties vaak worden gevolgd door recentraliserende maatregelen, waardoor de rijksoverheid de verantwoordelijkheid weer in handen neemt. Bovendien hebben gemeenten de neiging om elkaars beleid te kopiëren, in plaats van er een lokale kleur aan te geven. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij deze mechanismen en de vraag hoe hierop kan worden geanticipeerd tijdens de aanstaande decentralisatieoperaties.


J. van den Berg MSc
J. van den Berg, MSc is socioloog en was tot 1 januari 2013 verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. J.H. Bosselaar
Mr. dr. J.H. Bosselaar is onderzoeksmanager bij de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.

J. van der Veer MSc
J. van der Veer, MSc is onderzoeker/PhD-kandidaat bij de onderzoeksgroep ‘Governance of Activation’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Aanbestedingswet 2012, een terechte verdere begrenzing van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Aanbestedingswet 2012, proportionaliteit, MKB, contractsvrijheid, beperking
Auteurs Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Aanbestedingswet 2012 bevat bepalingen die leiden tot een verdergaande beperking van de contractsvrijheid voor aanbestedende diensten dan voorheen het geval was onder het Bao en Bass. In deze bijdrage zal worden ingegaan op de vraag in hoeverre deze verdergaande beperking van de contractvrijheid gerechtvaardigd is in het licht van het uitgangspunt van contractsvrijheid tussen partijen.


Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer
Mr. J.H. Hollenbeek Brouwer is werkzaam bij De Nederlandsche Bank
Artikel

De Interventiewet en de SNS-onteigening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Interventiewet, onteigening, SNS, Wft, eliminatiebeginsel
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. M.J.W. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de onteigening van SNS is de Interventiewet voor het eerst toegepast. Een goed moment om de werking en de toepassing van de Interventiewet door de ABRvS te analyseren. Het onteigeningsbesluit heeft grotendeels de (rechterlijke) kritiek doorstaan, maar de vaststelling van de schadeloosstelling moet nog plaatsvinden. De minister lijkt daarbij af te willen wijken van het zogenoemde eliminatiebeginsel, toch een beginsel van het onteigeningsrecht. De vraag is of de rechter uiteindelijk die benadering zal billijken.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en partner bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is eveneens werkzaam bij Van der Feltz te Den Haag.

Mr. H.F.M. Hofhuis
Mr. H.F.M. Hofhuis is oud-president van de rechtbanken ’s-Hertogenbosch en ’s-Gravenhage. Hij is thans rechter-plaatsvervanger in de Haagse rechtbank.
Artikel

Verkorten van de tbs-verblijfsduur: een weg uit de crisis?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden forensic care budget cuts, TBS order, treatment time, risk society, risk analysis
Auteurs M.H. Nagtegaal
SamenvattingAuteursinformatie

    The economic crisis in the Netherlands forces the Ministry of Security and Justice to cut expenses. In the forensic psychiatric sector, the main savings are expected from reducing the length of stay of forensic psychiatric patients (TBS-patients) in high security hospitals. Currently, over 70% of all TBS-patients do not reach the now set goal of successfully terminating their treatment program within eight years. The present article questions whether it is plausible that this goal will be reached. Research has shown that there are several possible measures that can be undertaken to reduce the length of stay. Examples of these are identifying subgroups of patients who take particularly long to complete their treatment and setting up interventions for those patients, reducing the focus on risks in society and in forensic practice, and the inclusion of protective factors in risk assessment. These factors may help in finding a way out of the crisis.


M.H. Nagtegaal
Dr. Marleen Nagtegaal is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Omgevingswet waterproof?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Omgevingswet, Waterwet, waterbeheer
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes en Mr. W.J. Wensink
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind februari jl. verscheen de toetsversie van de concept-Omgevingswet met bijbehorende algemene en artikelsgewijze toelichting. De auteurs bespreken en beoordelen dit voorontwerp vanuit het perspectief van het waterbeheer en de positie van de waterbeheerder. De bestaande Waterwet, waarin die beheerder nu zijn juridisch instrumentarium vindt, vormt daarbij een belangrijke toetssteen.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes is werkzaam bij de Unie van Waterschappen en het Water Governance Centre.

Mr. W.J. Wensink
Mr. W.J. (Willem) Wensink is als coördinator bestuurlijk-juridische zaken werkzaam bij de Unie van Waterschappen.
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

Zorginkoop door zorgverzekeraars en zorgkantoren: moet het verifieerbaar, transparant en non-discriminatoir?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden zorginkoop, economische machtspositie, contracteerbeleid, contractsvrijheid, aanbesteding
Auteurs Mr. H.M. den Herder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de inkoop van zorg zijn zorgverzekeraars en zorgkantoren in beginsel vrij om te bepalen met welke zorgaanbieders zij een contract willen sluiten, welke zorg zij bij hen willen inkopen en tegen welke voorwaarden. Uit de rechtspraak volgt dat de begrenzing van de contractsvrijheid wordt bepaald door twee factoren: de wijze van zorginkoop en de vraag of een zorgverzekeraar of een zorgkantoor een economische machtspositie heeft. In dit artikel wordt onderzocht welke eisen aan de zorgverzekeraars en zorgkantoren worden gesteld en of dat gelet op het mededingingsrecht terecht is.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn N.V. te ’s-Gravenhage.
Artikel

Hoe duur mag een duur geneesmiddel zijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden pakketbeheer, stand van wetenschap en praktijk, kosteneffectiviteit
Auteurs Mr. C. van Balen
SamenvattingAuteursinformatie

    Kosteneffectiviteit speelt een belangrijke rol bij beslissingen over (voorlopige) opname van geneesmiddelen in het verzekerde pakket. Uit juridisch oogpunt is dit problematisch. De omvang en inhoud van de verzekerde prestaties, waaronder de prestatie farmaceutische zorg, wordt (mede) bepaald aan de hand van de stand van de wetenschap en de praktijk. Dat betreft een medisch inhoudelijk criterium, waarbij de kosteneffectiviteit geen rol speelt. Gepleit wordt daarom voor wettelijke opname van de bij pakketbeheer te hanteren criteria en de weging van de afzonderlijke criteria.


Mr. C. van Balen
Chris van Balen was tot 1 april 2013 als advocaat werkzaam bij KBS Advocaten. De tekst is afgesloten op 8 maart 2013.
Artikel

Het advies van de rechter in de gratieprocedure levenslanggestraften

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, history of life imprisonment, pardon procedure, judicial advisement, pardon cases
Auteurs D.J.G.J. Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides an overview of the development of the prerogative of mercy. From the outset, the king (now: the Crown) is empowered with this prerogative and the judiciary is appointed as an advisory institution. The author focused on this judicial advisement in the procedure of pardon. First the different competent advisory courts are outlined. Initially, the highest court of justice was the only competent advisory body. For practical reasons the task was eventually shifted to the judge who imposed the sentence. Secondly, the impact and meaning of the advice are valued by researching sixteen pardon cases. In approximately half of the cases the judicial advisement was acknowledged by the Crown. In six of the sixteen studied pardon cases the Crown deviated from the judicial advisement in favour of the convict. According to the author, these deviations are in line with the policy of pardon of the last century.


D.J.G.J. Cornelissen
Mr. Daan Cornelissen is senior secretaris bij het Ressortsparket, vestiging Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.
Artikel

Sectorspecifiek mededingingsrecht en fusietoetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden fusietoets, aanmerkelijke marktmacht, mededinging, toezicht, sectorspecifiek
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland kent naast het algemene op Europese leest geschoeide mededingingsregime dat wordt gehandhaafd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een aantal sectorspecifieke regimes, die deels eveneens door de ACM, maar ook deels door andere toezichthouders worden gehandhaafd. Het algemene regime dat geldt ten aanzien van de mededingingsbeperkende afspraken, misbruik van economische machtsposities en fusies wordt voor een aantal sectoren aangevuld met een regime ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM), dat het mogelijk maakt om verplichtingen op te leggen teneinde mededingingsproblemen te voorkomen. Bovendien kent een aantal sectorregimes een eigen – doorgaans aanvullende – fusietoets. Deze bijdrage beschrijft het sectorspecifieke mededingingsrecht met de nadruk op de verschillende vormen van fusietoetsing en hun samenhang met het commune mededingingsregime.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Tilburg Law and Economics Center (TILEC). wsauter@nza.nl
Artikel

Inrichting van meervoudig toezicht op marktwerking

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden marktwerking, semipublieke sectoren, afbakening, algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifiek toezicht
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    In semipublieke sectoren is naast het algemene mededingingstoezicht krachtens de Mededingingswet ook sprake van aanvullend, sectorspecifiek toezicht op marktwerking. De reden daarvoor is dat de algemene mededingingsbevoegdheden niet altijd toereikend zijn om zeker te stellen dat marktwerking in deze sectoren ook daadwerkelijk het algemeen belang dient. Het AMM-instrument, dat de mogelijkheid biedt om ondernemingen die beschikken over ‘aanmerkelijke marktmacht’ ex ante te reguleren, beschermt het publieke mededingingsbelang. Sectorspecifiek fusietoezicht is gericht op de bescherming van andere publieke belangen. In deze bijdrage wordt de afbakening tussen het aanvullende toezicht en het algemene mededingingstoezicht besproken.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. loozen@bmg.eur.nl
Artikel

Schadevaststelling bij zaaksbeschadiging: volledig abstract of soms toch (een beetje) concreet?

HR 26 oktober 2012, LJN BX0357 (Reaal/Athlon)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden zaaksbeschadiging, abstracte schadevaststelling
Auteurs Mr. M. Oudenaarden
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het arrest Reaal/Athlon zal worden ingegaan op de vraag of bij de vaststelling van zaakschade altijd volledig moet worden geabstraheerd van de concrete omstandigheden van het geval, of dat er situaties denkbaar zijn waarin dergelijke omstandigheden toch van (enige) invloed kunnen zijn op het vaststellen van de schade, ook indien de aldus vastgestelde schade kleiner is dan de op abstracte wijze vastgestelde schade.


Mr. M. Oudenaarden
Mr. M. Oudenaarden is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.