Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Moordamendementen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden amendement, wetgevingsprocedure, killer amendment, moordamendement, stemgedrag, geamendeerd wetsvoorstel, volksvertegenwoordiger
Auteurs Mr. N.C. Engel en Mr. H.R. Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een moordamendement is een paradox: als in een parlement een meerderheid is voor een wetsvoorstel, terwijl een geamendeerd wetsvoorstel het Staatsblad nooit zal bereiken, waarom zou een meerderheid dan voor het amendement stemmen? Strategisch stemgedrag kan een moordamendement altijd voorkomen. Onjuiste verwachtingen over de haalbaarheid van een geamendeerd wetsvoorstel kunnen er echter toe leiden dat er niet strategisch wordt gestemd. Ook kan het gebeuren dat een politicus denkt dat hij een strategische stem tegenover zijn achterban niet zal kunnen uitleggen. In dit artikel komen onder andere voorbeelden aan de orde over abortus en over de gewetensbezwaarde trouwambtenaar, onderwerpen die heel gevoelig liggen bij de kiezer en waarover strategisch stemmen dus geen optie is voor een volksvertegenwoordiger.


Mr. N.C. Engel
Mr. N.C. Engel is werkzaam als wetgevingsjurist bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal respectievelijk het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten is werkzaam als wetgevingsjurist bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal respectievelijk het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Heeft de opneming van zorgstandaarden in een wettelijk register gevolgen voor de juridische betekenis van die standaarden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, standaarden, professionele standaard, wettelijk register
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen en standaarden van de medische beroepsgroep spelen bij het beoordelen van medische aansprakelijkheid vaak een belangrijke rol. Het Zorginstituut Nederland (ZiN) gaat een wettelijk register van dergelijke standaarden beheren. In gevallen waarin het veld dat nalaat, kan het ZiN zelf standaarden laten opstellen en deze doen opnemen in het register. De vraag is of deze nieuwe wettelijke mogelijkheden gevolgen hebben voor de juridische betekenis van standaarden en voor de juridische positie van zorgaanbieders in aansprakelijkheidszaken. Het ziet ernaar uit dat de nieuwe wetgeving vooral transparantie-effecten heeft en de juridische positie en betekenis van standaarden niet wezenlijk wijzigen.


Prof. mr. J. Legemaate
Prof. mr. J. Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht aan AMC/Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Proceskostenvergoeding bij belastingzaken uitsluitend bij ‘ernstige onzorgvuldigheid’

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2013
Trefwoorden proceskostenvergoeding, ernstige onzorgvuldigheid, bijzondere omstandigheden, belasting, bezwaar
Auteurs Mr. S.G. Kenswil
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens artikel 32a van de Algemene landsverordening Landsbelasting kan aan de belastingplichtige een kostenvergoeding worden toegekend indien de voor bezwaar vatbare beschikking waartegen hij opkomt door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is genomen door de Belastingdienst. De Curaçaose praktijk biedt vooralsnog weinig aanknopingspunten voor de invulling van het begrip ‘ernstige onzorgvuldigheid’. Naar mening van de auteur kan aansluiting gezocht worden bij de Nederlandse rechtspraak omtrent de invulling van de zware maatstaf ‘bijzondere omstandigheden’ van artikel 2, lid 3 Bpb. Volgens de Nederlandse wetsgeschiedenis kan pas sprake zijn van bijzondere omstandigheden in geval van zeer schrijnende gevallen. Het is gebleken dat de rechtspraak voor de Curaçaose forfaitaire proceskostenvergoeding de zware maatstaf aanhoudt van de Nederlandse bovenforfaitaire proceskostenvergoeding. Het aanvankelijk wetsvoorstel in Nederland dat gelijk was aan de thans geldende regeling op Curaçao, is per amendement door de Tweede Kamer aangepast naar een veel lichtere maatstaf voor toekenning van een proceskostenvergoeding. Zou het kunnen dat deze aanpassing aan de aandacht van de Curaçaose wetgever is ontsnapt?


Mr. S.G. Kenswil
Mr. S.G. Kenswil is verbonden aan KPMG Meijburg Caribbean.
Artikel

Collectieve afwikkeling van massaschade in faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden DSB, collectieve afwikkeling van massaschade, faillissement, verificatieprocedure, WCAM-procedure
Auteurs Mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het DSB-faillissement beoogt wetsvoorstel 33 126 (onder meer) de collectieve afwikkeling van massaschade in faillissement te vergemakkelijken door kort gezegd de verificatieprocedure in faillissement te vervangen door de WCAM-procedure. Naast een bespreking van de voorgestelde regeling bevat de bijdrage enkele aanbevelingen voor de wetgever.


Mr. drs. J.W.A. Biemans
Mr. drs. J.W.A. Biemans is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Een nationaal mensenrechteninstituut: door de bomen het bos weer zien?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Netherlands Human Rights Institute, protection of human rights, Equal Treatment Commission, civil society organisations, legislation
Auteurs P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    At October the 2nd, the Netherlands Human Rights Institute (NHRI) opened its doors in Utrecht. The NHRI has been established by law, which entered into force October the 1st. The object of the Institute is to protect human rights in the Netherlands and promote the observance of such rights. In order to achieve this goal, the Institute has many tasks and competences, such as advising on legislation and regulations, draft legislation and policy, conducting inquiries and investigations, reporting and making recommendations. It will also encourage the ratification, implementation and observance of treaties, guidelines and recommendations. In addition, the NHRI will collaborate with national, European and international institutions and civil society organisations engaged in the protection of one or more human rights and increase awareness and knowledge of human rights through information, teaching and publicity. Finally, the Institute will take over the present duties of the Equal Treatment Commission, namely investigating whether discrimination as referred to in the equal treatment legislation has taken or is taking place and publishing its findings on this. This will be the responsibility of a separate division of the Institute. This article describes the background of the establishment of the NHRI, elaborates the different tasks and considers what is necessary for the NHRI’s effectiveness.


P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. Paul van Sasse van Ysselt, BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam.
Artikel

College voor de rechten van de mens en constitutionele toetsing

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2012
Trefwoorden College voor de rechten van de mens, constitutionele toetsing, mensenrechten, grondrechten,, advisering
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
SamenvattingAuteursinformatie

    Kort na de zomer van 2012 treedt de Wet College voor de rechten van de mens in werking en opent het College zijn deuren. Het College krijgt tal van taken en bevoegdheden om in Nederland de rechten van de mens te beschermen, het bewustzijn ervan te vergroten en de naleving ervan te bevorderen. Eén van die taken betreft wetgevingsadvisering. In deze bijdrage wordt geanalyseerd of, en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden, het College kan bijdragen aan de versterking van de ex-ante constitutionele toetsing van conceptwetgeving. Deze vraagstelling wordt mede geplaatst in het kader van de (internationale) achtergrond van het College en het belang van constitutionele dialoog.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voormalig verbindingsofficier bij het EU Grondrechtenagentschap en gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam. paul.sasse@minbzk.nl
Artikel

Voorbereiden van wetgeving: legislative manoeuvres in the dark

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden beleidsvoorbereiding, wetgevingsproces, uitvoerbaarheid, transparantie
Auteurs Mr. C. Riezebos en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 heeft het kabinet besloten tot invoering van het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK), een instrument om het proces van beleidsvorming en wetgeving te ondersteunen. De auteurs gaan in deze bijdrage in op de vraag wat het IAK daadwerkelijk zal bijdragen aan een transparante afweging van verschillende variabelen in de interdepartementale voorbereiding van beleid en wetgeving, en daarmee aan de kwaliteit daarvan. Ook gaan zij in op de vraag in hoeverre het IAK daarin verschilt van andere instrumenten en procedures op het gebied van ex-ante-evaluatie van beleid en wetgeving die sinds midden jaren negentig de revue passeerden. Zij focussen daarbij op het aspect uitvoerbaarheid: welke invloed heeft het IAK op de relatie tussen beleidsmakers en wetgevers enerzijds en uitvoeringsorganisaties anderzijds, waar schiet het nog tekort en hoe kunnen leemtes in die relatie (verder) worden ingevuld?


Mr. C. Riezebos
Mr. C. Riezebos is senior adviseur bij BMC. keesriezebos@bmc.nl

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat. mariette.lokin@planet.nl
Artikel

De subsidiariteitstoets: analyse, ervaringen en aanbevelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden subsidiariteit, Europa, parlementen, ontvankelijkheid
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een juridische en empirische analyse van enkele aspecten van de subsidiariteitscontrole van Europese wetsvoorstellen zoals zij door nationale parlementen wordt uitgevoerd. De bijdrage concentreert zich op de ontvankelijkheidscriteria die voor opinies van nationale parlementen gelden en de wetgevingsbeginselen die in deze opinies behandeld kunnen worden, en stelt manieren voor om de strekking van de toets ten gunste van de parlementen lichtelijk uit te breiden zonder daarmee de tekst van de Europese verdragen te schenden.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Ph. Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl

    This contribution examines how the Directive 2008/52/EC of the European Parliament and of the Council of 21 May 2008 on certain aspects of mediation in civil and commercial matters is transposed in various member states of the European Union, or how the discussion about the transposition is conducted or is still ongoing in some countries. The following seven countries are examined: Belgium, the Netherlands, Luxemburg, England, France, Germany and Austria.


Herman Verbist
Prof. dr. mr. Herman Verbist is gastprofessor aan de Universiteit Gent, advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, voormalig adviseur bij het Internationaal Hof van Arbitrage van de ICC, erkend bemiddelaar en voormalig plaatsvervangend lid van de Bijzondere Commissie voor Burgerlijke en Handelszaken van de Federale Bemiddelingscommissie in België.
Artikel

Consensuswetgeving: een bijzonder concept

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2010
Trefwoorden consensusrijkswet, artikel 38 van het Statuut, onderlinge regeling, Antillenproject, staatkundige hervorming
Auteurs Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juli 2010 stemde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in met tien voorstellen van rijkswet die verband houden met de staatkundige hervorming van het Koninkrijk. Vijf van die voorstellen zijn gebaseerd op artikel 38 lid 2 van het Statuut. Deze grondslag betekent dat het gaat om onderlinge regelingen tussen landen in het Koninkrijk die worden vastgesteld bij rijkswet. Rijkswetten die zijn gebaseerd op genoemde Statuutsbepaling worden ook wel aangeduid als consensusrijkswetten, omdat over deze wetgeving overeenstemming moet bestaan tussen de betrokken landen. In deze bijdrage gaat de auteur op basis van de opgedane ervaringen bij de ambtelijke voorbereiding en tijdens de parlementaire behandeling in op een aantal procedurele en algemene aspecten van de figuur van consensusrijkswetgeving.


Mw. mr. drs. A.G. van Dijk
Mw. mr. drs. A.G. van Dijk is hoofd van de sector Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Strafrecht voor civilisten: de verbetering van de mogelijkheid om schade via het strafrecht te verhalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, schadevergoedingsmaatregel, BOS-Schade, belang voegingsprocedure
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene die schade heeft geleden door een strafbaar feit kan zich met zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. De strafrechter doet dan, gelijk met de strafzaak, uitspraak over de schadevergoeding. Dit voegen als benadeelde partij zal vanaf 1 januari 2011 een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan. Op deze datum zal de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking treden.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

Nationale parlementen en Europese wetgeving

De Staten-Generaal als de Raad van State van Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden nationale parlementen, Europese wetgeving, subsidiariteit, wetgevingsproces
Auteurs Dr. mr. Ph. Kiiver
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de empirische praktijk blijkt dat het Nederlandse parlement in het kader van de Europese subsidiariteitscontrole een functie uitoefent die sterk lijkt op de rol van de Raad van State binnen Nederland. Het parlement geeft een wetgevingsadvies dat voor de Europese instellingen weliswaar niet absoluut bindend is, maar waarop zij verplicht zijn om te wachten voordat zij het wetgevingsproces voortzetten. Bezwaren van nationale parlementen kunnen weliswaar niet tot amendement of intrekking van een Europees wetsvoorstel verplichten, maar kunnen een hermotivering uitlokken.


Dr. mr. Ph. Kiiver
Dr. mr. Philipp Kiiver is universitair hoofddocent Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit Maastricht/Montesquieu Instituut Maastricht. philipp.kiiver@maastrichtuniversity.nl

J.M. van der Most

J.A. Bovenberg

Mr. drs. Aart Hendriks

Prof. mr E.H. Hondius
Artikel

Nieuwe regels voor schuldsanering van natuurlijke personen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2007
Trefwoorden voorstel van wet, schuldeiser, schuldsanering, goede trouw, schuld, schuldsaneringsregeling, schuldenaar, verzoekschrift, hardheidsclausule, voorlopige voorziening
Auteurs G.H. Lankhorst

G.H. Lankhorst
Artikel

Op weg naar één Europese bv?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden SPE, Societas Europaea Privata, Europese besloten vennootschap, Verordening inzake Europese BV, Statuut voor een Europese bv
Auteurs Mr. J. Oostenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    Oostenbrink bespreekt in zijn bijdrage het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening van de raad betreffende het Statuut van de Europese besloten vennootschap (Societas Europaea) en het door de Europese Parlement gewijzigde voorstel, in het licht van de huidige besloten vennootschap en de Flex-bv. Hij is van mening dat de Societas Europaea gebaat is bij meer uniforme regelgeving die zo veel mogelijk door de verordening zelf en niet door het nationale recht dient te worden uitgelegd.


Mr. J. Oostenbrink
Mr. J. Oostenbrink is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen LLP.
Artikel

Bestuursrecht op de BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES, Awb, WarBES, bestuursprocesrecht
Auteurs Mr. L. Ling Ket On en Prof. mr. N. Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal vooralsnog niet gelden op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES). Indien op de BES een Nederlandse wet wordt uitgevoerd door Europees-Nederlandse bestuursorganen, bepaalt de desbetreffende wet zelf in hoeverre de Awb van toepassing zal zijn. Wat de rechtsbescherming betreft, zal voor de BES de Wet administratieve rechtspraak BES gelden die nagenoeg gelijkluidend is aan de Landsverordening administratieve rechtspraak. Beroep wordt ingesteld bij het Hof van Justitie. Naarmate meer en ingrijpender Nederlandse wetten op de BES gaan gelden, zal invoering van de Awb onvermijdelijk zijn. Geleidelijke invoering van de Awb verdient de voorkeur.


Mr. L. Ling Ket On
Mr. L. Ling Ket On is raadadviseur bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en nauw betrokken bij de wetgeving voor de nieuwe structuur van het Koninkrijk.

Prof. mr. N. Verheij
Prof. mr. N. Verheij is coördinerend raadadviseur bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.