Zoekresultaat: 65 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Artikel x
Artikel

De rechtsmacht van de rechter en het toepasselijke recht op de EU-behandelingsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid, toepasselijk recht, rechtsmacht rechter
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten die in een Belgische kliniek een (cosmetische) geneeskundige behandeling ondergaan, zijn niet langer een uitzondering. Net als in Nederland kunnen in België fouten worden gemaakt, kan de patiënt schade lijden en kunnen zich geschillen voordoen. Gewoontegetrouw zal de Nederlandse patiënt zich in zo’n geval tot de Nederlandse rechter wenden. Maar is dit wel de juiste weg en is het Nederlandse recht eigenlijk wel van toepassing? In de onderhavige bijdrage wordt op deze vragen antwoord gegeven aan de hand van een analyse van de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening. Na een tussenconclusie wordt voorts bezien of de typering van de behandelingsovereenkomst als een consumentenovereenkomst of afspraken tussen arts en patiënt kunnen leiden tot de toepassing van ander recht.


Mr. R.P. Wijne
Mr. R.P. Wijne is auteur van het proefschrift Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade, dat zij op 12 september 2013 heeft verdedigd. Wijne is voorts docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij de medische tuchtcolleges en medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten te Eindhoven.
Artikel

Access_open De levensbeschouwelijke identiteit van de ongebonden geestelijk verzorger

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden spiritualiteit,, geestelijke verzorging, gezondheidszorg, ambtelijke binding
Auteurs Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Spiritual assistance to people in an institute, was of old a task of churches and religious or philosophical communities. In the intramural health care more and more health care chaplains are working, the position of which is based only on an appointment of the management and not at the same time on a mission of a church or comparable community. This is experienced as a problem, because there is no supervision on the qualities of these health care chaplains. Therefore a committee recently proposed to establish a Council for Independent Spirituality, who tests the qualification and the competence of unattached health care chaplains and take care of their work.


Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries is onderzoeker aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Kampen. vries.jpde@tiscali.nl.

    Starting in 2015, Dutch municipalities will have complete administrative responsibility for all types of youth care on the continuum of preventive child education programs to youth probation and re-entry aftercare. In the process of this so called ‘youth care transition’, the use of available and valid scientific knowledge about effective reduction of juvenile crime (distilled from What Works, desistance focused studies and forensic pedagogy) seems to be suppressed by the administrative and procedural concerns that municipalities are now facing. In this article, these concerns are discussed and some solutions are presented.


Dr. Bas Vogelvang
Dr. Bas Vogelvang is lector Reclassering en Veiligheidsbeleid bij het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool en expertadviseur bij Van Montfoort.
Artikel

De hybride positie van de inrichtingsarts: gevangen tussen patiënt en directie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Inrichtingsarts, Detentie, Medische zorg, Dwangmaatregelen
Auteurs Mr. Drs. Marjan Groenouwe
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the complicated position of Dutch prison doctors. They not only act as a patient’s personal doctor, but they also have to verify that a prisoner is fit to undergo punishment and they can even be asked by the authorities to carry out involuntary body searches. This can raise serious ethical concerns and cause harm to the doctor-patient relationship. I have tried to determine in what situations the duty to care for their patients conflicts with considerations of prison management.


Mr. Drs. Marjan Groenouwe
Mr. drs. Marjan Groenouwe is junior universitair docent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Vluchtelingen, humanitaire hulp en conflict: de Karen National Union in Birma

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Burma, Karen, Conflict, Refugees, Humanitarian aid
Auteurs Jelmer Brouwer MSc en Dr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we describe how and why the Karen National Union (KNU) has profited from international refugee camps and humanitarian aid in Thailand after they had been largely defeated in Burma. By assuming leadership positions in the refugee and camp committees, they have been able to maintain their specific ideology in the camps. Because humanitarian aid to these refugee camps was much higher than to victims and organizations in Burma itself, international donors and NGOs have disproportionately supported the KNU.


Jelmer Brouwer MSc
Jelmer Brouwer MSc is promovendus Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Joris van Wijk
Dr. Joris van Wijk is universitair hoofddocent Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Een herstelgerichte benadering van delinquenten met een psychische stoornis

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden resocialisatie, psychisch gestoorde delinquenten, herstelrecht, actieve verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. dr. Frans Koenraadt en Mr. dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Today’s risk based criminal justice policy leaves but little room to tune sentencing decisions to the individual offender’s mental capacities. As a result, sanctioning has become one-sided, being directed towards retribution. However, in the long run such a non-reciprocal concept of sanctioning, implying a denial of the need to facilitate rehabilitation, weakens the social fabric. Moreover, it holds a denial of citizenship towards (mentally ill) offenders. For the past decades, restorative justice has offered alternative solutions to deal with delinquency. Using informal procedures, taking into account peculiarities of the case, including the offender’s mental capacities, offenders are invited to take accountability for wrongful acts. A similar approach has been introduced within the field of mental health services, including the sector of the forensic mental health care. In response to the popular social biological model, a model of restorative treatment has been introduced, implying treatment to be directed towards reintegration, requiring active participation of the patient/offender. Bearing in mind the communalities between both models, we explore the potential of such a restorative citizenship based approach to better the integration of mentally disturbed offenders.


Prof. dr. Frans Koenraadt
Prof. dr. Frans Koenraadt is hoogleraar Forensische psychologie en psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur in het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en bij de FPK te Assen.

Mr. dr. Renée Kool
Mr. dr. Renée Kool is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het slachtoffer centraal?

Opinie ten aanzien van slachtofferrechten in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden opinie over slachtofferrechten, slachtofferrechten in Nederland, attitudes, willingness to pay
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers, Sanne van Parera en Lieke Popelier
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the current study is to provide insight in the support for victim rights among Dutch citizens. Although it is generally assumed that the Dutch public supports these rights, empirical research into this topic appears to be scarce. The opinion with regard to four victim rights was established in two ways. Firstly, respondents were asked about their attitudes and, secondly, about their willingness to pay extra taxes for those rights. Respondents’ attitudes concerning the victim rights in this study appear to be positive; their willingness to pay, however, is low. Findings indicate the importance of combining conventional attitude questions with alternative methods (such as questions about willingness to pay) when studying public preferences and opinions.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Sanne van Parera
Sanne van Parera was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Lieke Popelier
Lieke Popelier was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

    Sinds de inwerkingtreding van de Wubhv mag de inspecteur op grond van drie wetten patiëntendossiers inzien. De zorgaanbieder moet weten waar de grenzen van die bevoegdheid liggen in verband met zijn eigen beroepsgeheim. Voor de IGZ geldt hetzelfde, maar zij wordt nog voor een andere vraag gesteld. Namelijk wat zij mag doen met de verkregen vertrouwelijke gegevens. Uit een arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2013 blijkt dat het verschil maakt dat sprake is van een afgeleide geheimhoudingsplicht. Een wettelijke regeling van gebruik van patiëntengegevens is wenselijk.


Mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

Het beroepsgeheim van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringsarts, ziekteverzuimbegeleiding
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook voor bedrijfs- en verzekeringsartsen geldt het beroepsgeheim, zij het dat dat bij hen beperkingen kent in verband met de aard van hun functie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de achtergrond van dat beroepsgeheim en op de uitwerking ervan in wetgeving, rechtspraak en zelfregulering. Geconcludeerd wordt dat daarbij een redelijk evenwicht is gevonden tussen de vertrouwelijkheid van medische gegevens en de belangen van werkgever en socialeverzekeringsinstelling. Wel blijft vanwege de rechtszekerheid nadere wettelijke regeling gewenst.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam en adviseur van Rutgers & Posch advocaten.
Artikel

Principes van klokkenluiden: de benadering van de Raad van Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Council of Europe, whistleblowing, legal improvements, Recommendation Council of Europe, basic principles of whistleblowing
Auteurs P. Stephenson en M. Levi
SamenvattingAuteursinformatie

    National governments have adopted a variety of approaches to the protection of whistleblowers. This article refers to examples in Slovenia, the United Kingdom and the United States of America, and ongoing work in Ireland, the Netherlands and Serbia. It is not always clear what would count as success, but none of the existing laws appears to have wholly achieved its aims. The Council of Europe aims to establish some common ground in Europe by drafting a Recommendation which will establish principles on which Member States should draft laws and establish systems. This article considers the work done so far on the draft Recommendation, discusses some of the most important and problematic aspects, and suggests improvements.


P. Stephenson
Paul Stephenson is oud-functionaris van het ministerie van Justitie (Verenigd Koninkrijk) en deskundige op het gebied van anticorruptie.

M. Levi
Prof. Michael Levi is hoogleraar Criminologie aan de Universiteit van Cardiff.
Artikel

Waarom komen minder vrouwelijke dan mannelijke arbeidsmigranten naar Nederland?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2013
Trefwoorden labour migration, female labour migrants, gender patterns, labour migration policy, social network theory
Auteurs L.J.J. Wijkhuijs en R.P.W. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1995 the influx of labour migrants in the Netherlands has increased steadily from over 10.000 in 1995 to around 47.000 in 2011. As a consequence, from 2007, searching a job is the main migration motive of non-Dutch immigrants to migrate to the Netherlands. On average, one third of all labour migrants were women. Explanations for the fact that a minority of the labour migrants coming to the Netherlands are women can be derived from the literature. Possible reasons are gender patterns (in the Netherlands and/or the countries of origin) and differences in the personal networks of men and women. In addition, the Dutch labour migration policy, and in particular the conditions applying to labour migrants (in terms of education and employment sector) as well as the restriction on the right of family members of labour migrants to work in the Netherlands, may limit the influx of female labour migrants.


L.J.J. Wijkhuijs
Dr. Vina Wijkhuijs is als senior onderzoeker/adviseur werkzaam bij het Instituut Fysieke Veiligheid.

R.P.W. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als onderzoeker verbonden aan het WODC.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Ruimte voor strategie

De relatie tussen toezicht en media nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Media, Medialogica, Percepties
Auteurs Dr. Martijn van der Steen, Prof. dr. Erik-Hans Klijn, Prof. dr. Mark van Twist e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de relatie tussen toezicht en de media. De auteurs zetten in dit artikel rond dit thema twee stappen. De eerste stap is dat ze de relatie tussen media en toezicht bezien voorbij het vaak gevestigde beeld van de problematische medialogica, die het toezicht – en het beleid – vooral in de weg zit. In de tweede stap betogen ze hetzelfde, maar dan meer empirisch. Hun onderzoek geeft inzicht in de percepties van professionals uit het toezicht over media.


Dr. Martijn van der Steen
Dr. M. (Martijn) van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Prof. dr. Erik-Hans Klijn
Prof. dr. E.H. (Erik-Hans) Klijn is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Prof. dr. Mark van Twist
Prof. dr. M.J.W. (Mark) van Twist is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en is decaan van de NSOB.

Arno van Wijk
A. (Arno) van Wijk (MSc) is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Drs. Jorren Scherpenisse
Drs. J. (Jorren) Scherpenisse is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.
Artikel

Autoriteit in beeld

Over toezichthouders en medialogica in het nieuws

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Media, Medialogica
Auteurs Thomas Schillemans en Sandra Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Publieke organisaties staan van oudsher bekend als nieuwsmijdende organisaties. Ze voeren belangrijke publieke taken uit met een soms grote invloed op de samenleving, maar ze opereren relatief onzichtbaar achter gekozen politici die voor hen het woord voeren en op grond van bureaucratische routines en wettelijke regelingen.
    De analyse in dit artikel is erop gericht om aan de hand van voorlopige inzichten uit empirisch onderzoek te bekijken in welke mate de zorgen over de rol van de media in bestuur en toezicht gerechtvaardigd zijn en om kansen voor toezichthouders door medialogica te identificeren.
    Als men de conclusies op zich beziet, valt op dat de analyse op één cruciaal punt na, meer redenen voor geruststelling dan bezorgdheid biedt. Medialogica werkt, uitgaande van de sombere verwachtingen in een deel van de literatuur, vaker positief dan negatief uit voor toezichthouders.


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).

Sandra Jacobs
S.H.J. Jacobs MSc is universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Corporate Communication.
Toont 1 - 20 van 65 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.