Zoekresultaat: 89 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Illegale pesticiden en voedselcriminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2014
Trefwoorden illegal pesticides, organized crime, counterfeit, parallel trading arrangements, food crime
Auteurs Ch.I. Sambrook
SamenvattingAuteursinformatie

    Counterfeiting is a major worldwide crime problem and one with demonstrable links to organized criminality. The production and distribution of fake plant protection products is no exception, the proliferation of such products within the European Union owing much to the abuse of parallel trading arrangements and the high profit, low risk opportunity it presents to organized crime groups. It is also a particularly insidious crime; these chemicals are untested and unapproved for use and they pose a serious economic, environmental and human health threat. Of particular concern is the potential for residues from illegal pesticides to persist in harvested crops to then be found in foodstuffs. It is argued that this should be regarded as a food crime.


Ch.I. Sambrook
Christopher Ian Sambrook, MSc is ruraal criminoloog. Hij is als onderzoeker verbonden aan de Harper Adams University in Shropshire in het Verenigd Koninkrijk. Hij is tevens technisch adviseur van het Thames Valley Police Operation Silo Initiative, gericht op het vergaren van inlichtingen over deze specifieke vorm van fraude en met name de mogelijke banden met de georganiseerde misdaad. E-mail: csambrook@harper-adams.ac.uk.
Artikel

Kwetsbaarheid voor voedselfraude in de vleessector

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2014
Trefwoorden food fraud, meat sector, melamine scandal, adulterants, food analysing techniques
Auteurs S. van Ruth en W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Food fraud is as old as mankind but has advanced in the last decades. Fraud regarding the gross composition of food has progressed in the direction of the addition of unconventional adulterants. Furthermore, consumers are more and more interested in how and where their foods are produced and pay price premiums for organic foods, fair trade, animal welfare considering, and sustainable food products. Since these products are very similar to their conventional counterparts in terms of composition, they provide an additional challenge. The knowledge regarding occurrence, type of meat fraud, causes and damage caused to the sector is limited. There is a need for extensive identification of the vulnerabilities and criminogenic factors. These insights offer leads for detection and prevention. The article deals with a first step into the inventory of these vulnerabilities and factors affecting meat fraud, by assessing fraud risks related to products, companies and the meat supply chain.


S. van Ruth
Prof. dr. ir. Saskia van Ruth is als hoogleraar Voedselauthenticiteit verbonden aan de Food Quality and Design Group en het Rikilt – Instituut voor Voedselveiligheid van de Universiteit Wageningen.

W. Huisman
Prof. dr. mr. Wim Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

    Victims of violent crime who suffer from posttraumatic stress disorder (PTSD) can request financial compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). Problematic with this is that PTSD is amenable for malingering. Malingering involves the invention or exaggeration of psychological symptoms or the attribution of such symptoms to wrong causes. If malingered PTSD remains undetected, the VOCF will run the risk of compensating damages which do not exist. The literature suggests that malingering can be detected by focusing on extreme scores on symptom screeners. The results of the current study, however, seem to suggest that this may not be an adequate strategy.


Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

De technologie van toegang tot het recht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden dispute resolution technology, acces to justice, ODR, justice innovation, e-Justice
Auteurs J.H. Verdonschot
SamenvattingAuteursinformatie

    Current trends in the delivery of legal services create the opportunity to develop a new generation of access to justice platforms. On the basis of two examples, the author illustrates how this can work. M-Sheria is a technology-based access to justice service that serves the poor in Kenya. It combines state of the art information technology (USSD, SMS, internet) and human technology (community paralegals and pro bono advocates) to help slum dwellers solve their legal problems. Rechtwijzer 2.0 is an internet-based platform that provides online human and technology-facilitated support to people with a legal problem in the Netherlands. These examples show how processes and professionals can be innovated to facilitate dispute resolution in delivering information and interventions just in time.


J.H. Verdonschot
Mr. dr. Jin Ho Verdonschot is werkzaam als dispute resolution technology advisor bij HiiL Innovating Justice.
Artikel

Access_open What Makes Age Discrimination Special? A Philosophical Look at the ECJ Case Law

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2014
Trefwoorden age discrimination, intergenerational justice, complete-life view, statistical discrimination, anti-discrimination law
Auteurs Axel Gosseries
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper provides an account of what makes age discrimination special, going through a set of possible justifications. In the end, it turns out that a full understanding of the specialness of age-based differential treatment requires that we consider together the ‘reliable proxy,’ the ‘complete-life neutrality,’ the ‘sequence efficiency’ and the ‘affirmative egalitarian’ accounts. Depending on the specific age criteria, all four accounts may apply or only some of them. This is the first key message of this paper. The second message of the paper has to do with the age group/birth cohort distinction. All measures that have a differential impact on different cohorts also tend to have a differential impact on various age groups during the transition. The paper points at the practical implications of anti-age-discrimination law for differential treatment between birth cohorts. The whole argument is confronted all along with ECJ cases.


Axel Gosseries
Axel Gosseries is a permanent research fellow at the Belgian FRS-FNRS and a Professor at the University of Louvain (UCL, Belgium) where he is based at the Hoover Chair in Economic and Social Ethics.
Artikel

Verzet of collaboratie? Hoe de strijd tegen genocide kan bijdragen aan genocide

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Rwanda, genocide against the Tutsi, denial, politics of genocide
Auteurs Roland Moerland
SamenvattingAuteursinformatie

    The politization of the concept of genocide by Western states has been severely criticised, because it has led to an impunity for genocidal crimes. In certain instances however, such criticism has contributed to the dynamic of victimization, instead of resisting it. The article discusses how Professor Edward S. Herman and journalist David Peterson’s staunch criticism of the politics of genocide amounts to a brazen denial of the genocide against the Tutsi which recycles much of the extremist discourse of the former Rwandan authorities that were implicated in genocide. In this case Herman and Peterson’s resistance against the politics of genocide has profound implications, several of which the article will address.


Roland Moerland
Mr. Roland Moerland is als docent en onderzoeker verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. E-mail: roland.moerland@ maastrichtuniversity.nl
Artikel

Beoordeling ziekenhuisfusies door ACM: staat de consument wel echt centraal?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden ziekenhuisfusie, ACM, Mededingingswet, rechtmatigheidsvereisten
Auteurs Edith Loozen, Marco Varkevisser en Erik Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse ziekenhuissector consolideert in rap tempo. Onder meer omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) tot op heden alle ziekenhuisfusies goedkeurt. In dit artikel wordt aan de hand van een recent goedkeuringsbesluit, dat exemplarisch is voor de huidige toepassingspraktijk, uiteengezet dat de wijze waarop ACM ziekenhuisfusies beoordeelt niet aan de rechtmatigheidsvereisten van artikel 41 lid 2 Mw voldoet.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Marco Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Erik Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Enige Europeesrechtelijke aspecten van schaliegaswinning

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Schaliegaswinning, milieueffectrapportage, aanpassing MER richtlijn, gebruik chemicaliën, REACH Verordening
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande MER-Richtlijn dient zo te worden uitgelegd dat schaliegasprojecten m.e.r.-plichtig zijn, maar dat gebeurt in de praktijk niet. Milieueffectbeoordeling moet daarom expliciet verplicht worden gesteld via de momenteel aanhangige wijzigingsvoorstellen. Wat betreft het gebruik van chemicaliën vormt de REACH Verordening de basis voor evaluatie van gevolgen voor mens en milieu, maar ontbreekt informatie over schaliegaswinning waardoor ook hier aanpassingen wenselijk zijn. Eind 2013 komt er een voorstel van de Commissie dat deze en andere aspecten van schaliegaswinning zou moeten omvatten om mens en milieu beter te beschermen en gelijke uitgangsposities voor concurrenten te scheppen in de EU.
    Vindplaats nog invullen


Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. (Wybe) Douma is senior onderzoeker Europees Recht bij het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag en docent Internationaal Milieurecht aan de Haagse Hogeschool.
Artikel

Access_open Empirical Facts: A Rationale for Expanding Lawyers’ Methodological Expertise

Tijdschrift Law and Method, 2013
Trefwoorden empirical facts, research methods, legal education, social facts
Auteurs Terry Hutchinson
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the importance of the social evidence base in relation to the development of the law. It argues that there is a need for those lawyers who play a part in law reform (legislators and those involved in the law reform process) and for those who play a part in formulating policy-based common law rules (judges and practitioners) to know more about how facts are established in the social sciences. It argues that lawyers need sufficient knowledge and skills in order to be able to critically assess the facts and evidence base when examining new legislation and also when preparing, arguing and determining the outcomes of legal disputes. For this reason the article argues that lawyers need enhanced training in empirical methodologies in order to function effectively in modern legal contexts.


Terry Hutchinson
Terry Hutchinson is Associate Professor, Law School at QUT Faculty of Law.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Pot, crack en Obama’s ‘third way’

Liberalisering van drugsbeleid in de Verenigde Staten?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs I. Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay describes the most important recent events in the field of American drugs legislation covering the liberalization of cannabis policies in several states as well as the reduction of penalties for the possession of crack at the federal level. These developments are situated in a broader context of a complicated and big country with plenty of room for extreme moral views and a very punitive justice policy that targets Blacks and Latino’s much more than the white middle class. The disproportionate impact of the punitive drugs legislation is an important driving force behind the trend towards liberalization, next to the high costs of maintaining an overcrowded prison system.


I. Haen Marshall
Ineke Haen Marshall, PhD is Professor bij het Department of Sociology & Anthropology and School of Criminology and Criminal Justice van de Northeastern University in Boston.
Artikel

Een ommekeer in de Amerikaanse strafrechtpleging?

De inzet van alternatieve rechtspraakprogramma’s ter bestrijding van overbevolkte gevangenissen in Texas

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs M. Bachmann, P. Kinkade en B. Smith-Bachmann
SamenvattingAuteursinformatie

    This article introduces and evaluates three different specialty court programs that are being enacted in a large Texas county to locally fight the growing tide of unsustainably high incarceration rates that is sweeping the United States. The study provides a brief description of the general dilemma of the American criminal justice system that, as a result of the widespread fear of crime and a mainstream news arena that favors grossly simplistic sound-byte-compatible get-tough policies, has become so immensely punitive and overburdening on public budgets that it is de facto no longer sustainable and in desperate need of immediate change. Faced with a situation of political stalemate on state and federal levels, county judges in Texas and other states are taking it upon themselves to bring about change in their local jurisdictions. Through newly designed specialty courts models, they seek to divert special-needs offenders away from the default incarceration track. The article evaluates the overall effectiveness of these new sentencing alternatives and identifies specific areas that need further improvement.


M. Bachmann
Michael Bachmann, PhD is als assistant professor verbonden aan het Department of Criminal Justice van de Texas Christian University.

P. Kinkade
Patrick Kinkade, PhD is associate professor aan het Department of Criminal Justice van de Texas Christian University.

B. Smith-Bachmann
Brittany Smith-Bachmann is als lecturer verbonden aan de afdeling Strafrecht van de Texas Christian University.
Artikel

Burgerparticipatie in het omgevingsrecht

Zet de regulering – nu en in de Omgevingswet – aan tot het instellen van bezwaar en beroep?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden participatie, Omgevingswet, Tracéwet, verkenning
Auteurs mr. drs. C. de Brauw, mr. dr. M. van Amstel-van Saane en Prof. dr. Tj. de Cock Buning
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken burgerparticipatie bij ruimtelijke besluitvorming. Daarbij wordt aandacht besteed aan de achtergrond van burgerparticipatie, de vorderingen die in recente wetgeving zijn gemaakt en de toekomst van burgerparticipatie in de Omgevingswet. Vanuit sociaalwetenschappelijk oogpunt wordt betoogd dat de wettelijke verankering in afdeling 3.4 Awb onvoldoende is. Burgerparticipatie is pas effectief als daadwerkelijk invloed ontstaat bij de participanten worden geactiveerd om deel te nemen en de mogelijkheid krijgen om het beslissingsproces te beïnvloeden.


mr. drs. C. de Brauw
Claar de Brauw is junior onderzoeker bij het Athena Instituut VU Amsterdam en advocaat bij Vos en Vennoten Advocaten te Haarlem.

mr. dr. M. van Amstel-van Saane
Mariette van Amstel-van Saane is assistent professor aan het Athena Instituut van de VU en tevens senior adviseur sociaal maatschappelijk ondernemen bij Schuttelaar en Partners in Den Haag.

Prof. dr. Tj. de Cock Buning
Tjard de Cock Buning is professor ethiek in de aard- en levenswetenschappen bij het Athena Instituut, VU.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Artikel

Psychische klachten bij mannelijke gedetineerden

Prevalentie en risicofactoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2013
Trefwoorden mental health, prisoners, deprivation model, longitudinal
Auteurs Anne Brons MSc, Dr. Anja Dirkzwager, Drs. Karin Beijersbergen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This study examined the prevalence and predictors of male inmates’ mental health problems. Data were used from the Prison Project, a longitudinal study in which 824 prisoners were surveyed twice (three weeks and three months after arrival in prison). Compared with the general population, inmates reported significantly more psychological problems. Except for depressive symptoms, inmates’ mental health problems decreased over time. After controlling for prior mental health problems and a number of import factors, we found that those who shared a cell in the first weeks of their imprisonment and held more positive judgments regarding daytime activities and the relationships with staff, reported fewer psychological problems after three months. Those who were verbally abused by prison staff during their first weeks in prison reported more psychological problems after three months.


Anne Brons MSc
M.D. Brons, MSc was ten tijde van het schrijven van dit artikel masterstudent bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Drs. Karin Beijersbergen
Drs. K.A. Beijersbergen is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Epidemiologische inzichten in het effect van letselschadeafwikkeling op herstel en de zoektocht naar mogelijkheden voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afwikkelingsproces, beleving van slachtoffer, herstel, re-integratie, communicatie
Auteurs Dr. N.A. Elbers en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage doet verslag van een multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar herstelbelemmerende factoren van de schadeafwikkeling en een experiment met een website om de schadeafwikkeling te verbeteren door empowerment van het slachtoffer. Een volledig verslag is te vinden in het proefschrift van N.A. Elbers, Empowerment of injured claimants. Investigating claim factors, procedural justice and e-health, 2013.


Dr. N.A. Elbers
Mevrouw dr. N.A. Elbers is psycholoog en onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Naar een nieuw EU-investeringsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden directe buitenlandse investeringen, investeringsbescherming, Transitieverordening, investeringsarbitrage, gemeenschappelijke handelspolitiek
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, Mr. drs. I. Elfilali, Mr. J.M. Luycks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Verdrag van Lissabon zijn de directe buitenlandse investeringen onderdeel geworden van de exclusieve competentie van de Europese Unie op het gebied van handelspolitiek (art. 207 VWEU). Dit heeft tot gevolg dat de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten van de lidstaten een onderdeel zijn geworden van de gemeenschappelijke handelspolitiek en daarmee de bevoegdheid van de EU. In dat verband is een nieuwe verordening in werking getreden die de gang van zaken ten aanzien van bestaande en nog door lidstaten te sluiten bilaterale verdragen regelt. Een belangrijk aspect van het nieuwe Europese investeringsbeleid is de invloed die de Europese Commissie bij toekomstige investeringsgeschillen zal kunnen uitoefenen. Dit kan praktische en juridische gevolgen hebben zowel voor de lidstaten, als voor investeerders.Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen – Pb. EU 2012, L 351/40 (Verordening 2012/1219/EU).


Dr. jur. N. Lavranos
Dr. jur. N. Lavranos is senior adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Mr. drs. I. Elfilali
Mr. drs I. Elfilali is senior juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken.

Mr. J.M. Luycks
Mr. J.M. Luycks is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP.

Mr. R. Niesink
Mr. R. Niesink is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel van de auteurs geschreven.

Lucas Lixinski
Lecturer, University of New South Wales (Sydney, Australia); PhD in Law, European University Institute (Florence, Italy).
Toont 1 - 20 van 89 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.