Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

M.e.r.: Omgevingswetinstrument bij uitstek!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden m.e.r., toetsversie Omgevingswet, toepassingsbereik, alternatieven
Auteurs mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het hoofdstuk milieueffectenrapportage uit de toetsversie van de Omgevingswet. Daarbij wordt gereageerd op de bijdrage van Soppe, Gundelach en Witbreuk in TO 2, 2013. Volgens de auteur sluit de m.e.r. goed aan bij de beoogde integraliteit van de instrumenten in de Omgevingswet. Voor de flexibiliteit in instrumenten ligt dit mogelijk complexer. Verder worden het voorgestelde open toepassingsbereik van de regeling, de verplichting alternatieven te onderzoeken en de beoordeling voorafgaand aan de planm.e.r. besproken.


mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
Gijs Hoevenaars is werkzaam als jurist/werkgroepsecretaris van de Commissie voor de m.e.r. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.

    Policies within forensic psychiatry can be characterized by the on-going search for balance between the interests of stakeholders. These interests vary in a lot of cases. The interest of society, the patient and the professional differs within a complex framework of political, ethical and juridical guidelines and scientific evidence. These differences are illustrated from a management’s point of view by describing the treatment issues in regard to forensic psychiatric inpatients with substance abuse disorders. Treatment policies on drug use during treatment balance between treatment guidelines and restrictive measures. These restrictions have to be adjusted to the necessary treatment programmes for developing new pro social lifestyles. The treatment policy on relapse and leave should balance between patient needs and the needs of society. The result of this interesting but also challenging and complex quest depends on the sensitivity of stakeholders for the interests of the others.


E. Bulten
Dr. Erik Bulten is als hoofd Diagnostiek, onderzoek en opleiding verbonden aan de FPC Pompestichting te Nijmegen.

J. Groeneweg
Ir. Joke Groeneweg is algemeen directeur van de FPC Pompestichting te Nijmegen.
Artikel

En weer een moderniseringsslag ... Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem?

Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Omgevingswet, milieueffectenrapport, project-m.e.r., plan-m.e.r.
Auteurs Mr. dr. M.A.A. Soppe, Mr. J. Gundelach en Mr. drs. H. Witbreuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de toetsversie van februari 2013 beoordelen de auteurs de opname van de m.e.r.-regelgeving in het voorstel voor de nieuwe Omgevingswet. Het wetsvoorstel wordt vergeleken met de bestaande nationale en Europese regelgeving en het voorstel van de Commissie tot wijziging van de m.e.r.-richtlijn. Zowel het toepassingsbereik als de inhoud van de plan- en project-m.e.r. komt aan bod.


Mr. dr. M.A.A. Soppe
Mr. dr. M.A.A. (Marcel) Soppe is werkzaam als advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo (www.soppegw.nl).

Mr. J. Gundelach
Mevrouw mr. J. (Jade) Gundelach is werkzaam als advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo (www.soppegw.nl).

Mr. drs. H. Witbreuk
Mr. drs. H. (Heino) Witbreuk is werkzaam als advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo (www.soppegw.nl).
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

Actieve verantwoordelijkheid in het strafrecht

Naar een brede opvatting van ‘recht doen’

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden retrospective responsibility, prospective responsibility, virtues, therapeutic jurisprudence, rehabilitation
Auteurs B.A.M. van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminal justice is oriented at retrospective responsibility: examining whether the defendant is guilty and imposing a punishment that fits the crime. In this article it is argued that prospective responsibility needs more attention: taking responsibility. We have to remind the offender of his obligations: pay his debt, repair the harm done, work to change his behaviour and enhancing his situation. We should also take account of the interests and needs of the persons concerned. It is also argued that stimulating active responsibility should take place within the logics of ‘doing justice’. Criminal justice cannot respond to the imperatives of care, well-being and problem-solving.


B.A.M. van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Crimmigratie en de morele economie van illegale vreemdelingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden illegal immigrants, crimmigration, moral economy, exploitation
Auteurs Prof. dr. Richard Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal stay in the Netherlands is increasingly criminalized through new measurements and adaptations of the Aliens Law. In order to understand the incorporation of illegal immigrants in this restrictive political context, the ‘moral economy’ is introduced as a concept referring to the norms and expectations regarding justice and reciprocity that serve as guidelines for daily illegal live. This process of crimmigration minimalizes the opportunities of illegal immigrants and as an unintended consequence will push the illegal immigrants further towards charity, informal labour or crime. Paradoxically, illegal immigrants will become more vulnerable for exploitation instead of returning home as was intended.


Prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is hoogleraar Mobiliteit, Toezicht en Criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.
Artikel

Voorstellen voor verbetering van het wetsvoorstel natuurbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Wet natuurbescherming, soortenbescherming, gebiedsbescherming, intrinsieke waarde natuur
Auteurs Mr. H.M. Dotinga, Mr. E.E. Meijer en Mr. S. Scheerens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel voor de Wet natuurbescherming beoogt één overkoepelende regeling te bieden voor het Nederlandse natuurbeschermingsrecht. Daarbij is als uitgangspunt gekozen dat de bestaande regelgeving versoberd moet worden en dat aansluiting moet worden gezocht bij de Europese regelgeving. In deze kritische bijdrage bespreken de auteurs het wetsvoorstel, de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de bestaande regelgeving, mogelijke conflicten met Europees en internationaal recht, benoemen ze gemiste kansen en geven ze mogelijke alternatieven voor het wetsvoorstel.


Mr. H.M. Dotinga
Mr. H.M. (Harm) Dotinga is senior jurist bij Vogelbescherming Nederland en universitair docent bij het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Mr. E.E. Meijer
Mr. E.E. (Ernestine) Meijer was ten tijde van het schrijven van deze bijdrage zelfstandig juridisch adviseur voor onder meer Natuurmonumenten.

Mr. S. Scheerens
Mr. S. (Sytske) Scheerens heeft als stagiaire meegewerkt aan het opstellen van alternatieve voorstellen voor een nieuwe Wet natuurbescherming namens een groot aantal samenwerkende Nederlandse natuur-, landschaps- en dierenwelzijnsorganisaties.
Artikel

Access_open Belediging van de islam en geweld tegen de openbare orde

Kanttekeningen bij de rechtstoepassing van artikel 137c lid 1 Wetboek van Strafrecht in het eindvonnis van het strafproces tegen G. Wilders

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Auteurs Hans Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 the Dutch Parliamentarian Geert Wilders was acquitted of group defamation pursuant to article 137c of the Penal Code. The court ruled that the qualification ‘concerning a group of people because of their religion’ had not been fulfilled because Wilders had spoken about the religion of Islam but not about people. This recent juridical shortcut has various foundational problems in semantics and jurisprudence. In view of the impact that defamation of religion can have via the modern media, violent disturbance of public order should be reintroduced as a ground of liability.


Hans Rutten
J.A.G.M. Rutten is bachelor of Laws, research master Theologie en master Wijsbegeerte. hru@xs4all.nl
Artikel

Forward to the Past: de territoriale exploitatie van uitzendrechten na het arrest Premier League

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden voorwaardelijke toegang, vrij verkeer van diensten, absolute gebiedsbescherming, auteursrecht, mededeling aan het publiek
Auteurs Mr. H.M.H. Speyaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Premier League van het HvJ EU komen alle denkbare aspecten van de IE-rechtelijke en technische bescherming van territoriaal geëxploiteerde uitzendrechten aan bod. Daarbij wordt de lezer meegenomen op een reis terug in de tijd, naar golden oldies als Consten/Grundig, Codidel I en Coditel II. Het arrest kan belangrijke gevolgen hebben voor het exploitatiemodel voor uitzendingen van supranationaal belang, zoals opnames van sportevenementen (EK’s en WK’s, Olympische Spelen of, zoals hier, betaald voetbal wedstrijden), films of televisieseries.


Mr. H.M.H. Speyaert
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en vaste medewerker van NTER.
Artikel

Voorbereiden van wetgeving: legislative manoeuvres in the dark

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden beleidsvoorbereiding, wetgevingsproces, uitvoerbaarheid, transparantie
Auteurs Mr. C. Riezebos en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 heeft het kabinet besloten tot invoering van het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK), een instrument om het proces van beleidsvorming en wetgeving te ondersteunen. De auteurs gaan in deze bijdrage in op de vraag wat het IAK daadwerkelijk zal bijdragen aan een transparante afweging van verschillende variabelen in de interdepartementale voorbereiding van beleid en wetgeving, en daarmee aan de kwaliteit daarvan. Ook gaan zij in op de vraag in hoeverre het IAK daarin verschilt van andere instrumenten en procedures op het gebied van ex-ante-evaluatie van beleid en wetgeving die sinds midden jaren negentig de revue passeerden. Zij focussen daarbij op het aspect uitvoerbaarheid: welke invloed heeft het IAK op de relatie tussen beleidsmakers en wetgevers enerzijds en uitvoeringsorganisaties anderzijds, waar schiet het nog tekort en hoe kunnen leemtes in die relatie (verder) worden ingevuld?


Mr. C. Riezebos
Mr. C. Riezebos is senior adviseur bij BMC. keesriezebos@bmc.nl

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat. mariette.lokin@planet.nl
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Interbestuurlijk toezicht ‘nieuwe stijl’ een stap dichterbij: voorlopig nog dubbel toezicht op gemeentelijke planologische besluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht (IBT), reactieve aanwijzing (RA), beroep, schorsing en vernietiging, indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, toezichthouder, bestuursorgaan
Auteurs Mr. dr. H.J. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de betekenis van het in mei 2010 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) voor het toezicht door Rijk en provincies op gemeentelijke planologische besluiten. Met de Wrgt worden een herijking en revitalisering van klassieke toezichtinstrumenten uit de Provincie- en Gemeentewet beoogd, namelijk het schorsings- en vernietigingsrecht en de indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Deze gemeentelijke planologische besluiten betreffen bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen en projectuitvoeringsbesluiten. In afwijking van de uitgangspunten van het wetsvoorstel blijft voorlopig nog dubbel toezicht – dus van Rijk en provincies – op deze gemeentelijke planologische besluiten bestaan. Daarbij hebben de toezichthouders van Rijk en provincie de beschikking over een specifiek toezichtinstrument, namelijk de reactieve aanwijzing. Bovendien kunnen deze toezichthouders beroep bij de bestuursrechter instellen als alternatief voor het geven van een reactieve aanwijzing. Het is echter de vraag of een provinciale toezichthouder ook van dat beroepsrecht gebruik kan maken wanneer het een gemeentelijk planologisch besluit betreft voor een project dat valt onder de Crisis- en herstelwet. Artikel 1.4 Chw lijkt aan het instellen van beroep in de weg te staan. De vraag is hoe deze instrumenten zich verhouden tot het generieke schorsings- en vernietigingsrecht en op welke wijze toezichthouders met deze instrumenten zouden moeten omgaan. Ook wordt stilgestaan bij de vraag welke toezichthouder bevoegd is tot indeplaatsstelling over te gaan wanneer een gemeentebestuur in verzuim blijft tijdig een bestemmingsplan te actualiseren en er dus sprake is van taakverwaarlozing.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Bestuur en Juridische Zaken van de provincie Utrecht en voorzitter van de redactie van TO.
Artikel

Kritische uitingen over individuele zorgverleners op het internet: waar ligt de grens?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden internetuitlating, publicatie van persoonsgegevens, vrije meningsuiting, eer en goede naam
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    De door artikel 10 EVRM beschermde vrije meningsuiting biedt patiënten(organisaties) de ruimte zich vrijelijk uit te laten over hun ervaringen binnen de zorg(verlening). Dit uitgangspunt geldt ook voor (kritische) internetpublicaties over het handelen van individuele zorgverleners. Hieraan zijn, gelet op de rechtspraak van het EHRM, wel grenzen te stellen. Heeft de uitlating bovenal een grievend karakter of gaat het om een zware beschuldiging die niet door feiten wordt onderbouwd, dan is de kans reëel dat deze – in de ogen van de rechter – een inbreuk vormt op het recht van de zorgverlener in zijn eer, goede naam en reputatie te worden beschermd.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC.

prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.
Artikel

Na de Wet Bopz

Aandachtspunten voor een regeling van psychiatrische dwang

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2006
Auteurs T.P. Widdershoven

T.P. Widdershoven

E. Plomp
Artikel

De herziene Groepsvrijstelling en richtsnoeren verticale beperkingen: never change a winning team?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden herziene Groepsvrijstelling, richtsnoeren verticale beperkingen, onlineverkooprestricties, Hardcore restricties
Auteurs Mr. S.J.H. Evans
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die momenteel onderhandelen over het aangaan van een verticale overeenkomst zijn gewaarschuwd: op 1 juni a.s. treedt Verordening (EG) nr. 330/2010 betreffende de toepassing van artikel 101 lid 3 VWEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (de ‘nieuwe Groepsvrijstelling’) in werking. Bestaande verticale overeenkomsten dienen binnen één jaar aan de nieuwe regels te worden aangepast. Ook dit keer gaat de Groepsvrijstelling gepaard met richtsnoeren die ondernemingen dienen te helpen bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van door hen aangegane verticale overeenkomsten. Op basis van haar ervaring en de opmerkingen van belanghebbenden achtte de Commissie een fundamentele wijziging van de bestaande Groepsvrijstelling niet noodzakelijk: never change a winning team. Of deze veronderstelling terecht is, zal hierna worden nagegaan.


Mr. S.J.H. Evans
Mr. S.J.H. Evans is werkzaam bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht) en is tevens werkzaam als professional support lawyer bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De nieuwe groepsvrijstelling verticale beperkingen – een bescheiden stap vooruit

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden groepsvrijstelling verticale beperkingen, wijzigingsvoorstel, Verordening (EU) nr. 330/2010
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In het novembernummer van 2009 van dit tijdschrift bespraken wij de voorstellen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2790/ 1999 en de daarbij behorende richtsnoeren die de Commissie in juli 2009 bekend maakte. Inmiddels heeft de Commissie op 20 april van dit jaar de definitieve tekst van de nieuwe verordening, Verordening (EU) nr. 330/2010, alsmede de aangepaste richtsnoeren, vastgesteld. De nieuwe regeling treedt op 1 juni 2010 in werking en zal tot 31 mei 2022 van kracht blijven. Voor overeenkomsten die ingevolge Verordening (EG) nr. 2790/1999 op 31 mei 2010 vrijgesteld zijn van het verbod van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maar niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de nieuwe verordening, geldt een overgangstermijn van een jaar.In deze bijdrage staan wij summier stil bij de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Commissievoorstellen van juli 2009. Voor een uitgebreidere bespreking van de aanpassingen van de verordening en richtsnoeren verwijzen wij de lezer graag naar onze eerdere bijdrage.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.
Artikel

Veiligheidsbeleid: onderbouwd en effectief?

De meerwaarde van beleidstheorieën voor beleid en beleidsevaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Veiligheidsprogramma, Beleidstheorie, Beleidsevaluatie, Evidence-based beleid
Auteurs Peter van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    How can the use of policy theories help to improve the development and evaluation of public policy. This question is central to this contribution. In order to answer this question, an overview is made of the development of the concept policy theory and its application in The Netherlands. More specifically, the relation between the rational approach of using policy theories and the quest for evidence-based policy is made. In addition, the possibilities and risks of theory-based evaluation ex post are explored. An important issue in both policy development and policy evaluation is the quality of policy information: which evidence counts? What quality criteria should be in place? On the basis of recent research by the Netherlands Court of Audit, an assessment is made of the actual quality of the ex ante evidence-based nature and the ex post effectiveness of safety policy in The Netherlands. The article presents conclusions and perspectives on how a more theoretical underpinning of policy programmes and a good use of theory-based evaluations may contribute to public policies that are not only effective, but that are also more open to policy-oriented learning.


Peter van der Knaap
Peter van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. E-mail: Peter.vanderknaap@rekenkamer.nl.
Artikel

Sinterklaasbrief over mogelijke wijzigingen in de vennootschapsbelasting

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2010
Trefwoorden renteaftrekbeperking, vaste inrichting, verliesverrekening, consultatiedocument, Sinterklaasbrief
Auteurs Mr. R.E. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de stand van zaken met betrekking tot mogelijke maatregelen in de vennootschapsbelasting, zoals voorgesteld door staatssecretaris De Jager van Financiën in zijn Sinterklaasbrief van 5 december 2009.


Mr. R.E. de Vries
Mr. R.E. de Vries is werkzaam bij Allen & Overy te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.