Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Artikel x

    In een bestek van enkele maanden hebben verschillende Europese rechterlijke instanties een aantal belangrijke arresten gewezen over kortingsregelingen en exclusiviteitsovereenkomsten die worden gehanteerd door een onderneming met een machtspositie. Naast een arrest van het Hof van Justitie in een ‘gewone’ administratieve hoger beroepsprocedure tegen een besluit van de Commissie (Tomra1x HvJ EU19 april 2012, zaak C-549/10 P, Prokent/Tomra, n.n.g. ), betreft dit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA-Hof) (Posten Norge2x EVA-Hof 18 april 2012, E-15/10, Posten Norge/Toezichthoudende Autoriteit EVA. ) en een arrest van het Hof van Justitie in een prejudiciële procedure (Post Danmark3x HvJ EU 27 maart 2012, zaak C-209/10, Post Danmark, n.n.g. ). Dit artikel zal allereerst een samenvatting geven van de verschillende arresten. Vervolgens zullen de arresten kort worden becommentarieerd.

Noten

  • 1 HvJ EU19 april 2012, zaak C-549/10 P, Prokent/Tomra, n.n.g.

  • 2 EVA-Hof 18 april 2012, E-15/10, Posten Norge/Toezichthoudende Autoriteit EVA.

  • 3 HvJ EU 27 maart 2012, zaak C-209/10, Post Danmark, n.n.g.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Belastingplan 2013: de beoogde versterking van het bodemvoorrecht van de fiscus

Juridische en economische implicaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden bodemvoorrecht fiscus, stil pandrecht, eigendomsvoorbehoud, bodemverhuur, Pauliana, Invorderingswet 1990
Auteurs Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Als gevolg van een voorgenomen aanpassing van de Invorderingswet 1990 in het kader van het Belastingplan 2013 worden de rechten van financiers met een stil pandrecht en eigendomsvoorbehoud ondergeschikt gemaakt aan het bodemvoorrecht van de fiscus. Met het oog op de te verwachten juridische en economische implicaties pleit de auteur voor opschorting en heroverweging van de voorgestelde aanpassing.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is als bedrijfsjurist werkzaam voor ING Bank.
Artikel

Mediation in zakelijke geschillen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2012
Trefwoorden mediation, procederen, ADR, geschiloplossing, procesrecht
Auteurs Mr. P. van der Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de voordelen die mediation heeft in – met name – zakelijke geschillen. Door de implementatie van de Richtlijn betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken worden enkele bezwaren om niet voor mediation te kiezen weggenomen. En voor zakelijke geschillen kan mediation bovendien kostenbesparend werken. Tot slot behandelt de auteur kort het concept deal-mediation.


Mr. P. van der Veld
Mr. P. van der Veld is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

    Deze bijdrage bespreekt de remedies uit het GEKR die de koper bij niet-nakoming door de verkoper ten dienste staan. Bezien wordt of de regeling met betrekking tot de remedies vergeleken met het Nederlands recht voordelen kan opleveren voor de koper of de verkoper. Vooral de aandacht verdienen de nakoming, de schadevergoeding en de ontbinding, maar ook zal worden stilgestaan bij enkele algemene punten met betrekking tot de uitoefening van remedies, zoals de klachtplicht. De conclusie luidt dat koper en verkoper allebei geen duidelijke redenen hebben om voor het GEKR te kiezen wat de regeling van de remedies betreft.


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is wetenschappelijk onderzoeker en docent bij de sectie Burgerlijk Recht, Erasmus School of Law.

Prof. dr. A. De Boeck
Prof. dr. A. De Boeck is hoofddocent privaatrecht aan de Hogeschool-Universiteit Brussel, docent aan de Universiteit Antwerpen en geaffilieerd onderzoeker aan de KU Leuven.

Prof. mr. C.E.C. Jansen
Prof. mr. C.E.C. Jansen is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar privaatrechtelijk bouwrecht aan de Universiteit van Tilburg en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof ’s-Hertogenbosch. De auteur dankt mw. mr. A.T.M. van den Borne voor haar opmerkingen bij een conceptversie van dit artikel. Het artikel is afgesloten op 11 april 2012.

    Misstanden in handelsketens van Nederlandse multinationals lijken aan de orde van de dag. Dit artikel onderzoekt de inhoud en (juridische) vorm van maatregelen die veertien Nederlandse ondernemingen nemen om dergelijke situaties te voorkomen en hun MVO-beleid in hun handelsketen af te dwingen. De maatregelen kunnen worden onderverdeeld in inhoudelijk zwakke, gematigde en sterke maatregelen. Voorts blijkt dat genomen maatregelen veelal geschaard worden onder de noemer ‘gedragscodes’, terwijl die maatregelen in de praktijk in de meeste gevallen contractueel verbindend gemaakt worden en dus eerder kwalificeren als ‘algemene voorwaarden’. Tot slot worden enkele aanknopingspunten voor verder onderzoek naar aansprakelijkheid van bedrijven besproken.


A.L. Vytopil LLB MA MSc
Louise Vytopil LLB MA MSc is universitair docent en promovenda bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, e mail: a.l.vytopil@uu.nl. Haar promotieonderzoek heeft als titel: Contractuele controle in de handelsketen; over gedragscodes, contracten en (het vermijden van) aansprakelijkheid.
Artikel

(Uit)eindelijk een optioneel instrument voor Europees contractenrecht

De conceptverordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europees contractenrecht, optioneel instrument, consumentenrecht, kooprecht, wetgeving
Auteurs Dr. C. Jeloschek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met haar voorstel voor een verordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht presenteert de Commissie een autonoom regime van contracten(koop)recht. Dit is een volledig geharmoniseerde set aan regels die bij grensoverschrijdende transacties in plaats van nationale (contracten)rechten kan worden gekozen. Deze bijdrage schetst de reikwijdte van dit voorstel en onderzoekt de toegevoegde waarde ervan. Hoewel deze verordening als een mijlpaal in de ontwikkeling van het Europese consumentenrecht kan worden gezien, is niet zonder meer duidelijk dat de consument hier ook echt beter van wordt. Zo plaatst de auteur enkele kritische kanttekening wat betreft de toepassing en de effecten van dit instrument in de (rechts)praktijk.


Dr. C. Jeloschek
Dr. C. Jeloschek is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

De regresvordering in de Nederlandse financieringspraktijk na het arrest ASR Verzekeringen/Achmea

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden regres, toekomstige vordering, hoofdelijkheid, ontstaan regresvordering
Auteurs Prof. mr. R.M. Wibier
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat het arrest ASR Verzekeringen/Achmea (HR 6 april 2012, LJN BU3784), waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de regresvordering op grond van art. 6:10 lid 2 BW ‘pas ontstaat indien de hoofdelijk verbonden schuldenaar de schuld voldoet voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat’, betekent voor de financieringspraktijk.


Prof. mr. R.M. Wibier
Prof. mr. R.M. Wibier is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg en advocaat in Amsterdam. E-mail: r.m.wibier@uvt.nl.
Artikel

Onrechtmatigheid in de relatie aandeelhouder-crediteur

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden art. 6:162 BW, aandeelhoudersaansprakelijkheid, bijzondere zorgplicht, doorbraak van aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.W.H. van den Heuvel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een aandeelhouder kan op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk zijn voor de schade van de crediteuren van de vennootschap in wier kapitaal hij aandelen houdt. Hierbij gaat het meestal om aanzienlijke bedragen. Het is voor hem dan ook belangrijk om te weten onder welke omstandigheden hij het risico loopt onrechtmatig te handelen tegenover de crediteuren. Deze bijdrage zet een aantal van die omstandigheden op een rij.


Mr. M.W.H. van den Heuvel
Mr. M.W.H. van den Heuvel is advocaat bij Allen & Overy te
Artikel

Gunstbetoon en medische hulpmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Gedragscode Medische Hulpmiddelen, gunstbetoon, medische hulpmiddelen, zelfregulering, reclame
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgeving voor medische hulpmiddelen bevat – in tegenstelling tot de wetgeving voor geneesmiddelen – nauwelijks bepalingen over reclame en in het geheel geen bepalingen over financiële relaties (gunstbetoon) tussen leveranciers van hulpmiddelen en zorgprofessionals, waaronder artsen. Met ingang van 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen in werking getreden. Deze gedragscode bindt de leden van zes koepelorganisaties van fabrikanten/leveranciers van medische hulpmiddelen en stelt onder meer voorwaarden aan het geven van geschenken, financiële ondersteuning bij (deelname aan) bijeenkomsten, betaling voor dienstverlening en sponsoring. De Gedragscode gaat uit van wederkerigheid (wat leveranciers niet mogen aanbieden, mogen zorgprofessionals ook niet aannemen). Zorgprofessionals zullen formeel echter pas aan de Gedragscode gebonden zijn indien zij deze ook als zodanig hebben onderschreven.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin. Marie-Hélène Schutjens is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Wezenlijke wijzigingen na Europese aanbesteding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden aanbestedingsrecht, wezenlijke wijziging, Pressetext, GPA, modernisering aanbestedingsrichtlijnen
Auteurs Prof. mr. J.M. Hebly en Mr. P. Heijnsbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op het leerstuk van de ‘wezenlijke wijziging’. Wordt een Europees aanbestede overeenkomst wezenlijk gewijzigd, dan is sprake van een nieuwe opdracht die (mogelijk) wederom Europees moet worden aanbesteed. Auteurs behandelen het relevante Europese aanbestedingsrecht met daarbij korte uitstapjes naar internationale regelingen. Vervolgens signaleren zij enkele praktisch relevante punten waarop thans rechtsonzekerheid bestaat; voor die punten worden aanbevelingen gedaan.


Prof. mr. J.M. Hebly
Prof. mr. J.M. Hebly is advocaat bij Houthoff Buruma en tevens hoogleraar Bouw- en aanbestedingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. P. Heijnsbroek
Mr. P. Heijnsbroek is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Technologie en wetgeving in cyberspace: verstandshuwelijk of innige relatie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden ICT, technoregulering, privacy
Auteurs Prof. mr. dr. M. Hildebrandt, Prof. dr. R.E. Leenes en Mr. M.H.A.F. Lokin
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een schets gegeven van de ontwikkelingen in cyberspace, ofwel de informatiegestuurde samenleving, en de wijze waarop de rechtsstaat daar een plaats in kan en moet krijgen. De auteurs benaderen dit vraagstuk vanuit twee invalshoeken, namelijk die van ‘juridische bescherming by design’ en die van ‘(computer)code as regulation’. De eerste invalshoek betreft de vraag hoe fundamentele waarden en grondrechten kunnen worden geborgd door ze een herkenbare en afdwingbare plaats te geven in de ICT-infrastructuren die ons dagelijks leven inmiddels beheersen. De tweede betreft de vraag hoe technologie ons de norm kan stellen, en welke randvoorwaarden daar noodzakelijkerwijs bij vervuld moeten worden om te zorgen dat de techniek niet met het recht op de loop gaat.Dit stelt de wetgever voor nieuwe uitdagingen. Meer geschreven regels zijn niet voldoende om de technologische ontwikkelingen in goede banen te leiden. Het vergt dat juristen en architecten daadwerkelijk elkaars werelden gaan delen, in het proces van ontwerp van zowel de regels als de systemen waarin deze een plaats moeten krijgen.


Prof. mr. dr. M. Hildebrandt
Prof. dr. mr. M. Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan het Institute of Computing and Information Sciences (iCIS) van de Radboud Universiteit Nijmegen, universitair hoofddocent Rechtstheorie aan de Erasmus School of Law Rotterdam en Senior Researcher bij het Centre for Law Science Technology and Society van de Vrije Universiteit Brussel. hildebrandt@law.eur.nl

Prof. dr. R.E. Leenes
Prof. dr. R.E. Leenes is hoogleraar regulering door technologie aan de Universiteit van Tilburg.

Mr. M.H.A.F. Lokin
Mr. M.H.A.F. Lokin is juridisch adviseur bij het DG Belastingdienst en redacteur van RegelMaat.mariette.lokin@planet.nl
Artikel

Hoe passen overeenkomsten met het oog op duurzaamheid binnen de rechtstreeks werkende uitzondering van het karteltoezicht?

Interpretatie uitzonderingscriteria door NMa voor samenwerking in verband met duurzaamheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden kartelverbod, duurzaam, uitzonderingscriteria, samenwerken, NMa
Auteurs N. Rosenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Er heerst onzekerheid bij Nederlandse ondernemingen die willen samenwerken met het oog op duurzaamheid. Zij stuiten bij de self-assessment van het kartelverbod van het mededingingstoezicht op onvoldoende duidelijkheid over de invulling van de uitzonderingscriteria van artikel 6 lid 3 Mw. De NMa houdt mededingingstoezicht op de naleving van bedrijven van onder andere het kartelverbod op de Nederlandse markt. Dit artikel bespreekt hoe de NMa criteria voor uitzondering van het kartelverbod interpreteert en hoe ondernemingen hun bewijslast voor de self-assessment economisch kunnen onderbouwen.


N. Rosenboom
N. Rosenboom is als onderzoeker werkzaam bij SEO Economisch Onderzoek, bij het cluster Mededinging & Regulering.

    Electric and electronic waste (e-waste) is the fastest growing waste stream worldwide: 50 million tons of electronic waste each year. Part of it is exported, often illegally, from industrialised countries to e-waste hubs like Ghana, Nigeria, India, and China. E-waste often contains both valuable metals as well as toxic substances. The high value of metal is the main reason for imports by countries like Ghana, Nigeria, and China. However, the recycling methods in these countries are not tailored to responsible recycling of the toxic elements of e-waste, thereby causing major negative environmental and health effects. Also, the recycling methods in those countries are less efficient, which leads to the loss of valuable metals and to an increase in the mining of virgin metals. In this way the e-waste problem is directly related to the social and environmental problems at the beginning of the electronics chain. This article explores the e-waste problem from a value chain perspective and proposes policy measures that could diminish Europe's contribution to the problem.


M. van Huijstee
Dr. Mariëtte van Huijstee is onderzoeker bij SOMO - Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen.

T. Steinweg
Tim Steinweg MSc is onderzoeker bij SOMO - Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur enkele juridische aspecten van de coöperatie als rechtsvorm voor de collectieve zelfopwekking van duurzame energie.


Mr. D.N. Heeger
Mr. D.N. Heeger is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Het einde van flitskredieten?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2012
Trefwoorden consumentenkrediet, Wet op flitskredieten, flitskredieten, Kredietovereenkomst
Auteurs Mr. M. van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de uitwerking van de wet ter implementatie van de Europese richtlijn inzake consumentenkrediet. In de parlementaire stukken bij de wet wordt meerdere malen aangegeven dat het de bedoeling is om flitskredieten in Nederland uit te bannen. De wet zou, volgens de minister van Financiën, een afdoende middel moeten zijn om dit doel te bereiken. In deze bijdrage onderzoek ik, na een korte beschouwing van de wetgeving, in welke mate dit doel bereikt is. De focus van deze bijdrage ligt op het onderzoeken van vijf verschillende constructies die momenteel door verschillende marktpartijen worden toegepast, met als doel om deze wetgeving te omzeilen.


Mr. M. van Vliet
Mr. M. van Vliet is recent afgestudeerd aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit van Utrecht.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.A. Kruisinga
Mr. S.A. Kruisinga is als universitair hoofddocent handelsrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.Y. Schaub
Mr. M.Y. Schaub is als universitair docent burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.