Zoekresultaat: 71 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

J.J. Rijken

J.W. van de Gronden

E.B. van Veen

N. Rozemond
Artikel

Eens uitgesloten is niet (meer) voor altijd uitgesloten

Een edelsteen van Rechtbank Haarlem (10 december 2008, LJN BH3142)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 13 2009
Trefwoorden huwelijkse voorwaarden
Artikel

De 'vergeten' en niet 'verdeelde' pensioenrechten

Tijd heelt toch niet altijd alle wonden!

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 15 2009
Trefwoorden levensverzekering en pensioen
Auteurs Mr. F.H.M. Hoens

Mr. F.H.M. Hoens
Artikel

De 'Italiaanse' weduwe en de 'Barbier'

Het Europeesrechtelijk knippen en scheren van ons recht van overgang

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 10 2009
Trefwoorden internationaal
Artikel

Access_open Arrest inzake de vaststellingsovereenkomst

Een toeschietelijke Hoge Raad (HR 27 maart 2009 RvdW 2009, 462)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden executiegeschil, vaststellingsovereenkomst, uitleg, garantie, dwangsommen, verjaring, dwingend recht, strijd openbare orde goede zeden
Auteurs Mr. M.W. Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Merck, Sharpe en Dohme (MSD) en Euromedica zijn verwikkeld in een inbreukprocedure. Bij kort gedingvonnis van 9 juli 1999 wordt Euromedica veroordeeld om de inbreuk op de merkrechten van MSD te staken op verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000 per overtreding met een maximum van ƒ 1.000.000. Nadat MSD vervolgens – op basis van een gestelde overtreding van het verbod door Euromedica – maatregelen wilde treffen om dwangsommen te incasseren, heeft Euromedica een kort geding procedure aanhangig gemaakt tot staking van deze executie. De president van de rechtbank wijst deze vordering toe. Na wijzen van arrest door het gerechtshof in het hoger beroep komen partijen overeen dat MSD tegen overlegging van een bankgarantie van ƒ 1.000.000 door Euromedica af zou zien van executie van de dwangsommen, totdat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak zou zijn komen vast te staan dat (i) Euromedica inbreuk had gepleegd op de rechten van MSD in cassatie, en (ii) Euromedica dwangsommen verschuldigd was op grond van het kort geding vonnis van 9 juli 1999. Nadat bij onherroeplijke rechterlijke uitspraak was komen vast te staan dat Euromedica wel degelijk inbreuk maakte en derhalve de dwangsommen verschuldigd was, stelde Euromedica zich op het standpunt dat de dwangsommen inmiddels verjaard waren en verzocht zij de rechtbank Haarlem om een verklaring van recht met die strekking. De rechtbank wees de vordering af, maar het gerechtshof Amsterdam wees de vordering in hoger beroep toe. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat de overeenkomst tussen partijen waarbij afstand werd gedaan van executie van de dwangsommen tegen overlegging van een bankgarantie moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst ex art. 7:900 BW. Als gevolg daarvan werd de verhouding tussen partijen niet langer beheerst door het vonnis van 9 juli 1999 en de aansluitende procedures, maar door de vaststellingsovereenkomst. Op deze vaststellingsovereenkomst is de relevante verjaringsbepaling niet van toepassing. Nu is betreffende verjaringsbepaling van dwingend recht, maar op basis van art. 7:902 BW is een vaststellingsovereenkomst ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht.Er kunnen naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad twee conclusies worden getrokken: ten eerste dat er in de visie van de Hoge Raad sprake van een vaststellingsovereenkomst kan zijn ondanks dat het niet zeker is of partijen zulks hebben beoogd. Verder is het onduidelijk waar de Hoge Raad de grens trekt ten aanzien van (de toepassing van) artikel 7:902 BW.


Mr. M.W. Bijloo
Mr. M.W. Bijloo is advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam.
Artikel

Eenieder wordt geacht het recht te kennen. Of zijn schade?

Annotatie bij HR 9 oktober 2009, LJN BJ4850

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2009
Trefwoorden schadevergoeding, verjaring, aanvangsmoment verjaringstermijn, subjectieve bekendheid, ontstaan schade
Auteurs Mr. G.J.S. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze annotatie wordt de jurisprudentie van de Hoge Raad inzake artikel 3:310 lid 1 BW op een rij gezet. Het arrest van 9 oktober 2009 past in de lijn van eerdere jurisprudentie. Het daadwerkelijk in staat zijn een vordering in te stellen lijkt bepaald te worden door welhaast absolute zekerheid over het lijden van schade. De subjectieve kennis van de benadeelde wordt zo bepaald aan de hand van een objectief vast te stellen moment.


Mr. G.J.S. ter Kuile
Mr. G.J.S. ter Kuile is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Omzetting van het kaderbesluit slachtofferzorg in beleidsregels van het Openbaar Ministerie of in formele wetgeving?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Kaderbesluit slachtofferzorg, OM-beleidsregels, omzetting richtlijnen, formele wetgeving
Auteurs Mr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kaderbesluit slachtofferzorg zou oorspronkelijk in beleid van het Openbaar Ministerie worden geïmplementeerd. Dat desondanks wetswijziging plaatsvindt, is vooral te danken aan overwegingen in het kader van de fundamentele herziening van het Wetboek van Strafvordering en niet aan het bestaan van het kaderbesluit. De jurisprudentie van het Hof van Justitie over de omzetting van richtlijnen, die ook op kaderbesluiten van toepassing is, brengt echter mee dat beleidsregels van het Openbaar Ministerie niet het juridisch bindende karakter bezitten dat voor omzetting is vereist. Opname in wettelijke regelingen is vrijwel onontkoombaar. Het OM verliest hierdoor een substantieel beleidsterrein aan de wetgever.


Mr. W. Geelhoed
Mr. W. Geelhoed is PhD-fellow straf- en strafprocesrecht, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden.

    Al sinds de invoering van de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) in 1995 is het blokkeringsrecht uit artikel 7:464 lid 2 onder b BW een onderwerp dat onderhevig is aan tegenstrijdige rechtspraak en onenigheid in de literatuur over de reikwijdte en de interpretatie van dit artikel. Zowel in letselschadezaken als daarbuiten. De (eventuele) invoering van de nieuwe Wet cliëntenrechten zorg in 2011 lijkt voor de wetgever een uitgelezen mogelijkheid om een groot aantal onduidelijkheden rondom het blokkeringsrecht te verhelderen. Uit de tekst van het huidige wetsvoorstel blijkt echter dat de wetgever deze mogelijkheid tot op heden onbenut heeft gelaten. Dat is bijzonder spijtig.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VUmc en zij maakt deel uit van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

Uitleg van een testamentaire clausule door de staatssecretaris

Oude BNB 89/260-renteclausules toch samengestelde interest?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden testamentaire clausule, erflater, renteclausule, samengestelde interest
Auteurs Prof. mr. F.W.J.M. Schols
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatssecretaris van Financiën lijkt de erfgenamen de ruimte te geven om een testamentaire rente op enkelvoudige basis uit te leggen als ware er rechtstreeks een samengestelde rente door erflater in de uiterste wilsbeschikking opgenomen. Hij beperkt deze mogelijkheid tot nalatenschappen die zijn opengevallen vóór 1 januari 1993. De vraag komt op of enerzijds de hierna te bespreken toezegging niet te ruimhartig is, en anderzijds of hij de beperking ‘vóór 1 januari 1993’ wel kan aanbrengen.


Prof. mr. F.W.J.M. Schols
Prof. mr. F.W.J.M. Schols is hoogleraar aan het Centrum voor Notarieel Recht van de RU Nijmegen en is tevens verbonden aan ScholsBurgerhartSchols te Nijmegen.
Artikel

De verbroken relatie en begunstiging krachtens levensverzekering van de ex-partner

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden verbroken relatie, begunstiging, levensverzekering, ex-partner
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
Samenvatting

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of gelijkluidende makingen in uiterste wilsbeschikkingen en begunstigingen bij levensverzekering tot eenzelfde (verkrijgings)resultaat leiden. Dit wordt bekeken aan de hand van een tweetal op de bevoordeling van een echtgenoot of partner afgestemde begunstigingsredacties. Tot slot voert een uitspraak van Hof Den Bosch tot een beschouwing over de (on)mogelijkheden tot uitleg van het partnerbegrip in polisvoorwaarden en de vraag welke methode bij de uitleg van een begunstigingsclausule in een polis van levensverzekering gehanteerd zou moeten worden.


Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Access_open Wetenschappelijke rechtsgeleerdheid

Commentaar op het preadvies van Carel Smith

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2009
Trefwoorden law and hermeneutics, law and normativity, one right answer thesis, legal jurisprudence, legal doctrine
Auteurs Prof. dr. Arend Soeteman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a comment on Carel Smith’s paper. Smith rightly argues that the study of law has a hermeneutic character. But his interpretation of legal hermeneutics includes the thesis that in hard cases there is no right or true legal decision. This seems to have negative implications for the scholarly character of the study of law: in hard cases any solution goes. This paper argues, against Smith, that the study of law defends right answers for hard cases. It is also normative in another sense: legal answers, in easy cases as well as in hard cases, always presuppose a normative interpretation of the legal sources. This contributes to the differences of opinion under lawyers. But it is no obstacle to the scholarly character of the study of law, as long as a rational debate about these legal answers and the underlying values and principles is possible. Smith’s rejection of the right answer thesis, however, prevents the possibility of such a rational debate.


Prof. dr. Arend Soeteman
Arend Soeteman is professor at the Faculty of Law, VU University Amsterdam.
Artikel

Medewerking aan mededeling van stille verpanding: eindelijk duidelijkheid?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2009
Trefwoorden financieringspraktijk, stil pandrecht, curator, Hamm g.g/ABN AMRO
Auteurs Mr. H.C. Piet
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelt de auteur de betekenis voor de financieringspraktijk van arrest Hamm q.q./ABN AMRO (HR 30 oktober 2009) over stil pandrecht op vorderingen op naam en de rol van de curator.


Mr. H.C. Piet
Mr. H.C. Piet is werkzaam bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De ontvankelijkheid van het Nederlandse privaatrecht voor invloeden uit de Anglo-Amerikaanse financieringspraktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Anglo-Amerikaanse invloed, financieringspraktijk, rechtskeuze, DCFR, uitleg, security trustee
Auteurs Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage tracht Meijer Timmerman Thijssen een indruk te geven van de mate waarin het Nederlandse recht zich ontvankelijk heeft betoond voor de adoptie van concepten en modellen uit de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk. De uiteenzetting is in het bijzonder toegespitst op de financieringspraktijk, omdat – door zijn internationale karakter – de invloed van dergelijke modellen en concepten zich daar het sterkst doet gevoelen.


Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen is als adviseur verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Artikel

Contractenrecht als meergelaagde rechtsorde: uitdagingen voor de komende tien jaar

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden pluralisme, coherentie, meergelaagde rechtsorde
Auteurs Prof. mr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In het afgelopen decennium is het contractenrecht in sterke mate geëuropeaniseerd. Daarnaast is ook de hoeveelheid private regulering toegenomen en kiezen contractanten in toenemende mate andere rechtsstelsels dan het ‘eigen’. Het naast elkaar bestaan van verschillende contractenrechtstelsels wordt doorgaans beschouwd als problematisch: het zou de coherentie en eenheid van het recht aantasten. Deze bijdrage bepleit dat een pluralistisch contractenrecht ook voordelen heeft en dat met name twee vragen beantwoording verdienen: die naar het optimale niveau van regulering en die naar de beste wijze van omgang met een pluralistisch contractenrecht.


Prof. mr. J.M. Smits
Prof. mr. J.M. Smits is hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg (TICOM) en gasthoogleraar Comparative Legal Studies aan de Universiteit van Helsinki.
Artikel

Kartelhandhaving door de Europese Commissie in crisistijd: business as usual?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Kartelhandhaving, Crisiskartel, Boetevermindering, betalingsmodaliteit
Auteurs Mr. drs H.C.L. Hobbelen en Mr. V. Mussche
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een analyse van het kartelbeleid van de Commissie en arresten van het Gerecht van Eerste Aanleg en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ten tijde van eerdere economische crisissituaties. In het bijzonder de volgende aspecten komen aan bod: (1) recente uitspraken van mededingingsautoriteiten over het kartelbeleid in de economische crisis; (2) hoe werden crisiskartels eerder beoordeeld onder artikel 81 van het EG-Verdrag; (3) werden in het verleden, en zo ja, onder welke omstandigheden, ‘crisiskortingen’ op kartelboetes toegestaan?; en (4) biedt het beleid van de Commissie met betrekking tot betalingsmodaliteiten van de boete ademruimte voor ondernemingen in moeilijkheden?


Mr. drs H.C.L. Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Mr. V. Mussche
Mr. V. Mussche is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

De beleidsregels combinatieovereenkomsten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden combinatieovereenkomsten, Besluit Vrijstellings Combincatieovereenkomsten (BVC), combinatievorming, beleidsregels
Auteurs Mr. M.A. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2009 zijn de beleidsregels van de minister van Economische Zaken (EZ) inzake combinatieovereenkomsten in werking getreden.1x Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009. Deze beleidsregels zijn tot stand gekomen na een jarenlange discussie welke regels het oude Besluit Vrijstelling Combinatieovereenkomsten (BVC) zouden moeten vervangen. Bovendien zijn de beleidsregels bedoeld om de scheiding tussen de vorming van het mededingingsbeleid door EZ en de uitvoering door de NMa aan te scherpen. Positief is dat de minister is afgestapt van de wantrouwige en restrictieve benadering van combinatievorming die het beleid jarenlang heeft gekenmerkt. Op grond van de beleidsregels zullen combinatieovereenkomsten alleen in uitzonderlijke gevallen niet zijn toegestaan. Minder positief is dat de beleidsregels weinig toevoegen aan de Europese richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten en nauwelijks concrete handvatten bieden.

Noten

  • 1 Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009.


Mr. M.A. de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy.
Toont 1 - 20 van 71 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.