Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Modern beslissen in hoger beroep en cassatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden hoger beroep, cassatie, beslismodel, fuikwerking
Auteurs Mr. D. Bektesevic en Mr. M. Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is in hoofdzaak gewijd aan de in het conceptwetsvoorstel Modernisering Strafvordering voorgestelde veranderingen in de beslisschema’s in hoger beroep en cassatie. Daartoe worden eerst kort en op hoofdlijnen de geschiedenis en de huidige situatie van beide beslisschema’s geschetst, waarna het conceptwetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting worden geanalyseerd. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de invloed van de veranderingen in hoger beroep op de procedure en de (on)mogelijkheden om oordelen van het hof ter toetsing voor te leggen aan de Hoge Raad. De bijdrage besluit met enkele conclusies.


Mr. D. Bektesevic
Mr. D. (Dino) Bektesevic is advocaat bij De Roos & Pen te Amsterdam.

Mr. M. Berndsen
Mr. M. (Michael) Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

Waar wringt het bij de wraking?

Over de voorgestelde vernieuwingen in de wrakingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden wraking
Auteurs Mr. dr. P. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure van juli 2012 door wetenschappers van de universiteit Utrecht (Giesen e.a.) geanalyseerd voor zover het de civiele wrakingsregeling betreft. Na een beschrijving van de wrakingsregeling in artt. 36 e.v. Rv worden de voorstellen tot efficiëncyverhoging en tempering van oneigenlijk gebruik (het interne perspectief) besproken. Vervolgens worden de suggesties tot vergroting van het maatschappelijk draagvlak van het wrakingsinstrument (het externe perspectief) bezien . De conclusie is dat de voorstellen aangaande het interne perspectief zonder meer waardevol zijn, doch dat die aangaande het externe perspectief minder aanspreken.


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Artikel

Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden medisch beroepsgeheim, strafrechtelijke inbeslagname, verschoningsrecht
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de jurisprudentie over strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij de medisch verschoningsgerechtigde blijkt dat de Hoge Raad het criterium van de zeer uitzonderlijke omstandigheden, dat rechtvaardigt dat het beroepsgeheim wordt doorbroken, zowel bij de verdachte verschoningsgerechtigde als bij de niet verdachte verschoningsgerechtigde ruim toepast.Van een uitzonderingssituatie is in feite geen sprake meer. In die gevallen waarin de (afgeleid) verschoningsgerechtigde geen verdachte is van een strafbaar feit, ten onrechte. De Hoge Raad dient terug te keren naar zijn jurisprudentie waarin hij het standpunt van de verschoningsgerechtigde dat kennisneming van de gegevens zonder zijn toestemming zou leiden tot schending van het beroepsgeheim respecteert, tenzij er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat het standpunt onjuist is.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is werkzaam als advocaat/partner bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Artikel

Ultima ratio legis: het Hof of de nationale wetgever?

Over de constitutionele balans tussen wetgever en rechter bij het verwerkelijken van Europese mensenrechten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden toetsing aan EVRM door wetgever en rechter, Brighton Declaration, directe werking verdragsrecht, artikel 93 Grondwet, artikel 94 Grondwet, wetsvoorstel-Taverne
Auteurs Prof. mr. E.C.M. Jurgens
SamenvattingAuteursinformatie

    De spanning tussen de rol van de wetgever en die van de rechter bij het implementeren van mensenrechten kan niet worden opgelost door het geven van het laatste woord aan een van hen. Het Hof in Straatsburg heeft zo’n laatste woord, omdat wijziging van het EVRM zeer moeilijk is. De Raad van Europa heeft in de Brighton Verklaring van 2012 voorstellen gedaan om de interpretatieruimte van het Hof enigszins in te tomen. In Nederland wil het initiatiefvoorstel Taverne de bevoegdheid van de nationale rechter afschaffen om direct te toetsen aan het EVRM, dit door wijziging van artikel 93 en 94 Grondwet. De beide voorstellen worden in deze bijdrage besproken.


Prof. mr. E.C.M. Jurgens
Prof. mr. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht (Universiteit Maastricht en Vrije Universiteit Amsterdam), oud-lid van de Eerste en van de Tweede Kamer en oud-lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, alsmede oud-redacteur van RegelMaat. ejurgens@xs4all.nl
Artikel

Een politiële vernieuwing die vruchten afwierp, vastliep en ontspoorde

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden professional policing, Dutch police, professional thief, Nazi-Germany
Auteurs Guus Meershoek
SamenvattingAuteursinformatie

    After World War I, the Dutch police, inspired by the German example, underwent a fast modernisation of its organisation. Two generations of police officers were the pacesetters in this reform. Technological innovations made them realize that the effectiveness of the police could be increased, that they had acquired the status of professionals, thanks to their new insights, and that professional thieves were their main enemies. During the 1930s, the police renewal stagnated, but the ties with Germany were not broken. Based on shared beliefs, some innovators rallied to the side of the German occupiers during World War II. In the end, the renewal movement did not recover from the experiences during the occupation.


Guus Meershoek
Dr. Guus Meershoek is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente.
Artikel

Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder

Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WCAM, collectieve actie, art. 3:305a BW, nadeelcompensatie, motie Dijksma
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering 2012 van de Nederlandse Vereniging van Procesrecht over ‘Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder’. In drie inleidingen wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (1) de toepassing van de WCAM vanuit het perspectief van de rol en de taak van de rechter, (2) knelpunten rond de oproeping en aankondiging als bedoeld in art. 1013 lid 5 en 1017 lid 3 Rv en de vraag of het verbod van art. 3:305a BW zou moeten worden afgeschaft (motie Dijksma), en (3) de afwikkeling van massaschade in het bestuursrecht, in het bijzonder door nadeelcompensatie.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.
Artikel

Bronnen van professionele effectiviteit

Over verantwoordelijkheid en ruimte van reclasseringswerkers

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden professionalism, probation history, probation workers, evidence-based practice
Auteurs Drs. A. Menger en Dr. A.G. Donker
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the authors question the relation between professionalism in Dutch probation work and the tendency to create protocols for work processes that used to be under the rather autonomous control of the professionals themselves. Starting point is the professionalism model of De Jonge, placing professional space as key element of professionalism under the restriction that there is an acknowledged societal position as well as an explicitly recognized knowledge base for the professional. A brief historical overview of the probation work itself and the way it has been organized over the decades is described, resulting in the identification of five decisive developments in the initial (but recently changing) perception among Dutch probation workers of gradually restricted professional space despite the growing body of knowledge.


Drs. A. Menger
Drs. Anneke Menger is lector Werken in Justitieel Kader bij Hogeschool Utrecht.

Dr. A.G. Donker
Dr. Andrea Donker is lector Sociale Veiligheid bij Hogeschool Utrecht. Zij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Artikel

Hoog betrouwbaar organiseren in het OM

Beelden uit parketten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Public Prosecutor’s Office, high reliability organization (HRO), HRO principles, professional culture, error prevention
Auteurs H. de Bruine, H. Fijn en P. de Beer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with possibilities for the Public Prosecutor’s Office in the Netherlands to learn from high reliability organizations (HROs). The authors draw a picture on the basis of information, gathered between 2008 and 2010. While dealing with mistakes or faults much emphasis is often laid upon a professional attitude, written handbooks and discipline as essential conditions. The experience with HROs shows that at the same time mental processes are needed for fast detection and containment of developing problems. These mental processes, heaped together as ‘collective mindfulness’, refer to the picking up of weak signals and the resilient reacting upon incidents. The authors show to what extent the Public Prosecutor’s Office makes use of these processes. The level of training and education and the ‘hands on’ mentality of the average Public Prosecutor build a firm foundation for reliability. Reflection and to what extent knowledge is shared seem liable for improvement. Adapting (elements of) the HRO philosophy may prove an effective way to foster the actual exchange and use of knowledge within the Public Prosecutor’s Office and thus raise its reliability.


H. de Bruine
Drs. Herman de Bruine is als docent en onderzoeker verbonden aan de Haagse Hogeschool. Van 1986 tot 2008 was hij in verschillende functies werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen.

H. Fijn
Mr. Herman Fijn, MC is zelfstandig organisatieadviseur. Van 1998 tot 2010 was hij als adviseur werkzaam bij Prisma, het interne organisatieadviesbureau van de rechtspraak en het Openbaar Ministerie.

P. de Beer
Mr. drs. Peter de Beer, MPA is strafrechter bij de Rechtbank Utrecht. Van 1994 tot 2010 was hij officier van justitie. In 2010 en 2011 was hij als adviseur werkzaam bij Prisma.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

Compliance by design

Het inbouwen van regelgeving in bedrijfsprocessen en informatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden procesanalyse, business process management, compliance by design, toezicht
Auteurs Dr. J. Hulstijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het naleven van regelgeving en het toezicht daarop steunen op informatieverwerking. Informatiesystemen worden ingezet voor het verzamelen en beoordelen van bewijs dat men aan de regels voldoet, maar ze worden ook steeds vaker ingezet om gedrag te beïnvloeden. Bedrijfsprocessen en informatiesystemen worden dan zo ontworpen dat men als vanzelf aan de regels voldoet: ‘compliance by design’. In deze bijdrage wordt besproken op welke wijze algemene regelgeving kan worden vertaald in specifieke eisen en definities voor informatiesystemen. Het zet een stappenplan uit voor een juridische procesanalyse en benoemt enkele aandachtspunten die juridische experts kunnen helpen te zorgen dat het resulterende proces effectief is en rechtmatig. Toepassing van het stappenplan wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden.


Dr. J. Hulstijn
Dr. J. Hulstijn is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft en coördinator van de nieuwe master’s opleiding Compliance Management. j.hulstijn@tudelft.nl
Artikel

De redelijke termijn in het mededingingsrecht

Nog altijd redelijk?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden redelijke termijn, rechten van verdediging, artikel 6 EVRM, schending
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. M.J. van Joolingen
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit artikel 6 lid 1 EVRM volgt de plicht een procedure binnen een redelijke termijn te berechten. Artikel 6 EVRM is onverkort van toepassing op mededingingsprocedures. Het leerstuk van de redelijke termijn in mededingingszaken is sinds enkele jaren een bekend fenomeen, zowel Europees als nationaal. Het leerstuk is echter nog altijd in ontwikkeling. In deze bijdrage staan wij stil bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van de redelijketermijnjurisprudentie in het (Europese) mededingingsrecht.


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Artikel

De rechtspersoon als enquêtegerechtigde

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht, toegang tot enquêteprocedure, rechtspersoon, vennootschap, enquêtegerechtigden
Auteurs Mr. S.C. van Gendt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht dat op 8 september 2011 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Er wordt met name ingegaan op de uitbreiding van de kring van enquêtegerechtigden met de rechtspersoon zelf. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel.


Mr. S.C. van Gendt
Mr. S.C. van Gendt is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De problematiek van sfeervervaging bij de bestuurlijk-strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de legale prostitutiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden human trafficking, prostitution control, adminstrative measures, prevention, criminal justice
Auteurs Nina Holvast en Patrick van der Meij
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the legalization of the prostitution sector, not only has the combating of human trafficking through criminal law been substantially fortified, but also the administrative approach to human trafficking in that sector. This integral approach of human trafficking, in which administrative and criminal law measures complement each other, is necessary to combat this harrowing type of crime. The criminal law-administrative approach offers good footholds for a more forceful reaction to human trafficking. Besides the preventive effect administrative measures can have as a complement to criminal law, administrative supervision can also be useful to obtain criminal law information. However, that brings several new dilemmas with it that are connected to the phenomenon of the blurring of spheres. Under certain circumstances, the blurring of spheres between a criminal law and an administrative approach can lead to an improper use of competencies. We conclude that in the manner in which the prostitution sector is currently supervised, the legal protection of the citizen against actions of the supervisor is inadequately guaranteed. That does not mean that information that is obtained through administrative supervision may no longer be used in criminal cases. It is to be recommended however that several changes be made to current practice, which may prevent the improper use of supervisory competencies in prostitution controls.


Nina Holvast
Mr. drs. N.L. (Nina) Holvast is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: holvast@frg.eur.nl.

Patrick van der Meij
Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten in Amsterdam en tevens research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: p.p.j.vandermeij@law.leidenuniv.nl.
Artikel

Handhaving van internationaal en Europees milieurecht: de rol van overheden in de Deep Water Horizon- en Probo Koala-zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden publiekrechtelijke verantwoordelijkheid overheden, internationaal en Europees recht, olierampen, illegale afvaluitvoer
Auteurs Prof. dr. F.A. Nelissen en Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    Milieurampen in de oliesector worden vooral vanuit de verantwoordelijkheid van betrokken bedrijven bezien. Of overheden méér hadden kunnen en moeten doen blijft vaak onderbelicht. Dat geldt voor de BP olieramp in de Golf van Mexico en voor de illegale stort van Trafigura afval in Ivoorkust. De rol van de Amerikaanse federale overheid respectievelijk van de Nederlandse en Estse overheden (die toestonden dat de Probo Koala naar Afrika kon vertrekken), kreeg minder aandacht. Ingegaan wordt op de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de respectievelijke overheden. In het licht van de toepasselijke regels van internationaal en Europees milieurecht wordt geconcludeerd dat de Verenigde Staten en Europese overheden onvoldoende optraden als goede toezichthouders.


Prof. dr. F.A. Nelissen
Prof. dr. F.A. Nelissen is directeur van het T.M.C. Asser Instituut en hoogleraar Internationaal Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. Douma is senior onderzoeker EU-Recht/Internationaal Handelsrecht bij het T.M.C. Asser Instituut.
Artikel

Versnelde rechtspleging in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden rechtszoekende, bespoediging gewoon geding, kort geding, urgentie, maatregel bij voorraad
Auteurs Prof. dr. P. Van Orshoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de technieken die in België worden gehanteerd om een rechtszoekende, indien daartoe aanleiding bestaat, sneller aan zijn recht te helpen dan met een gewoon geding mogelijk is. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de bespoediging van het gewoon geding zelf (provisioneel vonnis, ‘korte debatten’ en schriftelijke behandeling), het kort geding (waarbij aandacht wordt besteed aan het begrip, de taakverdeling tussen de voorzitters en tussen de voorzitters en andere gerechten, de vereisten van ‘urgentie’ en ‘maatregel bij voorraad’ en de rechtspleging) en ‘procedures zoals in kort geding’.


Prof. dr. P. Van Orshoven
Prof. dr. P. Van Orshoven is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven.
Artikel

Access_open Over het verbod op het dragen van een gezichtssluier en van andere gelaatsbedekkende kleding

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden gelaatsbedekkende kleding, boerka, godsdienstvrijheid, wetgeving
Auteurs Paul van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    The last decade the wearing of face hiding clothes has come up as a rather new phenomenon in the Netherlands and surrounding countries. Although not that many people wear them, a rather wide aversion exists against this phenomenon and is directed especially against the Islamic burqa. A rather intensive public and political debat is going on concerning the allowance of those clothes. In different countries, among which the Netherlands, France and Belgium, the legislator is drafting laws which aim to forbid the wearing of these clothes. This article gives an overview of the debate on this issue in especially the aforementioned countries and reflects upon it, with a special focus on the freedom of belief and religion.


Paul van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en tevens verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Strafrecht baat niet, schaadt wel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2010
Trefwoorden handhaving, strafrecht, gevangenisstraf, boete, clementiebeleid
Auteurs Prof. mr. D.R. Doorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Politici pleiten voor de inzet van het strafrecht om het mededingingsrecht (beter) te kunnen handhaven. Zij verwachten dat vooral de dreiging met gevangenisstraf zeer effectief zal zijn. Momenteel wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat dit mogelijk moet maken. In deze bijdrage wordt beargumenteerd waarom de inzet van het strafrecht niet nodig is en zelfs contraproductief zal werken. De auteur meent dat de afschrikwekkende werking van de gevangenisstraf wordt overschat en dat deze straf in de praktijk niet zal worden opgelegd. Daarnaast waarschuwt hij dat de introductie van het strafrecht een serieuze bedreiging zal vormen voor het thans nog succesvolle clementiebeleid.


Prof. mr. D.R. Doorenbos
Prof. mr. D.R. Doorenbos is hoogleraar ondernemingsstrafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Strafrecht voor civilisten: de verbetering van de mogelijkheid om schade via het strafrecht te verhalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, schadevergoedingsmaatregel, BOS-Schade, belang voegingsprocedure
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene die schade heeft geleden door een strafbaar feit kan zich met zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. De strafrechter doet dan, gelijk met de strafzaak, uitspraak over de schadevergoeding. Dit voegen als benadeelde partij zal vanaf 1 januari 2011 een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan. Op deze datum zal de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking treden.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.