Zoekresultaat: 33 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Overschrijding van de redelijke termijn door rechterlijke instanties. (Nieuwe) wegen naar aansprakelijkheid en schadevergoeding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden overheidsaansprakelijkheid, redelijke termijn, immateriële schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs deed zich in een onteigeningsprocedure voor de Hoge Raad de kans voor om algemene opmerkingen te maken over aansprakelijkheid van de overheid voor overschrijding van de redelijke termijn in civiele procedures. Anders dan in het bestuursprocesrecht is hiervoor een afzonderlijke gang naar de (kanton)rechter nodig. Materieel zoekt de Hoge Raad echter aansluiting bij de vaste bedragen en de factoren inzake termijnoverschrijding, zoals die kenbaar zijn uit de rechtspraak van de hoogste bestuursrechters en het EHRM.


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Een voorstel voor een effectief rechtsmiddel voor overschrijdingen van het redelijketermijnvereiste

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden artikel 47 Handvest, redelijketermijnvereiste, effectief rechtsmiddel
Auteurs Mr. A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2013 gaf de Grote Kamer van het Hof van Justitie een belangrijk oordeel in drie mededingingszaken, Kendrion, Groupe Gascogne, en Gascogne Deutschland. De drie uitspraken zullen de boeken ingaan als de uitspraken waarin het Hof van Justitie duidelijkheid verschafte over het rechtsmiddel dat particulieren kunnen instellen wanneer zij op EU-niveau worden geconfronteerd met een schending van het redelijketermijnvereiste. In lijn met eerdere jurisprudentie moest het Hof van Justitie kiezen tussen twee rechtsmiddelen. Ten eerste kon het Hof van Justitie, conform de zaak Baustahlgewebe, een schending vaststellen en vervolgens zelf (als een vorm van genoegdoening) de boete verlagen die de Commissie had opgelegd. Ten tweede kon het Hof van Justitie, in overeenstemming met de zaak Grüne Punkt, opteren voor een aparte schadevergoedingsactie. Het Hof van Justitie maakt een principiële keuze voor het tweede rechtsmiddel.HvJ EU 26 november 2013, zaak C-58/12 P, Groupe Gascogne/Commissie, zaak C-40/12 P, Gascogne Sack Deutschland/Commissie, en zaak C-50/12 P, Kendrion/Commissie, n.n.g.


Mr. A.E. Beumer LLM
Mr. A.E. (Elsbeth) Beumer LLM is als PhD-onderzoeker verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Burgers in bezwaar en beroep

Over de toegankelijkheid van het bestuursrecht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden administrative law, appeal procedures, discretionary power, informality, conflict solving
Auteurs A.T. Marseille
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains an analysis of changes in the access to justice in administrative law disputes in the Netherlands. In analysing these changes, it is necessary to look not only at court procedures, but also at the objection procedure that precedes them. A large majority of administrative law disputes are resolved in such an informal objection procedure. The analysis shows that, more than the legislator and the administrative courts, administrative authorities are responsible for changes concerning (the interpretation and execution of the rules on) access to justice. They increasingly use their discretionary powers in the objection procedure to try to solve conflicts about their decisions by interpreting and using the rules of access in a flexible way.


A.T. Marseille
Prof. mr. dr. Bert Marseille is als bijzonder hoogleraar empirische bestudering van het bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Tilburg. Daarnaast is hij werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De Srebrenica-arresten: een doorbraak met grote gevolgen?

Kan de Nederlandse Staat aansprakelijk worden gehouden voor de dood van drie moslimmannen die in juli 1995 werden verwijderd van de compound van Dutchbat in Srebrenica?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, internationaal recht, Srebrenica-arresten
Auteurs Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee parallelle uitspraken beantwoordt de Hoge Raad de vraag of de Nederlandse Staat aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen die werden verwijderd van de compound van Dutchbat na de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het gerechtshof dat de verweten gedragingen aan de Staat kunnen worden toegerekend.


Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Handhaving van EVRM-rechten via het aansprakelijkheidsrecht

Proefschrift van mr. J.M. Emaus

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, rechtsschending, EVRM
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop der tijd hebben fundamentele rechten neergelegd in de Grondwet of in verdragen, zoals het EVRM, hun weg gevonden naar de (horizontale) privaatrechtelijke rechtsverhouding. Het hier te bespreken proefschrift zet aan tot nadere reflectie over de verhouding tussen het EVRM en het Nederlandse (aansprakelijkheids)recht in het algemeen en de handhavende functie van het aansprakelijkheidsrecht voor het EVRM in het bijzonder.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Wisselwerking tussen publiek- en privaatrecht en de nieuwe regeling van overheidsaansprakelijkheid in de Awb

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden onrechtmatige overheidsdaad, rechtmatige overheidsdaad, nadeelcompensatie, bestuursrechtelijke verzoekschriftprocedure, formele rechtskracht
Auteurs Prof. mr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs is een nieuwe regeling in werking getreden voor procedures over aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door onrechtmatige besluiten en sommige daarmee samenhangende handelingen. In een andere regeling, die later in werking zal treden, wordt het leerstuk van de nadeelcompensatie gecodificeerd. Aan de Awb ligt de gedachte ten grondslag dat bestuursrecht en privaatrecht waar mogelijk gelijk moeten zijn en waar nodig moeten verschillen. Met dit uitgangspunt is de nieuwe regeling niet in strijd. De complexiteit van de rechtsmachtverdeling blijft – ondanks de pretentie van vereenvoudiging – grotendeels in stand.


Prof. mr. B.J. Schueler
Prof. mr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht en omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Stroomlijning van overheidsaansprakelijkheid voor de overschrijding van een wettelijke beslistermijn

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden onrechtmatige overheidsdaad, leer-Smits, relativiteit, correctie-Langemeijer, leer-Demogue-Besier, besluitenaansprakelijkheid, belanghebbende, formele rechtskracht
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    De overschrijding van een wettelijke beslistermijn levert niet zonder meer overheidsaansprakelijkheid op uit onrechtmatige daad. Het komt aan op een nadere afweging. De Hoge Raad brengt deze afweging onder bij de toets aan het vereiste van onrechtmatigheid, maar zij past beter bij de toets aan het vereiste van relativiteit.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.


Ruud Veenhof
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.
Artikel

De toekomst van nadeelcompensatie in het omgevingsrecht

Ruime reikwijdte van de regeling – beperkte toekenning van schadevergoeding!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden nadeelcompensatie, Awb, normaal maatschappelijk risico, bijzondere last
Auteurs Mr. G.M. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur blikt vooruit op de gevolgen van de algemene grondslag voor het bieden van nadeelcompensatie in de Awb voor het omgevingsrecht. Daarbij wordt aandacht besteed aan de reikwijdte, de competentieverdeling van de rechter en de verwachte toepassing van de nadeelcompensatieregeling uit het wetsvoorstel. Aan de hand van het wetsvoorstel en de jurisprudentie van de Afdeling over de begrippen die daarin terug gaan komen, wordt duidelijk dat het wetsvoorstel grote gevolgen heeft voor het omgevingsrecht. De verplichting om nadeelcompensatie te verstrekken zal op meer handelingen van toepassing zijn, maar door een strikte interpretatie van de begrippen ‘normaal maatschappelijk risico’ en ‘bijzondere last’ hoeft dit niet te leiden tot een verhoging van de schadevergoedingsverplichting van de overheid.


Mr. G.M. van den Broek
Mevr. mr. G.M. (Berthy) van den Broek is universitair docent bij het Centrum voor Omgevingsrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Artikel

Wettelijke aansprakelijkheidsbeperking voor DNB en AFM

Hoe hoog komt de nieuwe lat te liggen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM, uitleg opzet en grove schuld
Auteurs Mr. S. Sahtie
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de in juli 2012 aangenomen wet besproken waarmee de aansprakelijkheid van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) wordt beperkt tot kort gezegd opzet en grove schuld. De auteur gaat in op de uitleg van de begrippen opzet en grove schuld en onderzoekt hoe hoog de nieuwe lat voor aansprakelijkheid komt te liggen ten opzichte van de aanvankelijk geldende norm van een ‘behoorlijk en zorgvuldig handelende toezichthouder’. Ook wordt ingegaan op onder andere het causaliteitsvereiste, de omkeringsregel en enkele relevante ontwikkelingen op Europeesrechtelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat DNB en AFM op grond van de nieuwe wettelijke regeling vrijwel immuun zijn gemaakt voor aansprakelijkheid.


Mr. S. Sahtie
Mr. S. Sahtie is Legal Counsel bij ABN AMRO Bank N.V. en was daarvoor als jurist werkzaam bij De Nederlandsche Bank (DNB).
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.
Artikel

Het Europese toezicht op de financiële markten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Europese toezichthouders, nationale toezichthouders, financiële instellingen, markttoezicht, financiële markten
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari jl. heeft zich een ingrijpende verandering voorgedaan in het financiële toezichtlandschap. Per die datum zijn de Europese netwerken van nationale toezichthouders omgevormd tot zelfstandige, Europese toezichthouders (de European Financial Supervisors). Hoewel de nationale toezichthouders primair verantwoordelijk blijven voor het toezicht op de financiële instellingen volgens het home country-model, heeft zich een belangrijke verschuiving van enkele toezichttaken van nationaal niveau naar Europees niveau voorgedaan. Een duidelijke tendens naar meer Europeanisering en centralisering is zich aan het voltrekken. Deze trend doet zich niet alleen in de financiële sectoren voor, maar doet tevens opgeld in andere sectoren van het markttoezicht. In dit artikel zal deze nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sectoren aan de orde komen en de bevoegdheidsverdeling tussen nationale en Europese toezichthouders worden geschetst.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit). a.t.ottow@uu.nl
Artikel

Tien jaar lidstaataansprakelijkheid: een stand van zaken vanuit civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden lidstaataansprakelijkheid, overheidsaansprakelijkheid, EU-recht
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de EU ontsloot tien jaar geleden het Europeesrechtelijke beginsel van lidstaataansprakelijkheid door te erkennen dat lidstaten ten opzichte van particulieren aansprakelijk kunnen zijn voor schendingen van EU-recht. In deze bijdrage wordt de balans opgemaakt van tien jaar lidstaataansprakelijkheid.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Vuurwerkramp Enschede: de Staat gaat vrijuit

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden vuurwerkramp, overheidsaansprakelijkheid, Enschede, ramp
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is de uitspraak van de Hoge Raad op 9 juli 2010 over de vuurwerkramp. Waar de vordering bij de Hoge Raad strandt op cassatietechnische gronden, werpt de zaak niettemin vele interessante vragen op. Wat is de invloed van politieke keuzes op de vraag wat we van de overheid mogen verwachten in het kader van rampenbestrijding? Wat te doen met gevaar van wijsheid achteraf bij de beoordeling of een bepaalde ramp had kunnen en moeten worden voorkomen? Heeft de kennis van een enkele ambtenaar te gelden als kennis van ‘de Staat’? Mag de Staat bij zijn doen en laten zonder meer vertrouwen op de naleving van afgegeven vergunningen?


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

‘Gij had beter toezicht op mijn overtreding moeten houden’

Het relativiteitsvereiste en toezicht op de naleving van de Woningwet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden vermogensschade, beschermingsbereik, relativiteitsvereiste, Woningwet
Auteurs Mr. A.C. Beck
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan de vergunninghouder die zelf in afwijking van zijn bouwvergunning bouwt, de schade op de gemeente verhalen op grond van onvoldoende toezicht? Het Hof Arnhem meent dat dit niet het geval is. Vermogensschade die is ontstaan door onvoldoende toezicht valt volgens het hof hoe dan ook niet onder het beschermingsbereik van toezicht op de Woningwet. In dit artikel wordt niet alleen het beschermingsbereik van toezicht op de Woningwet besproken, maar ook de stand van zowel de civiele als de bestuursrechtelijke rechtspraak met betrekking tot het relativiteitsvereiste en de Woningwet zelf.


Mr. A.C. Beck
Mr. A.C. Beck is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

V.L. Derckx

Mr G.R.J. de Groot
Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.