Zoekresultaat: 26 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Een korte geschiedenis van Contracteren, tijdschrift voor de contractspraktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Contracteren, markt doorgronden, Boom Juridische uitgevers
Auteurs Mr. W.J. Soetenhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Wirt Soetenhorst verhaalt ons van het prille begin en het snelle succes van wat het eerste eigen tijdschrift van Boom Juridische uitgevers was. Lezenswaardige kost, voor wie nog even terugwil naar de bron, waar Grosheide heeft laten zien dat hij niet alleen een vooruitstrevend jurist is maar evengoed een jurist die de markt als geen ander kan doorgronden.


Mr. W.J. Soetenhorst
Wirt Soetenhorst is uitgever bij Boom Juridische uitgevers en directeur van Boom uitgevers Den Haag.
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

De paradox van de Duitse concentratiekampen

Een criminologische duiding van de ‘plantage’ in Dachau (1937-1945)

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Dachau concentration camp, practices of extermination, German economic interests, organizational criminology, Vaughan
Auteurs Kenneth Hemmerechts en Prof. dr. Stephan Parmentier
SamenvattingAuteursinformatie

    During the Second World War, a large number of prisoners were put to work in concentration camps in order to contribute to the development of Germany. As this labour became more important in economic terms during the years 1939 to 1945, the death toll in the camps also rose during the same period. This contribution aims at providing insight into the apparent contradiction (paradox) between the practices of extermination on the one hand and the German economic interests on the other hand. Not only has historiography paid relatively little attention to this phenomenon (it is not a main topic), criminology has also remained remarkably silent during this debate. Looking at the ‘plantation’ in Dachau concentration camp (1937-1945) we develop an exploratory analysis of the subject. Using Vaughan’s organizational criminology, we discuss the paradox and address the question of the extent to which criminology can offer explanations for phenomena of this kind.


Kenneth Hemmerechts
K. Hemmerechts is wetenschappelijk medewerker bij het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CESO), faculteit sociale wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven, Arbeid en Organisatie, kenneth.hemmerechts@soc.kuleuven.be.

Prof. dr. Stephan Parmentier
Prof. dr. S. Parmentier is hoogleraar Sociologie van de criminaliteit, het recht en de mensenrechten aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), Rechtsfaculteit, Katholieke Universiteit Leuven, stephan.parmentier@law.kuleuven.be.
Artikel

Enkele aspecten van het voorstel tot wijziging van de Lar

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Lar, Awb, bestuursprocesrecht, wijzigingsvoorstel, staatkundige hervorming
Auteurs Mr. J.Th. Drop
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vlak voor de staatkundige hervorming van de Nederlandse Antillen ingediend voorstel tot wijziging van de Lar is niet meer door de Staten van dat land in behandeling genomen. Het voorstel is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk en komt tegemoet aan kritiek door gebleken leemtes in de rechtsbescherming te ondervangen. Daarnaast wordt de positie van de bestuursrechter als beslechter van het geschil versterkt. Het wijzigingsvoorstel is gebaseerd op vergelijkbare bepalingen uit de Nederlandse Awb, die hun nut in de praktijk al hebben bewezen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Artikel

Arrest Aalberts

Vernietiging boetes in het koperfittingenkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden enkele, complexe en voortdurende inbreuk, Aalberts, onschuldpresumptie, 10 procent-plafond, toerekening
Auteurs Mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Aalberts-arrest van het Gerecht betreft een beroep van Aalberts Industries en haar dochtervennootschappen Simplex en Aquatis tegen de beschikking van de Europese Commissie van 20 september 2006 waarin de Commissie aan dertig vennootschappen binnen elf concerns een totale boete van 314,7 miljoen euro oplegde voor deelname aan het koperfittingenkartel in de periode van 1988 tot 2001 en voor sommige ondernemingen zelfs tot 2004.1x Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63. Aalberts komt succesvol op tegen de constatering van de Commissie dat haar dochters Simplex en Aquatis na de inspecties van de Commissie in maart 2001 de inbreuk zouden hebben voortgezet. Aangezien Aalberts de dochtervennootschappen pas in augustus 2002 heeft overgenomen en een vrijwaring heeft bedongen van de verkoper voor boetes van vóór de overname, betekent dit arrest dat Aalberts in deze kartelzaak geen boete verschuldigd is.

Noten

  • 1 Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63.


Mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Non-conforme goodwill

Non-conformiteit ingeval de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de koper op grond van de overnameovereenkomst mocht verwachten?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden non-conformiteit, goodwill, overnameovereenkomst, art. 7:17 BW, verjaring dwaling
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In geval van verkoop van een onderneming kan een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst ook bestaan indien de overgedragen onderneming wat betreft de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de koper op grond van de overnameovereenkomst mocht verwachten. Ook indien de goodwill zelf niet aangemerkt kan worden als een zaak of vermogensrecht in de zin van art. 7:1 en 7:47 BW, staat dat aan toepassing van art. 7:17 BW niet in de weg.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.
Artikel

Mogelijkheden van bewijsvergaring; recente ontwikkelingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, art. 162 Rv, art. 843a Rv, art. 3:15j BW
Auteurs Mr. G.J.R. Kalsbeek en Mr. P.N. Malanczuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen. Bewijs is in dat verband van groot belang. Om een goede inschatting te kunnen maken van een rechtspositie en eventuele proceskansen is het belangrijk het beschikbare bewijs in kaart te brengen. In de praktijk is een ontwikkeling waar te nemen waarbij de mogelijkheden om bewijs te vergaren steeds ruimer worden toegepast. In deze bijdrage behandelen de auteurs de verschillende mogelijkheden om bewijs te vergaren die van belang zijn voor de ondernemingsrechtspraktijk, zowel tijdens als voorafgaand aan een procedure. In dit kader wordt aandacht besteed aan de eigen bevoegdheid van de rechter om informatie te verzoeken (art. 22 Rv), het voorlopig getuigenverhoor, de openlegging van boeken en bescheiden (art. 162 Rv), de vordering tot openlegging van de administratie (art. 3:15j BW) en de vordering tot inzage of afgifte van bescheiden (art. 843a Rv) alsmede het conceptwetsvoorstel op dat punt.


Mr. G.J.R. Kalsbeek
Mr. G.J.R. Kalsbeek is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. P.N. Malanczuk
Mr. P.N. Malanczuk is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

Het afschaffen of beperken van het structuurregime vanwege een (gedeeltelijke) vrijstelling: adviesrecht ondernemingsraad?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden structuurregime, vrijstelling, beperking, ondernemingsraad, adviesrecht
Auteurs Mr. G.W. Wesselingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de procedure die een structuurvennootschap dient te volgen indien een vrijstelling op het structuurregime van toepassing wordt of de vennootschap gaat voldoen aan criteria voor beperkte toepassing van het structuurregime. De nadruk wordt gelegd op (de wenselijkheid van) het adviesrecht dat de OR mogelijk toekomt bij de procedure.


Mr. G.W. Wesselingh
Mr. G.W. Wesselingh is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De Interventiewet: een uitgebreider toezichtinstrumentarium

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Interventiewet, toezichtmaatregelen, onteigening, gedwongen overdacht
Auteurs Mr. R.P. Vrolijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het (concept)wetsvoorstel voor de Wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen (Interventiewet).


Mr. R.P. Vrolijk
Mr. R.P. Vrolijk is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Redelijkheid en billijkheid bij beëindiging overblijvende aansprakelijkheid uit 403-verklaring

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, artikel 2:404 BW, Jones Lang, Hoeveholding
Auteurs Mr. drs. H.J.C. Marquenie
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de doorbreking van de bestendige lijn in de rechtspraak met betrekking tot de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid als gevolg van de uitspraak van de Ondernemingskamer in de zaak Jones Lang tegen BosGijze c.s.


Mr. drs. H.J.C. Marquenie
Mr. drs. H.J.C. Marquenie is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Contingent value rights als voorwaardelijke, additionele vergoeding in een openbaar bod

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden contingent value right (CVR), openbaar bod, overnameprijs, overnamevergoeding
Auteurs Mr. L.J. Brabers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na maandenlang getouwtrek en gesteggel over de overnameprijs nam begin 2011 de Franse farmaceutische reus, Sanofi-Aventis, het Amerikaanse Genzyme over. De oplossing voor het verschil in waardering bleek te liggen in een voorwaardelijke, additionele vergoeding in de vorm van zogenoemde contingent value rights.


Mr. L.J. Brabers
Mr. L.J. Brabers is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

De juridische (af)splitsing: wat als een huurder van kleur verschiet?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden juridische splitsing, contractsoverneming, indeplaatsstelling, verzet, huurovereenkomst
Auteurs Mr. J.G.A. van Olst
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de positie van een verhuurder in het kader van een splitsing belicht en wordt beschreven welke waarborgen (al dan niet) voorhanden zijn. De auteur doet een aanbeveling over hoe de verhuurder contractueel kan voorkomen dat een huurovereenkomst overgaat naar een minder solvente (of om andere redenen minder wenselijke) huurder.


Mr. J.G.A. van Olst
Mr. J.G.A. van Olst is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Garanties en vrijwaringen: handvatten voor het aanscherpen van het onderscheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden garanties, vrijwaring, uitleg, voorzienbaarheid
Auteurs Mr. C. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de problematiek van het onscherpe onderscheid tussen garanties en vrijwaringen in de overnamepraktijk. In het bijzonder gaat hij hierbij in op uitlegkwesties die bij garanties spelen. De auteur formuleert een aantal handvatten bij het opstellen van overnamecontracten om dergelijke uitlegkwesties zo veel mogelijk weg te nemen.


Mr. C. Visser
Mr. C. Visser is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

Het paritas creditorum-beginsel en de verplichting tot het stellen van zekerheid door middel van een bankgarantie op grond van de redelijkheid en billijkheid

Enkele opmerkingen over het gesloten stelsel van dwangmiddelen en middelen tot bewaring van recht naar aanleiding van HR 28 januari 2011, LJN BO4930 (Marexion/Baboprint)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden gesloten stelsel van dwangmiddelen, middelen tot bewaring van recht, redelijkheid en billijkheid, art. 6:2 lid 1 BW, art. 6:248 lid 1 BW
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Noch art. 6:2 lid 1 BW noch art. 6:248 lid 1 BW kan een grondslag bieden voor een verplichting tot het stellen van de zekerheid door middel van een bankgarantie. Een dergelijke verplichting past niet in het stelsel van de wet en sluit niet aan bij de daarin wel geregelde gevallen. Met deze beslissing wordt recht gedaan aan het paritas creditorum-beginsel en het beginsel van de partijautonomie.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam en universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en research fellow van de Leiden Law School.
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De ICN: het International Competition Network

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden ICN, International Competition Network, internationale samenwerking mededinginsautoriteiten, technical assistance, soft law
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het International Competition Network (ICN) is een informeel netwerk van thans 114 mededingingsautoriteiten. De ICN richt zich op zaken die verband houden met de tenuitvoerlegging van het mededingingsrecht en - beleid en stelt zich ten doel praktijkervaringen en best practices onder ICN-leden te verspreiden, de advocacy-rol van mededingingsautoriteiten te ondersteunen en internationale samenwerking tussen mededingingsautoriteiten te bevorderen. Daarnaast faciliteert de ICN technical assistance door ervaren mededingingsautoriteiten aan minder ervaren autoriteiten. Deze bijdrage gaat in op de belangrijkste kenmerken van de ICN, de organisatie van de ICN, de ontstaansgeschiedenis, de activiteiten, de vraag of de ICN succesvol is en de toekomst van de ICN.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is onder andere als Ass. Professor verbonden aan het Tilburg Law and Economy Center (TILEC). Sinds 2004 is hij als NGA bij de ICN betrokken.
Artikel

Verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gezondheidszorg, verticale integratie, Europese schaderichtlijnen, mededingingstoezicht
Auteurs Mr. dr. E.H.M. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Schippers (VWS) is een verklaard tegenstander van fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als gevolg van de Europese schaderichtlijnen kan zorgverzekeraars echter niet worden verboden om zorgaanbieders in bezit te hebben. Om verticale integratie sterk te ontmoedigen zou de minister kunnen besluiten om artikel 11 lid 1 Zvw te clausuleren. En wel zodanig dat zorgverzekeraars alleen nog zorg mogen aanbieden of vergoeden die wordt geleverd door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar niet organisatorisch verbonden is in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW. Een dergelijke clausulering is echter hoogst onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben dan minder mogelijkheden om hun zorgplicht waar te maken. Ook wordt de substantiële doelmatigheidswinst die met verticale integratie kan worden bereikt dan onmogelijk gemaakt. Behalve onwenselijk is het tegengaan van verticale integratie ook onnodig. Het huidige toezichtkader is toereikend om mededingingsproblemen te voorkomen. Met het oog op een doelmatige zorgverlening zou de minister toetreding van verticaal geïntegreerde zorgorganisaties moeten vergemakkelijken in plaats van tegenwerken.


Mr. dr. E.H.M. Loozen
Mr. dr. E.H.M. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M.Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Zorgspecifieke fusietoets is overbodig en ongewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden fusie, zorgspecifieke fusietoets, Zeeuwse ziekenhuisfusie, toezichtkader NMa
Auteurs Dr. M. Varkevisser en Prof. dr. F.T. Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fusietoezicht van de NMa in de gezondheidszorg staat veelvuldig ter discussie. Minister Schippers (VWS) is van plan een zorgspecifieke fusietoets in te voeren om de tendens tot schaalvergroting in de zorgsector tegen te gaan. Bij deze fusietoets, die vooraf gaat aan een eventuele fusietoets door de NMa, moet de IGZ beoordelen welke effecten een zorgfusie naar verwachting heeft op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg. Hoewel het toezicht op zorgfusies inderdaad beter kan, is de invoering van een zorgspecifieke fusietoets overbodig en ongewenst. Zoals de beoordeling van de Zeeuwse ziekenhuisfusie laat zien, brengt een zwaardere rol voor de IGZ bij afwezigheid van eenduidige en objectieve criteria ten aanzien van de vereiste (minimum)kwaliteit het risico met zich mee dat zorgfusies om redenen van vermeende kwaliteitsvoordelen te gemakkelijk worden goedgekeurd. De tendens tot schaalvergroting wordt door de zorgspecifieke fusietoets dus eerder versterkt dan verzwakt. Een zorgspecifieke fusietoets is daarom niet alleen overbodig maar ook ongewenst. Het recent aangescherpte toezichtkader biedt de NMa voldoende houvast om fusies te verbieden die de keuzemogelijkheden in de zorg te sterk beperken.


Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is universitair hoofddocent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T Schut is hoogleraar bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.