Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x

    Charles Kindleberger unravelled the anatomy of a typical financial crisis in his famous book Manias, panics and crashes (1978). He stresses that during a boom the tendency to swindle and be swindled runs parallel to the tendency to speculate. In this article five famous and non-famous swindles over the past ninety years are analyzed. Each financial boom, and each financial crisis during this period of modern capitalism experienced at least one famous financial swindle, which is to be seen as typical for the boom and the subsequent deception. The five swindlers described are Charles (Carlo) Ponzi in the 1920s, Ivar Krueger around 1930, Bernie Cornfeld in the 1960s/1970s, Michael Milken in the 1980s and - very recently - Bernard Madoff. His 65 billion dollar fraud is to be seen as the first worldwide Ponzi scheme - a fraud that lasted longer, reached wider and cut deeper than any similar scheme in history. An analysis of these five cases yields several striking similarities. It is concluded that financial swindles are no random events, but the result of both structural changes and circular waves of economic and financial boom and bust.


B.M.J. Slot
Dr. Brigitte Slot is beleidsmedewerker bij de Directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Zij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Artikel

Onder de mensen

De aanpak van transportcriminaliteit door politie, verzekeraars en schade-experts

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2009
Auteurs M.B. Schuilenburg, A. Coenraads en P. Van Calster
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses what is left aside in the perspective of nodal governance: namely the adaptability and dynamics of social reality itself. The challenge is to research ‘what actually happens’ without reducing it to collective structures or specific frameworks in advance. Previous to specific structures (‘teams’) and frameworks (‘meetings’, ‘contracts’) there is constant change, movement and difference. By using the work of the French sociologist Gabriel Tarde (1843-1904) the authors research how the nodes police, insurers and loss adjusters cooperate in the fight against transport criminality and how interactions between these nodes take content and shape. Consequently, their cooperation is not interpreted as a static theme, but rather as a dynamic process that requires constant interpretation in terms of relationships, unexpected events, adaptations and coincidences. On the basis of fifteen in-depth interviews the authors show in which way a ‘new language’ with ‘new mechanisms’ originates within the cooperation. As a consequence, ‘informal contacts’, ‘goals and interests’, ‘mutual confidence’ and ‘information-exchange’, which play an important role between the nodes, are constantly re-defined.


M.B. Schuilenburg
Mr. drs. Marc Schuilenburg doceert aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

A. Coenraads
Annerieke Coenraads MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ze heeft op persoonlijke titel meegeschreven aan deze bijdrage.

P. Van Calster
Dr. Patrick Van Calster is als universitair hoofddocent verbonden aan het departement Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2009
Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Artikel

Driekwart van de heersende leer over vervaltermijnen is onjuist

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden verval, verjaring, ambtshalve toepassing, stuiting
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat betreft vermogensrechtelijke vervaltermijnen zijn drie van de vier traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring onhoudbaar: (1) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (2) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (3a) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten.Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet; (3b) voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
Mr. dr. J.L. Smeehuijzen is universitair docent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. Deze bijdrage is grotendeels ontleend aan hoofdstuk 28 van zijn dissertatie De bevrijdende verjaring (VU 2008).
Artikel

De ontwerp groepsvrijstelling verticale beperkingen – een stap vooruit?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden verordening inzake verticale overeenkomsten, ontwerp-verordening, verticale beperkingen, toegangsvergoedingen, categoriemanagementovereenkomsten
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Na tien jaar in werking te zijn geweest zal de verordening inzake verticale overeenkomsten, Verordening (EG) nr. 2790/1999, op 31 mei 2010 vervallen. De Europese Commissie is op 28 juli van dit jaar een consultatieronde gestart over aanpassingen van de huidige verordening (‘de ontwerp-verordening’) en de daarbij behorende richtsnoeren (‘de ontwerp-richtsnoeren’). In het persbericht bij de consultatieronde stelt de Commissie dat de voorgestelde aanpassingen ‘(…) zijn bedoeld om in te spelen op de recente marktontwikkelingen, met name de versterkte koopkracht van de grote detailhandelaars en de groei van de online verkoop.’ In dit artikel zetten we de belangrijkste door de Commissie voorgestelde aanpassingen op een rij en bespreken we meer in detail een aantal saillante wijzigingsvoorstellen: (1) aanpassingen van de reikwijdte van de vrijstelling, (2) twee ‘nieuwe’ verticale beperkingen, te weten toegangsvergoedingen en categoriemanagementovereenkomsten, (3) nieuwe regels met betrekking tot online distributie en (4) een aangepaste beoordeling van individuele hardekernbeperkingen, in het bijzonder van verticale prijsbinding. De nieuwe verordening zal naar verwachting in juni 2010 in werking treden en van toepassing blijven tot 31 mei 2020.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.
Artikel

Een boete van EUR 20 miljoen voor Electrabel: de meldingsverplichting bij verkrijging van de facto zeggenschap

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2009
Trefwoorden EG-concentratieverordening, meldingsverplichting, de-factozeggenschap, Europese Commissie, boete
Auteurs Mr. F. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Europese regime van concentratiecontrole naar aanleiding van de boete van EUR 20 miljoen die de Europese Commissie recentelijk oplegde als reactie op een schending van deze regels.


Mr. F. ten Have
Mr. F. ten Have is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.
Artikel

Analyse van het Zuid-Nederlandse xtc-netwerk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2009
Trefwoorden sociale netwerkanalyse, xtc-netwerk, xtc-handel, crimineel macronetwerk
Auteurs Dr. Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    The social network approach is gaining influence among criminologists studying organized crime and terrorism. The theoretical concept, however, still needs further elaboration. To this end, concepts developed within the field of economic sociology could provide a substantial contribution. Economic sociologists have, among other things, focused on the role of social networks with regard to the completion of economic transactions. They regard mutual trust built through personal relations as an essential part of economic transactions, particularly if these imply certain risks for the parties involved. In other words, before transactions materialize, the parties must first be able to establish trustworthy personal relations. Based on these ideas, Spapens introduced in 2006 the theoretical concept of the criminal macro network, being a social network consisting of individuals able and willing to engage in illegal activities. The capital of each member of the criminal network consists, on the one hand, of his links, defined as information relations, within the network. On the other hand, a person’s position is determined by personal knowledge and skills. It is assumed that executing an actual illegal activity – e.g. drug production, trafficking human beings, bank robbery – requires cooperation between a subset of members of the criminal network, the criminal group.An extensive study of xtc production in the south of the Netherlands between 1996 and 2004 revealed the existence of a ‘xtc network’ consisting of individuals interconnected by social relations. The macro network proved to be relatively stable over time. The composition of the criminal groups, however, changed regularly. This was not only explained by shifting business opportunities, but also by the efforts of the police and the Public Prosecution Service leading to convictions and the dismantling of criminal groups. Better knowledge of the functioning of the criminal macro network can provide valuable contributions to criminological understanding of organized crime. These insights are of course also of great practical importance for law enforcement agencies.


Dr. Toine Spapens
Dr. Toine Spapens is als senior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Strafrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Tilburg. Contactadres: Universiteit van Tilburg, Vakgroep Strafrechtswetenschappen, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg. E-mail: a.c.spapens@uvt.nl.

    In this contribution the focus is on whether mediation, as it is practiced today, can be regarded as a profession and if so, whether it belongs to the ‘new’ or ‘old’ professions. In an attempt to answer this question the structure of the body of knowledge and the predictability of the outcomes of the application of that body of knowledge are discussed.


Ad Kil
Ad Kil is director of study van de masteropleiding Conflictmanagement aan de Universiteit Maastricht en professor Human Resource Development in Law Firms aan de Nottingham Law School.
Artikel

Marktafbakening en marktmacht in de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden marktafbakening, marktmacht, fusiesimulatie, ziekenhuiszorg
Auteurs Dr. R.S. Halbersma, Drs. W. Kerstholt en Dr. M.C. Mikkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Marktmacht wordt doorgaans indirect vastgesteld door afbakening van de relevante markt, bijvoorbeeld met de Elzinga Hogarty-test. Een alternatief is het direct modelleren van marktgedragingen, bijvoorbeeld met de LOCI- en de Option Demand-methoden. Wij hebben deze drie methoden geïmplementeerd op Nederlandse ziekenhuisgegevens. Uit onze resultaten blijkt dat veel Nederlandse ziekenhuismarkten sterk geconcentreerd zijn. De geografische omvang van een Elzinga Hogarty-markt leidt tot een optimistische inschatting van de marktconcentratie ten opzichte van alternatieve methoden. Daarnaast blijken de LOCI- en Option Demand-methoden tot sterk overeenkomstige patronen te leiden. Deze robuuste conclusies zijn in overeenstemming met de internationale literatuur.


Dr. R.S. Halbersma
Dr. R.S. Halbersma is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit en is als Extramural Fellow verbonden aan TILEC van de universiteit van Tilburg.

Drs. W. Kerstholt
Drs. W. Kerstholt is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

Dr. M.C. Mikkers
Dr. M.C. Mikkers is werkzaam bij de Nederlandse Zorgautoriteit en is als Extramural Fellow verbonden aan TILEC van de universiteit van Tilburg
Artikel

Betekenis van het Europese mededingingsrecht voor het Nederlandse contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Europese mededingingsrecht, contractenrecht, Kartelverbod, economische machtspositie, concentratiecontrole
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de leidende beginselen van het contractenrecht is de partijautonomie en de daaraan gekoppelde contractsvrijheid. Zoals iedere vrijheid kent echter ook contractsvrijheid haar grenzen. Het mededingingsrecht is als begrenzing van de contractsvrijheid de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Overeenkomsten mogen er niet toe leiden dat de mededinging wordt beperkt. In het onderhavige artikel wordt besproken op welke manier het Europese mededingingsrecht inwerkt op het Nederlandse contractenrecht. Daartoe worden de Europese mededingingsregels op hoofdlijnen weergegeven. In dit artikel wordt onder mededingingsrecht verstaan het kartelverbod, het verbod van misbruik van economische machtspositie en de concentratiecontrole.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.