Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Uniforme aanpak van de causaliteitsproblematiek via proportionele toerekening

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden causaliteit, causaliteitsproblematiek
Auteurs Dr. B.C.J. van Velthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland wordt proportionele aansprakelijkheid toegepast in gevallen van onzekere causaliteit. Daarbij wordt de schade toegerekend aan de mogelijke causale factoren naar rato van ieders bijdrage aan de kans op schade. Door de preventieve werking van het aansprakelijkheidsrecht centraal te stellen en bij alle typen causaliteit de ex ante benadering met proportionele toerekening toe te passen, kan een uniforme aanpak van de causaliteitsproblematiek tot stand worden gebracht. In het artikel worden eerst de hoofdcategorieën van causaliteit besproken. Vervolgens wordt bezien tot welke resultaten proportionele toerekening leidt. Tot slot wordt de voorgestane benadering afgezet tegen de PETL en het DCFR.


Dr. B.C.J. van Velthoven
Dr. B.C.J. (Ben) van Velthoven is als universitair hoofddocent Rechtseconomie verbonden aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden.
Artikel

Van maatstaf naar maatwerk

Een korte geschiedenis van economische regulering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden rendementsregulering, prijsregulering, maatstafconcurrentie, kwaliteitsregulering
Auteurs Drs. J.P. Poort en Dr. L.A.W. Tieben
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een gestileerd overzicht van verschillende methoden voor economische regulering en bespreekt per methode de sterke en zwakke kanten. Het accent ligt daarbij op de energienetten. Het beoogt op toegankelijke wijze de algemene trends en de lessen uit de reguleringsgeschiedenis van de afgelopen decennia weer te geven en snijdt een aantal thema’s aan die momenteel spelen in de reguleringspraktijk. De auteurs betogen dat de regulering periodieke aanpassing behoeft in het licht van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en de marktontwikkelingen in de gereguleerde sector. Vaak is hierbij de uitdaging meer ruimte te bieden aan maatwerk zonder de voordelen van moderne reguleringsvormen zoals maatstafconcurrentie prijs te geven.


Drs. J.P. Poort
Drs. J.P. Poort is Hoofd Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.

Dr. L.A.W. Tieben
Dr. L.A.W. Tieben is Senior Onderzoeker Mededinging en regulering bij SEO Economisch Onderzoek.
Artikel

Informatie-uitwisseling en het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2010
Trefwoorden informatie-uitwisseling, richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten, coördinatie, markttransparantie, vergeldingsmaatregelen
Auteurs Mr. C.E. Schillemans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie publiceerde onlangs voor consultatiedoeleinden ontwerprichtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 VWEU op horizontale samenwerkingsovereenkomsten. De ontwerprichtsnoeren bevatten een apart hoofdstuk over informatie-uitwisseling tussen concurrenten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds – als doelbeperking gekwalificeerde – uitwisselingen van informatie over toekomstige prijzen en hoeveelheden, en anderzijds uitwisselingen van overige informatie waarbij de vraag is of die de mededinging kunnen beperken als gevolg van toegenomen markttransparantie. Bij de eerste categorie van informatie-uitwisselingen kan het gaan om kartels en onderling afgestemde feitelijke gedragingen en bij de laatste categorie van informatie-uitwisselingen gaat het veelal om structurele en georganiseerde uitwisseling van informatie tussen concurrenten, bijvoorbeeld in het kader van een branchevereniging.


Mr. C.E. Schillemans
Mr. C.E. Schillemans is advocaat bij Allen & Overy in Amsterdam.
Artikel

Eén enkele inbreuk: bezint eer ge begint

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden kartel, inbreuk, bewijslast, bewijsvoering
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) en de NMa wordt een kartel bijna standaard juridisch geduid als ‘één enkele inbreuk’ op het kartelverbod. Het gebruik van het begrip ‘één enkele inbreuk’ heeft vergaande consequenties voor de bewijsvoering en de rechten van de verdediging. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de oorsprong, de uitgangspunten en de grenzen van het begrip ‘één enkele inbreuk’.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Mr. R. Elkerbout LL.M is advocaat bij Stek te Amsterdam.

Dr. G.S.M. Ramsaransing

    In recent years there is an increasing trend towards semi-public space. This article seeks to explain this trend. As the heterogeneity of society grows, it becomes more difficult to deal with different groups within one's living environment. Residents prefer a sheltering living environment that attracts similar groups and excludes those they would rather avoid. Social engineering through architecture has a long history: municipalities used to combine the design of neighbourhoods and public spaces with a social agenda of community building. Later, as society evolved, the prevention of friction between people and the creation of public meeting places became leading principles, but never exclusion. However, public housing associations and developers are increasingly accommodating preferences for sheltered living environments by the creation of collective space, appropriating public space and the temporary use of undeveloped space. Three cases illustrate this.


L. Bijlsma
Drs. Like Bijlsma is verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag.

M. Galle
Drs. Maaike Galle is verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag.

J. Tennekes
Drs. Joost Tennekes is verbonden aan het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag.
Artikel

Afwegingskader bij het gebruik van zelfreguleringsinstrumenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden zelfregulering, wetgeving, afwegingskader, economisch perspectief
Auteurs Prof. dr. B.E. Baarsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft beleidsmakers en ondernemers(organisaties) handvatten om te kunnen beoordelen of zelfregulering een haalbare en wenselijke optie is. Stel er is een probleem. Niet zo maar een probleem, maar een probleem waarbij een publiek belang in het geding is. Hoe kan dit probleem dan het best worden opgelost, met overheidsregulering (wetgeving) of met zelfregulering? En als zelfregulering een optie is, welk van de vele beschikbare instrumenten heeft dan de voorkeur? Wat zijn de risico’s en kansen van de verschillende soorten afspraken? Deze vragen kunnen worden beantwoord met het in dit artikel beschreven afwegingskader. Het kader is vanuit een economisch perspectief opgesteld.


Prof. dr. B.E. Baarsma
Prof. dr. B.E. Baarsma is algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en bijzonder hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

De herziene Groepsvrijstelling en richtsnoeren verticale beperkingen: never change a winning team?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden herziene Groepsvrijstelling, richtsnoeren verticale beperkingen, onlineverkooprestricties, Hardcore restricties
Auteurs Mr. S.J.H. Evans
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die momenteel onderhandelen over het aangaan van een verticale overeenkomst zijn gewaarschuwd: op 1 juni a.s. treedt Verordening (EG) nr. 330/2010 betreffende de toepassing van artikel 101 lid 3 VWEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (de ‘nieuwe Groepsvrijstelling’) in werking. Bestaande verticale overeenkomsten dienen binnen één jaar aan de nieuwe regels te worden aangepast. Ook dit keer gaat de Groepsvrijstelling gepaard met richtsnoeren die ondernemingen dienen te helpen bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van door hen aangegane verticale overeenkomsten. Op basis van haar ervaring en de opmerkingen van belanghebbenden achtte de Commissie een fundamentele wijziging van de bestaande Groepsvrijstelling niet noodzakelijk: never change a winning team. Of deze veronderstelling terecht is, zal hierna worden nagegaan.


Mr. S.J.H. Evans
Mr. S.J.H. Evans is werkzaam bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht) en is tevens werkzaam als professional support lawyer bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De nieuwe groepsvrijstelling verticale beperkingen – een bescheiden stap vooruit

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden groepsvrijstelling verticale beperkingen, wijzigingsvoorstel, Verordening (EU) nr. 330/2010
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In het novembernummer van 2009 van dit tijdschrift bespraken wij de voorstellen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2790/ 1999 en de daarbij behorende richtsnoeren die de Commissie in juli 2009 bekend maakte. Inmiddels heeft de Commissie op 20 april van dit jaar de definitieve tekst van de nieuwe verordening, Verordening (EU) nr. 330/2010, alsmede de aangepaste richtsnoeren, vastgesteld. De nieuwe regeling treedt op 1 juni 2010 in werking en zal tot 31 mei 2022 van kracht blijven. Voor overeenkomsten die ingevolge Verordening (EG) nr. 2790/1999 op 31 mei 2010 vrijgesteld zijn van het verbod van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maar niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de nieuwe verordening, geldt een overgangstermijn van een jaar.In deze bijdrage staan wij summier stil bij de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Commissievoorstellen van juli 2009. Voor een uitgebreidere bespreking van de aanpassingen van de verordening en richtsnoeren verwijzen wij de lezer graag naar onze eerdere bijdrage.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.
Artikel

Europese Commissie doet recht aan discussie omtrent verticale prijsbinding

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden verticale prijsbinding, hardekernbeperking, economisering mededgingingsrecht, bewijsrecht art. 101 VWEU
Auteurs F.A.H. van Doorn MSc LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de meest controversiële onderwerpen in het mededingingsrecht is zonder twijfel het beleid ten aanzien van verticale prijsbinding. Hoewel economische theorieën en ontwikkelingen in de VS op het eerste gezicht aanleiding lijken te geven voor een andere conclusie, kiest de Commissie er in de nieuwe groepsvrijstelling en bijbehorende richtsnoeren opnieuw voor om deze omstreden verticale restrictie als hardekernbeperking aan te merken. Door te kiezen voor deze strikte regel, maar toch de deur open te laten voor rechtvaardigingen in individuele gevallen, doet de Commissie recht aan de juridische én de economische discussie, waarin het instrument nu eenmaal de schijn tegen heeft.


F.A.H. van Doorn MSc LL.M.
F.A.H. van Doorn Msc LL.M. is beleidsmedewerker bij de directie Mededinging en Consumenten van het ministerie van Economische Zaken (e-mail: f.doorn@minez.nl).
Artikel

Draagt aansprakelijkheidsrecht bij aan de voedselveiligheid?

Over de preventieve werking van schadeclaims en aansprakelijkheidsverzekering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voedselveiligheid, regulering, aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering, preventie, schadeclaim, ‘moreel risico’, voedingsindustrie, productaansprakelijkheid, sociale werking
Auteurs Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Most research on food safety has focussed on direct forms of food safety regulation. This paper explores the opportunities for product liability law to encourage food safety measures within firms. It aims to contribute to the discussion on the role public and private actors could have in providing an effective food safety system. Liability law is assumed to promote food safety. The author distinguishes three ways in which liability law could act as an incentive for firms to implement enhanced food safety controls: liability claims, liability insurance and direct effects of liability law on management strategy. The paper concludes that the assumption that liability laws make firms sensitive to prevention of food safety risks is too optimistic. However, liability law could stimulate a culture within firms to take responsibility for food safety. Existing economic and legal analysis could gain from a sociological analysis of the actual impact of liability on company decisions.


Tetty Havinga
Tetty Havinga is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Rechtssociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij verricht rechtssociologisch onderzoek op diverse terreinen, waaronder de relaties tussen het bedrijfsleven en recht, regulering van voedsel, beleidsuitvoering, arbeidsrecht en gelijke behandeling. Ze is co-auteur van Specialisatie loont?! Ervaringen van ondernemingen met specialistische rechtspraakvoorzieningen (2010).
Artikel

EVOA in vogelvlucht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden EVOA, afvalstoffen, Kaderrichtlijn afvalstoffen, groene lijst-stof
Auteurs Mr. E.T. Sillevis Smitt
SamenvattingAuteursinformatie

    Overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Unie is gebonden aan regels die zijn gesteld in de Verordening (EG) nummer 1013/2006 van het Europese Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA). Deze verordening is vanaf 12 juli 2007 in de lidstaten van toepassing en vervangt haar voorloper, de EVOA 259/93, die sinds 1994 vigeerde.De reden voor het opstellen van een nieuwe EVOA is – onder meer – ingegeven vanuit verdere harmonisatie van regelgeving tussen de lidstaten van de Europese Unie, waarbij ook eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie is verankerd.Het kenmerk van een Europese verordening is dat deze rechtstreeks geldend is binnen de Europese lidstaten en de lidstaten enkel in nationale regelgeving regels kunnen of moeten stellen, zoals nader geduid in de EVOA.


Mr. E.T. Sillevis Smitt
Mr. E.T. (Eveline) Sillevis Smitt is advocaat bij AKD te Rotterdam.
Artikel

Knowhow: aandachtspunten in de contractspraktijk en de rol van art. 39 TRIPs

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Knowhow, Bedrijfsgeheimen, intellectueel eigendom, Contracteren, TRIPs
Auteurs Mr. M. Schut
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijzondere vermogensrechtelijke status van knowhow geeft in de contractspraktijk dikwijls aanleiding tot problemen. In dit artikel worden enkele van die problemen beschreven, waarbij vooral het belang blijkt van expliciete afspraken over begrenzingen in gebruik en de resterende freedom to operate. Besproken wordt de rol van art. 39 TRIPs dat bescherming verleent aan niet openbaar gemaakte informatie. Het artikel heeft waarschijnlijk directe werking en kan ingeroepen worden om sommige van de besproken problemen te adresseren, zij het niet per definitie ten gunste van de rechthebbende. Aanbevolen wordt art. 39 TRIPs bij de redactie van knowhow-contracten te betrekken.


Mr. M. Schut
Mr. M. Schut is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Intelligence-gestuurde politie en sociale categorisatie

Over de noodzaak van communicatie en de bereidheid om informatie te delen bij de Nederlandse politie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Politie, Intelligence-gestuurd, Sociale categorisatie, Need to share
Auteurs Patrick Van Calster, Thijs Vis en Jaitske Roosma
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 2000 doet de top van de Nederlandse politie allerlei inspanningen om de principes van intelligence-gestuurde politie (IGP) op het werkveld operationeel te maken. De centrale idee achter IGP is dat criminaliteitsanalyses en hun afgeleide producten aan de basis liggen van te nemen beslissingen. Door de beslissingen te stoelen op actuele geanalyseerde informatie hoopt de politie een betere efficiëntie en effectiviteit te bereiken. De bereidheid van de politie om informatie te delen met zowel andere afdelingen als haar ketenpartners is dus cruciaal voor de slaagkansen van IGP. In deze bijdrage onderzoeken we de vraag of de Nederlandse politieorganisatie een succesvolle implementatie van intelligence-gestuurde politie toelaat. Immers, de aard van de politietaken genereert een proces dat in de literatuur bekendstaat als sociale categorisatie. Dit proces vormt mogelijk een belemmering bij het delen van informatie en daarom bij de implementatie van intelligence-gestuurde politie.


Patrick Van Calster
Patrick Van Calster is universitair hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Thijs Vis
Thijs Vis is als onderzoeker verbonden aan het KLPD.

Jaitske Roosma
Jaitske Roosma was tot en met 2007 strategisch analist en beleidsmedewerker bij politieregio Rotterdam-Rijnmond en is tegenwoordig projectmedewerker Forensische Visualisatie bij het Nederlands Forensisch Instituut.
Artikel

Access_open Tussentijdse beëindiging van duurovereenkomsten voor bepaalde tijd

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden duurovereenkomsten voor bepaalde tijd, opzegging, onvoorziene omstandigheden, artikel 6:258 BW, artikel 6:248 BW, Mondia/Calanda, Vereniging voor de Effectenhandel/CSM
Auteurs D.J. Beenders en P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen tussentijds worden beëindigd door onder meer opzegging op grond van artikel 6:248 BW en ontbinding door de rechter op grond van artikel 6:258 BW. Steeds geldt daarbij het criterium van onvoorziene – in de zin van niet-verdisconteerde – omstandigheden, die van dusdanige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In dit overzichtsartikel wordt allereerst ingegaan op de verhouding tussen de hiervoor genoemde grondslagen voor tussentijdse beëindiging en wordt betoogd dat een partij in beginsel vrij is om een van beide grondslagen te kiezen. Vervolgens wordt het voornoemde criterium van onvoorziene omstandigheden nader onder de loep genomen en worden, mede aan de hand van recente rechtspraak, drie gezichtspunten geformuleerd die relevant lijken bij de invulling van dit criterium: inhoud en aard van de overeenkomst, aard en onderlinge verhouding van partijen en de gewichtigheid van de belangen over en weer.


D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als PhD-fellow verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.