Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Jazzy structures

Een slotbeschouwing over de toekomst van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2011
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    The author provides a discussion of the articles in this issue of the Tijdschrift voor Veiligheid (Journal on Security) on the occasion of its tenth anniversary. He notes that there is an increasing hybridising, subjectification and fragmentation in the security area. The increasing interweaving of security politics seems to apply least to a common approach in ‘social security and physical safety issues’ (crime control and disaster and crisis management), while exactly this was aimed for in so-called integral security politics. According to the author that is the case because of ‘the moral pin’, which plays a dominant role in crime, but not in safety issues. The entanglement of forms of security identified by the author has a normative basis – it comes from the social order of an increasingly complex society. For the future an ever greater responsibilisation can be expected, in which the perception of security becomes even more important than it is now already. Not a big orchestrated security policy, but jazzy structures will then determine the prospects.


Hans Boutellier
Prof. dr. J.C.J. (Hans) Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl
Artikel

Access_open Lijfstraffen, godsdienst en opvoeding

Moet de pedagogische tik ook in Suriname als mishandeling worden beschouwd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporal punishment, Suriname, parenting
Auteurs Monique Veira en Duncan Wielzen
SamenvattingAuteursinformatie

    One educational mean in parenting is corporal punishment. In Suriname it is still customary and accepted that parents use this as an educational tool. Although Surinamese society is structured differently and thinks differently about the use of corporal punishment than Dutch society does, Dutch rules in this regard have been copied into the draft Surinamese Civil Code. This article gives an overview of the sources of Surinamese law on the issue and the main arguments from the debate about whether or not corporal punishment should legally become a form of abuse. It also considers religiously and biblically inspired motives for applying corporal punishment in parenting. The authors argue that legislation on corporal punishment may not necessarily be at odds with public opinion. That may depend on the impact of religious and biblical sources on personal convictions regarding the upbringing of children. The authors also advocate in favor of a loving upbringing of children by their parents. They claim that legislation can promote such an objective, or at least serve as a deterrent to child abuse through corporal punishment on a symbolic level.


Monique Veira
Dr. M.A. Veira studeerde Rechtswetenschappen aan de Universiteit van Suriname, haalde haar onderwijsbevoegdheid aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname en promoveerde aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is zij als lector verbonden aan de Universiteit van Suriname. Zij doet onder andere onderzoek naar de verschillende aspecten van de op handen zijn veranderingen in het Surinaamse familierecht.

Duncan Wielzen
Dr. D.R. Wielzen studeerde Theologie, Godsdienstwetenschappen en Onderwijskunde (Educational Studies) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is momenteel werkzaam als pastoraal werker in Den Haag en is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek op het gebied van de rituele studies en de volksreligiositeit.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Artikel

Seks op afstand

Leefstijl, routine-internetactiviteiten en slachtofferschap onder meisjes van seksueel hinderlijk gedrag en seksuele dwang op internet

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden internet, girls, lifestyle theory, routine activity theory
Auteurs drs. Carolien Swier MSc en mr. Miriam Wijkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Lifestyle Theory and Routine Activity Theory are used to explain female adolescent victimization of sexual harassment on the internet. Girls completed a questionnaire on the internet about their experiences with these events. Girls’ lifestyle had a strong influence on risk of victimization of sexual harassment on the internet. A risky lifestyle outside the internet (especially having sexual intercourse with many partners) increased chances of victimization on the internet by almost 2.5 times for these girls. Routine activities on the internet did not have a significant influence.


drs. Carolien Swier MSc
Drs. C. Swier, MSc. is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), cswier@nscr.nl.

mr. Miriam Wijkman
Mr. M.D.S. Wijkman is docent-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, m.wijkman@vu.nl.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Religieuze orthodoxie als bedreiging

Verschuivingen in het publieke debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden public debate, religious orthodoxy, religion and violence
Auteurs Sipco Vellenga
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the 1990s, in the Dutch public debate on the societal meaning of religion a discourse has emerged which does not only relate extremist forms of Islam to terrorism, but more broadly, religious orthodoxy in general to coercion and violence. In this contribution this emergency is described and analyzed. It is related – among other things – to two switches in the perception on orthodox religious groups of prominent opinion leaders, namely: firstly from groups which become less powerful towards groups which become more powerful, and secondly from groups which adapt to their secular and liberal environment towards groups which are characterized by revitalization and radicalization. The upshot of these changes is that religious orthodoxy is framed as a threat that has to be limited and sometimes fought.


Sipco Vellenga
Dr. Sipco Vellenga is als godsdienstsocioloog verbonden aan de opleiding Religiestudies van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek gelijke behandeling in het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kroniek, gelijke behandeling, unierecht
Auteurs Dr. S.D. Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt vooral aandacht besteed aan de arresten van het Hof van Justitie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en het aanbod van goederen en diensten, zwangerschap en beloning en bescherming tegen ontslag, ouderschapsverlof en leeftijdsdiscriminatie. Het Hof van Justitie heeft nationale bepalingen soms rechtstreeks getoetst aan het Handvest van de Grondrechten. Een bepaling van Richtlijn 2004/113/EG is ongeldig verklaard. De positie van zelfstandigen is enigszins versterkt met de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/41/EU, hetzelfde geldt voor degenen die ouderschapsverlof willen opnemen (Richtlijn 2010/18/EU). Twee dossiers – wijzigingsvoorstellen voor de Kaderrichtlijn 2000/78/EG en de Zwangerschapsrichtlijn 92/85/EG zijn nog steeds aanhangig.


Dr. S.D. Burri
Dr. S.D. Burri (Susanne) is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid (Gender en recht en Europa Instituut) van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Artikel

‘Lookin’ for a little green bag…’ en de werkingssfeer van het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkingssfeer Unierecht, Josemans, softdrugsbeleid, beginsel van non-discriminatie
Auteurs Mr. H. van Eijken en Mr. H. J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Josemans staat in de kern de beperking van de toegang tot Maastrichtse coffeeshops voor bezoekers die woonachtig zijn in andere EU-lidstaten ter discussie. Mogen met een beroep op een publiek belang Unieburgers uit andere lidstaten geweigerd worden in coffeeshops? Of forceert het vrijegoederenverkeer dan wel het vrijedienstenverkeer een recht op toegang tot coffeeshops? En is het bijzondere karakter van de verkoop van softdrugs van belang voor de toepasselijkheid van het Unierecht?


Mr. H. van Eijken
Mr. H. van Eijken is promovenda bij het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. H. J. van Harten
Mr. H. van Harten is werkzaam als universitair docent bij het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Veiligheidsarrangementen in IJburg

Over de praktijk van de besturing van veiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden veiligheidsarrangement, actieonderzoek, geobjectiveerde probleemanalyse, appreciative inquiry
Auteurs Hans Boutellier en Erik van Marissing
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes and judges on the development of three ‘social-safety arrangements’ in a new developed neighbourhood in the city of Amsterdam, the Netherlands. Based on different research methods, three key issues are defined: youngsters hanging around on the streets annoying residents and little children, families showing anti-social behaviour, and youngsters showing signs of criminal behaviour. Together with all responsible ‘players on the pitch’ the current policies were discussed and expanded with additional strategies. The development of these arrangements consists of four stages: an objective diagnosis of the area, a more detailed analysis to determine the most urgent social safety issues, determining all actors involved and their role in the system, and, finally, a broad discussion with all actors to determine shortcomings in the current policies and interventions. Social safety arrangements can best be regarded a research-based policy instrument that provides detailed insight in the roles and positions of all actors and helps policymakers translate this knowledge into local policies.


Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar Veiligheid & Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl

Erik van Marissing
Dr. Erik van Marissing is als onderzoeker werkzaam op het Verwey-Jonker Instituut, Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht. Tel. 030-2300799, e-mail: evanmarissing@verwey-jonker.nl
Artikel

Verticale integratie tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gezondheidszorg, verticale integratie, Europese schaderichtlijnen, mededingingstoezicht
Auteurs Mr. dr. E.H.M. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    Minister Schippers (VWS) is een verklaard tegenstander van fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Als gevolg van de Europese schaderichtlijnen kan zorgverzekeraars echter niet worden verboden om zorgaanbieders in bezit te hebben. Om verticale integratie sterk te ontmoedigen zou de minister kunnen besluiten om artikel 11 lid 1 Zvw te clausuleren. En wel zodanig dat zorgverzekeraars alleen nog zorg mogen aanbieden of vergoeden die wordt geleverd door zorgaanbieders waarmee de zorgverzekeraar niet organisatorisch verbonden is in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW. Een dergelijke clausulering is echter hoogst onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben dan minder mogelijkheden om hun zorgplicht waar te maken. Ook wordt de substantiële doelmatigheidswinst die met verticale integratie kan worden bereikt dan onmogelijk gemaakt. Behalve onwenselijk is het tegengaan van verticale integratie ook onnodig. Het huidige toezichtkader is toereikend om mededingingsproblemen te voorkomen. Met het oog op een doelmatige zorgverlening zou de minister toetreding van verticaal geïntegreerde zorgorganisaties moeten vergemakkelijken in plaats van tegenwerken.


Mr. dr. E.H.M. Loozen
Mr. dr. E.H.M. Loozen is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M.Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Kwaliteitsindicatoren in de zorg: hoe om te gaan met gaming en erosie van intrinsieke motivatie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden kwaliteitsindicatoren, zorg, gaming, intrinsieke motivatie
Auteurs Dr. S. Adamini, Prof. dr. M. Canoy en Dr. W. Oortwijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het meten van kwaliteit van de zorg is in het (nieuwe) zorgstelsel van groot belang. De sector is al jaren bezig is om het eens te worden over kwaliteitsstandaarden en indicatoren. Gebruik van kwaliteitsindicatoren kan gepaard gaan met twee risico’s: gaming en erosie van intrinsieke motivatie. Deze risico’s kunnen beperkt worden door indicatoren betrekking te laten hebben op het primaire zorgproces en draagvlak bij zorgprofessionals te organiseren. Daarnaast is het zaak te kiezen voor eenvoudige indicatoren en genuanceerde conclusies, in combinatie met het ‘pas toe of leg uit’-principe en visitaties.


Dr. S. Adamini
Dr. S. Adamini is consultant bij Ecorys Health.

Prof. dr. M. Canoy
Prof. dr. M. Canoy is chief economist bij Ecorys en hoogleraar zorgeconomie aan de Universiteit van Tilburg.

Dr. W. Oortwijn
Dr. W. Oortwijn is partner bij Ecorys Health.
Artikel

Herstelrecht in een populistische context

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden networks, citizen initiatives, democracy, Populism
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    Hans Boutellier is giving a panoramic overview of important changes in society. As worked out in his recent book De improvisatiemaatschappij (The improvisation society) he describes that society has evaluated into a network society in which social ordering is primarily a matter of self-organizing mechanisms. The aim for self-ordering would be a possibility for a further growth of restorative practices, but at the same time we are dealing with a penal-populist culture. In that culture citizenship, dialogue and self-ordering are suspect and – paradoxically – safety is expected to be delivered only by the state.


Hans Boutellier
Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Vertrouwen in een lerende wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden wetgevingsbeleid, vertrouwen, regeldruk, zelfregulerend vermogen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren is in het wetgevingsbeleid het begrip vertrouwen centraal komen te staan. Vertrouwen zou de sleutel zijn tot de ‘regellichte samenleving’. De idee hierachter is dat je in een samenleving van ‘high trust’ minder regels nodig hebt. Professionals in het onderwijs, de politie, de zorg enzovoort zouden daarom meer keuze- en beslissingsvrijheid moeten krijgen. Daarnaast wordt vaak verdedigd dat de overheid meer zaken over dient te laten aan de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en maatschappelijke organisaties. De vraag die de auteur aan de orde wil stellen, luidt daarom: in hoeverre is aannemelijk dat het gebrek aan vertrouwen bij de wetgever in het zelfregulerend vermogen van de samenleving een aanjager is voor toenemende regelverdichting?


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg. R.A.J.vanGestel@uvt.nl
Artikel

Kritische uitingen over individuele zorgverleners op het internet: waar ligt de grens?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden internetuitlating, publicatie van persoonsgegevens, vrije meningsuiting, eer en goede naam
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    De door artikel 10 EVRM beschermde vrije meningsuiting biedt patiënten(organisaties) de ruimte zich vrijelijk uit te laten over hun ervaringen binnen de zorg(verlening). Dit uitgangspunt geldt ook voor (kritische) internetpublicaties over het handelen van individuele zorgverleners. Hieraan zijn, gelet op de rechtspraak van het EHRM, wel grenzen te stellen. Heeft de uitlating bovenal een grievend karakter of gaat het om een zware beschuldiging die niet door feiten wordt onderbouwd, dan is de kans reëel dat deze – in de ogen van de rechter – een inbreuk vormt op het recht van de zorgverlener in zijn eer, goede naam en reputatie te worden beschermd.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC.

prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.
Artikel

Commissievoorstel inzake teelt Genetisch Gemodificeerde Organismen: less is more?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Commissievoorstel inzake teelt Genetisch Gemodificeerde Organismen, coëxistentiemaatregelen, GGO
Auteurs Dr. W.Th. Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie stelde op 13 juli 2010 aanpassingen van de Europese regelingen inzake genetisch gemodificeerde organismen (COM(2010)380 def.) voor, waardoor lidstaten de teelt van GGO’s op hun grondgebied geheel of gedeeltelijk zouden mogen beperken. Daarnaast vaardigde de Commissie op dezelfde dag een uitgebreide toelichting uit in de vorm van Mededeling COM(2010)375 def., en een nieuwe Aanbeveling inzake coëxistentiemaatregelen. Bekeken wordt welke veranderingen er in de praktijk zouden kunnen optreden als het Commissievoorstel zou worden aangenomen, welke principiële bezwaren er inmiddels tegen het voorstel werden ingebracht. Met name wordt onderzocht of de verruiming van de mogelijkheid om teelt van GGO’s in specifieke lidstaten te verbieden er feitelijk toe zal leiden dat er méér GMO’s in de EU zullen worden toegelaten dan nu het geval is. Verder wordt bekeken welke redenen voor teeltverboden zouden kunnen worden aangevoerd.


Dr. W.Th. Douma
Dr. W.Th. Douma is senior onderzoeker EU Recht/Internationaal Handelsrecht bij het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag.

    Intervention teams are among the most discussed tools in the current process of securitisation. Their integrated approach takes into account all underlying causes of insecurity and quality of life. For a more effective approach authorities and organisations have to cooperate and let go of their mutual boundaries. But can the participants put aside their differences in perspectives and policies? This article discusses the goal of ‘ontkokering’ (‘decompartalisation’), this was done through a study of the practices of intervention team SIP in Amsterdam. On basis of thirteen interviews and observations the authors argue that there are three main mechanisms or ‘molar barriers’, which conserve the old structures in the integrated approach of the intervention team: ‘methodical robustness’, ‘institutional robustness’ and ‘financial robustness’.


M. Schuilenburg
Mr. Drs. Marc Schuilenburg is werkzaam bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen. Zie: www.marcschuilenburg.nl.

C. Dijkstra
Catharina Dijkstra MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Access_open De halve waarheid van het populisme

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2011
Trefwoorden populism, self-inclusion, vitalism, democracy, Lefort
Auteurs Bert Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    Does populism add value to the political debate by showing that the ideals of Enlightenment are too abstract and rationalist to understand politics in democratic terms? The paper argues two theses, critically engaging Lefort’s work: (i) instead of offering valuable criticism, populism feeds on the very principle that Enlightenment has introduced: a polity rests on self-inclusion with reference to a quasi-transcendent realm; (ii) populism’s appeal to simple emotions feeds on the vitalist (rather than merely institutionalist) pulse in any polity. Both dimensions of politics are inevitable as well as elusive. In particular with regard to the vitalist pulse we have no response to the half-truths of populism, as both national and constitutional patriotism seem on the wrong track.


Bert Roermund
Bert van Roermund has held the Chair in Legal Philosophy at Tilburg University and is currently Professor of (Political) Philosophy at the same University as well as 2010-2011 Visiting Professor at K.U. Leuven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.