Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1068 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

WEV of WOZ?

Een korte update

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 01 2016
Trefwoorden Testament
Auteurs


Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Horizontale werking van het EU-Grondrechtenhandvest: de kogel lijkt door de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Richtlijn 2002/14/EG, Recht op informatie en raadpleging van werknemers binnen een onderneming, EU-Handvest van de Grondrechten, Algemene beginselen van EU-recht, Horizontale werking
Auteurs Prof. mr. H.C.F.J.A. de Waele
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen bepalingen uit het EU-Handvest van de Grondrechten worden ingeroepen in horizontale verhoudingen, dat wil zeggen in gedingen waarin twee private partijen tegenover elkaar staan? In het arrest Association de médiation sociale lijkt het Hof van Justitie deze principevraag bevestigend te beantwoorden. Daarbij onderstreept het bovendien de vitaliteit van de Mangold/Kücükdeveci-rechtspraak, waarin al eerder werd uitgemaakt dat richtlijnbepalingen die een uitwerking vormen van een algemeen beginsel van EU-recht, onder omstandigheden eveneens als zodanig in gedingen tussen particulieren kunnen worden toegepast. Tegelijkertijd houdt het Hof van Justitie zich echter op de vlakte en krijgen de theoretische mogelijkheden geen praktisch vervolg, omdat er in casu een beroep werd gedaan op een onvoldoende concrete Handvestbepaling. Ogenschijnlijk heeft het hiermee niettemin een beslissende stap gezet, en is voor toekomstige gevallen de kogel door de kerk.HvJ EU 15 januari 2014, zaak C-176/12, Association de médiation sociale/Union locale des syndicats CGT, Hichem Laboubi, Union départementale CGT des Bouches-du-Rhône, Confédération générale du travail, n.n.g.


Prof. mr. H.C.F.J.A. de Waele
Prof. mr. H.C.F.J.A. (Henri) de Waele is hoogleraar internationaal en Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en gastprofessor Europees institutioneel recht aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De EU-bevoegdheid betreffende de externe coördinatie van sociale zekerheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden coördinatie sociale zekerheid, externe betrekkingen, associatieovereenkomsten, rechtsbasis, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 48 VWEU kent aan de EU-wetgever de bevoegdheid toe de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten te coördineren teneinde het vrij verkeer van werknemers binnen de EU te faciliteren. In twee door het Verenigd Koninkrijk tegen de Raad van de Europese Unie op grond van artikel 263 VWEU ingestelde beroepen, diende het Hof van Justitie zich te buigen over de vraag of de EU-wetgever deze bevoegdheid voor ‘interne’ coördinatie ook kan aanwenden voor een besluit gericht op de uitbreiding van de Socialezekerheidsverordening 883/2004 tot het grondgebied en de onderdanen van derde landen. Het Hof van Justitie oordeelt dat de EU-wetgever dat kan: artikel 48 VWEU kan de rechtsbasis vormen voor een besluit gericht op een dergelijke ‘externe’ coördinatie van sociale zekerheid indien derde staten op basis van associatieakkoorden voor doeleinden van socialezekerheidscoördinatie reeds zijn gelijkgesteld aan EU-lidstaten. Deze bijdrage analyseert de twee arresten en beziet de mogelijke implicaties.HvJ EU 26 september 2013, zaak C-431/11, Verenigd Koninkrijk/Raad van de Europese Unie, n.n.g. en HvJ EU 27 februari 2014, zaak C-656/11, Verenigd Koninkrijk/Raad van de Europese Unie, n.n.g.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan Maastricht Center for European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

Kaveh Puid, Abdullahi en de Dublin-Verordening: uitleg bij een haperend asielsysteem, gemiste kans wat betreft de rechtsbescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Dublin-Verordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, rechtsbescherming, EU-Grondrechtenhandvest, asielzoeker
Auteurs Mr. dr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de uitspraken Kaveh Puid en Abdullahi geeft het Hof van Justitie nadere uitleg over de toepassing van de zogenoemde Dublin-Verordening inzake de vaststelling van een voor de behandeling van een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat. Hoewel het Hof van Justitie in het Puid-arrest nog eens de verantwoordelijkheid van de overdragende lidstaat onderstreept om de Dublin-criteria zodanig toe te passen dat de asielzoeker niet de dupe wordt van eindeloze procedures, zijn beide uitspraken teleurstellend voor wat betreft de uitleg inzake de rechtsbescherming van asielzoekers tegen overdrachtsbesluiten.HvJ EU 14 november 2013, zaak C-4/11, Bundesrepublik Deutschland/Kaveh Puid, n.n.g., HvJ EU 10 december 2013, zaak C-394/12, Abdullahi/Bundesasylamt, n.n.g.


Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr.dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair hoofddocent bij de sectie migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Systeemtoezicht in de Nederlandse gezondheidszorg. Een experimentele innovatie van toezicht.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden systeemtoezicht, kwaliteit en veiligheid van zorg, experimental governance, institutioneel leren, formatief onderzoek
Auteurs Annemiek Stoopendaal, Martin de Bree, Franske Keuter e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft geëxperimenteerd met een nieuwe vorm van inspectie gebaseerd op systeemtoezicht (ST). Het experiment volgt uit voortgaande ontwikkelingen in de governance van zorginstellingen. Het experiment is gevolgd en ondersteund met formatief onderzoek. Geleerd is dat ST in de Nederlandse gezondheidszorg, mits gericht en evenwichtig toegepast, een bijdrage kan leveren aan de doelstellingen van de IGZ ten aanzien van effectief en efficiënt toezicht. ST maakt ‘inspectiemaatwerk’ mogelijk. Daarenboven geeft dit artikel inzicht in de werkwijze die gebruikt kan worden bij de modernisering van toezicht.


Annemiek Stoopendaal
Dr. A.M.V. Stoopendaal is universitair docent/wetenschappelijk onderzoeker, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Martin de Bree
Dr. ing. M.A. de Bree MBA is adviseur en wetenschappelijk onderzoeker, Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Franske Keuter
Drs. F.G. Keuter MD is Coördinerend Specialistisch Senior Inspecteur, Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is bijzonder hoogleraar ‘Effectiviteit van toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg’, instituut Beleid en Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit Rotterdam/ Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Artikel

Het doel van garanties bij bedrijfsovernames: informatie of risico?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Garanties, Overnames, Advocaten
Auteurs Christel Karsten
Samenvatting

    Welke functie vervullen garanties in overnamecontracten? Garanties kunnen belangrijk zijn omdat ze de onzekerheid van kopers verkleinen, of omdat ze de risico's die zich rondom een overname bevinden tussen de koper en verkoper verdelen. Maar worden garanties in de praktijk ook daartoe ingezet? Dit artikel beschrijft een rechtseconomisch onderzoek waarin deze vragen empirisch zijn onderzocht door garanties in 150 overnamecontracten te analyseren. 1x C.G.J. Karsten & Z. Sautner, What drives variation in contracts: Economics or lawyers?, SSRN Working Paper 2014, beschikbaar op < http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2081805>. Dit onderzoek vormt ook de basis voor hoofdstuk twee in mijn proefschrift The Law and Finance of M&A Contracts , geschreven onder begeleiding van prof. Florencio López-de-Silanes en prof. Jaap Winter. Het onderzoek laat zien dat garanties inderdaad worden ingezet om de achterstand in informatie van de koper ten opzichte van de verkoper te verkleinen, maar ook om risico te alloceren. Daarnaast is echter de persoonlijke stijl of voorkeur van de betrokken advocaat van belang voor de bescherming door middel van garanties in het contract.

Noten

  • 1 C.G.J. Karsten & Z. Sautner, What drives variation in contracts: Economics or lawyers?, SSRN Working Paper 2014, beschikbaar op < http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2081805>. Dit onderzoek vormt ook de basis voor hoofdstuk twee in mijn proefschrift The Law and Finance of M&A Contracts , geschreven onder begeleiding van prof. Florencio López-de-Silanes en prof. Jaap Winter.


Christel Karsten
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

De provinciale Verordening ruimte als instrument voor verduurzaming van de veehouderij

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden provinciale Verordening ruimte, veehouderij, milieunormen, duurzaamheid
Auteurs Mr. P.B. Bokelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De schaalvergroting en intensivering in de veehouderij hebben met name in de concentratiegebieden geleid tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie bezien op welke wijze deze verslechtering door middel van de Verordening ruimte kan worden tegengegaan. Vervolgens wordt aan de hand van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant kritisch bezien of het mogelijk is dit verslechterde woon- en leefklimaat te verbeteren en tegelijkertijd de verduurzaming van de veehouderij te bevorderen. Geconcludeerd wordt dat door middel van de algemene regels van de provinciale Verordening ruimte de vestiging en uitbreiding van veehouderijen in aangewezen gebieden kunnen worden beperkt of verboden, zelfs als daarmee wordt afgeweken van een reconstructieplan of wanneer reeds maatregelen zijn getroffen op grond van de regelgeving ter bestrijding van dierziekten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat in de Verordening ruimte ook milieunormen kunnen worden opgenomen, tenzij daardoor strijd ontstaat met andere wetgeving. Daarmee zou de Verordening ruimte in beginsel de mogelijkheid bieden om het woon- en leefklimaat te verbeteren en tevens de duurzaamheid van de veehouderij te bevorderen. Echter, de wijze waarop de milieunormen in de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant zijn vormgegeven, lijkt – vooral met betrekking tot de normen voor geur en fijn stof – juridisch kwetsbaar. De toekomst zal daarom moeten uitwijzen of de provinciale Verordening ruimte ook een bruikbaar instrument is voor de verduurzaming van de veehouderij.


Mr. P.B. Bokelaar
Mr. P.B. (Peter) Bokelaar is senior (juridisch) beleidsmedewerker bij de directie Duurzaamheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

‘Regelmatig beursverkeer’ bij openbaar bod verduidelijkt

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2014
Trefwoorden regelmatig beursverkeer, best price rule, stakebuilding, openbaar bod, ‘gelijk bod-vereiste’
Auteurs Mr. P.H.C. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een recent gepubliceerde AFM-interpretatie bespreekt de auteur de ratio en het nut van de uitzondering voor in regelmatig beursverkeer tot stand gekomen transacties bij de best price rule en het verbod op gunstiger transacties.


Mr. P.H.C. van Leeuwen
Mr. P.H.C. van Leeuwen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de reikwijdte, toepassing en procedure van het voorontwerp grensoverschrijdende omzetting kapitaalvennootschappen.


Mr. M.P. van Agt
Mr. M.P. van Agt is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Seizoen twee van het wetsvoorstel bestuur en toezicht

De verbetering van de kwaliteit van bestuur en toezicht in de semipublieke sector

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bestuur en toezicht, semipublieke sector, tegenstrijdig belang, artikel 2:9 BW, wetsvoorstel
Auteurs Mr. E. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen. Dit wetsvoorstel beoogt een verbetering van de kwaliteit van het bestuur en toezicht van verenigingen en stichtingen te bewerkstelligen.


Mr. E. van der Wiel
Mr. E. van der Wiel is advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Art. 2:207c BW is vervallen – leve de steunverlening?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden steunverlening, aansprakelijkheid, tegenstrijdig belang, doeloverschrijding, pauliana
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het schrappen van artikel 2:207c BW is het leerstuk van de (financiële) steunverlening verleden tijd. Naar huidig recht moet steunverlening worden getoetst aan de algemene regels voor bestuurshandelen. In deze bijdrage wordt ingegaan op het aansprakelijkheidskader en de betekenis van de regels inzake doeloverschrijding, tegenstrijdig belang en de pauliana.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is wetenschappelijk medewerker bij NautaDutilh te Amsterdam en verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De Bitcoin-verzekering. Een kans voor de financiële sector om klantbelang centraal te stellen in innovatieve productontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Bitcoin, virtueel geld, vermogensrecht naar buitenlands recht, verzekering, consumentenbescherming
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg, Mr. J.W.P.M. van der Velden en Mr. C.W.M. Vergouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De juridische kwalificatie van het virtuele geld ‘Bitcoin’ zorgt wereldwijd voor hoofdbrekens. Auteurs concluderen dat de Bitcoin zich als vermogensrecht naar buitenlands recht kwalificeert. Om de ontwikkeling van virtueel geld positief te beïnvloeden en meer consumentenbescherming te kunnen bieden, wordt een aanzet gegeven tot ontwikkeling van een Bitcoin-verzekering.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en research fellow van Tilburg University.

Mr. J.W.P.M. van der Velden
Mr. J.W.P.M. van der Velden is advocaat bij Keijser Van der Velden N.V. te Nijmegen en fellow bij het Instituut voor Financieel Recht, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. C.W.M. Vergouwen
Mr. C.W.M. Vergouwen is Compliance Consultant bij Achmea.
Artikel

Ben ik mijn broeders hoeder? De bijzondere zorgplicht van banken bij beleggingsfraude nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden beleggingsfraude, piramidespel, zorgplicht, derden, bank
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een relevant recent door het Gerechtshof Den Haag gewezen arrest bespreekt de auteur een aantal aspecten van de bijzondere zorgplicht die een bank jegens (potentiële) slachtoffers van beleggingsfraude heeft.


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is in april 2014 aan de Universiteit van Amsterdam op de bijzondere zorgplicht van banken in gevallen van beleggingsfraude afgestudeerd. Hij begint in september als advocaat-stagiair.
Artikel

Access_open Metatoezicht op voedselveiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden metatoezicht op voedselveiligheid, privaat toezicht, NVWA, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking
Auteurs Mr. dr. Paul Verbruggen en Dr. ir. Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezicht op voedselveiligheid is een aangelegenheid van zowel publieke als private partijen. Overheid en bedrijfsleven dragen beide verantwoordelijkheid voor controle en naleving van voedselveiligheidsnormen. Zij hebben daartoe allebei geavanceerde systemen van toezicht ontwikkeld met als primair doel risico’s op voedselveiligheid te beheersen en beperken. Kenmerkend is de relatief recente ontwikkeling dat publieke en private actoren elkaars inspanningen voor de verwezenlijking van dit doel onderling pogen af te stemmen. In Nederland probeert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht te houden op private vormen van toezicht. Hoe richt de NVWA dit metatoezicht (toezicht op toezicht) in? Welke waarborgen brengt de NVWA aan bij de afstemming van haar toezicht op private initiatieven en op welke punten behoeft dit verbetering? De auteurs maken een vergelijkende analyse van twee initiatieven van privaat toezicht die door de NVWA zijn geaccepteerd als ‘zelfcontrolesysteem’ voor levensmiddelen, te weten Bureau de Wit en Riskplaza.


Mr. dr. Paul Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair docent Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Dr. ir. Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is universitair hoofddocent rechtssociologie.
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. Bas Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de belangrijkste uitspraken van Nederlandse civiele rechters in 2013 waarin het Nederlands en/of Europees mededingingsrecht aan de orde kwam. Deze kroniek beperkt zich tot een bespreking van de meest spraakmakende zaken van het afgelopen jaar, waarbij zowel standalone mededingingsrechtelijke procedures als follow-on procedures zullen worden behandeld. Bij de opzet van deze kroniek is gekozen om de uitspraken op basis van thematische gelijkenissen (in plaats van chronologische volgorde) zo veel mogelijk gezamenlijk te bespreken.


Mr. Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V.
Toont 1 - 20 van 1068 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.