Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

De herziening van het Altmark-pakket

Nieuwe regels voor staatssteun en diensten van algemeen economisch belang

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang (DAEB), Altmark, compensatiebeginsel, artikel 106 lid 2 VWEU
Auteurs Prof. mr. Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Altmark uit 2003 betekende een doorbraak ten aanzien van de behandeling van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) onder de staatssteunregels.1x HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253. De Commissie bouwde in 2005 voort op dit arrest met een aantal samenhangende maatregelen op grond van artikel 106 lid 3 TFEU die erop gericht waren een kader te stellen voor DAEB die niet aan alle Altmark-voorwaarden voldeden maar de minimis waren of om andere redenen in aanmerking kwamen voor een vrijstelling op basis van artikel 106 lid 2 VwEU.2x Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153. Dit kader wordt hier het Altmark-pakket genoemd.3x Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’. Op grond van de tussentijds opgedane ervaring en een uitgebreide consultatie heeft de Commissie in september 2011 voorstellen gedaan voor de herziening van het Altmark-pakket met de bedoeling de nieuwe maatregelen nog in 2011 of januari 2012 vast te stellen. In deze bijdrage worden eerst kort het Altmark-arrest en het huidige Altmark-pakket besproken om vervolgens uitgebreider in te gaan op de nieuwe voorstellen. De nadruk ligt daarbij op de verschillen met de huidige situatie.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel, met dank aan Hans Vedder, Rein Halbersma en Michiel Veersma voor hun commentaar.
  • 1 HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, Jur. 2003, p. I-7747 annotatie F.B. Ronkes Agerbeek, M&M 2003/6, p. 213. Zie ook B.J. Drijber en N. Saanen-Siebenga, ‘Financiering van openbare diensten na Altmark’, NTER 2003/10, p. 253.

  • 2 Beschikking van de Commissie 2005/842/EG van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EU 2005, L312/67; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C297/4. Zie E.W.F. Schotanus, ‘Voordeel versus compensatie’, M&M 2005/7, p. 200; L. Hancher en S.J.H. Evans, ‘Altmark als katalysator: het Commissiepaklket met alle antwoorden rond staatssteun en diensten van algemeen economisch belang?’, NTER 2006/7, p. 153.

  • 3 Onder verwijzing naar de (destijds) verantwoordelijke Europees Commissaris spreekt de Commissie zelf wel van het (oude) ‘Monti/Kroes-pakket’ en van het (toekomstige) ‘Almunia-pakket’.


Prof. mr. Wolf Sauter
Prof. mr. Wolf Sauter is werkzaam bij Tilburg University (TILEC) en bij de Nederlandse Zorgautoriteit.
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden precontractuele informatie, reclame, waarschuwing, informatieverplichting, financiële dienstverlener
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Mr. A.F.N. van de Laar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de verplichte en onverplichte precontractuele informatieverplichtingen die op basis van de Wet op het financieel toezicht op financiële dienstverleners rusten. Hierbij komen verschillende standaardwaarschuwingen aan bod en wordt een aantal kanttekeningen bij de effectiviteit van de besproken informatieverplichtingen geplaatst.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. A.F.N. van de Laar
Mr. A.F.N. van de Laar is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Het Europees burgerinitiatief

Symboolwetgeving of daadwerkelijke democratische versterking van de Unie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden Europees burgerinitiatief, unieburgerschap, directe democratie, legitimiteit, verdrag van Lissabon
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees burgerinitiatief (EBI) is een noviteit in het EU-recht, ingevoerd door het Verdrag van Lissabon. In deze bijdrage wordt de potentiële bijdrage van het EBI aan de democratische fundamenten van de Unie besproken, in het licht van de nadere uitwerking en vormgeving daarvan in Verordening (EU) nr. 211/2011. Krachtens deze Verordening zullen burgerinitiatieven kunnen worden ingediend vanaf 1 april 2012.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Eumedion ‘Best practices voor betrokken aandeelhouderschap’ voor institutionele beleggers

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden Eumedion, Stewardship, institutionele, belegger, betrokken
Auteurs Mr. F.P.R. Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de ‘Best practices voor betrokken aandeelhouderschap’. Tevens wordt ter vergelijking de UK Stewardship Code besproken.


Mr. F.P.R. Schreuder
Mr. F.P.R. Schreuder is als advocaat werkzaam bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Artikel

Het verrekenen van voordeel bij effectenleaseovereenkomsten

‘Geen kwestie van droge logica, maar veeleer van materiële waardering, weging en wenselijkheid’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden voordeelstoerekening, art. 6:100 BW, art. 6:101 BW, serieschadeclausule, billijkheidscorrectie
Auteurs Mr. E.A.J. Nederlof
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over een nieuwe uitspraak van de Hoge Raad van 29 april 2011 over voordeelsverrekening (art. 6:100 BW). Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met de ‘serieschadeclausule’ in verzekeringspolissen en een uitspraak van de Rechtbank Utrecht, waarin de onderhavige problematiek via de billijkheidscorrectie (art. 6:101 BW) werd opgelost.


Mr. E.A.J. Nederlof
Mr. E.A.J. Nederlof is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Naar een Nederlandse Omgevingsautoriteit

Een pleidooi voor onafhankelijk milieutoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden toezicht, milieutoezicht, milieuhandhaving, Europees milieurecht, eerlijke concurrentieverhoudingen
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld en Mr. M.C. Stoové
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt onderzocht in hoeverre verband bestaat tussen de mate van effectiviteit van milieutoezicht en de mate van onafhankelijkheid van dit toezicht. Aanleiding zijn onder meer diverse milieu-incidenten (Thermphos, Probo Koala) en het niet op orde zijn van het milieutoezicht. Voor bestuurders is milieutoezicht een haast onmogelijke opgave. De organisatie van het milieutoezicht wordt getoetst aan de Nederlandse en Europese eisen aan toezicht. Geconcludeerd wordt dat gebrek aan onafhankelijkheid van milieutoezicht een belangrijke oorzaak van de bestaande problemen is. De auteurs doen aanbevelingen voor het oprichten van een Nederlandse Omgevingsautoriteit.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieu-officier van justitie bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Tevens is hij redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. Stoové is senior beleidsmedewerker bij het Functioneel Parket. Eerder heeft zij gewerkt als bestuursrechtadvocaat, met als specialisatie milieurecht en ruimtelijke-ordeningsrecht.
Artikel

Systeem in het financiële toezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2011
Trefwoorden bankentoezicht, systeemtoezicht, risicogebaseerd toezicht, systeemrisico, stelselbreed toezicht, zelfregulering
Auteurs Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt en Mr. drs. M.W. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de lessen die algemeen getrokken wordt uit de huidige financiële crisis is dat wereldwijd te weinig aandacht besteed is aan risico-opbouw in het financiële stelsel als geheel. In dit artikel wordt verkend op welke wijze de Nederlandse wetgever en toezichthouders geconstateerde lacunes in regelgeving en praktijk aanvullen. Gekeken wordt met name hoe De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht houden op de bedrijfsvoering van financiële instellingen (systeemtoezicht), welke accenten daarin zijn aangebracht als gevolg van de crisis, en hoe dit toezicht kan bijdragen aan het bewaken van het financiële stelsel als geheel (stelselbreed toezicht). De conclusie luidt dat voor herstel van vertrouwen in de financiële sector – fundament van systeemtoezicht – een eenvoudiger structuur van financiële instellingen, markten en producten noodzakelijk is.


Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt
Prof. mr. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. a.j.c.demoor-vanvugt@uva.nl

Mr. drs. M.W. Wessel
Mr. drs. M.W. Wessel is promovenda staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. m.w.wessel@uva.nl
Artikel

Belastingheffing in Caribisch Nederland

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden belastingregeling Nederland, hybride stelsel, zelfbeschikkingsrecht, vijf fiscale stelsels, eenvoud
Auteurs Mr. J. Adeler en prof. dr. P. Kavelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 10 oktober 2010 zijn de Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan. Curaçao en St. Maarten zijn als zelfstandige landen binnen het Koninkrijk verdergegaan. Bonaire, St. Eustatius en Saba – de BES of Caribisch Nederland – maken voortaan deel uit van Nederland als bijzondere gemeenten. Zij hebben daartoe per 1 januari 2011 een geheel eigen fiscaal stelsel gekregen. De auteurs gaan in deze bijdrage nader in op de bijzonderheden van het fiscale stelsel op de BES, de onlosmakelijke samenhang met het (Europees-)Nederlandse fiscale stelsel en plaatsen tot slot enkele kanttekeningen.


Mr. J. Adeler
Mr. J. Adeler is werkzaam bij Deloitte.

prof. dr. P. Kavelaars
Prof. dr. P. Kavelaars is werkzaam bij Deloitte en verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    This article discusses the role of gold in a modern economic system. It starts from the observation that the price of gold has exploded in recent years, due to an increase in economic and inflation uncertainty following the start of the credit crisis, and that some policymakers have argued for a new role of gold in the global monetary system. Following a bird's eye view of the role of gold in monetary history, we next discuss two economic concepts - the ‘trilemma’ and Triffin's dilemma - which in the past have limited gold's usefulness in monetary systems. We finally discuss gold's present role and argue that, while gold undeniably acts as a safe haven in times of crisis, any return to a global fixed exchange rate system based on gold would unduly limit countries' flexibility to adapt to economics shocks. Yet in financial markets, gold will probably continue to serve its purpose as ‘clotted fear’.


I.J.M. Arnold
Prof. dr. Ivo Arnold is als hoogleraar monetaire economie verbonden aan Nyenrode Business Universiteit en als hoogleraar economisch onderwijs en Vice Dean aan de Erasmus School of Economics, Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: arnold@ese.eur.nl.
Artikel

Loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen; gerechtvaardigd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden loyaliteitsdividend, Corporate Governance, loyaliteitsregeling, DSM-beschikking, loyaliteitsdividendregeling
Auteurs Mr. S.F. de Beurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Al enige tijd gaan stemmen op in het Corporate Governance-debat om aandeelhouders, met name institutionele beleggers, meer te betrekken bij het reilen en zeilen van de vennootschap. De gedachte is dat loyaliteitsregelingen zoals loyaliteitsdividend – het toekennen van extra dividend aan trouwe aandeelhouders– hieraan kunnen bijdragen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de door DSM in 2006 bedachte loyaliteitsregeling ingegaan op de vennootschapsrechtelijke mogelijkheden voor het introduceren van loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen. Hiertoe wordt er allereerst ingegaan op de regeling die door DSM was opgesteld en de statutaire vereisten voor loyaliteitsdividend. Vervolgens bespreekt de auteur het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders en wordt het model dat het HvJ EG hanteert voor toetsing aan publiekrechtelijke varianten van het gelijkheidsbeginsel behandeld. Daarna wordt er bezien hoe loyaliteitsdividend kan worden ingevoerd binnen een bestaande vennootschap. De bijdrage wordt afgesloten met een analyse omtrent het nut van wettelijke facilitering van loyaliteitsdividend.


Mr. S.F. de Beurs
Mr. S.F. de Beurs is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Woningcorporaties: governance en compliance zonder aandeelhouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden woningcorporaties, governance, governance code, compliance, integriteit
Auteurs Mr. P.J.B. Theeuwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Goede governance is voor ondernemingen zowel in de marktsector als in de publieke sector een voorwaarde voor het vertrouwen dat een organisatie goed bestuurd wordt. Woningcorporaties kennen een eigen governance code: de Governance Code Woningcorporaties. Deze code is geïnspireerd door de Nederlandse Corporate Governance Code voor beursgenoteerde ondernemingen. Hoewel de woningcorporatie voor wat betreft haar governance veel gelijkenis vertoont met de beursgenoteerde onderneming, is er een belangrijk verschil: de afwezigheid van aandeelhouders. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mate van compliance aan de governance code bij woningcorporaties. Hiertoe wordt allereerst de Governance Code Woningcorporaties kort besproken. Vervolgens wordt er stilgestaan bij de vraag of de aan- of afwezigheid van aandeelhouders een rol speelt bij de mate van compliance aan een governance code. In dit kader worden de beursvennootschappen en woningcorporaties met elkaar vergeleken. Ten slotte doet de auteur enkele aanbevelingen om een goede compliance aan de governance code door woningcorporaties te verbeteren. In dit kader wordt het begrip ‘integriteit’ geïntroduceerd als belangrijke factor om, naast compliance, behoorlijk bestuur te bewerkstelligen.


Mr. P.J.B. Theeuwes
Mr. P.J.B. Theeuwes is werkzaam bij de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

De flex-bv fiscaal; een belangenstrijd zonder uitkomst

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, winstrechtloze aandelen, stemrechtloze aandelen, aanmerkelijkbelangregeling, aansprakelijkheidsregeling bv
Auteurs Mr. H. Halma
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht heeft als doel meer vrijheid van inrichting en een eenvoudiger systeem van crediteurenbescherming voor de bv te creëren. In deze bijdrage worden diverse onderwerpen uit het wetsvoorstel waar de voorgestelde wijzigingen het fiscale recht direct raken, besproken. De regering is in de memorie van toelichting bij de invoeringswet met name ingegaan op de fiscale aspecten bij invoering van aandelen zonder stemrecht en aandelen zonder winstrecht. In de nota bij het wetsvoorstel is tevens de gewijzigde aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders in geval van ongeoorloofde uitkeringen door de bv aan bod gekomen. In deze bijdrage worden de fiscale aspecten van deze twee onderwerpen behandeld. In dit kader gaat de auteur allereerst in op de eigenschappen van de nieuwe soorten aandelen die van invloed kunnen zijn op de toepassing van een aantal fiscale regels. Achtereenvolgens komen vervolgens de volgende fiscale onderwerpen aan de orde: het (soort) aanmerkelijk belang, de verbondenheid in de vennootschapsbelasting, de deelnemingsvrijstelling en de fiscale eenheid. Hierna wordt de voorgestelde aansprakelijkheidsregeling van aandeelhouders en bestuurders in geval van ongeoorloofde uitkeringen besproken en worden de gevolgen van deze regeling voor de inkomstenbelasting van een bestuurder/aandeelhouder uiteengezet.


Mr. H. Halma
Mr. H. Halma is docent Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Werknemersparticipatie: certificaten of winstbewijzen; straks stemrechtloze aandelen?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden werknemersparticipatie, managementparticipatie, certificaten, winstbewijzen, stemrechtloze aandelen
Auteurs Mr. S.M. van Engelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee alternatieven voor certificering van aandelen in de context van werknemersparticipatie.


Mr. S.M. van Engelen
Mr. S.M. van Engelen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Contingent value rights als voorwaardelijke, additionele vergoeding in een openbaar bod

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden contingent value right (CVR), openbaar bod, overnameprijs, overnamevergoeding
Auteurs Mr. L.J. Brabers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na maandenlang getouwtrek en gesteggel over de overnameprijs nam begin 2011 de Franse farmaceutische reus, Sanofi-Aventis, het Amerikaanse Genzyme over. De oplossing voor het verschil in waardering bleek te liggen in een voorwaardelijke, additionele vergoeding in de vorm van zogenoemde contingent value rights.


Mr. L.J. Brabers
Mr. L.J. Brabers is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

De juridische (af)splitsing: wat als een huurder van kleur verschiet?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2011
Trefwoorden juridische splitsing, contractsoverneming, indeplaatsstelling, verzet, huurovereenkomst
Auteurs Mr. J.G.A. van Olst
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de positie van een verhuurder in het kader van een splitsing belicht en wordt beschreven welke waarborgen (al dan niet) voorhanden zijn. De auteur doet een aanbeveling over hoe de verhuurder contractueel kan voorkomen dat een huurovereenkomst overgaat naar een minder solvente (of om andere redenen minder wenselijke) huurder.


Mr. J.G.A. van Olst
Mr. J.G.A. van Olst is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Een vergissing van de bank in uw voordeel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden schadebeperkingsplicht, beleggingsadvies, doorbreking causaal verband
Auteurs Mr. M.B.C. Kloppenburg en Mr. E.J. van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van jurisprudentie van de beroepscommissie van het KiFiD over onjuist beleggingsadvies betogen auteurs dat uit het feit dat de belegger bekend is geraakt met de fout van de bank, doorgaans slechts volgt dat verdere schade is veroorzaakt door eigen schuld en slechts hoogst zelden dat het causaal verband tussen de fout en de verdere koersontwikkelingen is doorbroken.


Mr. M.B.C. Kloppenburg
Mr. M.B.C. Kloppenburg is advocaat te Den Haag en treedt in procedures over effectendienstverlening voornamelijk op voor banken.

Mr. E.J. van Praag
Mr. E.J. van Praag is advocaat te Den Haag en treedt in procedures over effectendienstverlening voornamelijk op voor banken.
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.


Mr. J.J. Prinsen
Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    When a lawyer has his/her intake meeting with a client and ponders whether the case is to be taken to court or whether it is appropriate for mediation, different parameters have to be considered.
    Mr Green finds out that this photovoltaic installation does not produce the output initially guaranteed, and his lawyer will first have a look at the terms and conditions on guarantee and liability in the sales contract. The lawyer should consider time, cost, potential outcome and future relations between the parties, and compare these four parameters in a situation whereby proceedings in court are initiated with a situation whereby a mediation is started up. The assessment of each of these parameters in court proceedings and mediation is entirely different, and understanding these differences will assist in opting for court proceedings or mediation, or a combination of both. Reflexivity will be key.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat bij De balie te Antwerpen.
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.