Zoekresultaat: 254 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De Tweede Evaluatie Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wet BIG, evaluatie, kwaliteitswetgeving, tuchtrecht
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons en prof. mr. J.H. Hubben
SamenvattingAuteursinformatie

    De tweede evaluatie van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ruim tien jaar na de eerste evaluatie verschenen, komt tot gelijksoortige bevindingen als die eerste evaluatie uit 2002. De wettelijke regeling is niet erg bekend. Het tuchtrecht is aan herziening toe. Toch is er sprake van een gewijzigde context, waarin de Wet BIG door nieuwe kwaliteitsregulering de meer bescheiden status heeft gekregen van een borging van de basiskwaliteit van de beroepsbeoefenaar via opleiding. De evaluatie ziet nadrukkelijker een rol voor de IGZ in het tuchtrecht, dat concurreert met het bestuursrecht.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en redactielid van dit tijdschrift.

prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Groningen en adviseur voor het gezondheidsrecht bij Nysingh advocaten-notarissen.
Artikel

De provinciale Verordening ruimte als instrument voor verduurzaming van de veehouderij

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden provinciale Verordening ruimte, veehouderij, milieunormen, duurzaamheid
Auteurs Mr. P.B. Bokelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De schaalvergroting en intensivering in de veehouderij hebben met name in de concentratiegebieden geleid tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie bezien op welke wijze deze verslechtering door middel van de Verordening ruimte kan worden tegengegaan. Vervolgens wordt aan de hand van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant kritisch bezien of het mogelijk is dit verslechterde woon- en leefklimaat te verbeteren en tegelijkertijd de verduurzaming van de veehouderij te bevorderen. Geconcludeerd wordt dat door middel van de algemene regels van de provinciale Verordening ruimte de vestiging en uitbreiding van veehouderijen in aangewezen gebieden kunnen worden beperkt of verboden, zelfs als daarmee wordt afgeweken van een reconstructieplan of wanneer reeds maatregelen zijn getroffen op grond van de regelgeving ter bestrijding van dierziekten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat in de Verordening ruimte ook milieunormen kunnen worden opgenomen, tenzij daardoor strijd ontstaat met andere wetgeving. Daarmee zou de Verordening ruimte in beginsel de mogelijkheid bieden om het woon- en leefklimaat te verbeteren en tevens de duurzaamheid van de veehouderij te bevorderen. Echter, de wijze waarop de milieunormen in de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant zijn vormgegeven, lijkt – vooral met betrekking tot de normen voor geur en fijn stof – juridisch kwetsbaar. De toekomst zal daarom moeten uitwijzen of de provinciale Verordening ruimte ook een bruikbaar instrument is voor de verduurzaming van de veehouderij.


Mr. P.B. Bokelaar
Mr. P.B. (Peter) Bokelaar is senior (juridisch) beleidsmedewerker bij de directie Duurzaamheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Access_open Metatoezicht op voedselveiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden metatoezicht op voedselveiligheid, privaat toezicht, NVWA, voedselveiligheid, publiek-private samenwerking
Auteurs Mr. dr. Paul Verbruggen en Dr. ir. Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezicht op voedselveiligheid is een aangelegenheid van zowel publieke als private partijen. Overheid en bedrijfsleven dragen beide verantwoordelijkheid voor controle en naleving van voedselveiligheidsnormen. Zij hebben daartoe allebei geavanceerde systemen van toezicht ontwikkeld met als primair doel risico’s op voedselveiligheid te beheersen en beperken. Kenmerkend is de relatief recente ontwikkeling dat publieke en private actoren elkaars inspanningen voor de verwezenlijking van dit doel onderling pogen af te stemmen. In Nederland probeert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht te houden op private vormen van toezicht. Hoe richt de NVWA dit metatoezicht (toezicht op toezicht) in? Welke waarborgen brengt de NVWA aan bij de afstemming van haar toezicht op private initiatieven en op welke punten behoeft dit verbetering? De auteurs maken een vergelijkende analyse van twee initiatieven van privaat toezicht die door de NVWA zijn geaccepteerd als ‘zelfcontrolesysteem’ voor levensmiddelen, te weten Bureau de Wit en Riskplaza.


Mr. dr. Paul Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair docent Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Dr. ir. Tetty Havinga
Dr. ir. T. Havinga is universitair hoofddocent rechtssociologie.
Artikel

De positie van minderheidsaandeelhouders en het openbaar bod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden bescherming, minderheidsaandeelhouders, openbaar bod, appraisal, stakeholders, governance
Auteurs Mr. W.B. Kuijpers en Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een aandeelhouder om hem moverende redenen niet ingaat op een uitgebracht openbaar bod verandert zijn situatie verstrekkend. De resterende aandeelhouder kan onder andere worden geconfronteerd met de komst van een meerderheidsaandeelhouder, afhankelijke commissarissen, een waardedaling of afname van liquiditeit en veelal uiteindelijk alsnog verlies van zijn aandelen. Al deze veranderingen kunnen behoorlijk nadelig uitpakken. Recente overnamebiedingen hebben de noodzaak voor extra bescherming van de positie van minderheidsaandeelhouders onderstreept. Hiertoe bespreken de auteurs vijf voorstellen, die alle kunnen bijdragen aan een betere bescherming van minderheidsaandeelhouders rondom een openbaar bod. Hun conclusie luidt dat deze voorstellen, ook in onderlinge samenhang, mogelijk een adequate verbetering van de bescherming van minderheidsaandeelhouders vormen.


Mr. W.B. Kuijpers
Mr. W.B. Kuijpers is Senior Legal Counsel bij Eumedion.

Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is Senior Advisor Responsible Investment & Governance bij MN.
Artikel

Corporate governance en belangenconflicten van bestuurders bij openbare biedingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden tegenstrijdig belang, openbaar bod, corporate governance, claw back, Bruil, corporate event-regeling, afroomregeling
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de governanceaspecten van belangenconflicten waarmee bestuurders van een Nederlandse doelvennootschap geconfronteerd kunnen worden, in het kader van een vriendelijk openbaar bod. Na een korte uiteenzetting van de openbaarbodregeling wordt de bij de Wet bestuur en toezicht ingevoerde tegenstrijdigbelangregeling toegepast, waarbij tevens ingegaan wordt op relevante jurisprudentie. Daarna komen de Wft, het Bob en de Code aan de orde. Aan de hand van dit overzicht wordt het position statement van UNIT4 getoetst en slaan zij een brug naar de per 1 januari 2014 ingevoerde corporate event-regeling uit de Wet Claw back, om af te sluiten met een conclusie.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Amsterdam.

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Op het raakvlak van sociale zekerheid en migratierecht

Legaal verblijf als voorwaarde voor toekenning socialezekerheidsprestaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Unieburgers, economisch inactieven, verblijfsrecht, bestaansmiddelen, bijstand
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel we het graag over het hoofd zien, is het recht op vrij verkeer van personen, zoals verankerd in artikelen 20 en 21 van het VWEU, niet absoluut. Een van de voorwaarden die gesteld wordt aan de uitoefening van dit recht is dat de Unieburger zichzelf financieel kan bedruipen, in migratierechtelijke terminologie: geen beroep doet op de openbare kas. De prejudiciële vraag die het Hof van Justitie in het arrest Brey moet beantwoorden, is of een gastlidstaat voor de toekenning van een uit publieke middelen gefinancierde uitkering aan economisch inactieven de voorwaarde mag stellen dat zij rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. HvJ EU 19 september 2013, zaak C-140/12, Pensionsversichrungsanstalt/Peter Brey, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

Waar wringt het bij de wraking?

Over de voorgestelde vernieuwingen in de wrakingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden wraking
Auteurs Mr. dr. P. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het rechtsvergelijkend onderzoek naar de mogelijkheden tot herziening van de Nederlandse wrakingsprocedure van juli 2012 door wetenschappers van de universiteit Utrecht (Giesen e.a.) geanalyseerd voor zover het de civiele wrakingsregeling betreft. Na een beschrijving van de wrakingsregeling in artt. 36 e.v. Rv worden de voorstellen tot efficiëncyverhoging en tempering van oneigenlijk gebruik (het interne perspectief) besproken. Vervolgens worden de suggesties tot vergroting van het maatschappelijk draagvlak van het wrakingsinstrument (het externe perspectief) bezien . De conclusie is dat de voorstellen aangaande het interne perspectief zonder meer waardevol zijn, doch dat die aangaande het externe perspectief minder aanspreken.


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.
Artikel

Het onderscheidende karakter van profielen bij vreemdelingentoezicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden etnisch profileren, vreemdelingentoezicht, discriminatie, crimmigratie
Auteurs Prof. mr. Peter Rodrigues
SamenvattingAuteursinformatie

    The main question of this contribution is whether the use of ethnic profiling in migration control is an infringement of the prohibition of racial and religious discrimination. To answer this question, the regulation on migration control is analyzed and the trend of mixing criminal law with migration law is criticized. The influence of quota of irregular migrants who should be expelled and penalizing of illegal residence is studied. Taken into account the jurisprudence on the issue, the author argues that profiling based on race and religion is forbidden, which is also the case if nationality is used in profiles against EU-citizens.


Prof. mr. Peter Rodrigues
Prof. mr. Peter Rodrigues is hoogleraar Immigratierecht aan de Universiteit Leiden en directeur van het Instituut voor Immigratierecht.
Artikel

Maatwerk of eenduidigheid

(On)gelijke behandeling in het reclasseringswerk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden reclassering, rrisicotaxatie, overeenstemming, plan van aanpak
Auteurs Drs. Jacqueline Bosker
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to support desistance from crime and rehabilitation into society, the probation service has to adapt its service to the individual problems and strengths of offenders. As a result, offenders who have committed similar crimes but differ in the problems related to their offending behavior are approached differently. However, equal treatment of offenders by the probation service is important if their problems are comparable. In this article the results are described of a study about the level of agreement between probation officers about intervention plans. In addition, it was studied whether the use of an instrument for structured decision making improves agreement about these plans.


Drs. Jacqueline Bosker
Drs. Jacqueline Bosker werkt als onderzoeker en docent aan het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht.
Artikel

Herziening richtlijn erkenning beroepskwalificaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Gereglementeerde beroepen, Implementatie Richtlijn 2013/55/EU, Vrij verkeer van personen, Vrij verkeer van diensten
Auteurs Mr. R.V.A. Bishoen en Mr. I.M. Welbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 november 2013 is Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vastgesteld. Dit artikel bespreekt in hoofdlijnen de achtergronden van deze richtlijn, de belangrijkste wijzigingen en waar mogelijk de Nederlandse reactie daarop.
    Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (de IMI-verordening)


Mr. R.V.A. Bishoen
Mr. R.V.A. (Ranoe) Bishoen is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Mr. I.M. Welbergen
Mr. I.M. (Inge) Welbergen is beleidsjurist bij de directie Media en Creatieve Industrie van het Ministerie van OCW en oud-expert national détaché bij de Europese Commissie (DG Interne markt en financiële diensten).
Artikel

Splitsing energiebedrijven Europeesrechtelijk belicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Vrij verkeer van kapitaal, privatiseringsverbod, neutraliteitsbeginsel, splitsing energiebedrijven, (zuiver) economische rechtvaardiging
Auteurs Mr. R. de Vlam
SamenvattingAuteursinformatie

    In het hier te bespreken arrest heeft het Hof van Justitie de bestaande jurisprudentie met betrekking tot het recht van een lidstaat om zijn eigendom in te richten verder aangescherpt. Een algeheel privatiseringsverbod valt binnen de werking van artikel 345 VWEU maar moet desondanks worden getoetst aan de verkeersvrijheden. Een verbod op het uitvoeren van netbeheerstaken binnen een groep waarin ook commerciële energieactiviteiten worden verricht, vormt een inbreuk op de verkeersvrijheden maar kan worden gerechtvaardigd door het niet (zuiver) economische belang van voorkomen van kruissubsidies. Proportionaliteit en functionaliteit van de maatregel moeten door de nationale rechter worden beoordeeld.HvJ EU 22 oktober 2013, gevoegde zaken C-105/12 tot en met C-107/12, Staat der Nederlanden/Essent NV en Essent Nederland BV, Eneco Holding NV en Delta NV, n.n.g.


Mr. R. de Vlam
Mr. R. (Roland) de Vlam is advocaat bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

‘Connected Continent’: Het voorstel voor een verordening inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden telecommunicatie, netneutraliteit, frequentieveiling, roaming, consumentenbescherming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. P.C. Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 september 2013 werd het voorstel voor een (rechtstreeks werkende) Verordening tot aanpassing van het Europees regelgevingskader voor elektronische communicatiemarkten gepubliceerd. Het voorstel beoogt belemmeringen voor de totstandkoming van een interne telecommunicatiemarkt weg te nemen en zou (deels) per 1 juli 2014 in werking moeten treden. Het voorstel is opzienbarend, niet alleen voor wat betreft de tournure in de gekozen vorm van regulering en de snelle invoering maar ook voor wat betreft de diversiteit aan onderwerpen. De Commissie zal op het gebied van het spectrumbeleid en het opleggen van verplichtingen op basis van het in de verordening opgenomen vetorecht meer regie krijgen over het nationale beleid. Daarnaast zal een Europese aanbieder met één machtiging eenvoudiger toegang kunnen gaan krijgen tot de EU-markt. Tevens geldt dat voor reeds gereguleerde onderwerpen op het gebied van toegangsverplichtingen tot wholesale-diensten, roaming en eindgebruikersbelangen verdergaande regulering wordt bereikt.Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen inzake de Europese interne markt voor elektronische communicatie en om een connectief continent tot stand te brengen alsmede tot wijziging van Richtlijnen 2002/20/EG, 2002/21/EG en 2002/22/EG en Verordeningen (EG) nr. 1211/2009 en (EU) nr. 531/2012, COM(2013)627 def.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. dr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als advocaat werkzaam bij KPN te Den Haag en is gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.

Mr. P.C. Knol
Mr. P.C. (Paul) Knol is als bedrijfsjurist werkzaam bij KPN te Den Haag en is tevens gastdocent bij de afdeling E-law@leiden van de Universiteit Leiden.
Artikel

Nieuwe Europese regelgeving voor ratingbureaus inzake het beoordelen van uitgevende instellingen en securitisatietransacties

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ratingbureaus, Verordening 462/2013, securitisatie, hersecuritisatie, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 mei 2013 is Verordening (EU) nr. 462/2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus vastgesteld. In deze bijdrage worden de, voor de securitisatiepraktijk, relevante wijzigingen besproken die voornoemde nieuwe regelgeving met zich brengt.


Mr. M. van der Weide
Mr. M. van der Weide is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De Interventiewet en de grenzen van het algemeen vermogensrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden Interventiewet, SNS, onteigening, eigendom, overdracht, actio pauliana
Auteurs Mr. B. Bierens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Interventiewet kan De Nederlandsche Bank (DNB) een bank of verzekeraar die in problemen verkeert, overdragen aan een andere private financiële instelling en kan de minister van Financiën eventueel overgaan tot nationalisatie. Hoewel het grootste deel van de Interventiewet in de publiekrechtelijke Wet op het financieel toezicht (Wft) is opgenomen, is deze wet ook vermogensrechtelijk van belang. Deze bijdrage verkent enkele vermogensrechtelijke aspecten.


Mr. B. Bierens
Mr. B. Bierens is jurist bij Rabobank Nederland en als fellow verbonden aan het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Woonplaatsvereisten en export van studiefinanciering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vrij verkeer unieburgers, Europees Burgerschap, Studiefinanciering (export van), Woonplaatsvereisten, 3-uit-6-eis
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Prinz en Seeberger spreekt het Hof van Justitie zich (opnieuw) uit over de vraag of een woonplaatseis als voorwaarde voor een recht op export van studiefinanciering, verenigbaar is met de verdragsbepalingen over het vrij verkeer van EU-burgers (art. 20 en 21 VWEU). De twee betrokkenen, Duitse onderdanen, wilden in Nederland respectievelijk Spanje gaan studeren met Duitse studiefinanciering. Zij voldeden echter niet aan de in het Duitse recht vastgelegde zogenoemde driejaarregel: recht op Duitse studiefinanciering voor een volledige hogeronderwijsstudie in een andere EU-lidstaat bestaat alleen indien betrokkene direct voorafgaand aan die buitenlandse studie minstens drie jaar in Duitsland heeft gewoond. Volgens Prinz en Seeberger vormt deze driejaarregel een niet te rechtvaardigen beperking van het recht van Unieburgers op vrij verkeer en verblijf. Na een korte schets van de feitelijke en juridische achtergronden van de zaak wordt het arrest van het Hof van Justitie thematisch besproken, in welke thema’s het commentaar van de auteur is verwerkt, en vervolgens wordt afgesloten met de gevolgen van het arrest voor Nederland.
    HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-523/11 en C-585/11, Laurence Prinz/Land Hannover respectievelijk Philipp Seeberger/Studentenwerk Heidelberg, n.n.g.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als universitair hoofddocent verbonden aan de UvA, Leerstoelgroep Europees recht en Amsterdam Centre for European Law and Governance.

    Zorgaanbieders werken vaak samen in maatschapsverband. Dit artikel positioneert de maatschap binnen het Nederlandse algemene en zorgspecifieke mededingingsrecht. Eerst wordt onderzocht of fusies tussen maatschappen van vrijgevestigde medisch specialisten van verschillende ziekenhuizen onder het concentratietoezicht dan wel het kartelverbod uit de Mededingingswet moeten worden beoordeeld. Daarna wordt onderzocht wat en wanneer op grond van artikel 48 en 45 Wet marktordening gezondheidszorg tegen maatschappen kan worden ondernomen. Hierbij wordt tevens ingegaan op de ACM-lijn maatschappen en ziekenhuizen alsmede het NZa-besluit in Thuisapotheek – Huisartsenpraktijk Prinsenbeek.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Edith Loozen is universitair docent bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).
Artikel

Bail-in: over de (wettelijke) beperking van rechten van crediteuren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2013
Trefwoorden crediteuren, bail-in, kredietinstelling, afwikkeling, onteigening
Auteurs Mr. drs. A.D.S. Hoeblal en Mr. J.J.A. Wiercx
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ingrijpen in de positie van crediteuren door het bail-in-instrument vormt aanleiding voor onze bijdrage. Deze bijdrage schetst een beeld van het bail-in-instrument en de gevolgen voor crediteuren van kredietinstellingen. Bail-in vormt – ondanks de genoemde nadelen – een meer dan welkome aanvulling op het bestaande instrumentarium.


Mr. drs. A.D.S. Hoeblal
Mr. drs. A.D.S. Hoeblal is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.

Mr. J.J.A. Wiercx
Mr. J.J.A. Wiercx is werkzaam bij De Nederlandsche Bank NV.
Artikel

Bindingseisen passé?

Over een vereiste van ‘voldoende band’ met een gemeente om er te mogen wonen, een ‘sociale last’ voor een sociaal woonbeleid en compensatie voor openbare dienstverplichtingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden vrij verkeer, bindingseisen, staatssteun, Altmark, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. R.A. Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Libert maakt het Hof van Justitie zeer korte metten met een Vlaamse regionale regeling die voor de overdracht van onroerend goed vereist dat een kandidaat-koper of kandidaat-huurder beschikt over ‘voldoende band’ met de betrokken gemeente: het Europees burgerschap, de vestigingsvrijheid en het vrij verkeer van werknemers, diensten en kapitaal staan daaraan in de weg. Wel mag een regionale overheid, onder voorwaarden, een ‘sociale last’ opleggen die verbonden is aan de verlening van een bouw- of verkavelingsvergunning. Verder biedt het arrest Libert een zeldzaam voorbeeld van toetsing aan de Altmark-uitzondering in het staatssteunrecht: onder welke voorwaarden kunnen fiscale stimuli en subsidiemechanismen voor projectontwikkelaars als compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang worden beschouwd?
    HvJ EU 8 mei 2013, gevoegde zaken C-197/11 en C-203/11, Libert, n.n.g., zie <www.curia.eu>


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 254 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.