Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x

J.L. Smeehuijze

    There is a growing consensus among practitioners that independent peer review is the preferred approach to furthering trust in the legal professions. The article draws on experience abroad, as reported in the professional literature, and lessons from comparable arrangements at home, in academia and the medical professions. It formulates an institutional design in which an autonomous agency, independent of the Lawyers' Association and at arms' length from the Minister of Justice, develops methodology and organizes peer reviews by fellow-practitioners. Since professionals, everywhere, like to share experience, it is argued that making site-visits, sampling case-files, and discussing a self-evaluation of the practice under review promotes open innovation and creates scope for shaping rather than controlling professional excellence. It also allows for discretion in catering to the widely diverging needs of large international law firms and small local practices that a system of command and control could not deliver.


D.J. Wolfson
Prof. dr. Dirk Wolfson is verbonden aan de afdeling Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit en werkzaam als visitator, onder andere bij woningcorporaties.

    This article compares ICT in European judicial systems based on the 2008 CEPEJ report on efficiency and quality of justice. It ends by discussing whether ICT is changing the administration of justice. Office automation, jurisprudence databases, e-mail and internet access for judges and clerks have been implemented in most courts in Europe. Case registration systems were less widely introduced, and case and court management systems even less. The forerunners among the judicial systems are ahead when it comes to digital access and external communication. The inaccuracy of the CEPEJ report makes drawing more detailed conclusions problematic. Some observations from other sources show that managing and developing ICT can be difficult for judiciaries. ICT's potential is in enhancing timeliness, access, consistency and public trust. Increased public scrutiny and the availability of information engender predictability. However, judging ultimately involves resolving issues whose outcome is unpredictable.


A.D. Reiling
Mr. Dory Reiling is als vicepresident verbonden aan de Rechtbank Amsterdam. Zij is bezig met de afronding van haar proefschrift Technology for justice, how information technology supports judicial reform.

    In the past few years, an increasing number of Private Security Companies (PSCs) - also sometimes referred to as Private Military Companies (PMCs) - have emerged offering and conducting anti-piracy services. These companies offer services in addition to security provided by states and their government agencies. PSCs are today hired to provide anti-piracy services in different parts of the world, but mostly in strategically important waterways where piracy is a serious security concern. This article examines the employment of PSCs in two such waterways, namely the Malacca Straits and the Gulf of Aden, and discusses the risks, challenges and benefits of privatising maritime security.


C. Liss
Carolin Liss is als onderzoeker verbonden aan het Asia Research Center van de Murdoch University in Perth, Australië.
Artikel

Access_open Algemene voorwaarden onder de voorgestelde richtlijn consumentenrechten

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden algemene voorwaarden, richtlijn consumentenrechten, oneerlijke bedingen, transparantiebeginsel, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorgestelde richtlijn consumentenrechten zal leiden tot aanmerkelijke wijzigingen in het Nederlandse privaatrecht, vooral doordat de richtlijn uitgaat van volledige harmonisatie. In dit artikel wordt onderzocht wordt of ook op het terrein van de algemene voorwaarden ingrijpende wijzigingen van het Nederlandse recht te verwachten zijn. De conclusie is dat het met de wijzigingen wel meevalt. De belangrijkste wijziging betreft de vervanging van de zwarte en grijze lijst door een Europese zwarte en grijze lijst, die elkaar grotendeels maar niet geheel overlappen. Onzekerheid bestaat vooral over de positie van de informatieplicht, die in ieder geval anders zal moeten worden gehanteerd dan de wetgever aanvankelijk beoogd had: artikel 6:234 BW zal in ieder geval niet meer als een limitatieve invulling van de informatieplicht van artikel 6:233 BW kunnen worden opgevat. Verdedigd wordt dat de vereiste soepelere houding ten aanzien van de informatieplicht ook buiten het geharmoniseerde terrein – in het bijzonder voor overeenkomsten tussen twee professionele partijen – zou moeten gelden.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. Loos is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, Centre for the Study of European Contract Law.
Artikel

De wettelijke implementatie van administratieve samenwerking in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2009
Trefwoorden implementatie, samenwerkingsverplichtingen, administratieve samenwerking, toezicht, Awb
Auteurs Mr. P. Boswijk, Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen en Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel bevat een overzicht van de implementatie in Nederland, Duitsland en Spanje van de in de sectoren financiële dienstverlening, douane, voedselveiligheid en visserij door Europa voorgeschreven vormen van samenwerking in het kader van het nalevingstoezicht. Het is opvallend dat samenwerkingsverplichtingen verschillend worden vormgeven in de onderzochte lidstaten. Verder zijn er grote verschillen tussen de regelingen van de verschillende sectoren binnen één lidstaat. Nederlandse toezichthouders kunnen op grond van de Awb toezicht houden op de naleving van Nederlands recht en van verordeningen. Moeten toezichtbevoegdheden kunnen worden toegepast in verband met de naleving van in een andere lidstaat omgezette richtlijn, dan moet een voorziening worden getroffen in de sectorale wetgeving. Buitenlandse toezichthouders die zijn aangewezen bij of krachtens een verordening zijn toezichthouders zijn in de zin van de Awb. Het is overigens de vraag of dit de bedoeling is geweest van de wetgever. Het onzelfstandig toezicht is in de Awb gedeeltelijk geregeld, namelijk voor wat betreft het vergezellen door een buitenlandse inspecteur van een Nederlandse toezichthouder bij het betreden van plaatsen. Voor andere bevoegdheden, zoals de toegang tot documenten, is deze bepaling echter te beperkt.


Mr. P. Boswijk
Mr. P. Boswijk is promovendus Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. P.Boswijk@uu.nl

Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen
Dr. mr. O.J.D.M.L. Jansen is universitair hoofddocent Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. O.J.D.M.L.Jansen@uu.nl

Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven is hoogleraar Europees bestuursrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. r.widdershoven@uu.nl
Artikel

De Waterwet: innovatie van het waterrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Waterwet, waterbeheerwetgeving, integraal waterbeheer, waterstaatswerken
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse waterbeheerwetgeving is momenteel erg verbrokkeld. Bijna elk onderdeel van het waterbeheer kent zijn eigen wet. Dit komt de transparantie en praktische toepassing van deze wetten niet ten goede. Vandaar dat al langer wordt aangedrongen op integratie van deze aparte wetten. Eind dit jaar is het zover en treedt de Waterwet in werking. Deze bijdrage beschrijft op hoofdlijnen de achtergrond, strekking en inhoud van deze wet, waarbij de nadruk ligt op de nieuwe elementen daarvan. Uitgegaan is van de wettekst zoals deze door de Invoeringswet Waterwet komt te luiden.1x Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496. De Waterwet heeft voor de praktijk grote consequenties. Er verandert het nodige. Het kan dan ook bepaald geen kwaad als omgevingsjuristen, vergunningverleners, handhavers en beleidsmakers van Rijkswaterstaat, ministeries, provincies, waterschappen, gemeenten, waterleidingbedrijven en adviesbureaus zich daarin alvast verdiepen.

Noten

  • * De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
  • 1 Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. Havekes is Projectleider Waterwet bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel

Juridische aspecten in het debat rondom staatsfondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Staatsfondsen, sovereign, wealth funds,, transparantie, beleggingen staatsfondsen
Auteurs Mr. J.S. Hament
SamenvattingAuteursinformatie

    Staatsfondsen vormen onderwerp van een intensiverend debat. In dit artikel staat de vraag centraal of de bestaande wet- en regelgeving de bestaande zorgen rondom staatsfondsen (voldoende) wegnemen. Voor een goed begrip worden allereerst stilgestaan bij staatsfondsen en hun economische implicaties. Vervolgens worden de voornamelijk in het westen bestaande zorgen jegens staatsfondsen nader besproken. Daarna wordt onderzocht op welke wijze Nederland – maar ook andere landen – strategische sectoren tracht te beschermen tegen onwenselijke investeerders. Ook wordt gekeken op welke wijze door middel van regelgeving tegemoet wordt gekomen aan de behoefte aan meer transparantie bij staatsfondsen.


Mr. J.S. Hament
Mr. J.S. Hament is werkzaam als bedrijfsjurist bij ING. Tevens werkt hij aan een proefschrift over staatsfondsen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De ontvankelijkheid van het Nederlandse privaatrecht voor invloeden uit de Anglo-Amerikaanse financieringspraktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Anglo-Amerikaanse invloed, financieringspraktijk, rechtskeuze, DCFR, uitleg, security trustee
Auteurs Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage tracht Meijer Timmerman Thijssen een indruk te geven van de mate waarin het Nederlandse recht zich ontvankelijk heeft betoond voor de adoptie van concepten en modellen uit de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk. De uiteenzetting is in het bijzonder toegespitst op de financieringspraktijk, omdat – door zijn internationale karakter – de invloed van dergelijke modellen en concepten zich daar het sterkst doet gevoelen.


Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen is als adviseur verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Artikel

De beleidsregels combinatieovereenkomsten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden combinatieovereenkomsten, Besluit Vrijstellings Combincatieovereenkomsten (BVC), combinatievorming, beleidsregels
Auteurs Mr. M.A. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2009 zijn de beleidsregels van de minister van Economische Zaken (EZ) inzake combinatieovereenkomsten in werking getreden.1x Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009. Deze beleidsregels zijn tot stand gekomen na een jarenlange discussie welke regels het oude Besluit Vrijstelling Combinatieovereenkomsten (BVC) zouden moeten vervangen. Bovendien zijn de beleidsregels bedoeld om de scheiding tussen de vorming van het mededingingsbeleid door EZ en de uitvoering door de NMa aan te scherpen. Positief is dat de minister is afgestapt van de wantrouwige en restrictieve benadering van combinatievorming die het beleid jarenlang heeft gekenmerkt. Op grond van de beleidsregels zullen combinatieovereenkomsten alleen in uitzonderlijke gevallen niet zijn toegestaan. Minder positief is dat de beleidsregels weinig toevoegen aan de Europese richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten en nauwelijks concrete handvatten bieden.

Noten

  • 1 Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009.


Mr. M.A. de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

De WOB en de Eurowob in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Wob, Eurowob, Verordening (EG) nr. 1049/2001, toegang tot documenten, civiele handhaving
Auteurs Mr. L. Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot documenten op grond van de Wob en de Eurowob kan een belangrijke rol gaan spelen in mededingingsprocedures, bijvoorbeeld bij de bewijsvergaring in civiele procedures gebaseerd op het mededingingsrecht. Het daadwerkelijke belang van de openbaarheidsregimes zal afhangen van de interpretatie van de uitzonderingsgronden, op basis waarvan toegang tot documenten mag worden geweigerd. Dit artikel bespreekt de interpretatie van deze uitzonderingsgronden uit de jurisprudentie en beschikkingenpraktijk in voor het mededingingsrecht belangrijke potentiële toepassingen van de openbaarheidsregimes. Aan de hand hiervan zal een inschatting worden gegeven van de mogelijkheden en risico’s van toepassing van de openbaarheidsregimes in het mededingingsrecht


Mr. L. Haasbeek
Mr. L. Haasbeek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De ‘gereglementeerde markt’ en het toepassingsbereik van de verplicht bod-regeling

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2009
Trefwoorden gereglementeerde markt, verplicht bod, MiFID, overnamerichtlijn, toepassingsbereik
Auteurs Mr. drs. H.J. Teerink en mr. drs. G. Koeman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de rechtsonzekerheid die bestaat ten aanzien van het toepassingsbereik van de verplicht bod-regeling. Zij behandelen daarbij de achtergrond en geschiedenis van de relevante wet- en regelgeving en doen een aanbeveling aan de wetgever om de wettekst aan te passen.


Mr. drs. H.J. Teerink
Mr. drs. H.J. Teerink is advocaat bij Clifford Chance te Londen.

mr. drs. G. Koeman
Mr. drs. G. Koeman is advocaat bij Clifford Chance te Londen.
Artikel

EU-burgerschap en de reikwijdte van het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8-9 2009
Trefwoorden EU-burgerschap, gelijke Behandeling, directe Discriminatie, omgekeerde Discriminatie, derdelanders
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel analyseert de rechtspraak van het Hof betreffende artikel 12 EG-Verdrag. Geconcludeerd wordt dat EU-burgers zich in andere lidstaten op artikel 12 EG-Verdrag kunnen beroepen in relatie tot in beginsel ieder recht of voordeel, ongeacht het beleidsterrein waaruit dit voortvloeit en ongeacht het antwoord op de vraag of het genot van dit recht of voordeel het vrij verkeer kan bevorderen. Deze ontwikkeling in de rechtspraak is te verwelkomen, maar roept wel een reeks van nieuwe vragen op aangaande onder meer directe discriminatie op grond van nationaliteit en zogenoemde ‘omgekeerde discriminatie’.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is Universitair Docent, capaciteitsgroep Internationaal & Europees Recht, Universiteit Maastricht.
Artikel

Het wetsvoorstel corporate governance en het consultatiedocument melding zeggenschap financiële instrumenten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Monitoring Commissie Corporate Governance, commissie, corporate governance-systeem
Auteurs Mr. H.U. van Heyningen Nanninga
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een overzicht van de inhoud van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code.


Mr. H.U. van Heyningen Nanninga
Mr. H.U. van Heyningen Nanninga is advocaat bij Clifford Chance LLP Amsterdam.
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

Mr. M.A. Prinsen Geerligs
Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.
Artikel

De Maritieme Arbeidsconventie van de IAO van 2006 en de Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Internationaal arbeidsrecht, maritiem arbeidsrecht, arbeid in de visserij
Auteurs Dr. A. Charbonneau, Mr. G. Proutiere-Maulion en Prof. P. Chaumette
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de ontstaansgeschiedenis en de inhoud van de IAO Maritieme Arbeidsconventie (2006) en de IAO-Conventie nr. 188 over de arbeid in de visserij in kaart gebracht. Beide conventies worden geduid als de vierde pijler van het internationaal maritiem transportrecht. Historisch volgde de arbeidsrechtelijke pijler op de veiligheidspijler, de ecologische pijler en op een pijler die gericht was op de certificering van competenties en op de organisatie van de wachtdienst. De interactie tussen de Internationale Maritieme Organisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie wordt onderzocht. De bijdrage gaat in op de eigenheid van de arbeidsverhoudingen in de maritieme sector. Ze illustreert de dilemma’s waarmee de IAO worstelt in haar streven naar een zo ruim mogelijke toepassingssfeer en een zo optimaal mogelijk niveau van bescherming in een economische sector waarin diversiteit troef is.


Dr. A. Charbonneau
Dr. A. Charbonneau is Docteur en droit, Droit et Changement social, UMR CNRS nr. 3168.

Mr. G. Proutiere-Maulion
Mr. G. Proutiere-Maulion is Maître de Conférences, HDR, en Directrice du Centre de Droit Maritime et Océanique EA nr. 1165.

Prof. P. Chaumette
Prof. P. Chaumette is Professeur, CDMO, Maison des Sciences de l’Homme Ange Guépin aan de Universiteit te Nantes.
Artikel

De tweetrapsraket van de wetsvoorstellen stille cessie en financiële zekerheidsovereenkomsten

Een bijdrage vanuit de politiek

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden stille cessie, financiëlezekerheidsovereenkomst, securitisatie, zekerheidsrechten, insolventierisico
Auteurs Mr. A. Broekers-Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is, in het licht van de kredietcrisis, de betekenis van het afschaffen van het mededelingsvereiste bij cessie voor de financiëlezekerheidsovereenkomsten en hoe is het wetgevingsproces van beide wetsvoorstellen verlopen?


Mr. A. Broekers-Knol
Mr. A. Broekers-Knol is lid van de Eerste Kamer voor de VVD en directeur van de afdeling Moot Court van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Zij was voor haar fractie woordvoerder bij beide wetsvoorstellen.
Artikel

Handel in credit default swaps met voorwetenschap: slim of strafbaar?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden voorwetenschap, credit default swap, SEC v. Rorech and Negrin, waardeafhankelijke effecten, afgeleid instrument
Auteurs Mr. E.N. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen in de markt ten gevolge van de kredietcrisis, waaronder de zaak SEC v. Rorech and Negrin, de vraag hoe handel in credit default swaps met gebruikmaking van voorwetenschap moet worden geplaatst binnen het kader van de Nederlandse voorwetenschapsregelgeving.


Mr. E.N. de Jong
Mr. E.N. de Jong is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

De ontwikkeling van criminologisch onderzoek voor beleid en praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2009
Trefwoorden beleidsgerichte criminologie, professionele criminologie, WODC
Auteurs Prof. dr. mr. Bert Niemeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article first addresses the tension between scientific requirements and policy oriented criminological research. The article then proceeds to describe the historical development of policy oriented criminology in the Netherlands. This narrative can be divided into three phases: early history, the years 1980-1995 and the period from 1995. Criminology in the Netherlands has always had and retains a strong policy orientation. The growth of professional (academic) criminology is a relatively recent phenomenon. ‘Critical’ and ‘public’ criminology always have been and remain the work of individuals. The development of policy oriented criminological research in the Netherlands appears dependent on governmental involvement. The situations in Belgium and the USA give the same impression.


Prof. dr. mr. Bert Niemeijer
Prof. dr. mr. E. Niemeijer is bijzonder hoogleraar rechtssociologie, faculteit rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit, Amsterdam en coördinator strategieontwikkeling, Ministerie van Justitie, e.niemeijer@rechten.vu.nl.
Artikel

Inzicht voor de consument in de beloning van bemiddelaars en de kosten van aanbieders

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2009
Trefwoorden beloningstransparantie, kostentransparantie, Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, bemiddelaars, aanbieders
Auteurs Mr. S. van der Schaaf
Samenvatting

    In deze bijdrage worden de uit het gewijzigde Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft voortvloeiende aanpassingen ten aanzien van de beloning van bemiddelaars en de kosten van aanbieders besproken. Tevens wordt ingegaan op de consequenties van deze wijzigingen voor de praktijk.


Mr. S. van der Schaaf
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.