Zoekresultaat: 55 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid

Hoe vrijwilligers bijdragen aan preventie van zedenrecidive en herstel van binding

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden volunteering, rehabilitation, Restorative justice, Family bonds, Sex offenders
Auteurs Mechtild Höing en Audrey Alards
SamenvattingAuteursinformatie

    COSA (Circles of Support and Accountability) have been fully implemented and accepted in the Dutch probation organization. In COSA projects, volunteers support a former sex offender during his rehabilitation, supervised by professionals. Projects offer national coverage and until now, 42 sex offenders have been supported. International effect studies and Dutch research into effective processes offer a scientific framework, offering the theoretical and empirical underpinnings for a COSA intervention model. The normative basis of COSA is found in its specific place in restorative justice. Primarily, COSA strives for restoration of relationships within a moral and responsible community and restoration of the offender. Restoration of family bonds is an option, but needs to be well coordinated with professionals.


Mechtild Höing
Mechtild Höing is werkzaam aan de Avans Hogeschool en is docent-onderzoeker bij Expertisecentrum Veiligheid; zij onderzoekt COSA sinds 2009.

Audrey Alards
Audrey Alards is werkzaam bij Reclassering Nederland; als cirkelcoördinator is zij sinds 2009 werkzaam voor COSA.
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.
Artikel

De overgang van vergunningen bij fusies en overnames

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vergunning, overgang, overdracht, fusie, splitsing
Auteurs Mr. S.F.J. Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur verschillende regelingen voor overgang van vergunningen die van betekenis zijn voor de fusie- en overnamepraktijk. Aan de orde komen de wettelijke regelingen en recente jurisprudentie met betrekking tot overgang door overdracht, overgang op grond van het bestuursrecht en overgang door fusie of splitsing.


Mr. S.F.J. Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

Gerecht straft in DEI Commissie terecht af voor onzorgvuldige lezing bestaande jurisprudentie

Verbod op toekenning en instandhouding exclusieve rechten vereist identificatie misbruik

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden misbruik, machtspositie, exclusieve rechten, energiesector, monopolie
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 20 september 2012 in de zaak DEI heeft het Gerecht opnieuw bevestigd dat het toekennen of in stand houden van exclusieve rechten op zichzelf genomen geen strijd oplevert met het Unierecht. Uit het arrest blijkt dat dat niet anders wordt door het enkele feit dat het exclusieve recht een ongelijke positie creëert tussen de onderneming met het exclusieve recht en andere marktpartijen.
    Centraal in deze procedure staat de uitleg van artikel 106 lid 1 jo. artikel 102 VWEU. Op grond van het eerste lid van artikel 106 nemen of handhaven lidstaten met betrekking tot de openbare bedrijven en de ondernemingen waaraan zij bijzondere of uitsluitende rechten verlenen, geen enkele maatregel die in strijd is met regels van het Verdrag, met name die bedoeld in de artikelen 18 en 101 tot en met 109. In de onderhavige situatie gaat het daarbij om artikel 102 VWEU, op grond waarvan het een onderneming met een machtspositie verboden is van zijn machtspositie gebruik te maken.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V. te Amsterdam.
Artikel

Ultima ratio legis: het Hof of de nationale wetgever?

Over de constitutionele balans tussen wetgever en rechter bij het verwerkelijken van Europese mensenrechten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden toetsing aan EVRM door wetgever en rechter, Brighton Declaration, directe werking verdragsrecht, artikel 93 Grondwet, artikel 94 Grondwet, wetsvoorstel-Taverne
Auteurs Prof. mr. E.C.M. Jurgens
SamenvattingAuteursinformatie

    De spanning tussen de rol van de wetgever en die van de rechter bij het implementeren van mensenrechten kan niet worden opgelost door het geven van het laatste woord aan een van hen. Het Hof in Straatsburg heeft zo’n laatste woord, omdat wijziging van het EVRM zeer moeilijk is. De Raad van Europa heeft in de Brighton Verklaring van 2012 voorstellen gedaan om de interpretatieruimte van het Hof enigszins in te tomen. In Nederland wil het initiatiefvoorstel Taverne de bevoegdheid van de nationale rechter afschaffen om direct te toetsen aan het EVRM, dit door wijziging van artikel 93 en 94 Grondwet. De beide voorstellen worden in deze bijdrage besproken.


Prof. mr. E.C.M. Jurgens
Prof. mr. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht (Universiteit Maastricht en Vrije Universiteit Amsterdam), oud-lid van de Eerste en van de Tweede Kamer en oud-lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, alsmede oud-redacteur van RegelMaat. ejurgens@xs4all.nl
Artikel

Naar een compensatoir regime voor levenslang- en zeer langgestraften

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life imprisonment the Netherlands, prison regime, prison living conditions, prison policies, human rights
Auteurs G. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    Though small in numbers life and long-term prisoners pose special problems for the Dutch prison administration in terms of their treatment. A new approach is to concentrate these prisoners in three units specially designated for them. It is still unclear however what the regime in those facilities will look like. The author argues for introducing there a ‘compensatory regime’ that can counteract to some degree the harmful effects of life and long-term imprisonment.


G. de Jonge
Prof. mr. dr. Gerard de Jonge is emeritus bijzonder hoogleraar detentierecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Draagplicht en regres bij concernfinanciering na twee verrassende uitspraken van de Hoge Raad

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden concernfinanciering, draagplicht, regresrecht, profijtbeginsel
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van twee recente arresten die de Hoge Raad heeft gewezen (HR 6 april 2012, LJN BU3784 en HR 13 juli 2012, LJN BW4206) de problematiek omtrent draagplicht en regres bij concernfinanciering. Uit het laatstgenoemde arrest valt af te leiden dat indien er bij of naar aanleiding van concernfinanciering geen afspraken omtrent de draagplicht of het niet-ontstaan van regresrechten zijn gemaakt, de vraag of (en in welke mate) de concernschuld een concernmaatschappij aangaat aan de hand van het profijtbeginsel dient te worden vastgesteld. Het gaat daarbij om het antwoord op de vraag aan wie overeenkomstig de bedoeling van partijen de tegenwaarde van de geldlening ten goede is gekomen. Dat een concernvennootschap toegang heeft tot het krediet betekent nog niet dat zij hier ook van heeft geprofiteerd in die zin dat haar ‘de tegenwaarde van die schuld ten goede is gekomen’. De auteur concludeert dat met dit arrest het dwaalspoor naar het aannemen van solidariteit – draagplicht voor gelijke delen – is afgesneden.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Vrije wil en verantwoordelijkheid in de strafuitvoering

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden penal execution, rehabilitation, responsibility, life course approach, motivation
Auteurs M.M. Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    Responsibility of the prisoner for his own rehabilitation is a central element of ‘Modernising Imprisonment’, the masterplan that aims to reform the execution of the prison sentence in the Netherlands. The Secretary of Justice strives for an individual approach based on the points of departure of the Life Course Approach in criminology. This method is designed in different ways. A central element is that rehabilitation will only be offered in the near future to prisoners that show responsibility for their rehabilitation. Based on this starting point, a far-reaching system of advancing and degrading is introduced. Prisoners can deserve freedoms by showing responsible behaviour, but loose them again in case of irresponsible or unmotivated conduct. Three objections against this aspect of Modernising Imprisonment are discussed. First, the rehabilitation principle itself does not allow for such a far-reaching exclusion of categories of prisoners. Second, the high demands put on prisoners are not realistic given the characteristics of the prison population. Third, the assumption that a strict system of advancing and degrading will increase the effectiveness of sentencing is not well founded and cannot be derived from research.


M.M. Boone
Prof. mr. Miranda Boone is als bijzonder hoogleraar penitentiair recht en penologie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is tevens werkzaam bij het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Integraal en flexibel omgevingsrecht – droom of drogbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden positieve evenredigheid, integraal vergunningenstelsel, flexibiliteit, trias politica
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke drijfveer tot ontwikkeling van een Omgevingswet was het scheppen van een integraal en flexibel toetsingskader voor toestemmingsplichtige activiteiten. Het werken met één integraal criterium, bijvoorbeeld ‘een duurzame leefomgeving’, heeft inderdaad enige toegevoegde waarde, maar dit criterium moet dan wel door specifiekere normen geconcretiseerd worden. De regering wil daarentegen vooralsnog afzien van een dergelijk integraal criterium. Integraliteit en flexibiliteit moeten worden bereikt door de introductie van een niet-generieke afwijkingsmogelijkheid van in beginsel alle normen (‘positieve evenredigheid’). Een dergelijke afwijkingsmogelijkheid is echter in strijd is met de trias politica, de rechtszekerheid en het beginsel van materiële legaliteit. De regering zit dus op de verkeerde weg.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

‘Gestraft’ na de straf

Legitimiteit en proportionaliteit van juridische belemmeringen na afloop van de straf

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Certificate of good conduct, wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, collateral sentencing, disqualifications
Auteurs Prof. dr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution the question is addressed how measures that aim to hold ex-convicts from occupying certain jobs and positions can be justified and what their limitations are. In the literature on collateral sentencing in particular four conditions are stressed. First, the vulnerable character of the occupation or activity involved. Second, there should be a strong relation between the conviction and the risk that has to be avoided. Third, collateral consequences should be individualized and only be imposed against those posing specific and demonstrable risks. Finally, a broad proportionality test should be applied on them, harsh civil disqualification should not be applied for relatively minor offences and burdensome restrictions may not be imposed in order to prevent relatively trivial risks. This theoretical model is applied on the regulation and practice of the Dutch conduct certificate.


Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. Miranda Boone is bijzonder hoogleraar Penologie en Penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.

    The laundering of criminal proceeds from environmental crime has so far received little attention. This is to some extent surprising because environmental crime is one of the most profitable types of crime. Criminal proceeds are in many cases bigger than in the drug trade. In this article three different categories of money laundering are described. The authors use an analogy with soccer to describe these categories. In ‘division one’ transactions are almost all in cash. The illegal goods, for instance fireworks, can be bought and sold with cash money. There is hardly any need to launder money and the border is barely an obstacle. In the ‘premier league’ the border plays an important role to launder money. The authors identify several methods of money laundering such as the mixing of legal and illegal trade, the use of double-entry bookkeeping and the use of priority rights. In the ‘Champions League’ criminal groups create an opportunity to make money illegally and to launder their criminal proceeds. For example the EU-wide introduction of CO2 emissions trading created an opportunity for VAT fraud.


W.P.E. van der Leest
Drs. Wouter van der Leest is werkzaam bij de dienst IPOL van het Korps landelijke politiediensten (KLPD).

G.J. van der Zon
Mr. George van der Zon is werkzaam bij de dienst IPOL van het Korps landelijke politiediensten (KLPD).

    When it comes to cybersecurity usually little attention is payed to internal threats, i.e. from within organizations themselves which may - intentional or not - breach the confidentiality of digitally stored information. When a secret reaches the media, it often generates a lot of public attention. Not only because of the content or the curiosity-value of the secret itself, but also because of the - sometimes shockingly simple - way the secret has been leaked. This kind of security breach in particular gives rise to negative publicity, which not only impacts the organization which it concerns, but also reflects badly on other peers in the sector, especially in the case of breaches that are government-related. In this article, the author explores the issues of the leaking of secrets in ‘cyberspace’ by using several examples - such as the WikiLeaks affair - to illustrate the effects of ICT developments in the last two to three decades on vulnerabilities in information security. The article then focuses on new developments in ‘Alternative Workplace Strategies’ and the related use of new technologies in relation to the vulnerabilities in information security. Organizations can reduce the threats by facilitating their employees with smart solutions which are also results of new technologies.


J.H. Maat
Mr. Johri Maat, MSSM is senior adviseur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en gespecialiseerd in security science & management. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Concentratie van ziekenhuiszorg – iemand moet het doen, maar wie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden concentratie, kartelverbod, inkoopsamenwerking, Wbmv, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Concentratie van behandelingen heeft een belangrijke plaats in recente discussies over de ziekenhuiszorg. Deze bijdrage onderzoekt de juridische ruimte van verschillende partijen om daarover beslissingen te nemen. Het ‘kwartetten’ met behandelingen door ziekenhuizen is een mededingingsrechtelijke hoofdzonde. Andere samenwerkingsvormen tussen ziekenhuizen en inkoopsamenwerking tussen zorgverzekeraars bevinden zich in grijs gebied: de NMa zou zich hierover duidelijker dan nu moeten uitspreken. De overheid beschikt met de Wbmv over een geschikt wettelijk instrument. Bij de toepassing daarvan moet echter rekening worden gehouden met een Europeesrechtelijke context die zich snel ontwikkelt.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden transparantiebeginsel, aanbestedingsrecht, rechtszekerheid, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.W.G.J. Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese transparantiebeginsel breidt zich uit als een olievlek over de zee van het Europese recht. Nu meer en meer rechtsgebieden onder de reikwijdte van het transparantiebeginsel vallen, wordt het steeds moeilijker het belang van het beginsel voor het Nederlandse recht te ontkennen. Toch blijft het moeilijk te preciseren wat het transparantiebeginsel precies vereist. In dit artikel wordt betoogd dat de sleutel ligt in het instrumentele karakter van het transparantiebeginsel: steeds is een mate van transparantie vereist die zo goed mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen die in een bepaalde context bij transparantie zijn gediend.


Mr. A.W.G.J. Buijze
Mr. A.W.G.J. Buijze is promovenda bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open De halve waarheid van het populisme

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2011
Trefwoorden populism, self-inclusion, vitalism, democracy, Lefort
Auteurs Bert Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    Does populism add value to the political debate by showing that the ideals of Enlightenment are too abstract and rationalist to understand politics in democratic terms? The paper argues two theses, critically engaging Lefort’s work: (i) instead of offering valuable criticism, populism feeds on the very principle that Enlightenment has introduced: a polity rests on self-inclusion with reference to a quasi-transcendent realm; (ii) populism’s appeal to simple emotions feeds on the vitalist (rather than merely institutionalist) pulse in any polity. Both dimensions of politics are inevitable as well as elusive. In particular with regard to the vitalist pulse we have no response to the half-truths of populism, as both national and constitutional patriotism seem on the wrong track.


Bert Roermund
Bert van Roermund has held the Chair in Legal Philosophy at Tilburg University and is currently Professor of (Political) Philosophy at the same University as well as 2010-2011 Visiting Professor at K.U. Leuven.
Artikel

Vrouwen en witteboordencriminaliteit

Theorieën en hypothesen over sekseverschil

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Gender, Witteboordencriminaliteit, Vrouwelijke delinquenten, Feminisme
Auteurs Wim Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    White-collar crime is mostly committed by men. It remains to be seen if this will stay this way. Increasing numbers of women succeed in attaining management positions in organizations. Could we therefore expect an increase in female white-collar crime?Criminological theories on female crime and on white-collar crime lead to contradicting hypotheses.Research on white-collar and organizational crime predominantly produces a situational hypothesis explanation according to which we could expect that the rise of women in organizational hierarchies will also bring more female white-collar crime.Research on female delinquency might lead to an opposite gender-difference hypothesis that would predict less white-collar crime, because they have a lesser tendency to show risky behavior.In this article, both assumptions will be elaborated for further research, against the background of possible gender bias in the relation between women and white-collar crime.


Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.
Artikel

Efficiëntie in het kwadraat

Over de lotgevallen van de kleine strafzaak na invoering van de strafbeschikking en het verlofstelsel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden strafbeschikking, verlofstelsel, decriminalisering, efficiëntie in het strafproces
Auteurs Mr. dr. Jan Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, the punishment order by the prosecutor (article 257a Code of Criminal Procedure) and the leave to appeal system (article 410a Code of Criminal Procedure) have been adopted in Dutch criminal procedural law. Both legal measures have major consequences for the way in which minor criminal offences are dealt with. Viewing both these efficiency-promoting measures from their mutual interconnection, the question rises whether, in the settlement of these minor offences, a full process that actually does justice to all interests involved, may still be spoken of. It is suggested in this contribution that this question requires a more subtanstial revision and reassessment of the enforcement system with regards to minor offences, whereby decriminalisation may also play a pertinent role.


Mr. dr. Jan Crijns
Jan Crijns is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.
Artikel

De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen herzien: een overzicht van wijzigingen en consequenties voor de personenschadepraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wijziging Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen, functionele eenheid, inzage in medische informatie, medische machtiging
Auteurs Mevrouw mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    De Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen is onlangs gewijzigd. Deze wijzigingen betreffen met name de verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid en zijn derhalve bijzonder relevant in het kader van de verwerking van medische informatie in de personenschadepraktijk. De auteur gaat in deze bijdrage in op de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot de verwerking van medische informatie. Deze wijzigingen roepen een aantal fundamentele vragen en onduidelijkheden op (die deels overigens ook al onder de oude versie van de Gedragscode bestonden). Dit betreft onder andere de vraag welke personen aan verzekeraarszijde de medische informatie van het letselschadeslachtoffer mogen inzien en wat de juridische grondslag daarvoor is.


Mevrouw mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker bij de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van de VU en het VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.