Zoekresultaat: 47 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De zorgplicht van scholen

Proefschrift van mr. B.M. Paijmans

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden civielrechtelijke zorgplicht scholen, veiligheid, ongeval, pesten, kwaliteit onderwijs
Auteurs Dr. P.C.J. De Tavernier
SamenvattingAuteursinformatie

    Paijmans geeft in haar proefschrift systematisch antwoord op de vraag naar de grondslag en de reikwijdte van de civielrechtelijke zorgplicht van onderwijsinstellingen jegens hun leerlingen, ten aanzien van ongevallen, bewegingsonderwijs, pesten, misbruik en geweld, en de kwaliteit van onderwijs. Met de door Paijmans aangereikte do’s and don’ts kunnen scholen preventief hun beleid aanpassen en kan in de praktijk meer rechtszekerheid worden bereikt.


Dr. P.C.J. De Tavernier
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Patientenrechtegesetz: geneeskundige behandeling in Duits Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Patientenrechtegesetz, Medisch aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius en prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen winter trad in Duitsland het nieuwe patiëntenrecht in werking. Een nieuwe titel in het Burgerlijk Wetboek, als de WGBO bij ons. In dit artikel bespreken de auteurs de contouren van deze compacte wet. Is de ontwikkeling in Duitsland vergelijkbaar met die in Nederland? De meest opvallende afwijkingen zijn een regeling van ‘Aufklärungspflichten’ voor de geïnformeerde toestemming naast ‘Informationspflichten’. Scherp gesteld zijn verder de verplichtingen over dossiervoering. Een bepaling over de aansprakelijkheid rondt de bepalingen in de titel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst af, waarbij de patiënt tegemoet wordt gekomen in de op hem rustende bewijslast voor aansprakelijkheid van de hulpverlener.


Prof. mr. E.H. Hondius
Ewoud Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactieraad van dit tijdschrift.

prof. mr. J.G. Sijmons
Jaap Sijmons is advocaat te Zwolle, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Regels over de werking van de redelijkheid en billijkheid?

Een analyse van de rechtspraak van de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, open norm, subregel, proportionele aansprakelijkheid, arbitragebeding
Auteurs Mr. P.T.J. Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    Soms is de redelijkheid en billijkheid afhankelijk van regels die een vast rechtsgevolg koppelen aan de aanwezigheid van een omstandigheid. Deze bijdrage is gericht op het creëren van duidelijkheid over de rol van deze ‘harde subregels’. Zij besteedt in het bijzonder aandacht aan de rechtspraak van de Hoge Raad.


Mr. P.T.J. Wolters
Mr. P.T.J. Wolters is onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Causale perikelen: het is moeilijk en zal moeilijk blijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2013
Trefwoorden omkeringsregel, verlies van een kans, proportionele aansprakelijkheid en causaal verband
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt een aantal problemen rond het vaststellen van csqn-verband tussen een onrechtmatige daad of wanprestatie en de schade. Mede aan de hand van een aantal recente arresten van de Hoge Raad gaat het in op de ratio en de toepassingsvoorwaarden van de omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans. Geconstateerd wordt dat niet alleen maar vooral bij letselschade in bepaalde gevallen goede mogelijkheden voor toepassing van deze leerstukken bestaan. Kritiek wordt uitgeoefend op het onderscheid dat de Hoge Raad maakt bij toepassing van proportionele aansprakelijkheid en verlies van een kans omdat het hier grotendeels om uitwisselbare perspectieven gaat.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.
Artikel

De structuurregeling bij de one-tier vennootschap

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2013
Trefwoorden one-tier board, structuurregime, ontstentenis of belet, benoeming bestuurders, uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders
Auteurs Mr. T.G.J.M. Melchers
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vennootschap die voldoet aan de vereisten voor het verplicht invoeren van de structuurregeling loopt (onder meer) bij het inrichten van haar statuten als one-tier vennootschap tegen een aantal vragen aan. Hieraan wordt aandacht besteed, waarbij onder meer wordt gekeken naar benoemingsregels, de regeling over ontstentenis en belet en de toepasselijkheid van het gemitigeerd structuurregime.


Mr. T.G.J.M. Melchers
Mr. T.G.J.M. Melchers is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Zij aan zij aansprakelijk: wanneer verliest de bestuurder zijn vennootschappelijke bescherming?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, rechtstreeks daderschap, secundair daderschap, onrechtmatige daad
Auteurs J. de Meij LLM BA
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012 (LJN BX5881), waarin (rechtstreekse) aansprakelijkheid van bestuurders centraal staat. De bijdrage beoogt op grond van het arrest inzicht te geven in het onderscheid tussen rechtstreekse en secundaire aansprakelijkheid van de bestuurder en de praktische toepassing daarvan.


J. de Meij LLM BA
J. de Meij, LLM BA is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.
Artikel

Een algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners in de Wft, een goed idee?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden Wijzigingswet financiële markten 2014, Wet op het financieel toezicht, zorgplicht, financiëledienstverleners, zorgvuldigheidsnormen
Auteurs Mr. D.M. van der Houwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de introductie van een algemene zorgplicht voor financiëledienstverleners in de Wft.


Mr. D.M. van der Houwen
Mr. D.M. van der Houwen is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Wanneer is fout ook goed fout? Beroepsaansprakelijkheid van advocaten onder de loep

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2012
Trefwoorden beroepsfout, advocaat, maatstaf beroepsaansprakelijkheid, praktijkvoering
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin, Mr. T. Novakovski en Mr. C.B. Vreede
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten worden regelmatig geconfronteerd met beroepsaansprakelijkheidsclaims. De maatstaf van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat wordt ingevuld in de (lagere) rechtspraak. In deze bijdrage wordt de rechtspraak over 2010, 2011 en 2012 in kaart gebracht en geanalyseerd. Deze rechtspraak biedt een aantal handvatten voor de praktijkvoering van advocaten.


Mr. J.M.L. van Duin
Mr. J.M.L. van Duin, mr. T. Novakovski en mr. C.B. Vreede zijn advocaten bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. T. Novakovski

Mr. C.B. Vreede

Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

    Misstanden in handelsketens van Nederlandse multinationals lijken aan de orde van de dag. Dit artikel onderzoekt de inhoud en (juridische) vorm van maatregelen die veertien Nederlandse ondernemingen nemen om dergelijke situaties te voorkomen en hun MVO-beleid in hun handelsketen af te dwingen. De maatregelen kunnen worden onderverdeeld in inhoudelijk zwakke, gematigde en sterke maatregelen. Voorts blijkt dat genomen maatregelen veelal geschaard worden onder de noemer ‘gedragscodes’, terwijl die maatregelen in de praktijk in de meeste gevallen contractueel verbindend gemaakt worden en dus eerder kwalificeren als ‘algemene voorwaarden’. Tot slot worden enkele aanknopingspunten voor verder onderzoek naar aansprakelijkheid van bedrijven besproken.


A.L. Vytopil LLB MA MSc
Louise Vytopil LLB MA MSc is universitair docent en promovenda bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, e mail: a.l.vytopil@uu.nl. Haar promotieonderzoek heeft als titel: Contractuele controle in de handelsketen; over gedragscodes, contracten en (het vermijden van) aansprakelijkheid.
Artikel

De zelfstandige betekenis van lid 4 van art. 7:658 BW

HR 23 maart 2012, RvdW 2012, 447 (Davelaar/Allspan)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 7:658 lid 4 BW, zzp’er, zorgplicht
Auteurs Mr. A. Kolder en Mr. R.K.R. Zwols
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een zelfstandige arbeidskracht ook de bescherming inroepen van lid 4 van art. 7:658 BW? Op 23 maart 2012 heeft de Hoge Raad zich hierover moeten uitspreken. In deze bijdrage wordt in het licht van het oordeel van de Hoge Raad stilgestaan bij de toepassingsvoorwaarden van het artikellid. Ook wordt aandacht besteed aan de (vervolg)vraag naar de – op een zorgplichtschending gebaseerde – aansprakelijkheid van de inlener/opdrachtgever conform lid 1-3 van art. 7:658 BW.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen en duaal promovendus en docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. R.K.R. Zwols
Mr. R.K.R. Zwols is advocaat bij Houkes c.s. Advocaten te Emmen.
Artikel

Rechtbank Utrecht inzake Fortis: misleidende mededelingen, koersgevoelige informatie en bestuurdersaansprakelijkheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2012
Trefwoorden koersgevoelige informatie, onjuiste en misleidende mededelingen, bestuurdersaansprakelijkheid, one-tier board, Fortis
Auteurs Mr. C.R. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitspraak van de Rechtbank Utrecht van 15 februari 2012, waarin is beslist dat Fortis N.V. (nu: Ageas N.V.), de voormalig CEO van Fortis en de oud-financieel topman onrechtmatig hebben gehandeld ten opzichte van een groep beleggers die de gerechtelijke procedure waren gestart. Er is sprake van onjuiste en misleidende mededelingen en het niet(-tijdig) openbaar maken van koersgevoelige informatie.


Mr. C.R. Jacobs
Mr. C.R. Jacobs is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Onderwijsinstelling aansprakelijk voor ontoereikende dekking van schoolongevallenpolis?

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 28 oktober 2011, LJN BQ2324, RvdW 2011, 1313 (Beganovic/Stichting ROC van Twente)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden onderwijsinstelling, verzekerings- en/of waarschuwingsplicht, zorgplicht, onderwijsovereenkomst, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. S. Voskamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens een door een school (ROC) georganiseerde kartwedstrijd vindt een ongeval plaats. Studente lijdt schade en spreekt het ROC aan wegens het niet hebben van een toereikende schoolongevallenverzekering. Dienen onderwijsinstellingen zich te verzekeren voor risicovolle activiteiten, of te waarschuwen dat een adequate dekking ontbreekt? De Hoge Raad oordeelt van niet. Was er wellicht een andere uitkomst geweest als aan de vordering schending van de onderwijsovereenkomst dan wel gevaarzettend handelen van de school ten grondslag was gelegd?


Mr. S. Voskamp
Mr. S. Voskamp is als docent burgerlijk recht werkzaam bij de afdeling Civiel Recht van de Universiteit Leiden.
Artikel

De reikwijdte van de geheimhoudingsplicht in NDA’s na het verstrijken van een overeengekomen termijn

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2012
Trefwoorden onrechtmatige daad, geheimhoudingsverklaring, termijn, private equity, controlled auction
Auteurs Mr. drs. J.C. Tijink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage betoogt de auteur dat bieders bij een controlled auction ook na het verstrijken van een overeengekomen termijn in een NDA gehouden zullen zijn om de op hen rustende geheimhoudingsplichten na te leven.


Mr. drs. J.C. Tijink
Mr. drs. J.C. Tijink is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De persoonlijke aansprakelijkheid van de faillissementscurator: is er eindelijk (volledige) duidelijkheid?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden faillissementscurator, curator, persoonlijke aansprakelijkheid, Maclou, persoonlijk verwijt
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw
SamenvattingAuteursinformatie

    De boodschap van de Hoge Raad in het onderhavige arrest is duidelijk: persoonlijke aansprakelijkheid van de curator komt niet al te snel in beeld. Dat is op zich een weinig verrassende boodschap. Het arrest verdient niettemin bespreking, omdat het op twee punten een nadere precisering geeft van de bekende Maclou-norm en ook een aanvullend vereiste geeft ten aanzien van deze Maclou-norm. Dit vereiste van ‘een persoonlijk verwijt’ verdient bovendien nadere aandacht.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Het paritas creditorum-beginsel en de verplichting tot het stellen van zekerheid door middel van een bankgarantie op grond van de redelijkheid en billijkheid

Enkele opmerkingen over het gesloten stelsel van dwangmiddelen en middelen tot bewaring van recht naar aanleiding van HR 28 januari 2011, LJN BO4930 (Marexion/Baboprint)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden gesloten stelsel van dwangmiddelen, middelen tot bewaring van recht, redelijkheid en billijkheid, art. 6:2 lid 1 BW, art. 6:248 lid 1 BW
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Noch art. 6:2 lid 1 BW noch art. 6:248 lid 1 BW kan een grondslag bieden voor een verplichting tot het stellen van de zekerheid door middel van een bankgarantie. Een dergelijke verplichting past niet in het stelsel van de wet en sluit niet aan bij de daarin wel geregelde gevallen. Met deze beslissing wordt recht gedaan aan het paritas creditorum-beginsel en het beginsel van de partijautonomie.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam en universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en research fellow van de Leiden Law School.
Artikel

Het spanningsveld tussen een integere bancaire sector en laagdrempelige toegang tot het betalingsverkeer

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Wft, integriteit, banken, opzeggingsbevoegdheid, duurovereenkomsten
Auteurs Mr. J.W. Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Van banken wordt (op grond van publiekrechtelijke financiële wetgeving) verwacht dat zij het vertrouwen in de bancaire sector waarborgen, door potentiële cliënten te screenen en bestaande cliënten te monitoren (en in bepaalde gevallen de relatie te beëindigen). Aan de andere kant is het besef doorgedrongen dat de beschikking over een bankrekening onontbeerlijk is en worden banken door rechters verplicht bancaire relaties met door hen ongewenste typen cliënten in stand te houden. Dit brengt banken in een lastig parket. Hoe moeten banken hun bevoegdheid tot opzegging toepassen en welke rechterlijke toets is hierop van toepassing?


Mr. J.W. Achterberg
Mr. J.W. Achterberg is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam (Afdeling Banking & Finance).
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.