Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 393 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Naar een Europese aanpak van voedselfraude

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2014
Trefwoorden food fraud, European Parliament, EP Resolution on food fraud, crisis in the food chain, horse meat
Auteurs J.A. van den Akker en E.M.R. de Lange
SamenvattingAuteursinformatie

    Have recent food fraud cases, combined with a lack of priority and regulatory framework for combating food fraud and increased involvement of organized crime, caused a crisis of the European food chain? To what extent does this necessitate a European response? This article argues that the crisis in consumer confidence caused by cross-border fraud must be urgently addressed at national and EU level and that combating food fraud should be a priority next to the enforcement of food safety rules. Necessary changes of EU rules applicable to the sector and its controls should be made through the EU decision-making process. The European Parliament recommends an approach that should define food fraud to enable the development of EU policy, facilitate cross-border cooperation and information-sharing between member states and encourage sector initiatives, whereas its enforcement should focus on altering the type of controls by public authorities and installing tougher penalties.


J.A. van den Akker
Mr. Joost van den Akker, MA is beleidsmedewerker Europees Parlement voor de fractie van de Europese Volkspartij (EVP).

E.M.R. de Lange
Esther de Lange, MA is lid van het Europees Parlement. Zij maakt namens het CDA deel uit van de fractie van de Europese Volkspartij (EVP).
Artikel

De Bitcoin-verzekering. Een kans voor de financiële sector om klantbelang centraal te stellen in innovatieve productontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Bitcoin, virtueel geld, vermogensrecht naar buitenlands recht, verzekering, consumentenbescherming
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg, Mr. J.W.P.M. van der Velden en Mr. C.W.M. Vergouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    De juridische kwalificatie van het virtuele geld ‘Bitcoin’ zorgt wereldwijd voor hoofdbrekens. Auteurs concluderen dat de Bitcoin zich als vermogensrecht naar buitenlands recht kwalificeert. Om de ontwikkeling van virtueel geld positief te beïnvloeden en meer consumentenbescherming te kunnen bieden, wordt een aanzet gegeven tot ontwikkeling van een Bitcoin-verzekering.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en research fellow van Tilburg University.

Mr. J.W.P.M. van der Velden
Mr. J.W.P.M. van der Velden is advocaat bij Keijser Van der Velden N.V. te Nijmegen en fellow bij het Instituut voor Financieel Recht, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. C.W.M. Vergouwen
Mr. C.W.M. Vergouwen is Compliance Consultant bij Achmea.
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. Bas Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de belangrijkste uitspraken van Nederlandse civiele rechters in 2013 waarin het Nederlands en/of Europees mededingingsrecht aan de orde kwam. Deze kroniek beperkt zich tot een bespreking van de meest spraakmakende zaken van het afgelopen jaar, waarbij zowel standalone mededingingsrechtelijke procedures als follow-on procedures zullen worden behandeld. Bij de opzet van deze kroniek is gekozen om de uitspraken op basis van thematische gelijkenissen (in plaats van chronologische volgorde) zo veel mogelijk gezamenlijk te bespreken.


Mr. Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V.
Artikel

Kroniek concentratiecontrole 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole, ACM, concurrentie
Auteurs Mr. Silvia Vinken, Mr. Minos van Joolingen en Mr. drs. Martijn Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in 2013 op het gebied van concentratiecontrole in Nederland. Het jaar 2013 wordt onder meer gekenmerkt door nieuwe wetgeving en beleid op het terrein van de zorg. Ook in 2013 wordt de trend van het verkort afdoen van besluiten voortgezet waarbij de zorgsector evenals voorgaande jaren een prominente rol vervult. In deze kroniek wordt daarnaast stilgestaan bij enkele boetes die zijn opgelegd wegens niet of onvolledig melden en de bijbehorende rechtelijke toetsing.


Mr. Silvia Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. Minos van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. drs. Martijn Jongmans
Mr. drs. M.W.J. Jongmans is advocaat bij BANNING N.V. te Rotterdam.
Artikel

Ervaringen met Europese civiele procedures in Nederland

Een terugblik en wenkend toekomstperspectief

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese procedures, betalingsbevelprocedure, geringe vorderingen, grensoverschrijdend procederen
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese betalingsbevelprocedure en de Europese procedure voor geringe vorderingen (small claims procedure) zijn de eerste twee eenvormige Europese civielrechtelijke procedures. De vraag is hoe deze Europese procedures in Nederland functioneren en in de praktijk worden ervaren. Om deze vraag te beantwoorden zijn, naast rechtspraakonderzoek, gegevens verzameld en interviews afgenomen bij onder meer rechtbanken. De uitkomsten zijn niet overweldigend positief; beide procedures worden vooralsnog weinig gebruikt en er zijn problemen rond de toepassing. De verwachting is echter dat de Europese procedures belangrijker zullen worden gezien de Europese ambities en het recente aanpassingsvoorstel van de Commissie voor small claims.Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, Pb. EU 2006, L 399/1 (EBB-Verordening);Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, Pb. EU 2007, L 199/1 (EPGV-Verordening);Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen en Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, COM(2013)794 def.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. (Xandra) Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij bekleedt tevens de TPR-leerstoel en is visiting professor Global Law School aan de Universiteit Leuven (2013-2014). Deze bijdrage is mede mogelijk gemaakt door de ondersteuning van NWO in het kader van de Vernieuwingsimpuls – Vidi.
Artikel

De technologie van toegang tot het recht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2014
Trefwoorden dispute resolution technology, acces to justice, ODR, justice innovation, e-Justice
Auteurs J.H. Verdonschot
SamenvattingAuteursinformatie

    Current trends in the delivery of legal services create the opportunity to develop a new generation of access to justice platforms. On the basis of two examples, the author illustrates how this can work. M-Sheria is a technology-based access to justice service that serves the poor in Kenya. It combines state of the art information technology (USSD, SMS, internet) and human technology (community paralegals and pro bono advocates) to help slum dwellers solve their legal problems. Rechtwijzer 2.0 is an internet-based platform that provides online human and technology-facilitated support to people with a legal problem in the Netherlands. These examples show how processes and professionals can be innovated to facilitate dispute resolution in delivering information and interventions just in time.


J.H. Verdonschot
Mr. dr. Jin Ho Verdonschot is werkzaam als dispute resolution technology advisor bij HiiL Innovating Justice.
Artikel

Onlineverkoop in exclusieve distributiesystemen

Een verkenning van de juridische beperkingen voor het geografisch sturen van onlineverkoop

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mededingingsrecht, kartelverbod, exclusiviteit, online, actieve verkoop
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst, Mr. drs. J. Smeets en Mr. L.G. Gerding
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beperking van onlineprijzen of onlineaanbod kan de concurrentie beperken. De auteurs bespreken of het aan banden leggen van onlineverkopen mededingingsrechtelijke overtredingen oplevert. Ook bespreken zij hoe juridisch moet worden gekeken naar (informatie)technologische toepassingen om sturing te geven aan onlinebezoekers.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. drs. J. Smeets
Mr. drs. J. Smeets was ten tijde van het schrijven van dit artikel werkzaam als Legal Counsel bij T-Mobile Netherlands B.V. Per 1 april 2014 is zij als rechter in opleiding werkzaam bij de Rechtbank Den Haag.

Mr. L.G. Gerding
Mr. L.G. Gerding is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.
Artikel

Aandachtslocaties transportveiligheid in beeld gebracht door combinatie van openbare gegevensbestanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden transportation safety, big data, hot spots, hazardous materials, congestion
Auteurs Nils Rosmuller en Clemon Tonnaer
SamenvattingAuteursinformatie

    Safety authorities in The Netherlands have the obligation to develop so-called risk-profiles. Risk profiles are probability-consequences schemes of all kinds of hazards (ranging from earth quakes to transportation and from floodings to fires in high rise buildings). To develop such schemes, various data sources could be useful. In this paper, we describe an approach to make use of existing database to reveal ‘new’ kinds of transportation-related risks. To this end, we combined publicly available public and private databases related to: hazardous materials transportation and Natura 2000 areas; congested areas and large scale public events; hazardous materials transportation and multi-functional areas.
    Our approach makes clear that combination of existing databases has great potential for the safety authorities to develop their risk profiles, do their business intelligence and creating steering dash-boards for their own budget allocations.


Nils Rosmuller
Nils Rosmuller is lector Transportveiligheid bij het Instituut Fysieke Veiligheid en teamleider Safety bij TNO. E-mail: nils.rosmuller@tno.nl

Clemon Tonnaer
Clemon Tonnaer is senior onderzoeker bij de Brandweeracademie van Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). E-mail: clemon.tonnaer@ifv.nl
Artikel

Het Duitse recht op nevengeschikt aanklagen

De volledige integratie van het slachtoffer in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Accessory prosecution, victims, Victim lawyers, Secondary victimization, punishment
Auteurs Michael Kilchling en Helmut Kury
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the German concept of accessory prosecution (Nebenklage) is discussed. The Nebenklage was implemented in the Code of Criminal Procedure of 1877. It had merely an accessory function in conjunction with the private prosecution and the Klageerzwingungsverfahren, two legal institutions which had little practical relevance. Nowadays, in the course of the modern victim movement, the Nebenklage has radically changed into an instrument that is clearly provided as the main participatory option for victims interested in actively contributing to the trial of ‘their’ criminal. Previous research findings are outlined and the results of an explorative survey are presented. The findings suggest that the mere presence of the victim lawyer can significantly change the atmosphere in the courtroom, thus enhancing the willingness of the defence to treat the victim more respectfully.


Michael Kilchling
Michael Kilchling is criminoloog en is werkzaam aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland), en is daarnaast voorzitter van het European Forum for Restorative Justice.

Helmut Kury
Helmut Kury was hoogleraar psychologie en criminologie en was onder andere verbonden aan het Max-Planck-Institut für ausländisches und internationales Strafrecht in Freiburg (Duitsland).
Artikel

‘Le temps détruit tout’?

Het dienstenverkeer binnen de EU-Turkije Associatie na de uitspraak van het Hof van Justitie in Demirkan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Turks Associatieverdrag, Vrij verkeer van diensten, Passievedienstenverkeer, Visumplicht, Vrij verkeer van personen
Auteurs Dr. Th. A.J.A. Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen Turkse onderdanen zonder visum afreizen naar Duitsland teneinde daar (misschien) diensten te gaan ontvangen als ze dat ook konden in vroegere tijden toen het Duitse recht op dit punt hen welgevallig was? In de onderhavige zaak werd het Hof van Justitie geconfronteerd met deze vraag waarbij de standstill-clausules uit het EU-Turkije Associatieregime centraal staan. Hebben deze clausules betrekking niet alleen betrekking op het verlenen maar ook op het ontvangen van diensten?HvJ EU 24 september 2013, zaak C-221/11, Leyla Demirkan/Bundesrepublik Deutschland, n.n.g.


Dr. Th. A.J.A. Vandamme
Dr. Th. A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Center for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Op het raakvlak van sociale zekerheid en migratierecht

Legaal verblijf als voorwaarde voor toekenning socialezekerheidsprestaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Unieburgers, economisch inactieven, verblijfsrecht, bestaansmiddelen, bijstand
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel we het graag over het hoofd zien, is het recht op vrij verkeer van personen, zoals verankerd in artikelen 20 en 21 van het VWEU, niet absoluut. Een van de voorwaarden die gesteld wordt aan de uitoefening van dit recht is dat de Unieburger zichzelf financieel kan bedruipen, in migratierechtelijke terminologie: geen beroep doet op de openbare kas. De prejudiciële vraag die het Hof van Justitie in het arrest Brey moet beantwoorden, is of een gastlidstaat voor de toekenning van een uit publieke middelen gefinancierde uitkering aan economisch inactieven de voorwaarde mag stellen dat zij rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. HvJ EU 19 september 2013, zaak C-140/12, Pensionsversichrungsanstalt/Peter Brey, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.

    De Curaçaose overheid kent zogenaamde overheidsinstellingen. Dit zijn instellingen die op afstand zijn gezet van het bestuur doch waar, simpel gezegd, de overheid nog wel (gedeeltelijk) zeggenschap in en over heeft. Overheidsinstellingen kunnen worden onderscheiden in overheids-nv’s en overheidsstichtingen. Ten aanzien van de eerste groep, de overheids-nv’s, is al veel geschreven mede in de context van de Verordening corporate governance en in hoeverre de overheidsinvloed botst met de doelstellingen van de naamloze vennootschap. Over overheidsstichtingen is daarentegen nauwelijks geschreven. De overheid heeft echter recentelijk alle in haar ogen als overheidsstichting aan te merken stichtingen aangeschreven met de opdracht dat zij hun statuten in lijn dienen te brengen met de door de overheid opgestelde modelstatuten. Dit artikel gaat dieper in op deze materie, waarbij tevens aan bod komt de overheidsstichting in relatie tot de overheid en hoe dit zich verhoudt met gesubsidieerde stichtingen.


Dr. Jeff Sybesma
Dr. Jeff Sybesma is legal advisor CBCS, lid van de RvA en bijzondere rechter in ambtenaren- en sociale zaken. Dit artikel is echter geheel op eigen titel geschreven.
Artikel

Van wie is de maatschappelijke onderneming?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden maatschappelijke onderneming, winstuitkering, zorgsector, publiek belang
Auteurs Mr. dr. E.R. Helder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het publieke debat over de maatschappelijke onderneming domineren governance-aspecten, zoals de verdeling van taken en bevoegdheden tussen bestuur en toezicht. Ook vermogensrechtelijke aspecten verdienen echter aandacht, met name de vraag hoe de uitkering van winst door een maatschappelijke onderneming aan haar investeerders zich zal verhouden tot het nagestreefde maatschappelijk belang.


Mr. dr. E.R. Helder
Mr. dr. E.R. Helder is universitair docent Burgerlijk recht, in het bijzonder voor de notariële rechtsgebieden, aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Regiomaatschappen in de zorg

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden regiomaatschap, medisch specialist, marktmacht
Auteurs Ramsis Croes, Murat Duman en Misja Mikkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Medisch specialisten hebben een bijzondere positie in ons zorgstelsel. Iets minder dan de helft van de specialisten werkt in loondienst, de anderen werken als vrijgevestigde specialisten in een maatschap. Voor deze laatste groep zijn de verhoudingen met het ziekenhuis vastgelegd in de toelatingsovereenkomsten. Steeds vaker fuseren maatschappen van medisch specialisten tot ziekenhuis overstijgende regiomaatschappen. De regiomaatschappen zijn maatschappen waarvan de aangesloten specialisten voor meerdere ziekenhuizen tegelijk werken. Specialisten geven aan dat kwaliteit een belangrijk motief is om regiomaatschappen te vormen. In deze bijdrage laten wij zien dat de vorming van regiomaatschappen leidt tot een toename van marktmacht. Daarnaast bespreken we de mogelijkheden om de eventuele negatieve gevolgen via het (sector specifieke) mededingrecht aan te pakken.


Ramsis Croes
R.R. Croes MSc is medewerker van de NZa en daarnaast verbonden aan IBMG (Erasmus Universiteit).

Murat Duman
Mr. M. Duman is medewerker van de NZa.

Misja Mikkers
Dr. M. Mikkers RA is medewerker van de NZa en daarnaast verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg).
Artikel

European Union Property Law. From Fragments to a System

Proefschrift van mr. E. Ramaekers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden goederenrecht, Europees recht, Europees goederenrecht, property law, European Union law, European Union property law
Auteurs Dr. mr. J.M. Milo
SamenvattingAuteursinformatie

    Het privaatrechtelijke goederenrecht wordt functioneel door de Europese Unie bestreken. Dat heeft geleid tot fragmentatie en ondersystematisering. Helder en kritisch analyseert Ramaekers het Europese goederenrechtelijk acquis. Zij pleit voor een optioneel Europees raamwerk van goederenrecht, in te voeren bij verordening, en daartoe geeft zij een mooie aanzet.


Dr. mr. J.M. Milo
Dr. mr. J.M. Milo is universitair hoofddocent rechtsgeschiedenis en rechtsvergelijkend vermogensrecht aan het Molengraaff Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Herziening richtlijn erkenning beroepskwalificaties

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Richtlijn erkenning beroepskwalificaties, Gereglementeerde beroepen, Implementatie Richtlijn 2013/55/EU, Vrij verkeer van personen, Vrij verkeer van diensten
Auteurs Mr. R.V.A. Bishoen en Mr. I.M. Welbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 november 2013 is Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vastgesteld. Dit artikel bespreekt in hoofdlijnen de achtergronden van deze richtlijn, de belangrijkste wijzigingen en waar mogelijk de Nederlandse reactie daarop.
    Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (de IMI-verordening)


Mr. R.V.A. Bishoen
Mr. R.V.A. (Ranoe) Bishoen is wetgevingsjurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Mr. I.M. Welbergen
Mr. I.M. (Inge) Welbergen is beleidsjurist bij de directie Media en Creatieve Industrie van het Ministerie van OCW en oud-expert national détaché bij de Europese Commissie (DG Interne markt en financiële diensten).
Artikel

Allianz: een beetje vaag en heel ongelukkig

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden exclusieve afname, toets strekkingsbeding, mededingingsbeperkende strekking, mededingingsbeperkende gevolgen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door het Hongaarse hof van cassatie Legfelsőbb Biróság (hierna: de verwijzende rechter) aangaande de vraag of afspraken tussen verzekeraars Allianz en Generali en een aantal autoreparateurs, waarbij de autoreparateurs (indirect) een bonus krijgen als zij een bepaald percentage verzekeringen van Allianz en Generali verkopen, kwalificeren als overeenkomsten die tot strekking hebben de mededinging te beperken. Het Hof van Justitie verwart in zijn arrest het onderscheid tussen strekkings- en gevolgbedingen. Het Hof van Justitie suggereert bovendien dat de vrij onschuldige afspraken – afnamebedingen – tot doel hebben de mededinging te beperken. Het arrest stelt ten slotte dat als een overeenkomst niet in overeenstemming is met nationaal regelend recht – zoals regels van consumentenbescherming – dit het waarschijnlijk maakt dat die overeenkomst de strekking heeft de mededinging te beperken.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-32/11, Allianz Hungária Biztosító e.a./Gazdasági Versenyhivatal, n.n.g.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. (Gerrit) Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Twisten tussen woningcorporatie en huurder: garandeert het Unierecht een recht op schotelantennes?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden horizontale directe werking, vrijedienstenverkeer, woningcorporatie, cassatie wegens onvoldoende motivering, Europees recht
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten en Mr. S.R.W. van Hees
SamenvattingAuteursinformatie

    In het huurreglement van de Arnhemse woningcorporatie SVA is opgenomen dat een huurder niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming het gehuurde mag wijzigen. Daaronder wordt mede begrepen het plaatsen van antennes.
    De vordering van de woningcorporatie tot verwijdering van een door een huurder geplaatste schotelantenne heeft uiteindelijk geleid tot een uitspraak van de Hoge Raad. Deze uitspraak is interessant omdat de civiele kamer van de Hoge Raad casseert vanwege onvoldoende Europeesrechtelijke motivering in het oordeel van het Gerechtshof Arnhem. Daarnaast raakt het geschil aan het materiële vraagstuk van de horizontale directe werking van het vrijedienstenverkeer en reikwijdte van het vrijverkeerrecht in privaatrechtelijke verhoudingen.
    HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9761
    Conclusie advocaat-generaal Keus, ECLI:NL:PHR:2013:BX9761


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. (Herman) van Harten is verbonden aan het Montaigne Centrum en het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.R.W. van Hees
Mr. S.R.W. (Sander) van Hees is verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 393 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 19 20
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.