Zoekresultaat: 119 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Hoe de belastingheffer de mens ontdekt

Een praktijkperspectief op de relatie tussen belastingregels en belastinggedrag

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2014
Trefwoorden belastingheffing, gedragsregulering, gedragsbeïnvloeding, communicatie, nudging
Auteurs H.J.M. van Rooij en D. Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Effectiviteit van belastingwetgeving is niet alleen afhankelijk van de wijze waarop de regels zijn ingericht en worden uitgevoerd door de belastingheffer, maar ook van de instelling en het gedrag van de belastingbetaler. De Belastingdienst zet vanuit deze gedachte niet alleen in op toezicht en handhaving, maar ook op service, ondersteuning en vormen van samenwerking. Inzichten uit gedragswetenschappen zijn hierbij onmisbaar om ervoor te zorgen dat inspanningen effectief zijn en niet averechts uitpakken. De auteurs gaan in op een aantal kenmerken van het gedrag van belastingbetalers (aan wie niets menselijks vreemd blijkt) en de wijze waarop daarmee door de Belastingdienst rekening wordt gehouden bij de uitvoering van zijn taken. Daarnaast besteden ze aandacht aan enige lessen die hieruit ook door de wetgever te trekken zijn.


H.J.M. van Rooij
H.J.M. van Rooij werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.

D. Geurts
D. Geurts werkt als beleidsadviseur bij het directoraat-generaal Belastingdienst van het ministerie van Financiën en houdt zich bezig met communicatie en de relatie tussen gedrag en beleid.
Artikel

De gewijzigde Leidraad: leasebranche weer veilig, maar tegen hoge prijs

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden bodemrecht, bodemverhuurconstructie, Invorderingswet 1990, Leidraad Invordering 2008, (operational en financial) lease
Auteurs Mr. C.P.M. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een poging leasemaatschappijen buiten de reikwijdte van art. 22bis IW 1990 te laten vallen is de Leidraad Invordering 2008 gewijzigd. In deze bijdrage wordt onderzocht of de gewijzigde Leidraad zijn doel verwezenlijkt en inderdaad voldoende ruimte biedt voor leasemaatschappijen om buiten de reikwijdte van art. 22bis IW 1990 te vallen.


Mr. C.P.M. Braeken
Mr. C.P.M. Braeken is per 1 juni 2014 werkzaam als advocaat-stagiaire bij Stibbe.
Artikel

De rol van de arts bij levensbeëindiging door stoppen met eten en drinken

Commentaar op de concepthandreiking van de KNMG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden levensbeëindiging, zelfdoding, concepthandreiking KNMG
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Nadat de KNMG medio 2011 had vastgesteld dat het tot de professionele taak van de arts behoort de nodige palliatieve begeleiding te geven aan mensen die besluiten hun leven te beëindigen door te stoppen met eten en drinken, heeft de organisatie in een recente concepthandreiking gedetailleerd beschreven waaruit deze taak bestaat. Uit het overzicht van beschikbare onderzoeksgegevens blijkt dat dit voor oude en zieke mensen een begaanbare route naar de zelfgekozen dood is. Volgens de handreiking is dan geen sprake van zelfdoding, maar de voor die stelling aangedragen argumenten schieten tekort. Begeleiding en verzorging van de betrokkenen moeten niettemin niet als een ex artikel 294 Sr strafbare vorm van hulp bij zelfdoding worden beschouwd: voor artsen valt dat handelen onder de medische exceptie, voor intimi wordt het beschermd door het grondrecht op een privé- en gezinsleven. Terecht stelt de handreiking dat als artsen tegen deze hulp gewetensbezwaar hebben, dit moet worden gerespecteerd, zolang zij er zorg voor dragen dat die hulp door een collega wordt verleend.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en was lid van een regionale toetsingscommissie euthanasie van 1998 tot 2010.
Artikel

Autonomie, ambtelijke organisaties en criminaliteitsbestrijding

Over samenwerking tussen overheidsinstanties bij de aanpak van mensenhandel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2014
Trefwoorden collaboration, public administration, law enforcement, human trafficking, multi-agency approach
Auteurs Dr. Barbra van Gestel en Drs. Maite Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    How do organisations collaborate in the daily practice of law enforcement? And what role plays autonomy of government agencies within this cooperation? In this article the authors answer these questions on the base of two case studies: two large scale projects in which a partnership approach was used to combat human trafficking in the Netherlands. Collaboration between city administration, investigation services and tax authorities seems to be very hard to put into practice. This is understandable from the theory that government agencies, while performing their tasks, are focused on achieving autonomy.


Dr. Barbra van Gestel
Dr. B. van Gestel is als onderzoeker werkzaam voor het WODC.

Drs. Maite Verhoeven
Drs. M.A. Verhoeven is als onderzoeker werkzaam voor het WODC.
Artikel

De verstekprocedure getoetst: een empirisch onderzoek naar de verstekprocedure in het licht van het KEI-programma

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden verstekprocedure, incassovordering, betalingsbevelprocedure, KEI-programma, empirisch onderzoek
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer, Mr. I. Tillema en Mr. dr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot deel van de civiele vonnissen eindigt in een verstekvonnis. Het fungeren van de verstekprocedure als algemene incassoprocedure is bekritiseerd. Zo heeft de commissie-Asser-Groen-Vranken voor de invoering van een nationale betalingsbevelprocedure gepleit. In het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) wordt ervoor gekozen geen betalingsbevelprocedure in te voeren. De vraag is of het KEI-programma op dit punt de juiste keuzes maakt en wat mogelijke implicaties hiervan zijn. In deze bijdrage worden de belangrijkste bevindingen van uitgevoerd empirisch onderzoek naar de verstekprocedure gepresenteerd en in het licht hiervan de in het conceptwetsvoorstel gemaakte keuzes becommentarieerd.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. Kramer is als hoogleraar verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is als promovenda verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. M.L. Tuil
Mr. dr. M.L. Tuil is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

De entire agreement clause naar Amerikaans en Nederlands recht: afbakening, geen uitleg

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Lundiform, entire agreement clause, Amerikaans contractenrecht, uitleg
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Lundiform-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een entire agreement clause op zichzelf geen uitlegbepaling is en dat een dergelijke bepaling in een overeenkomst als zodanig dan ook niet verhindert dat extrinsiek bewijs gebruikt kan worden om deze overeenkomst uit te leggen. Deze bijdrage schetst in enkele grote lijnen de Amerikaans-rechtelijk achtergrond van de entire agreement clause. De auteur wijst bovendien op het belangrijke onderscheid tussen uitleg en afbakening van overeenkomsten. Het vaststellen van de inhoud van een overeenkomst moet geschieden door enerzijds afbakening van welke afspraken de contractuele relatie tussen partijen beheersen en anderzijds wat deze afgebakende afspraken betekenen. De entire agreement clause speelt in beginsel alleen een rol in de afbakeningsfase.


Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam en tevens ingeschreven als advocaat in New York. De auteur bedankt prof. mr. W.J. Oostwouder en mr. E.J. Stumphius voor hun commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

The product of design

Veiligheidsbeleid op Amerikaanse leest geschoeid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs V. Lub
SamenvattingAuteursinformatie

    In policy development and academic research on urban problems such as poverty, disorder and crime, the United States has served as a model country for the Netherlands for years. This article analyses two Dutch policies in the field of neighbourhood safety that are strongly influenced by American policy. It specifically focuses on the efficacy and applicability of social interventions, i.e. approaches that appeal to residents’ active involvement in the improvement of public safety and quality of life: resident representation comities (I) and neighbourhood watch schemes (II). Available research into the two policy cases illustrates that the ‘hard’ science from the United States can often be complemented with more qualitative information from the Netherlands. American research can thus be used to support Dutch policy designs, provided that knowledge is fine-tuned and contextualised.


V. Lub
Drs. Vasco Lub is oprichter en directeur van het Bureau voor Sociale Argumentatie en tevens promovendus bij de capaciteitsgroep Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Pot, crack en Obama’s ‘third way’

Liberalisering van drugsbeleid in de Verenigde Staten?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2013
Auteurs I. Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay describes the most important recent events in the field of American drugs legislation covering the liberalization of cannabis policies in several states as well as the reduction of penalties for the possession of crack at the federal level. These developments are situated in a broader context of a complicated and big country with plenty of room for extreme moral views and a very punitive justice policy that targets Blacks and Latino’s much more than the white middle class. The disproportionate impact of the punitive drugs legislation is an important driving force behind the trend towards liberalization, next to the high costs of maintaining an overcrowded prison system.


I. Haen Marshall
Ineke Haen Marshall, PhD is Professor bij het Department of Sociology & Anthropology and School of Criminology and Criminal Justice van de Northeastern University in Boston.
Artikel

De vrijwilliger-ondersteuner en het herstelgericht groepsoverleg

Een experiment binnen de bemiddelingsdienst van Leuven (BAL)

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Vrijwilliger ondersteuner, hergo
Auteurs Erik Claes en Emilie Van Daele
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches an experiment initiated by a local mediation service in Flanders (BAL) with regard to the role of a supporting volunteer in the context of family group conferencing. Engaged as researchers in this experiment, the authors reconstruct the conceptual challenges of this project and the solution proposed by the team of mediators. One of these challenges revolves around finding an appropriative account of restorative justice that fits with the aims of the Belgian conferencing practice and clarifies the role of the supporting volunteer. Another comes down to distinguishing this role with the essential tasks of the moderator, and formulating deontological devices. In the last part of this contribution a few learning points are formulated with regard to the process and results of the experiment. One of these points is the need to rethink how successfully offering the possibility of engaging a supporting volunteer to the stake holding parties.


Erik Claes
Erik Claes is docent filosofie en recht aan de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB), opleiding sociaal werk. Hij is projectleider van de onderzoeksprojecten ‘Herstelbemiddeling en vrijwilligers’ (2010-2013) en ‘Herstelrecht en interculturele spanningen in Brussel’, gefinancierd door PWO-financiering van de HUB.

Emilie Van Daele
Emilie Van Daele is stafmedewerkerster bij Socius en voormalig onderzoeksmedewerkster op het onderzoeksproject ‘Herstelbemiddeling en vrijwilligers’.
Artikel

Hekmeijer en de actieve rechter

Een oude stem in een actueel debat

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Auteurs Dr. G.C.C. Lewin
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijk deel van de afwijkingen van Burgerlijke Rechtsvordering van de Caribische gebiedsdelen ten opzichte van Europees Nederland vindt zijn oorsprong in een regeling die gold voor de rechtspleging voor de residentiegerechten op Java en Madoera. Een daarover geschreven boek is F.C. Hekmeijer, De voorschriften omtrent de burgerlijke rechtspleging voor de residentiegerechten op Java en Madoera. Proeve van eene toelichting en kritiek, ’s-Gravenhage 1905. Er is een aantal relevante inzichten aan het boek te ontlenen, met name over de Indische voorloper van art. 118 Rv, een nog altijd springlevende bepaling die met een zekere regelmaat door de Caribische rechter wordt ingeroepen om in te grijpen in het partijdebat. Ook Hekmeijer was al enthousiast over dat artikel, mede vanwege de medeverantwoordelijkheid van de rechter voor de uitkomst van de procedure, die nu eenmaal zwaar weegt. Uit Hekmeijers bespreking wordt duidelijk dat de gedachte dat de rechter ‘een stevige regie moet voeren’ geen innovatieve gedachte is, maar gewoon weer een kleine verschuiving in de opvattingen over de taakverdeling tussen rechter en partijen.


Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Beate Sirota en de gelijkstelling van mannen en vrouwen in artikel 24 van de Japanse Grondwet in 1947

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Japanese Constitution, Japanese Civil code, Women's rights, Beate Sirota
Auteurs Peter van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Beate Sirota has been described as the ‘heroine of Japanese women’s rights’, because she contributed considerably to the inclusion of a forceful provision on the rights of women in the new Constitution of Japan as a member of the Government Section of the Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP), headed by General Douglas MacArthur. Her role was serendipitous, because at first the Americans were not planning such a thorough revision of the Meiji Constitution (1890). Sirota was not a constitutional scholar, let alone an expert on the rights of women. She was hired only because she had spent her youth in Japan and spoke Japanese fluently. But once she got involved in the drafting of a new Constitution, her intimate knowledge of the position of women in Japanese society proved very useful. She proposed elaborate and detailed provisions on women’s rights in order to counter the expected resistance. This strategy turned out to be successful. Although Sirota was not substantially involved in the implementation of article 24, she returned to the United States in 1947. Since its introduction the provision has been a firm anchor for proponents of the emancipation of women in Japan.


Peter van den Berg
Peter A.J. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (Vakgroep Algemene Rechtswetenschap en Rechtsgeschiedenis). Hij publiceert onder meer over constitutionele geschiedenis, geschiedenis van het staatsburgerschap en codificatiegeschiedenis. In 2007 verscheen van zijn hand The politics of European codification. A history of the unification of law in France, Prussia, the Austrian Monarchy and the Netherlands. Hij is een van de leiders van het door NWO als onderdeel van het programma ‘Omstreden Democratie’ gefinancierde project ‘Contested Constitutions’.
Artikel

Nabeschouwing: de actor als factor

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Kingdon, policy formation, policy entrepreneurs
Auteurs Alex Jettinghoff en Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    With the help of a model of policy formation designed by John Kingdon, we seek to map the actors in the previous cases of legal change and to establish the way in which they performed their key role and what conditions allowed them to do that. It appears that only two of the actors are insiders, government officials. The rest are outsiders. According to Kingdon’s model, a particular kind of actors is most likely to play a key role in policy change. He calls them ‘policy entrepreneurs’ and they typically are experts in a particular field of policy, who spend time, energy and money to promote a proposal they favour. They spring into action when they seize an opportunity to push their proposal on the agenda of the decision-makers. In our small collection of actors, Lemkin, Sinzheimer and Leenen are prototypical ‘policy entrepreneurs’. The others do not fit this profile, but played an influential role nevertheless.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.

Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.
Artikel

Een toevluchtsoord voor klokkenluiders

Brengt het Huis het ideaal van transparantie dichterbij?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblowing discussion, whistleblowing legislation, transparency, integrity, rule of law
Auteurs C. Raat
SamenvattingAuteursinformatie

    The draft of the Dutch Whistleblower Protection Act that is currently discussed in Parliament can be regarded as an essential step forward in the protection of whistleblowers. However, it can be questioned if the Act will contribute in an optimal manner to the ideal of transparency and the fight against the abuse of power, which should be the main goal of the Act. The tasks and powers of the new House for Whistleblowers are rather unclear and they do not meet legal standards. The combination of advice and support to whistleblowers and independent research into major violations of integrity should be abolished.


C. Raat
Mr. dr. Caroline Raat is bestuursrechtjurist en bestuurswetenschapper. Zij is werkzaam als adviseur en voorts als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Twente.
Artikel

Ruimte voor strategie

De relatie tussen toezicht en media nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Media, Medialogica, Percepties
Auteurs Dr. Martijn van der Steen, Prof. dr. Erik-Hans Klijn, Prof. dr. Mark van Twist e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de relatie tussen toezicht en de media. De auteurs zetten in dit artikel rond dit thema twee stappen. De eerste stap is dat ze de relatie tussen media en toezicht bezien voorbij het vaak gevestigde beeld van de problematische medialogica, die het toezicht – en het beleid – vooral in de weg zit. In de tweede stap betogen ze hetzelfde, maar dan meer empirisch. Hun onderzoek geeft inzicht in de percepties van professionals uit het toezicht over media.


Dr. Martijn van der Steen
Dr. M. (Martijn) van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Prof. dr. Erik-Hans Klijn
Prof. dr. E.H. (Erik-Hans) Klijn is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Prof. dr. Mark van Twist
Prof. dr. M.J.W. (Mark) van Twist is als Hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en is decaan van de NSOB.

Arno van Wijk
A. (Arno) van Wijk (MSc) is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Drs. Jorren Scherpenisse
Drs. J. (Jorren) Scherpenisse is als onderzoeker verbonden aan de NSOB.

Mr. H.F.M. Hofhuis
Mr. H.F.M. Hofhuis is oud-president van de rechtbanken ’s-Hertogenbosch en ’s-Gravenhage. Hij is thans rechter-plaatsvervanger in de Haagse rechtbank.
Artikel

Kiezen voor stadsrepublieken? Over administratieve afhandeling van overlast in de steden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden social disorder, incivility, governance, communal sanctions, Mayor
Auteurs Elke Devroe
SamenvattingAuteursinformatie

    The theme of governing anti-social behaviour and incivilities in the public space became more important on the policy and research agenda over the last twenty years. This article describes the law on incivilities in Belgium, namely the ‘administrative communal sanctions’ (GAS). This law is studied in a broader context of contemporary crime control and its organizing patterns. The development of the politics of behaviour can be explained by different characteristics of the period referred to as the late modernity. In the dissertation ‘A culture of control?’ (Devroe 2012) we studied the application and the concrete strategies behind the governance of incivilities on a national and on a city level. The incivility law broadened the competences of the Mayor and the city council especially in the completion of anti social behaviour and public disorder problems in his/her municipality. Instead of being dealt with on a traditional judicial way by the police magistrate, the Mayor can, by this law; himself lay on fines until maximum 250 euro. We mention ‘city republics’ as this punitive sanction became a locally assigned matter, which means that one municipality differs from another in their ‘incivility policy’. Due to the split up of competences of the Belgian state arrangements of 1988, each municipality finds itself framed in different political and organisational executive realities. In this view, Mayors can be called ‘presidents’ of their own municipality, keeping and controlling the process of tackling incivilities as their main responsibility and determining what behaviour had to be controlled and punished and what behaviour can be considered as normal decent behaviour in the public space. Problems of creating a ‘culture of control’, creating inequality for the poor, the beggars and the socially ‘unwanted’ can arise, especially in big cities.


Elke Devroe
Dr. Elke Devroe is Universitair Hoofddocent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden. E-mail: e.devroe@law.leidenuniv.nl

    In december en februari jl. is het ‘Octrooipakket’ vastgesteld dat moet leiden tot de inwerkingtreding, op 1 januari 2014, van het Unie-octrooistelsel. In deze bijdrage zal dit stelsel in grote lijnen worden beschreven, met een nadruk op institutioneelrechtelijke vraagstukken.
    – < HvJ EU 8 maart 2011, Advies 1/09, Overeenkomst betreffende het Gerecht voor het Europees en het Gemeenschapsoctrooi, Jur. 2011, p. I-1137.
    – Besluit 2011/167/EU van de Raad van 10 maart 2011 houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van eenheidsoctrooibescherming, Pb. EU 2011, L 76, p. 53.
    – Conclusie advocaat-generaal Bot van 11 december 2012 in gevoegde zaken C-274/11 en C-295/11, Spanje en Italië/Raad, n.n.g.
    – Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Pb. EU 2012, L 361, p. 1.
    – Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, Pb. EU 2012, L 361, p. 89.
    – Overeenkomst betreffende het gemeenschappelijk octrooigerecht, getekend te Brussel op 19 februari 2013, Raadsstuk 16351/12, <http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/12/st16/st16351.en12.pdf>
    – Nietigheidsberoepen C-146/13 en C-147/13, Spanje/Parlement en Raad, neergelegd op 22 maart 2013.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Recht op kwaliteit, maar geen recht op toegang

Herstelrecht in de EU-regelgeving omtrent slachtoffers van misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Restorative justice, Victims’ rights, EU-legislation, framework decision 2001, directive 2012
Auteurs Katrien Lauwaert
SamenvattingAuteursinformatie

    Some ten years ago, victim-offender mediation was introduced for the first time in EU-legislation through article 10 of the 2001 framework decision on the standing of victims in criminal proceedings. In 2012 this framework decision was replaced by a more extensive directive establishing minimum standards for victims of crime. This article examines the position of restorative justice in this new legal instrument. The outcome is mixed. The emphasis on safeguards in case restorative justice is applied is a positive move towards good practices, but it is disappointing that a right to access restorative justice services was not adopted.


Katrien Lauwaert
Katrien Lauwaert is onderzoeker bij het European Forum for Restorative Justice en het Leuvens Instituut voor Criminologie (KU Leuven) op een Europees project rond desistance en herstelrecht en is tevens redactielid van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 119 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.