Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Medisch onderzoek in het kader van de asielprocedure

Enkele kanttekeningen vanuit bestuursrechtelijk en gezondheidsrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2009
Auteurs M.L. Bosman

M.L. Bosman

E. Plomp

M. Offerman

J.M. van der Most
Artikel

Access_open Algemene voorwaarden onder de voorgestelde richtlijn consumentenrechten

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden algemene voorwaarden, richtlijn consumentenrechten, oneerlijke bedingen, transparantiebeginsel, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorgestelde richtlijn consumentenrechten zal leiden tot aanmerkelijke wijzigingen in het Nederlandse privaatrecht, vooral doordat de richtlijn uitgaat van volledige harmonisatie. In dit artikel wordt onderzocht wordt of ook op het terrein van de algemene voorwaarden ingrijpende wijzigingen van het Nederlandse recht te verwachten zijn. De conclusie is dat het met de wijzigingen wel meevalt. De belangrijkste wijziging betreft de vervanging van de zwarte en grijze lijst door een Europese zwarte en grijze lijst, die elkaar grotendeels maar niet geheel overlappen. Onzekerheid bestaat vooral over de positie van de informatieplicht, die in ieder geval anders zal moeten worden gehanteerd dan de wetgever aanvankelijk beoogd had: artikel 6:234 BW zal in ieder geval niet meer als een limitatieve invulling van de informatieplicht van artikel 6:233 BW kunnen worden opgevat. Verdedigd wordt dat de vereiste soepelere houding ten aanzien van de informatieplicht ook buiten het geharmoniseerde terrein – in het bijzonder voor overeenkomsten tussen twee professionele partijen – zou moeten gelden.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. Loos is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, Centre for the Study of European Contract Law.
Artikel

Gezichtspunten bij ontslag: verwijtbaarheid, proportionaliteit en continuïteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ontslag, ontslagvergoeding, ontbinding, ontbindingsvergoeding, kennelijk onredelijk ontslag, ratio, grondslag, gezichtspunten, proportionaliteit
Auteurs Mw. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In het ontslagrecht zijn vele gezichtspunten relevant. Waarom zijn zij relevant? Betoogd wordt dat de vele redenen hiervoor zijn samen te vatten als drie toetsen: de verwijtbaarheidtoets, de proportionaliteitstoets en de continuïteitstoets. Volgens de eerste toets moeten gradaties van verwijtbaarheid bij een tekortkoming relevant zijn voor de bescherming tegen ontslag. Volgens de tweede toets moet het gewicht van de ontslaggrond proportioneel zijn aan de ingrijpendheid van het ontslag.Volgens de derde toets moet ontslag (desondanks) mogelijk zijn als zinvolle voortzetting van de overeenkomst niet haalbaar is. Is dat laatste het geval, dan moet eventuele disproportionaliteit van het ontslag (dan maar) worden uitgedrukt in een vergoeding. De analyse van gezichtspunten bij ontslag geeft aanleiding tot de stelling, dat bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding onvoldoende getoetst wordt aan proportionaliteit, zodat de vergoedingen gemakkelijk disproportioneel zijn.


Mw. mr. W.L. Roozendaal
W.L. Roozendaal is docent aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling staats- en bestuursrecht.
Artikel

Omzetting van het kaderbesluit slachtofferzorg in beleidsregels van het Openbaar Ministerie of in formele wetgeving?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Kaderbesluit slachtofferzorg, OM-beleidsregels, omzetting richtlijnen, formele wetgeving
Auteurs Mr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kaderbesluit slachtofferzorg zou oorspronkelijk in beleid van het Openbaar Ministerie worden geïmplementeerd. Dat desondanks wetswijziging plaatsvindt, is vooral te danken aan overwegingen in het kader van de fundamentele herziening van het Wetboek van Strafvordering en niet aan het bestaan van het kaderbesluit. De jurisprudentie van het Hof van Justitie over de omzetting van richtlijnen, die ook op kaderbesluiten van toepassing is, brengt echter mee dat beleidsregels van het Openbaar Ministerie niet het juridisch bindende karakter bezitten dat voor omzetting is vereist. Opname in wettelijke regelingen is vrijwel onontkoombaar. Het OM verliest hierdoor een substantieel beleidsterrein aan de wetgever.


Mr. W. Geelhoed
Mr. W. Geelhoed is PhD-fellow straf- en strafprocesrecht, Instituut voor Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden.
Artikel

Van Pkb naar AMvB

De systematiek van het nationale waterbeleid onder de AMvB Ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden AMvB Ruimte, planologische kernbeslissing, provinciale verordening, Bestuurlijke omgangscode AMvB Ruimte
Auteurs Mw. M. Claessens en Mw. mr. D.S.P. Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ministerraad heeft 2 juni 2009 op voorstel van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) ingestemd met het ontwerp van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: AMvB Ruimte).1x (Bijlage bij) Kamerstukken II 2008/09, 31 500, nr. 15. De AMvB Ruimte bevat alle ruimtelijke beleidskaders van het Rijk en vormt het sluitstuk van het nieuwe stelsel van de ruimtelijke ordening. Dit stelsel is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 geïntroduceerd.2x Stb. 2008, 180 (Invoeringswet Wro). Met de Wro wordt een nieuwe sturingsfilosofie geïntroduceerd, waar de AMvB in kwestie een uitwerking van is. De sturingsfilosofie gaat uit van de gedachte dat de verschillende overheden, met het Rijk in de regierol, worden gedwongen om te bepalen wat van nationaal en provinciaal belang is binnen het ruimtelijk beleid, en voorts te bepalen op welke wijze deze nationale en provinciale belangen moeten doorwerken op gemeentelijk niveau. De AMvB Ruimte vormt het instrument waarmee de vóóraf in kaart gebrachte nationale belangen kunnen doorwerken naar provinciaal en/of gemeentelijk niveau.

Noten

  • 1 (Bijlage bij) Kamerstukken II 2008/09, 31 500, nr. 15.

  • 2 Stb. 2008, 180 (Invoeringswet Wro).


Mw. M. Claessens
Mw. M. Claessens volgt thans een Master Omgevingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en een Master Staats- en Bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Leiden. Als uitvloeisel van een juridisch assistentschap bij Stibbe is zij medeauteur van deze bijdrage.

Mw. mr. D.S.P. Fransen
Mw. mr. D.S.P. Fransen is advocaat bij Stibbe en is gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Artikel

De beleidsregels combinatieovereenkomsten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden combinatieovereenkomsten, Besluit Vrijstellings Combincatieovereenkomsten (BVC), combinatievorming, beleidsregels
Auteurs Mr. M.A. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 oktober 2009 zijn de beleidsregels van de minister van Economische Zaken (EZ) inzake combinatieovereenkomsten in werking getreden.1x Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009. Deze beleidsregels zijn tot stand gekomen na een jarenlange discussie welke regels het oude Besluit Vrijstelling Combinatieovereenkomsten (BVC) zouden moeten vervangen. Bovendien zijn de beleidsregels bedoeld om de scheiding tussen de vorming van het mededingingsbeleid door EZ en de uitvoering door de NMa aan te scherpen. Positief is dat de minister is afgestapt van de wantrouwige en restrictieve benadering van combinatievorming die het beleid jarenlang heeft gekenmerkt. Op grond van de beleidsregels zullen combinatieovereenkomsten alleen in uitzonderlijke gevallen niet zijn toegestaan. Minder positief is dat de beleidsregels weinig toevoegen aan de Europese richtsnoeren inzake horizontale samenwerkingsovereenkomsten en nauwelijks concrete handvatten bieden.

Noten

  • 1 Beleidsregels van de minister van Economische Zaken van 11 september 2009, nr. WJZ/9153048, met betrekking tot de toepassing door de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit van artikel 6 van de Mededingingswet ten aanzien van combinatieovereenkomsten, Stcrt. 2009, nr. 14082, 22 september 2009.


Mr. M.A. de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur of nog steeds aangenomen kan worden dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt wanneer de pensioenleeftijd wordt bereikt. Daarnaast wordt besproken welke mogelijkheden de werkgever heeft om de arbeidsverhouding met een pensioengerechtigde werknemer aan te gaan of voort te zetten.


Mr. S.T.E. Bakker
Mr. S.T.E. Bakker is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Schadebeperking en de verplichting om passende arbeid te verrichten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2009
Trefwoorden schadebeperkingsplicht, passende arbeid, re-integratieverplichtingen, arbeidsrechtelijke verplichting
Auteurs Mevrouw mr. M. Opdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds wanneer een letselschadeslachtoffer ook werknemer is, krijgt hij tegelijkertijd te maken met de schadebeperkingsplicht uit het aansprakelijkheidsrecht en de re-integratieverplichtingen uit het arbeidsrecht. Inhoudelijk komen deze verplichtingen echter niet overeen. De verschillende verplichtingen kennen een eigen context. In deze bijdrage wordt besproken wat de betekenis is van de re-integratieverplichtingen voor de schadebeperkingsplicht, en omgekeerd. Hierbij ligt de focus op de arbeidsrechtelijke verplichting om ‘passende arbeid’ te verrichten.


Mevrouw mr. M. Opdam
Mevrouw mr. M. Opdam is promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VUmc.
Artikel

Regionale omgevingsdiensten: meerwaarde vanuit strafrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden regionale omgevingsdiensten, strafrechtelijke milieuhandhaving, ketenhandhaving, politiebestel, veiligheidsregio’s
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De afspraak tussen Rijk, IPO en VNG over de opbouw van een landelijk stelsel van regionale diensten voor provinciale en gemeentelijke taken bij de handhaving van de milieuregelgeving van VROM heeft niet alleen betekenis voor de bestuursrechtelijke handhaving. Zij biedt ook kansen voor meer samenwerking, afstemming en informatie-uitwisseling tussen bestuur, OM (Functioneel Parket) en politie bij de milieuhandhaving. Dit heeft in de discussie over het rapport-Mans nog weinig aandacht gekregen. Om die kansen te kunnen benutten, moet lering worden getrokken uit de ervaringen met de opbouw, inrichting en werking van vergelijkbare stelsels: het politiebestel en de veiligheidsregio’s in wording.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Mr. G. (Gustaaf) A. Biezeveld is redacteur van dit tijdschrift. Hij is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket (Den Haag).
Artikel

Omgevingsdienst Noordzeekanaal & Schiphol

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden omgevingsdienst, Noordzeekanaal & Schiphol, manifest, uitvoeringsaspecten, package deal Rijk-IPO-VNG
Auteurs Mr. A.L. van Kempen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een aantal landelijke ontwikkelingen op het gebied van omgevingsrecht moeten de uitvoering, het toezicht en de handhaving van wettelijke regelingen in de fysieke leefomgeving door gemeenten en provincies op een hoger niveau brengen. Daartoe moeten de decentrale overheden regionale uitvoeringsorganisaties (omgevingsdiensten) gaan opzetten, te beginnen bij een aantal complexe milieutaken. In Noord-Holland is een initiatief ter hand genomen om voor drie veiligheidsregio’s rond het Noordzeekanaal en Schiphol één omgevingsdienst te realiseren. Redenen voor dit initiatief zijn de gezamenlijke opgaven en samenhang op het gebied van economie, ruimtelijke ordening en veiligheid, kwaliteitsverbetering, efficiency en continuïteit.


Mr. A.L. van Kempen
Mr. A.L. (Arno) van Kempen is lid van de directie van de gemeente Haarlemmermeer.
Artikel

Private normstelling: criteria voor toepassing van private regelgeving in de rechtszaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Private normstelling, private regelgeving, rechtsstaat, juridische binding, rechterlijke toetsing
Auteurs mr. A. Kristic, mr. F.A. van Tilburg en mr. P.W.J. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Private regelgeving geeft blijk van een bepaalde maatschappelijke behoefte aan normstelling door private, niet-statelijke actoren. De regels die uit deze private normstelling voortvloeien, vallen in beginsel buiten ‘het recht’ in de zin van artikel 79 Wet RO. Als gevolg blijft ook de toepassing van private regelgeving door de rechter beperkt. In deze bijdrage wordt via een analyse van de rechtsstaat een aanzet gedaan tot het formuleren van criteria aan de hand waarvan de rechter een gemotiveerd oordeel kan vormen betreffende de juridische binding van private regelgeving in een concreet geschil.


mr. A. Kristic
Mr. A. Kristic is promovenda bij de vakgroep Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. a.kristic@uvt.nl

mr. F.A. van Tilburg
Mr. F.A. van Tilburg is promovenda bij de vakgroep Privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg. f.a.vantilburg@uvt.nl

mr. P.W.J. Verbruggen
Mr. P.W.J. Verbruggen is promovendus aan het Europees Universitair Instituut te Florence. paul.verbruggen@eui.eu
Artikel

Van preventief naar permanent toezicht op rechtspersonen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2009
Trefwoorden preventief toezicht, permanent toezicht, rechtspersoon, basisregister, 31 948, ministerie van Justitie
Auteurs Mr. E.H.F. Haantjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op het wetsvoorstel (31 948) tot afschaffing van het preventieve toezicht op kapitaalvennootschappen en het instellen van een permanent toezicht op rechtspersonen.


Mr. E.H.F. Haantjes
Mr. E.H.F. Haantjes is werkzaam als Professional Support Lawyer Notariaat bij NautaDutilh.
Artikel

Ziekenhuisfusies en publieke belangen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ziekenhuisfusies, zorgfusies, algemeen belang in de zorg, bevoegdheden NMa, steunverlening ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. M.F.M. Canoy en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgfusies zijn een onderwerp van aanhoudend politiek debat. In het bijzonder ziekenhuisfusies houden de gemoederen bezig. Deze bijdrage bespreekt het bijzondere karakter van de ziekenhuismarkt. We betogen dat de liberalisering, de methodologie van marktafbakening, de beperkte schaalvoordelen en de publieke belangen in de zorg maken dat fusies moeilijk beoordeelbaar zijn. Daarbij gaan we in op het spanningsveld tussen de adviserende zorgtoezichthouders NZa en IGZ en de verantwoordelijke algemene mededingingstoezichthouder NMa. Ook analyseren we mogelijke oplossingsrichtingen, in het bijzonder de borging van publieke belangen middels de diensten van algemeen economisch belang, en een aanvullende zorgtoets gebaseerd op het “DNB model” uit de financiële sector.


Prof. dr. M.F.M. Canoy
Prof. dr. M.F.M. Canoy is als buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is werkzaam als chief economist bij ECORYS.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is expert bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

De best price rule

Interpretaties van de AFM, de SEC en het Takeover Panel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden AFM, SEC, Security Exchange Act, City Code, Takeover Panel, ruling
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en J.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de interpretatie van de AFM van 17 oktober 2008 over de best price rule, zoals neergelegd in de artikelen 19 Bob en 5:79 Wft. Auteurs zetten vraagtekens bij de aansluiting van die interpretatie met de economische realiteit. Daarnaast gaan zij in op het ontbreken van een formele juridische status van interpretaties van de AFM en stellen zij voor om ‘interpretaties’ te gebruiken als uitgangspunt bij de consultatieprocedure van een reguliere beleidsregel. Dit zou moeten uitmonden in kwalitatief betere en afdwingbare regelgeving.Tevens bevat het artikel een rechtsvergelijkende analyse van de toepassing van de best price rule in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Verder wordt in de rechtsvergelijkende analyse de status en het gebruik van ‘interpretaties’ door de toezichthouders op de financiële markten in de VS en het Verenigd Koninkrijk behandeld.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is als advocaat werkzaam bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.

J.W. de Jong
Mr. J.W. de Jong is als advocaat werkzaam bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.
Artikel

Psychisch welbevinden van gedetineerde vrouwen in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2009
Trefwoorden detentie, vrouwen, psychische gezondheid, gevangeniservaringen
Auteurs Dr. Anne-Marie Slotboom, Drs. Barbara Menting en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Incarcerated women have specific characteristics, needs, health problems, and have different experiences and adjustment problems to prison than men. Based on a survey of 251 female inmates, this paper analyses the association between imported factors, deprivation factors and psychological complaints. Depressive complaints, irritability, and risk of self-harm were all predicted through examination of both imported and deprivation factors. Psychological problems before detention was the most significant imported factor predicting psychological complaints. The most important deprivation factors were treatment by staff and other inmates and environmental stress. Posttraumatic stress complaints were predicted only by imported factors (traumatic events and psychological problems before detention). Next to the importation and deprivation factors, this paper suggests inclusion of a third group of factors: relations with children and family, which may be an independent group of factors in addition to the factors related to the prison environment.


Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. M. Slotboom is universitair docent, afd. strafrecht en criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam, a.slotboom@rechten.vu.nl.

Drs. Barbara Menting
B. Menting MsC is aio, afdeling ontwikkelingspsychologie, faculteit psychologie en pedagogiek, Vrije Universiteit Amsterdam, B.Menting@psy.vu.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), Leiden en hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek, VU, Amsterdam, CBijleveld@nscr.nl.

J.H. Hubben

Ph.S. Kahn
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.